Pniël
Genesis 32 : 26
Er komt een tijd, dat ieder mens alleen moet staan — en oog in oog met God;
Dan is geen enkle vriend meer om hem heen en geen geliefde deelt zijn lot.
Er komt een tijd, dat God wat hij bezat (gebeurt het vroeg? gebeurt het laat? ) hem afneemt als een waardeloze schat die door de mot en roest vergaat.
Maar wie met God blijft worst'len als een man, en Hem niet eerder heen laat gaan dan nadat Hij hem zegent — laat hij dan als kreup'le in het leven staan, hij krijgt van God een nieuwe, witte naam; zijn zwart verleden is voorbij.
Hij is nooit meer alleen, want met God saam gaat hij zijn weg, verlost en vrij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 februari 1984
Daniel | 32 Pagina's