IN MEMORIAM D. P. POLDER
Na een ernstige ziekte van enkele maanden is onze zendingsvriend, de heerD. P. Polder, op 10 februari j.1. — op zijn 59e verjaardag — in Vlaardingen overleden. Een groot gemis voor zijn vrouw en kinderen, die zonder hun geliefde man en vader verder moeten leven. Een grote leegte ook bij zovelen in het land, die evenals hij de zending een warm hart toedragen.
En dan denken we in 't bijzonder aan de plaats die hij ook onder ons, vooral bij de zendingsverenigingen, innam. Vanaf de jaren toen de eerste vrouwenverenigingen werden opgericht die voor de zending gingen werken, heeft hij hartelijk met ons meegeleefd. Door zijn bezoeken aan vele verkopingen, waarvan hij ons in , , Pauius" trouw en levendig op de hoogte hield, kende hij heel wat leden van onze verenigingen. Zijn bezoeken werden altijd zeer op prijs gesteld. Hij heeft er in de loop der jaren, dikwijls vergezeld van zijn vrouw, duizenden kilometers in het land voor afgelegd, soms zelfs bij nacht en ontij. Er is mede door hem een nauwe band ontstaan tussen onze verenigingen en de zending. Hij miste ook nooit op onze bondsdagen.
Polder had een grote plaats onder ons. Door zijn persoon en door de wijze waarop hij zovele jaren zijn werk onder ons deed — hartelijk, meelevend en zeer bescheiden — lijkt hij onvervangbaar. We behoeven ons niet meer af te vragen: „Zou Polder nog komen? ". Dat is voorgoed voorbij. Maar de herinnering aan het vele werk dat hij uit liefde tot de Koning der kerk mocht doen, zal blijven.
Want de liefde van Christus drong hem. Dat was in zijn leven te merken en dat is op zijn sterfbed bevestigd. Hij heeft veel zorgen gekend. Er was ook veel strijd in zijn leven, vooral op zijn ziekbed. Strijd om het behoud van zijn ziel, omdat hij met al zijn werken voor God niet kon bestaan. Strijd om het loslaten van alles wat hem lief was. Maar de Heere was hem genadig en heeft hem lieflijk vertroost, zodat hij de laatste weken in volkomen rust en overgave de dood tegemoet mocht zien. Hij kon niet meer spreken, maar de glans op zijn gezicht en in zijn ogen getuigde van de vrede die in hem was. Het sterven is voor hem eeuwige winst geworden.
Dat mocht ook in de rouwdienst worden bevestigd, waar ds. Meeuse, de heer Adriaanse en ds. Hakkenberg spraken. Ontroerend was het toen de kist met zijn stoffelijk overschot op de schouders van de begrafenisdienaars onder orgelspel van psalm 17 : 8 de kerk werd uitgedragen. Hier zwijgt zijn stem, maar ontwaakt, mag hij nu eeuwig Gods lof ontvouwen.
Op de begraafplaats, waar de eerste voorjaarsboden te zien waren, werd door ds. Kuijt het woord gevoerd naar aanleiding van 1 Thessalonicenzen 4:13 t/m 18. Hij wees op de troost die er voor Gods volk ligt in de wederkomst des Heeren en op het heden van genade waarin we nog mogen leven.
De oudste zoon, Henk Polder, sprak woorden van dank en verzocht te zingen: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen", het vers waarmee zo vaak de zendingsdagen worden besloten.
We wensen mevrouw Polder en haar kinderen van harte Gods nabijheid toe. De Heere geve hen veel te mogen zien op het geluk dat hun man en vader heeft verkregen en doe hen ervaren: „Want deze God is onze God, Hij is ook ons deel, ons zalig lot".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1984
Daniel | 32 Pagina's