JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KINDEREN „TUSSEN WAL EN SCHIP”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KINDEREN „TUSSEN WAL EN SCHIP”

8 minuten leestijd

Mij werd gevraagd een eerste artikeltje te schrijven in een serie over gehandikapte kinderen. Wij hebben er allemaal onze voorstellingen bij als het woord „gehandikapt" genoemd wordt. De een denkt aan zijn neeljedatin een rolstoel zit, de ander aan het blinde meisje dat hij altijd in de kerk ziet, weer een ander denkt aan het buuijongetje dat naar een ander soort school gaat en een volgende aan Marietje, het mongoloïde meisje dat iedere morgen met de taxi opgehaald wordt. Allen zijn gehandikapt, dat wil zeggen: in hun ontwikkeling belemmerd. De aard van de belemmering is echter bij al deze kinderen anders. De een is belemmerd in zijn motoriek, de ander in zijn gezichtsvermogen, en Marietje in haar verstandelijke vermogens. Maar wat is er eigenlijk met dat buuijongetje aan de hand? Je ziet niets bijzonders aan hem. Toch is hij wat anders dan de andere kinderen in de buurt. Hij staat er altijd buiten. En dat is nu precies hèt probleem van de kinderen waarover dit artikeltje gaat. 't Zijn kinderen tussen wal en schip, tussen duidelijk gehandikapten en nietgehandikapten. Ze vallen op een of andere manier op in hun gedrag of in hun leerprestaties op school. Zelf zullen ze zich niet onder de gehandikapten rekenen. Voor hun problemen is vaak ook geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Dit geldt zowel voor de zwakbegaafde kinderen als voor de kinderen met een lichte hersenbeschadiging. De laatsten worden ook wel M.B.D.-kinderen genoemd.

M.B.D.-kinderen

M.B.D. is de afkorting van de engelse woorden „Minimal Brain Dysfunction". Een lichte hersenbeschadiging kan ontstaan door grotere of kleinere komplikaties bij de geboorte of bij de zwangerschap, bijvoorbeeld onvoldoende bloedvoorziening tijdens de zwangerschap of gebrek aan zuurstof tijdens of vlak na de geboorte. Het hangt van de graad, de aard en de plaats van de bescgadiging af, hoe het kind zich verder zal ontwikkelen. Veel van deze kinderen zijn onrustig, ongedurig, onhandig, onoplettend, onevenwichtig, kortom onbeheerst in hun hele doen en laten.

Op school zijn hun leerprestaties meestal onvoldoende. De oorzaak daarvan is echter niet zozeer een gebrek aan verstandelijke aanleg, maar een onvermogen om onderscheid te kunnen maken tussen alle zintuigprikkels die op hen afkomen. Hierin is duidelijk onderscheid gelegen met de zwakbegaafde kinderen, die wèl belemmerd zijn in hun verstandelijk funktioneren. De kinderen met een lichte hersenbeschadiging kunnen zich bijvoorbeeld erg moeilijk op een spreekstem koncentreren als in die ruimte ook muziek te horen is en/of als allerlei geluiden van buiten op hen afkomen. Ze zien wel wat er te zien is, en horen wel wat er gezegd wordt, maar het wordt hen nèt niet helemaal duidelijk. Ze ondergaan wel indrukken, maar komen niet voldoende onder de indruk.

Voor kind en ouders is dit erg vermoeiend. Wanneer deze kinderen maar middelmatig begaafd zijn (ze zijn dus wel normaal begaafd!) kan soms plaatsing op een L.O.M.-schooI (school voorkinderen met Leer-en Opvoedings Moeilijkheden) nodig zijn. En daar zien we ze soms samen met de eerder genoemde groep, namelijk de zwakbegaafde kinderen tussen wal en schip.

Zwakbegaafde kinderen

Bij deze kinderen zien we nog duidelijker dat gehandikapten en niet-gehandikapten niet altijd duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het is van verschillende faktoren afhankelijk hoe ernstig iemand in zijn ontwikkeling belemmerd wordt. Het ene kind met een licht gehoorverlies zal het gewoon lager onderwijs kunnen volgen, terwijl het andere kind met hetzelfde verlies naar een school voor slechthorenden gaat, omdat het laatste kind wat minder zelfvertrouwen heeft. Onmiddellijk lopen we dan het risiko dat we dit kind gehandikapt noemen (het gaat immers naar een school voor buitengewoon onderwijs), terwijl we daar bij het eerstgenoemde kind zelfs niet aan dénken. Dat we het kind zo noemen is niet erg, maar vaak gaan we het dan ook op een andere wijze behandelen. Eenzelfde

onduidelijke grens tussen gehandikapt en niet-gehandikapt is er natuurlijk ook bij de verstandelijk gehandikapten. De kinderen die een kinderdagverblijf bezoeken, zijn duidelijk belemmerd in hun verstandelijke vermogens.

Maar er zijn er ook bij wie pas op de (kleuterschool blijkt dat ze anders reageren dan andere kinderen. Er doen zich problemen voor. De leerkracht vindt dat het kind si echt lui sterten er veel langs hem heen lijkt te gaan. Het is nodig dat het kind getest wordt en vaak luidt dan de uitslag: zwakbegaafd. Dikwijls betreft het kinderen die zich als kleuter langzamer ontwikkelden dan normaal.

Wat is zwakbegaafd? Zwakbegaafde kinderen hebben een lagere intelligentie dan gemiddeld. Zij ontwikkelen zich echter verder dan de zwakzinnige kinderen.

Naar welke school?

Niet altijd zal een zwakbegaafd kind naar een school voor buitengewoon onderwijs gaan. Als dat wel het geval is, zal het vaak een school voor Moeilijk Lerende Kinderen (MLK) zijn en in bepaalde gevallen kan het voorkomen dat een school voor kinderen met Leer-en Opvoedings Moeilijkheden wordt geadviseerd (een LOM-school).

Steeds meer probeert men ook de zwakbegaafde kinderen, met wat ekstra begeleiding, te laten profiteren van het gewoon lager onderwijs. Zeker op onze reformatorische scholen is dat het geval, omdat verwijzing naar een school voor buitengewoon onderwijs vrijwel altijd ook betekent dat het kind in een geheel ander leefklimaat terecht komt. Zo'n school zal onderwijskundig bezien veel voordelen bieden, maar de invloed die uitgaat van het kontakt met andersdenkenden, van bijbellessen, waarin de Schrift niet wordt gezien als onfeilbaar Woord van God enz., mogen wij niet onderschatten. In de gezinnen zal hierover regelmatig gesproken moeten worden. (En dat is dan weer een voordeel!)

Buitengesloten

Het kan zijn dat school en ouders, in onderling overleg, besluiten dat het zwakbegaafde kind op de gewone lagere school zal blijven. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. In de klas blijft de leerkracht zitten met de vraag hoe hij de leerstof zo kan presenteren dat ook dit kind het begrijpt. Ook komt het nogal eens voor dat het kind geen aansluiting meer vindt bij klasgenootjes. Op het plein wordt het geplaagd, op verjaardagsfeestjes wordt het nooit uitgenodigd, altijd fietst het alleen naar huis enz.

Niet alleen kinderen reageren op deze wijze, ook volwassenen werken er soms aan mee dat het kind zich onzeker en onveilig gaat voelen. De meester raakt geïrriteerd, wanneer na zijn grondige voorbereidingen de opdracht nóg niet wordt begrepen en de moeder van een klasgenootje ziet het kind liever gaan dan komen. Er gebeurt immers altijd wel iets als „hij" er is: een glas melk valt om, een glaasje breekt, om van het lawaai maar niet te spreken. Dat dit alles zijn invloed heeftop de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind zal duidelijk zijn". Het kind verliest zijn zelfvertrouwen. Het ene kind zal zich proberen te handhaven door steeds drukker en soms agressief te worden; het probeert zijn onvermogen en onzekerheid te overstemmen. Het andere kind trekt zich angstig terug in een eigen wereldje en slechts met veel liefde, geduld en begrip laat het zich uitnodigen weer mee te doen met anderen.

Zorgenkinderen, ook van de gemeente

Het zwakbegaafde kind is voor de ouders een zorgenkind. De opvoeding verloopt anders dan die van normaalbegaafde kinderen. Het is moeilijker om te bepalen waar grenzen gesteld moeten worden. Als het kind zegt iets niet te kunnen zullen we ons serieus af moeten vragen of dit onvermogen voortvloeit uit de verstandelijke beperkingen, of uit emotionele remmingen of gewoon uit het feit dat het kind op dat moment geen zin heeft om de taak te volbrengen.

De onzekerheid over de ontwikkeling van het kind drukt de ouders nogal eens terneer. Het is hun voortdurende zorg of hun kind zich later in de maatschappij zelfstandig zal kunnen handhaven. En als het op begeleiding aangewezen blijft, zal die er dan ook zijn vanuit de eigen levensbeschouwing? Hier ligt een belangrijke taak voor de kerkelijke gemeente. Juist voor de zwakbegaafde mens is het heel belangrijk dat hij deel uitmaakt van een gemeente, waarin men oog heeft voor elkaar.

Helaas gebeurt het nog steeds dat mensen juist daarin teleurgesteld worden: ook in de kerkelijke gemeente wordt het zwakbegaafde kind buitengesloten. Tevergeefs wordt vaak gezocht naar een open deur en een luisterend oor. Het drijft de ouders vaak uit naar de Heere, die niemand buiten sluit, maar die het zwakke, het onedele en het dwaze heeft

uitverkoren (1 Kor. 1). Dat kan het kruis, dat door mensen soms onnodig zwaar wordt gemaakt; tot een lichte last maken. Gelukkig gaan ook in de gemeenten steeds meer deuren open en steeds vaker krijgen ouders gelegenheid hun verhaal te vertellen. Als er dan werkelijk geluisterd wordt, groeit het begrip als vanzelf.

Dat ervaren veel kontaktpersonen van gehandikaptenzorg in de gemeenten. Zij mogen dienstbaar zijn om de vele drempels die er vaak zijn te slechten. Soms moet ook een drempel weg voor de deur van het gezin met een kind dat in de ontwikkeling belemmerd is, omdat dit gezin zich heeft afgesloten, na allerlei negatieve ervaringen. Dan zal ook het gezin zich opnieuw open moeten stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1984

Daniel | 33 Pagina's

KINDEREN „TUSSEN WAL EN SCHIP”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1984

Daniel | 33 Pagina's