VRAGEN en GRENZEN!
Een lezeres vraagt hoe het kan samengaan dat God verheerlijkt wordt, zowel in degenen die verloren gaan als in hen die behouden worden.
En — zo besluit ze haar sympathieke brief — misschienga iknu te ver, maar dan komt ook deze vraag bij me naar boven: , , Waarom maakt God mensen zalig, waarom heeft de Heere Jezus geleden, als ook de mensen die verloren gaa Zijn naam zullen moeten eren? ”
Ik vind het fijn dat bij de laatste vraag al aangevoeld wordt dat we hier een terrein betreden waar we met de grootste eerbied en vol bescheidenheid te bedenken hebben dat de Heere ee licht bewoont, dat niet zonder reden ontoegankelijk wordt genoemd (1 Tim. 6 : 16). Ons verstand schiet dan tekort In het kader van deze rubriek moet ik volstaan met slechts enkele opmerkingen en verwijzingen, hoewel deze zaken heel veel vragen opwerpen. Wellicht kan een meer theologisch geschoold iemand dan ik er in „Daniël" eens dieper op ingaan. Allereerst dit. Dat de Heere Zich verheerlijkt in het zaligen van zondaren is duidelijk. Daarin blinkt Zijn barmhartigheid engenade in Jezus Christus uit. Gods deugden wordenzo verheerlijkt. Maarten diepste geldt dat ook ten aanzien van het verloren gaan van zondaren. Had de Heere hen niet goed geschapen? Heeft Hij hen niet telkens door Zijn evangelie dringend en welmenend genodigd om toch naar Hem te luisteren en hun hart aan Hem te geven?
In het verloren gaan van zondaren wordt daarom Gods gerechtigheid en majesteit verheerlijkt. Hij laat daarin zien dat men Hem niet straffeloos ongehoorzaam kan zijn doo het aanbod van Zijn genade te verachten (zie Rom. 2 : 4, 5). Het is echter niet juist om te stellen dat, , ook de mensen die verloren gaan Zijn naam zullen moeten eren". Dat zullen ze juist nooit meer kunnen doen. Zij die verloren gaan komen immers in de hel, waar wening zal zijn en knersing der tanden. In het gruwelijk gezelschap van de duivelen zullen de goddelozen daar eeuwig moeten verkeren. Geen enkele hoop op verlossing zal er ooit zijn. En inplaats van de gemeenschap met God zal de toom van God altijd op hen zijn.
Van ganser harte hoop ik dat dit nooit door iemand die dit leest zal ervaren worden. Dat w juist nu we jong zijn de Heere zoeken. Hij wil Zich ook door jou laten vinden! In de Dogmatiek van ds. Kersten kun je hier veel meer over lezen in o. m. de hoofdstukken „De Stra der Zonde" en „ Van de Voleiding der Eeuwen". Probeer dat eens rustig na te lezen. Naar aanleiding van deze vragen zou ik ook nog op iets anders willen wijzen, namelijk op het geoorloofd zijn van het stellen van bepaalde vragen, zoals de vragenstelster dat zelf al aanvoelde. Kunnen we dan ook te ver gaan? Inderdaad. Ik denk dat we met dit soort vrage de grens van het toelaatbare benaderen, We komen dan aan de grenzen van hetgeen de Heer ons in Zijn Woord heeft willen openbaren. Vragen als „Hoe is de zondeval mogelijk geweest? " en, , Waar ligt de oorsprong van de zonde? " gaan duidelijk over deze grenzen heen. Steeds hebben wij te bedenken dat wij mensenkinderen zijn.
Bekend is wat Calvijn hierover heeft gezegd. Hij zei, dat als wij de Bijbel lezen, we in de eers plaats moeten oppassen voor onze nieuwsgierigheid. Want er is niets gevaarlijker voor een mens dan nieuwsgierig te zijn over dingen die God ons niet in Zijn Woord openbaarde. He beroemde antwoord van Calvijn op de vraag „ Wat deed God voor Hij de hemel en de aard schiep? " was: „Toen schiep Hij de hel voor nieuwsgierige vragers." Dat is natuurlijk geen antwoord, maar Calvijn wilde in feite zeggen: „Stoppen, wij hebben de grenzen van het toelaatbare van ons denken bereikt en dan moeten wij halt houden.”
Dat leert ons dat wie met de Bijbel te maken krijgt, te maken krijgt met de autoriteit van het Woord van God. En dat Woord vraagt gehoorzaamheid van ons, zonder dat wij het kunnen doorzien of begrijpen.
In de Bijbel gaat het altijd om het geloof, niet om het begrip. Wij moeten de openbaring van God, Zijn Woord, niet aan het eind van ons denken plaatsen, maar juist aan het begin. De bedoeling van Gods Woord is: dat gij gelooft, datJezus is de Christus, de Zone Gods opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam" (Joh. 20 : 31).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1984
Daniel | 32 Pagina's