Reageren of afwachten?
Begin december 1565. In huize Culemborg in Brussel is een twintigtal edelen bijeen.
Zij zullen daar het bekende Verbond der Edelen sluiten. Vooraf wordt er echter een bidstond gehouden. Voorganger is de calvinistische predikant van Antwerpen Fransiscus Junius. Deze vergadering was voorbereid in de zomer van dat jaar. Toen hadden enkele vooraanstaande calvinisten elkaar ontmoet bij de baden in Spa. Zij beraadden zich op de situatie in de Nederlanden en vooral op de geloofsvervolging door Filips II. Initiatiefnemer was zeer waarschijnlijk Gilles le Clercq, een rijke burger en rechtsgeleerde uit Doornik en vertrouwensman van het consistorie (de kerkeraad) van Antwerpen. Overduidelijk is de rol van de calvinisten in het verzet tegen Filips II en zijn politiek. Een jaar later wordt dat nog duidelijker,
't Is december 1566. In Antwerpen vergadert de Synode onder het Kruis van de gereformeerde gemeenten. Voorzitter is Petrus Datheen. De politieke situatie van dat moment is bijzonder gespannen. De Beeldenstorm, vaak ook geleid door calvinisten, was als een stormwind over het land gegaan. Filips II wierf — volgens zeggen — troepen aan in Duitsland. En ook Lodewijk van Nassau, één van de leiders van het Verbond der Edelen, deed dat. In Valenciennes, een stad in het zuiden, hadden de calvinisten de macht in handen genomen. Margaretha van Parma, de landvoogdes, had echter bevel gegeven de stad voorbeeldig te straffen. Op de synode komt nu de vraag aan de orde of het geoorloofd is in verzet te komen tegen Filips II. Zowel bij de calvinisten in Frankrijk (de Hugenoten), als bij de calvinisten in Schotland (John Knox), was deze vraag al eerder aan de orde gesteld en in beide gevallen positief beantwoord.
Calvijn had zich wat voorzichtiger uitgelaten, maar uiteindelijk ook het recht van verzet erkend. Wel had hij er de voorwaarde aan verbonden dat zulk verzet onder leiding van lagere magistraten zou plaats vinden. Welnu, in deze geest besluit ook de synode van Antwerpen. Verzet is geoorloofd onder leiding van de adel. De synode besluit o.a. Datheen af te vaardigen naar Prins Willem van Oranje. Hij moet de Prins het opperbevel over de door de calvinisten aangeworven troepen aanbieden. Ook besluit de synode gelden in te zamelen die voor de komende strijd nodig zullen zijn.
Strijdbaar calvinisme
Bovenstaand stukje geschiedenis is voldoende illustratie bij de konstatering van veel historici, dat het calvinisme strijdbaar van oorsprong is. Duidelijk strijdbaarder dan het lutheranisme. Calvijn stelde de eer van God voorop. En dat gold ook voor het maatschappelijke en politieke leven.
Vandaar de grote belangstelling van Reformatie en Nadere Reformatie voor alle terreinen van het leven. Vele voorbeelden zouden daarvan te geven zijn. Daar is hier geen ruimte voor. Ik verwijs naar de prachtige boeken van dr. Evenhuis: „Ook dat was Amsterdam". (Ook de artikelen van ds. A. Vergunst over Udemans in het boek „Neem de wacht des Heeren waar" zijn wat dit betreft illustratief.)
Strijdbaar van oorsprong. Dat is onloochenbaar. Zo is het echter niet gebleven. De achttiende en negentiende eeuw geven een ander beeld te zien. Enerzijds is er sprake van verval: uiterlijk is men nog wel orthodox, maar innerlijk ontbreekt het ware leven. Anderzijds is er ook een toenemende lijdelijkheid, veroorzaakt door (en nu citeer ik ds. Vergunst) „een sterke verinnerlijking van het geestelijk leven".
Soms leidde dit zelfs tot een doperse wereldmijding. Men sloot zich af van „de wereld" en trok zich terug „met een boekje in een hoekje".
Toch bleef het strijdbare karakter aan-
wezig, hoe „ondergesneeuwd" het ook mocht wezen, zeker toen er weer een Reveil kwam. Te denken valt bijvoorbeeld aan de geweldige handtekeningenaktie tegen de voor het bijzonder onderwijs erg nadelige onderwijswet van minister Kappeyne van de Coppello in 1878. Maar liefst 304.673 handtekeningen werden koning Willem III aangeboden ter onderstreping van het verzoek: „Sire, zet onder dit wetsvoorstel uw handtekening niet.”
Aktualiteit
Al jaren kunnen we Nederland geen christelijk land meer noemen. Christenen werd echter niets in de weg gelegd hun overtuiging in leer en leven in praktijk te brengen. Dat lijkt nu te veranderen. Te vrezen valt dat We aan 't begin staan van een anti-christelijk tijdperk. En hoewel het ons 'niet geoorloofd is aan „doemdenken" te doen, moet de realiteit wel onder ogen gezien worden.
'k Denk aan de onlangs verruimde mogelijkheden om winkels op zondag open te stellen. Christelijke ondernemers die hun winkels gesloten houden, wordt zo oneerlijke konkurrentie aangedaan. En voor christelijke werknemers zal in dergelijke bedrijven en winkels steeds minder plaats zijn.
Zo ligt dat ook bij ziekenhuizen. Daar is voor verpleegsters van christelijke huize soms al geen plaats meer, omdat ze bij sollicitatie eerlijk vertellen dat ze volgens hun geweten niet kunnen meewerken aan aktieve euthanasie en abortusprovocatus.
En dan de anti-diskrimi natie-wetgeving. Die kan eveneens de nodige problemen meebrengen voor christenen en christelijke organisaties. Om nog maar niet te spreken van de emancipatie-drift en de wens naar individualisering van het sociale stelsel. Zij die naar de normen van Gods Woord willen leven en werken, dreigen door dit alles het steeds moeilijker te krijgen. De vraag is dan ook, of we dit alles lijdelijk moeten afwachten, of dat we tijdig moeten reageren.
Doen wat onze hand vindt om te doen
Eigenlijk is die vraag al beantwoord, of liever gezegd: hij wordt al beantwoord. De dreiging die er van dit alles uitgaat, heeft al tot tal van reakties geleid. Ik denk bijvoorbeeld aan de initiatieven van het Comité Vrouwenbonden op Geref. Gronslag, een samenwerking van de Herv. Geref., - de Chr. Geref., - en onze eigen Vrouwenbond. Indertijd liet de toenmalige staatssekretaris van emancipatiezaken, mevrouw d' Ancona, zich ontvallen dat zij die vrouwen die nog gelukkig waren in hun gezin weieens wilde zien. Nou, daar werd op ingehaakt. Tientallen brieven heeft ze gekregen. Het Comité, ontstaan in de tijd dat de abortuswet aangenomen dreigde te worden, stuurde een brief aan de CDAkamerleden. Aangedrongen werd om bij de behandeling van emancipatie-vraagstukken vast te houden aan de bijbelse noties ten aanzien van huwelijk en gezin.
Diverse malen zijn vertegenwoordigers van dit Comité al naar Den Haag geweest. Hetzij om de vergaderingen van de Tweede Kamer-Commissie voor emancipatiezaken bij te wonen, hetzij om door de Tweede Kamerleden de heren Van der Vlies, Leerling en Schutte geïnformeerd te worden over bepaalde ontwikkelingen, o.a. op het gebied van het emancipatie-beleid.
Onlangs zijn ze opnieuw naar Den Haag geweest. Gezamenlijk hebben ze namelijk een „tegen-brochure" laten drukken als antwoord op de geruchtmakende Margrietuitgave „Over trouwen en samenwonen". Zowel aan de Emancipatieraad, als aan de staatssekretaris voor emancipatiezaken, mevrouw Kappeyne van de Coppello,
hebben ze het eigen standpunt, vergezeld van een toelichting, mogen aanbieden. Op 19 maart D.Y. zullen ze zelfs ontvangen worden door minister Brinkman. Deze akties van „onze vrouwen" verdienen alle waardering.
Vanuit diezelfde vrouwenbonden is er indertijd ook een werkgroep geweest die zich bezig hield met ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Vanuit deze werkgroep werd in 1978 de stimulans gegeven tot oprichting van „Het Richtsnoer", de protestants-christelijke vereniging voor verpleegkundigen en andere werkers in de gezondheidszorg.
Als „aanvulling" daarop werd in december 1982 de Nederlandse Patiënten Vereniging opgericht. Deze vereniging wil de belangen van degenen die verpleegd worden behartigen en met name de bescherming van het leven (denk aan abortus en euthanasie) bevorderen.
Ik denk verder aan de onlangs opgerichte R.M.U., de Reformatorische Maatschappelijke Unie. Ontstaan naar aanleiding van de ambtenaren-akties (tot bij de politie toe) van vorig jaar. Ook hier speelde een rol dat christenen die vast willen blijven houden aan hun opvattingen het steeds moeilijker krijgen.
Oppassen voor wildgroei en eigen belang
Zo zijn er de laatste jaren tal van organisaties in de Gereformeerde Gezindte ontstaan, ('k Ben lang niet volledig geweest). Op zich valt dat toe te juichen. Het is een eerste plicht van een christen om voor het belang van zijn naaste op te komen. Persoonlijk mag een christen zich nooit wreken. Voor ieder geldt, dat we degene die ons slaat de andere wang behoren toe te keren. Denk aan de Bergrede! Daarom is het veel beter dat er bepaalde organisaties zijn die de belangen van christenen behartigen. Bovendien maken gezamenlijke akties meer indruk. Toch denk ik dat we voor een aantal zaken op moeten passen. In de eerste plaats voor wildgroei, voor een teveel aan organisaties.
Naast me ligt — terwijl ik dit schrijf— de krant van gister (24 februari) en die van vandaag. In de krant van gister lees ik dat het Reformatorisch Dagblad „Wegwijs '84" gaat organiseren, een gezinsbeurs voor de eigen gezindte. Van 30 mei tot en met 2 juni worden in de Marijke-hal van de Jaarbeurs de nodige stands ingericht. De deelnemers komen — zo lees ik — uit een groot aantal branches: uitgevers, orgelbouwers, meubelbedrijven, bouwbedrijven, tuingereedschappen, kunstnijverheid, kleding, handwerken, reformprodukten, vleeswaren en snacks, een campingbedrijf, een reisbureau enz. In totaal nemen zo'n 120 bedrijven deel, met inbegrip van de verenigingen en stichtingen die een ideëel doel nastreven. Ook onze Jeugdbond en de zending zullen vertegenwoordigd zijn! Verder lees ik dat de Landelijke Werkgroep Gewetensbezwaren in de gezondheidszorg een brief heeft gestuurd aan het CD A-kamerlid Borgman en aan fraktievoorzitter De Vries van het CDA, waarin instemming betuigd wordt met het euthanasiestandpunt van eerstgenoemde. Borgmans standpunt, vastgelegd in een diskussiestuk voor intern gebruik in het CDA, is, dat aktieve euthanasie strafbaar moet blijven.
In de krant van vandaag lees ik over twee initiatieven die beide de werkloosheid als achtergrond hebben, 't Ene bericht staat aangekondigd aks een „opmerkelijk initiatief van gezamenlijke kerken", 't Gaat over
een opgerichte reformatorische vakaturebank op Schouwen-Duiveland, een initiatief van de kerkeraden van de Ned. Herv. Kerk (Ger. Bond), de Chr. Geref. Kerken, de Geref. Kerken Vrijgemaakt, de Geref. Gem., de Geref. Gem. in Ned. en de Oud Geref. Gem. Op een SGP-vergadering in Zierikzee werd de vraag gesteld: „Wat kunnen de kerken doen voor de (jeugd)werklozen? " Dat was het startpunt..De vakaturebank draait al enkele maanden en de eerste ervaringen zijn moedgevend, aldus het krantenbericht.
Het tweede bericht gaat over een initiatief vanuit de reformatorische zakenvereniging VRCL. Een kommissie van deze vereniging heeft kontakten gelegd met een uitzendbureau uit Boskoop. Dit uitzendbureau bemiddelt nu ook voor de eigen gezindte.
Dat was de „oogst" van twee dagen krant lezen. Laat ik allereerst zeggen, dat ik tegen geen enkel initiatief bezwaar heb. Integendeel. Toch moeten we wel oppassen dat we niet te veel organisaties gaan krijgen die geheel of gedeeltelijk elkaar gaan overlappen. Samenwerking lijkt hier en daar dringend gewenst. Eén van de oprichters van de vakaturebank wees erop dat een organisatie als de RMU bij het opzetten van meer van dit soort projekten een nuttige funktie zou kunnen vervullen.
Een tweede gevaar zou kunnen zijn, dat — hoe ideëel ook van oorsprong — bepaalde organisaties teveel belangenorganisaties gaan worden. Dat gevaar zal er vooral zijn als ekonomische-en financiële belangen een rol gaan spelen. Laten we alsjeblieft niet te idealistisch over onszelf denken.
Calvinistisch is, dat het in de eerste plaats gaat om de eer van God.
En „last but not least".... laten we ook niet denken door onze aktiviteiten „het tij te kunnen keren". We behoren te doen wat onze hand vindt om te doen, maar moeten wel bedenken, dat we de zegen des Heeren bij dit alles wel nodig hebben. De handtekeningen voor het volkspetitionnement van 1878 werden vaak ingezameld tijdens doordeweekse bidstonden! En ook de aanbieding aan de koning ging van bidstonden gepaard. Immers:
Vergeefs op bouwen toegelegd; Vergeefs, om 't huis voltooid te zien, Gezwoegd, gezweet, o arbeidsliên; Zo God Zijn hulp aan 't werk ontzegt. Vergeefs, o wachters, is uw vlijt, Zo God niet zelf de stad bevrijdt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1984
Daniel | 33 Pagina's