Evangelisatie, een opdracht voor de kerk
Hieronder zie je een bekende cartoon: een blanke zendeling op weg naar Afrika ontmoet een zwarte zendeling op weg naar Europa. Europa is zendingsgebied geworden. De ontkerstening heeft zo'n omvang gekregen dat de kerk in ons werelddeel leeft temidden van een — zij het modern — heidendom. Dit geldt ook voor grote delen van ons land, met name voor de grote steden. Dit blijkt duidelijk uit de cijfers betreffende de verdeling naar kerkelijke gezindte. Voor Rotterdam geldt dat niet minder dan 35% tot geen enkel kerkgenootschap behoort, terwijl 6% mohammedaans is. In sommige wijken van deze stad is de situatie nog ongunstiger, zoals blijkt uit de cijfers van de afrikaanderbuurt: naast 33% onkerkelijken is 20% van de bevolking in deze wijk islamiet.
Deze cijfers zijn ontleend aan de burgerlijke stand en lopen daarom achter op de werkelijkheid. Dit blijkt als we ook de leeftijden erbij betrekken: slechts 10% van de hervormden is jonger dan 20 jaar, bij de onkerkelijken is dit percentage 32% en bij de islamietische bevolking zelfs 50%! Deze cijfers tonen overduidelijk aan: ook Nederland is zendingsland.
Evangelisatie, een taak vaw de kerk
„Predikt het Evangelie aan alle kreaturen", zo luidt de opdracht van de Heere Jezus aan Zijn discipelen. En de discipelen zijn heengegaan: beginnende bij Jeruzalem, hebben zij de blijde boodschap gebracht in de landstreken van Judea en Samaria, daarna aan de heidenvolken. Opvallend is dat niet alleen de discipelen het Evangelie predikten, maar dat heel de gemeente bij die verkondiging betrokken was. Na de dood van Stefanus en de daarop volgende vervolgingen verspreidde de gemeente zich overal heen. Van hen lezen we: „zij dan die verstrooid waren, gingen het land door en verkondigden het Woord.”
Ook nu is en blijft de persoonlijke evangelisatie de eerst aangewezen weg om hen die vervreemd zijn van Gods Woord terug te brengen. Dat moet geschieden door middel van woord en daad. Naast het „kom ga met ons en doe als wij", moet onze levenswandel zo zijn dat anderen daardoor voor Christus gewonnen worden. Er is echter veel evangelisatiewerk dat niet door de enkeling kan worden verricht.
Daarom is naast deze ongeorganiseerde arbeid ook georganiseerd evangelisatiewerk noodzakelijk. Binnen dat kader heeft de kerkeraad een belangrijke taak. Immers evangelisatie is prediking van het Woord! De kerkeraad moet het initiatief nemen, het werk begeleiden en de wegen zoeken. Ook is hij verantwoordelijk voor de inhoud van de boodschap die wordt gebracht. Bij de kerkvisitatie (= onderzoek naar de vervulling van de taak van de ambtsdragers door de klassis) wordt daarom terecht de vraag gesteld wat de kerkeraad doet aan evangelisatiewerk.
Natuurlijk is het onmogelijk dat de kerkeraad dit werk alleen doet. Daarom mag en moet hij gebruik maken van de krachten en gaven van andere leden van de gemeente. In de meeste gevallen wordt daarvoor een evangelisatiekommissie ingesteld. Let wel, deze kommissie doet dit werk namens de kerkeraad. Deze laatste is en blijft de verantwoordelijkheid ervoor dragen.
Naast deze evangelisatie die van de plaatstelijke gemeente uit gaat, is er nog de arbeid die uitgaat van de Generale Synode.
Dat betreft werk in delen van het land waar niet of nauwelijks de zuivere prediking wordt gehoord. Op deze vorm van evangelisatie ga ik hier niet in. Ik beperk me tot de evangelisatie die uitgaat (of behoort uit te gaan!) van de plaatselijke gemeente.
Evangelisatiemethoden
Voor wat betreft de methoden die gebruikt worden bij evangelisatie zij opgemerkt dat deze allereerst het Evangelie waardig dienen te zijn. Zij zullen verschillen van plaats tot plaats. Steeds is het een zoeken naar de juiste middelen.
In Rotterdam-zuid zijn we, evenals waarschijnlijk ook andere kommissies, begonnen met de verspreiding van de Evangeliebanier. Veel reakties hebben we daarop niet gehad. Slechts één kontaktadres hebben we daaraan overgehouden. Mogelijk dat de lage frekwentie waarmee het blad verschijnt, daaraan debet is. Dit wil echter niet zeggen dat deze arbeid vruchteloos geweest is. De Heere zegt Zelf dat Zijn Woord niet ledig (= vruchteloos) zal wederkeren.
Een andere methode die we hebben toegepast is het zg. „deur aan deur werk". Eerst werden gedurende enkele maanden folders rondgebracht. Daarna werd aangebeld om te trachten een gesprek over de inhoud van de folders te krijgen. Moeilijk, maar ook leerzaam werk. Het ene moment sta je tegenover een onkerkelijke, het volgende moment tegenover een humanist of iemand van joodse afkomst. Een enkele maal ontmoet je iemand die jarenlang in de Ger. Gem. gekerkt heeft, aan het Heilig Avondmaal heeft aangezeten, en toch, met Demas, de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen. Soms mochten we binnenkomen, meestal werden we weggestuurd. Om praktische redenen is dat werk gestopt: associatie met Jehovah Getuigen en het feit dat in de stad de mensen bang zijn om 's avonds de deur open te doen.
Via de burgerlijke gemeente worden de namen verkregen van leden van de Ger. Gem. die zich in de stad hebben gevestigd. Als geen attestatie of doopbewijs wordt ingeleverd, betreft het meestal randkerkelijken of mensen die met de gemeenten hebben gebroken. Getracht wordt hen te bezoeken en zo weer het kontakt te herstellen. Soms wordt via deze weg de gelegenheid verkregen om te horen waarom men met de kerk heeft gebroken. Soms zijn de oorzaken intriest: zoals die man die het niet kon verwerken dat zijn enig kind verongelukte en zijn huwelijk op een scheiding was uitgelopen. Hij las nog wel eens in de Bijbel, vooral het boek Job sprak hem nog altijd aan.... We hebben die avond hem een ander gedeelte voorgelezen en samen met hem gebeden.
Tenslotte kan ik het kinderevangelisatiewerk vermelden dat van de grond mocht komen. Op twee plaatsen in Rotterdam-Zuid zijn zulke klubs gevestigd. Voor de klub in de afrikaanderwijk hebben we een kerkgebouwtje kunnen huren. Daar is naast de kinderklub ook een klub voor oudere kinderen ontstaan, waarbij het bijbelonderwijs wordt aangepast aan de leeftijd van deze kinderen. De grootste opgaaf zal zijn deze kinderen verder vast te houden en hen dichter bij de kerk te brengen. Ook worden via de kinderen kontakten gelegd met de ouders, 's Zondags is het kerkje dicht, de preekstoel leeg. Groot zou het zijn als daar weer opnieuw het Woord gepredikt zou gaan worden.
Echter de financiële middelen ontbreken ons om een evangelist aan te stellen, andere mogelijkheden hebben we nog niet ontdekt. Eén van de belangrijke beper
kingen zijn de financiële middelen. De huur van het kerkje kost veel, daarbij komen kosten voor gas, licht, materiaal voor de kinderen, bijbels, kinderbijbels, enz. En dan hebben we het alleen nog maar over de kosten ten behoeve van de Woordverkondiging. Aan de verkondiging „metterdaad" komen we niet eens toe. De Heere heeft bevolen: „Gaat uit naar de heggen en de steggen en dwing ze om in te gaan." Wij echter, we zijn nog niet eens aan de wegen toegekomen, laat staan aan de heggen en steggen!
Moeilijkheden bij het evangelisatiewerk
Evangelisatiewerk is moeilijk werk. Iedere keer wordt je met weer andere mensen gekonfronteerd. Veelal betreft het mensen met een kerkelijk verleden, maar ook mensen met een geheel andere achtergrond. Daarom is kennis vereist van de verschillende geestelijke stromingen, ideologieën en sekten. Kennis is nodig van de wereld waarin we leven en van de problemen die daarin zijn. Niet om allerhande diskussies aan te gaan maar wel om anderen te kunnen begrijpen. Moeilijkheden zijn er ook ten aanzien van de gemeenten zelf. De meest gehoorde klacht van buitenstaanders die onze kerkdiensten bezoeken, betreft de stugheid van de leden van de gemeenten. Wat kan een vriendelijk woord, een eenvoudig „goedemorgen" of alleen maar een hartelijke knik al goed doen. Dikwijls gaan ze verloren in de mensenmassa en voelen zich mateloos alleen. Zij behoren ingekapseld te worden in de gemeente zodat ze zich kerkelijk thuisvoelen. Misschien is hun kleding anders, niet zo , , 's zondags" zoals wij gewend zijn. Bekend is het verhaal van een predikant die preekt over Rachab de hoer. Tijdens zijn preek ontdekte hij een vrouw zonder hoofddeksel. Het irriteerde hem bijzonder. Na afloop van de kerkdienst vroeg hij onmiddellijk aan de koster wie die vrouw was die zich zonder hoofddeksel in de kerk durfde te begeven. Het rake antwoord van de koster was: Rachab de hoer. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat van kerkgangsters niet gevraagd behoeft te worden met een hoofddeksel naar de kerk te komen. Vele andere zaken zouden te noemen zijn. Denk eens aan de plaatsen in de kerk die „bezet" zijn, aan het ontbreken van (psalm-)bijbeltjes bij de ingang van de kerk enz.
Tenslotte
„Bid en werk", deze twee horen nauw bij elkaar. Dat geldt voor al ons doen en laten, maar wel in het bijzonder wanneer we bezig zijn met de verbreiding van het Woord van God. Het gebed is het voornaamste van het evangelisatiewerk. De helft van het werk behoort gedaan te worden in de binnenkamer, de andere helft daarbuiten. Toen ik eens een predikant in Wales (Groot-Brittannië) vroeg hoe het kwam dat zijn gemeente in vier jaar tijd van 20 naar 200 leden was gegroeid, antwoordde hij: „All through prayer"; alles door (middel van) het gebed!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 1984
Daniel | 32 Pagina's