Toch een avontuur
Verhaal
„Als u maar weet, dat ik er helemaal geen zin in heb!"
Mokkend leuntHarmendenDekker tegen de tafel en kijkt naar zijn-moeder, die zwijgend aardappels zit te schillen.
„Kan 't nog saaier? " bromt hij. „'t Is ieder jaar hetzelfde: in de kerstvakantie logeren bij oma.... 'k Vertel 't maar niet tegen de jongens uitm'n klas. Zou je ze horen: „Hij is met z'n zussie wezen logeren....”
„Jaaa - de jongens uit jouw klas!" Nu doorbreekt Margriet, z'n jongere zusje, opeens zijn alleenspraak. „Die jongens uit jouw klas ken ik - alsof die normaal zijn, zeg. Al die punkfiguren....”
„Als jij zelf nu maar...." begint H arm en.
„Jongens, houd op!" Mevrouw Den Dekker legt haar aardappelschilmesje neer.
„Dat gekibbel altijd. Én Harmen, wat dat logeren betreft - 't is maar voor een paar dagen. Je weet, hoe oma naar jullie komst verlangt. Het breekt de lange, saaie winter voor haar. Vergeet niet, dat ze die altijd in eenzaamheid door moet brengen.”
Ze stopt even en zoekt de ontwijkende blik van haar weerspannige zoon. „En oma wordt oud, Harmen, lang zul je haar dat plezier niet meer kunnen doen " Even gaat er een schrik door hem heen. Snel begint hij zijn boekentas te ordenen.
„Wat die jongens in je klas er van vinden, is toch niet zo erg belangrijk. Wil jij dan hun maatstaven aanleggen? ”
Harmen schokschoudert en doet er het zwijgen toe.
U moest eens weten, denkt hij. Eigenlijk wil ik best Maar u begrijpt niet hoe moeilijk het is allemaal. Ik wil óók graag ergens bijhoren, gewaardeerd worden, 'k Wil niet altijd voor m'n overtuiging uit komen Dan ben ik altijd alleen.
Margriet is het ruzietje al weer vergeten.
„Ik ga juist graag naar oma hoor, " babbelt ze. „Oma is een schat, 't is er altijd zó gezellig en dan kan ze m'n nieuwe jas zien "
„Phoe!" blaast Harmen. „Ze wil d'r nieuwe jas laten zien....”
Dan draait hij zich snel om en gaat naar boven, met een gezicht vol onwil en een hart vol tegenstrijdigheden.
Twee weken later zit Harmen toch met Margriet in de trein. De kerstdagen zijn voorbij en tot nieuwjaar zullen ze bij oma blijven. Vader en moeder komen hen ophalen.
„’k Hoop dat oma weer wat gebakken heeft, " verlangt Margriet. Harmen zegt niets, maar hij denkt toch ook aan de warme gezellige kamer, waar vast straks chocolademelk klaar zal staan met wat lekkers er bij.
Ze hebben het niet ver mis. Als ze huiverend van de kou binnenkomen, staat de ouderwetse kolenhaard gezellig te vlammen en daar bovenop staat een ketel dampende chocolademelk. Uit de keuken haalt oma voor ieder een stuk banketstaaf. „Mmmm...." zegt Harmen. Hij wil toch even wat vriendelijks zeggen. „U verwent ons maar, oma!”
Oma lacht, haar goedig rimpelgezichtje wordt heel klein. „Je weet niet, hoe gezellig ik 't vind, als ik eens iemand kan verwennen, jongen.”
Harmen kleurt een beetje en weet niet wat hij zeggen moet. Margriet wipt al vlug de kamer rond en moet nu toch echt haar nieuwe jas laten zien.
„Draai je eens om, " zegt oma en ze betast de zachte wollen stof.
„Mooi hoor, keurig...." prijst ze. „En heb je er ook zo'n streepsjaal bij? Die hoort er toch bij? ”
Margriet proest „O oma, dat u dat weet!
Ik vraag er een voor m'n veijaardag."
„Nou, 'k heb m'n ogen niet in m'n zak hoor, " foetert oma lachend. „Hang 'm maar netjes weg, zo'n mooie jas.”
Dan valt haar oog ineens op Harmen. Met een gezich waarop zowel geamuseerdheid als ergernis is te lezen, kijkt hij toe.
Harmen is veranderd, ziet ze plotseling.
Hij is niet meer zo open als vroeger.... „Wat is er, Harmen? " vraagt ze. „Vind je de jas van Margriet niet mooi? ”
„Och...." Harmen kijkt naar zijn zus, die er nu in haar zachte jumpertje en de bijpassende geruite kousen uitziet alsof ze zo uit een engels tijdschrift is weggelopen.
„De meisjes bij ons op school zien er heel anders uit..." moppert hij.
Oma legt nadenkend haar handen over elkaar. „Dat geloof ik graag. En de jongens zullen zeker ook wel.... eh.... modern zijn.”
„Ja, nou en of!" , , 't Valt niet mee, hè, om altijd anders te zijn, " zegt ze mild.
Harmen slaat zijn ogen neer voor haar klare blik. Kijkt ze nu tot op de bodem van zijn hart?
Die avond kan Harmen niet in slaap komen. Hij hoort de ouderwetse pendule beneden de uren weg slaan: elf, twaalf, één uur.... Beneden hoort hij zacht gestommel, Oma is ook wakker zeker. Zij slaapt altijd beneden, als Margriet en hij er zijn. Hij gebruikt nu haar kamer. Dat vindt ze rustiger, want dikwijls slaapt ze slecht 's nachts. Harmen glimlacht even in het donker. Oma smeert midden in de nacht beschuiten en schrijft brieven......
Eindelijk valt hij in een onrustige sluimer. Hij kan nog niet lang geslapen hebben, als hij opeens wakker schrikt Half in z'n slaap heeft hij iets gehoord. Een zacht klagend geluid ws 't. Met wijd opengesperde ogen luistert hij. Droomde hij nu of was er echt iets? Maar dat zachte roepen — of wat was het — hoort hij niet meer.
Hij wil rechtop in bed gaan zitten, als er ineens iets anders is: een schuivend geluid en.... praat daar nu iemand?
Onrust overvalt hem. Wat is er aan de hand? Is oma niet goed geworden? „Oma wordt oud...." Hij hoort weer moeders stem. Of is daarbeneden iemand, die wat in z'n schild voert? Het zweet breekt hem uit en hij gooit met een zwaai zijn benen naast het bed. Hij gaat kijken, hij heeft geen rust meer. Op z'n tenen loopt hij naar de deur en begint muisstil de trap af te gaan. Stil, wat is dat? Er knarst iets beneden - dat is de klep van de sekretaire, En nu hoort hij' tduidelijk, daar is weer die stem. Een scherp fluistergeluid is 't. Harmens hart bonst Iets zegt hem dat het daar in de kamer niet in orde is.
Nu nog drie treden.... De kamerdeur staat op een kier. Een smalle lichtstreep valt in de gang. Nu kijken.... hij móet 't weten! Voorzichtig buigt Harmen zich voorover. Maar wat hij dan ziet, doet hem beven van schrik. Daar zit oma, in haar nachtjapon op een stoel.... vastgebonden! En vlakbij haar, met de rug naar hem toe, graait een kleine man in een beige tweedjasje tussen oma's paperassen. Oma's portefeuille gooit hij in een grote tas, die op tafel staat. „Is er nog meer geld? Sieraden? Tafelzilver? " hoort hij hem dreigend vragen.
In paniek trekt Harmen zich terug. Een inbreker, die alles leeghaalt! En die misschien nog wel meer zal doen! O oma, lieve arme oma! Hij probeert na te denken, maar hij kan zijn gedachten niet ordenen. Zal hij wachten tot hij weg is en dan oma bevrijden? Zal hij naar binnen gaan en de inbreker verrassen? Dat kan niet, misschien is hij gewapend. Hij moet iemand waarschuwen. De buren dan? Maar dat zal hij horen, vast en zeker.
Koortsachtig piekert hij. Bellen kan ook niet, want de telefoon is in de kamer. Ja tóch.... Boven is ook een toestel, op oma's slaapkamer. Snel neemt hij een lange stap naar boven. Hier blijven kan hij in ieder geval niet. Waarschijnlijk denkt die vent dat oma alleen thuis is. 't Is een lelijke misrekening voor hem, dat ze nu juist beneden slaapt.
Wat kraakt die trap.... Au! Nu stoot hij z'n voet weer tegen een kast. Eindelijk is hij weer op oma's kamer. Tastend gaat hij verder. Hier is het nachtkastje.... ja, daar is het toestel.
Opeens schrikt hij opnieuw. Hij weet 't nummer niet! En kan hij wel licht maken? „OHeere, help me, ik moet oma redden, " smeekt hij in zichzelf.
Zou oma 't nummer soms op de kiesschijf hebben geschreven? Hij móet licht hebben, al is het maar voor even. Met trillende vingers knipt hij 't bedlampje aan. Pang! Wat een knal geeft die schakelaar. Ja, 't staat er op: Politie 130333. Nu gelijk maar draaien ook, anders moet hij 'tin het donker doen.
Zenuwachtig bijt hij op z'n knokkels. Hij moet iets doen om 't geluid van de telefoon te verzachten. Wacht eens even, hij kan een deken gebruiken. Vlug trekt hij de bovenste deken van het bed, doet die over zijn hoofd en buigt zich over het toestel. Nog even een klein beetje licht en dan móet hij 't proberen. Z'n hart bonkt in zijn keel, als hij de cijfers draait. Voor zijn gevoel moet het geratel buiten te horen zijn.
„Politiebureau Maasdrecht!”
„Met Harmen den Dekker. Er is een inbreker in huis!" Zo zacht mogelijk praat hij, de deken trekt hij dicht om zich heen.
„Wat is 't adres? ”
„Anjerstraat 53. Vlug komen, m'nomazit vastgebonden!”
„En waar ben jij dan? " „Boven. Kom vlug!" „Rustig maar, we komen. Blijf waar je bent!”
De stem aan de andere kant van de lijn is nuchter en zakelijk.Harmen wordt er zelf ook kalmer van.
Hij legt de hoorn op de haak, maar schrikt van 't belletje, dat dat veroorzaakt. O, wat dom! Hij luistert even scherp en als hij niets bijzonders hoort, legt hij de deken terug en doet het lampje uit. Nu heeft hij alles gedaan. Nu blijft alleen nog wachten en bidden.
Een paar tellen later staat hij toch op en sluipt naar de overloop. Wat is het toch stil beneden, hoe komt dat? O, nu hoort hij weer een stem, heel zacht. Harmen kan 't bijna niet verstaan.
„Nee, dat niet.... dat mag je niet pakken!”
„Hou je mond. Waar zijn die sieraden nu? "
„Daar in 't buffetje. Maar die statenbijbel magje niet. Die is nog van m'n man. En 't is Gods Woord, dat kan ik niet missen..." „Denk je dat ik me om God bekommer? En nu geen woord meer!”
Bevend luistert Harmen. Oma durft wel voor haar overtuiging uit te komen! „Maar God bekommert Zich wel om jou! God ziet jou hier en Hij weet watje doet. Als je in die Bijbel leest, zuljedatte weten komen.”
O oma, zwijg toch, denkt Harmen radeloos. Maar tegelijkertijd maakt 't feit, dat ze niet zwijgt hem trots en ontroerd. Hij voelt een kleur in z'n gezicht omhoog-
stijgen. Hier geeft oma hém ook een lesje. Zij durft wél anders te zijn, omdat ze anders is - van binnen. Scherp ziet hij opeens zijn eigen tekort.
En dan gebeurt er plotseling van alles tegelijk. Er is een harde bons in de kamer, gerinkel van glas en er zijn luide stemmen. Een gebogen gestalte vliegt de gang in en rukt de voordeur open. Härmen gilt, maar op de stoep zijn blauwe uniformen en in een oogwenk is de dief overmeesterd.
In de kamer is een jonge agent bezig de touwen, waarmee oma is vastgebonden, los te maken. Een golf kou dringt door de tuindeuren naar binnen. Zo moet de inbreker de kamer in zijn gekomen. Snel schuift de agent de zware gordijnen er voor.
„Harmen, " stamelt oma. „Ben je wakker geworden? ”
„Ja, 'kheb alles gehoord. Maar ze hebben hem te pakken hoor, kijk maar.”
In de deuropening staat de inbreker, met de handboeien al om, klaar om weggevoerd te worden. Pas nu ziet Harmen zijn gezicht. Een kleurloos mannetje is het, met grijze ogen, die verbaasd en woedend naar Harmen staren.
„Ja, " zegt die wraakgierig, „ik heb de politie gebeld.”
„Harmen!" vermaant oma. Het avontuur schijnt haar weinig geschokt te hebben. Ze komt moeilijk overeind, loopt naar de boekenkast en haalt er iets uit. Het is een bijbeltje, ziet Harmen.
Tot ieders verbazing gaat ze naar de inbreker toe en stopt het in de zak van zijn jasje.
„Hier, " zegt ze, „je wilde toch zo graag een Bijbel hebben? Dit mag je houden.”
Het is een paar uur later.
Margriet is door alles heen geslapen. Wat zal ze opkijken, als ze alles hoort, denkt Harmen. Ze zal aflopen als een wekker. Zelf ligt hij nu ook weer in bed. Beneden in de kamer zit de buurman, die zal de rest van de nacht blijven. Toen hij al dat lawaai hoorde, was hij ongerust komen kijken.
Harmen moest alles tegen de agenten vertellen en een van hen schreef het nauwkeurig op. Oma was verschrikkelijk trots toen hij zei: „U hebt een flinke kleinzoon, mevrouw!" Maar later stortte ze helemaal in. Ze begon hevig te rillen en de buurvrouw had haar vlug naar bed geholpen. „Probeer nu maar lekker te slapen, " had ze vriendelijk gezegd. „Mijn man blijft nu hier en morgen zien we wel verder.”
En ze had hém, Harmen, ook naar boven gestuurd. Hij was maar al te graag gegaan, want hij had opeens 't gevoel dat hij wel een deuntje zou kunnen huilen.
Dieper duikt hij weg onder de dekens. Nu heb ik toch nog een avontuurlijke kerstvakantie, bedenkt hij doezelig. Zoiets zal wel niet één van de jongens uit m'n klas meemaken.....
Dan valt hij — eindelijk — in een diepe slaap.
Dordrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1984
Daniel | 32 Pagina's