JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Tot sterkte in de dag der benauwdheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tot sterkte in de dag der benauwdheid

11 minuten leestijd

De profeet Nahum is misschien in z'n tijd wel versleten voor een „zware dominee". De boodschap die hij brengt is bepaald niet vleiend voor zijn hoorders. Hij moet de gerichten van God aankondigen. Op dichterljke wijze beschrijft hij in het eerste hoofdstuk de verschrikkelijke kracht van God, voor Wie de bergen beven en de zeeën verdrogen. De grimmigheid van God wordt vergeleken met een vuurstroom, waarvoor niets en niemand stand houdt. De rotsstenen worden van Hem vermorzeld.

Maar hoor Nahum heeft ook nog een andere boodschap. Het is als het suizen van een zachte stilte, als de man uit Elkos zegt: „de HEERE is goed, Hij is ter sterkte in de dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen." De God, Wiens Woord Nahum verkondigde is een geweldige God. Een God, Die het niet kan dulden, dat de eer die aan Hem toekomt aan andere goden wordt gegeven. Daarom worden Zijn vijanden weggeblazen. Hij zal Zijn haters wijd en zijn, veijaagd, verstrooid doen zuchten.

Gods toorn is een uitlating van Zijn rechtvaardigheid

Is God dan enkel toorn en gramschap? Nee, zegt Nahum, de HEERE is goed. Het toornen tegen Zijn vijanden mag niet als een hardheid in God worden aangemerkt. Het is een uitlating van Zijn rechtvaardigheid, waartoe Zijn absolute goedheid Hem evenzeer noodzaakt, als dat ze Hem barmhartig doet zijn. Grimmigheid is de keerzijde van Zijn barmhartigheid. Gods goedheid mag niet verward worden met goedigheid en toegeeflijkheid, alsof de HEERE heel goed zou zijn, als Hij bijna alles door de vingers wilde zien.....

Zo'n goedheid is er niet bij God. Als de HEERE zo deed, dan zou Hij kwaad zijn en niet goed. Maar omdat Hij goed is, daarom heeft Hij een heilig misnoegen over alle kwaad. Dat Hij toornt over de zonde is juist een bewijs van Zijn goedheid.

De HEERE is goed. Tot dit geloofsgetuigenis komt geen mens van nature uit en van zichzelf. Integendeel: wij komen met onze tegenwerpingen. Als God goed is, waarom is dan de zonde in de wereld gekomen; had de Heere dat niet kunnen verhinderen? Als God goed is, waarom dan al die ellende en ziekte in de wereld? Waarom al die rampen? Zo redeneert en rebelleert de natuurlijke mens.

En ook na ontvangen genade worden Gods kinderen met smart gewaar, hoe ze uit en van zichzelf altijd weer in verzet komen tegen de wegen en werken van de Heere. Wat komen er vaak een „waaroms" op in ons weerbarstige hart.

De Heere is goed

En toch de HEERE is goed. Die goedheid bestaat vooral daarin, dat Hij Zelf het allerhoogst en eeuwig goed is. Hij is de Bron van alle goed. Wat is er, dat wij niet uit de hand des Heeren ontvangen? Hij is, zo zegt de Ned. Geloofsbelijdenis „goed en een zeer overvloedige Fontein aller goeden".

In de eerste plaats getuigt de ganse wereld van die goedheid Gods. Hij draagt en verdraagt nog een zondig mensengeslacht.

Hij waarschuwt hen door Zijn goedheid.

Hij zendt hen Zijn Woord, waarin Hij Zijn goedheid openbaart in het zenden van Zijn Zoon. Hoewel wij naar God niet vragen, wil God in onbegrijpelijke goedheid nog naar óns vragen.

De dag der benauwdheid

De HEERE is goed. Hij is uitermate goed. Daarom is Hij ook ter sterkte in de dag der benauwdheid.

Als Nahum spreekt van de dag der benauwdheid heeft hij bijzonder het oog op

de gerichten van God, die op de aarde zijn. Wij weten allemaal wel en we voelen het allemaal, dat we in een benauwende tijd leven. Rondom ons (en bij onszelf? ) zien we, dat verzwakking van het normbesef hand over hand toeneemt.

Wat we opmerken is een groeiende geestelijke verschraling, een materialistische levensinstelling, een geperverseerde sexualiteit, enz.

Almeer komt openbaar, dat niet God de grondwet van het leven voorschrijft, maar het eigen „ik"; dat niet de dienst van God de vreugde van het hart is, maar de kultus van de zonde.

De tijd komt, dat God Zijn algemene goedheid intrekt en Zijn toorn gaat openbaren. Beginnen we daarvan niet reeds iets te zien?

Waarom is er ekonomische misère, zoveel onvrede en onrust, onveiligheid en spanning? Oorlog en revolutie sluipen als een dreiging om ons heen.

Onze welvaart en rust — ze zijn niet stevig gefundeerd.

We komen het zo langzamerhand wel aan de weet.

De wereldpolitiek?

De supermachten van de wereld tiranniseren onze aarde zodanig, dat we het niet anders dan satanisch kunnen noemen. Ze hoeven ons niets meer wijs te maken van ideële bedoelingen van Verenigde Naties, Veiligheidsraad en ontwapening. De harde werkelijkheid leert ons anders.

Op alle mogelijke manieren wordt geprobeerd om de vrede te bewaren, maar ondertussen gaan de wapenleveranties aan landen en volken in snel tempo door. En wat voor wapens.... De oude knots van Kaïn is tot het uiterste geperfektioneerd. Waar moet dat op uit lopen? Kaïns nageslacht heeft altijd de vreselijke gewoonte gehad om elk uitgevonden wapen te gebruiken.

Er is beklemmende vrees voor de dingen die komen gaan, doemdenken.

De wereldmacht is nog altijd, zoals Nahum typeert in het derde hoofdstuk: „de bloedstad, gans vol leugen en verscheuring”

Dat ondervindt de christelijke kerk wel aan den lijve.

Wij weten van landen, waar de kerk strijdt en zucht en sterft onder de wereldmacht.

Gods tijd komt

God is wel zeer lankmoedig en geduldig, dat Hij dit alles toelaat. Is Hij niet veel te lankmoedig en geduldig?

Nee, Nahum verzekert ons dat Gods tijd komt. Voor Zijn geweldige kracht zal de wereldmacht wegstuiven als kaf voor de wind.

En die God, Wiens weg is in wervelwind en storm, maakt onderscheid. Als God Zijn ontzaggelijk werk zal doen, zal Hij voor allen die op Hem hopen een toevlucht zijn. Zij zullen niet voor niets bij de Heere schuilen.

Nahum heeft dit gezegd vanuit de schaduwen. We mogen het nu zeggen vanuit het licht van de nieuwtestamentische dag.

DE Schuilplaats

Welk een schuilplaats, welk een sterkte de HEERE is, is ten volle openbaar geworden, toen DE schuilplaats in Christus op aarde kwam. Toen werd de HEERE een schuilplaats tot in de allervreselijkste benauwdheid van schuld en dood en oordeel toe.

Op Golgotha waren de wolken der donkerheid; daar brak de storm in alle hevigheid los. Christus ging er aan ten onder, maar daardoor werd Hij tevens een verberging tegen de wind en een schuilplaats tegen de vloed. In Christus is de HEERE ter sterkte in de dag der benauwdheid.

Dat heeft Nahum reeds van ver profetisch gezien en Hij heeft er van gezongen boven de gerichten uit. Hij heeft het geloofd en beleden: de HEERE is goed, Hij is ter sterkte in de dag der benauwdheid. In het offer van Golgotha ligt het enige fundament van deze sterkte.

Is Christus ook onze schuilplaats?

Wat een wonder, wat een genade: er is temidden van de toenemende wereldbenauwing en werelddreiging vanwege de oordelen Gods, een Schuilplaats, een Sterkte! Hebben we er naar leren vluchten? Dat is toch immers noodzakelijk, want van nature verkeren we allen buiten deze Schuilplaats! Dan zoeken we overal hulp en redding, behalve bij de Heere. Voor wie is de HEERE werkelijk tot sterkte?

Dat is hij voor hen die er persoonlijk weet van hebben, dat de HEERE hen betrekt in Zijn gericht.

Het wordt voor ons een dag van benauwdheid als de HEERE ons ontdekt aan zonde en schuld. Dan gaan we niet meer zo luidruchtig door het leven, maar gaan we de ernst ervan beseffen. Dan ontstaat de droefheid naar God, die een onberouwe-

lijke bekering tot zaligheid werkt. We gaan zien dat er geen onrecht zou zijn bij de Heere, als Hij nooit meer naar ons omzag.

Maar toch kunnen we de Heere niet loslaten. We blijven ondanks alle bestrijding en aanvechting roepen, bidden en worstelen. En waar onze wegen doodlopen, wil Hij Zelf de weg der verlossing openen en wijzen op Hem, Die tot sterkte is in de dag der benauwdheid.

Want nu is dit het wonder van Gods genade, dat de HEERE op degenen die naar Hem zoeken in gunst wil neerzien. Hij woont in het Hoge en Verhevene, maar Hij ziet ook met een oog vol ontferming neer op hen die voor Zijn Woord beven! Nahum zegt dat met deze woorden: Hij kent hen, die op Hem betrouwen; die bij Hem schuilen in alle nood en dood.

Gods kennen is een kennen der liefde

De HEERE ként ze! We moeten dat woord niet opvatten in de zin, waarin wij het vaak gebruiken. Dat de HEERE de Zijnen kent, wil zeggen dat de HEERE ze door en door kent, als degenen die Hem toebehoren. Het is een kennen der liefde. God kent hen niet met een koude, onbewogen, wetenschappelijke kennis, maar met een volle, bewogen, persoonlijke kennis der liefde en der ontferming. God kent Zijn volk in Christus!

Dat wil in de eerste plaats zeggen: Ik heb hen lief met een eeuwige liefde. Die liefde Gods is ondoorgrondelijk diep. Zijn kinderen gaan Hem ter harte. Het wil ook zeggen: omdat de HEERE Zijn volk kent, kunnen zij Hem nooit tegenvallen. We vallen onszelf wél tegen. We vergeten de Heere zo dikwijls, hoe flink we ook zingen: , , 'k Zal Hem nooit vergeten " We kunnen niet op onszelf aan, want de zonde voert ons mee als een wind, en we vallen vaak, eer we het hebben vermoed. Maar nooit is Zijn volk een ogenblik uit Zijn hart, Zijn gedachten, Zijn oog. Hij handelt met hen naar hun ontrouw niet. Hij kent de Zijnen; Hij kent hen, die hulpeloos tot Hem komen; Hij kent ze in hun zonden en gebreken, maar ook in hun roepen om genade en barmhartigheid. Uit dat kennen vloeit voort, dat Zijn volk ook HEM meer en meer leert kennen. De Heere Jezus zegt niet alleen: „Ik ken de Mijnen", maar voegt er aan toe: „en Ik word van de Mijnen gekend”.

Zij leren Hem kennen als Degene, Die altijd weer de Eerste is en ook de Laatste zal zijn. Hij laat het werk van Zijn handen niet varen.

En jij?

Hij kent hen, die op Hem betrouwen! Laat de vraag bij je leven: ken ik de Heere, en wórd ik van Hem gekend?

Is Hij mijn Sterkte in de dag der benauwdheid? Dat moet voor ons een levensvraag zijn of worden.

Hoe nodig is het in Hem geborgen te zijn in de bange tijd van de botsing der volken. In dit Schriftwoord ligt een toetssteen voor ons allen.

Een herder kent zijn schapen. Hoeveel te meer geldt dat van Jezus, de grote Herder der schapen. Hij weet wie waarlijk de Zijnen zijn, maar ook wie het niet zijn. Er zijn (jonge) mensen, die op een wereldse of godsdienstige wijze zichzelf gemakkelijk gerust weten te stellen ten aanzien van de dingen die komen gaan. Ze houden het er maar voor dat het wel in orde zal komen. De Heere ziet ze, kent ze, die de naam hebben van te leven, maar toch dood zijn. „Hij kent hen, die op Hem betrouwen", dat is vol rijke troost.

Maar daar tegenover staat: „Ik heb u nooit gekend.”

Dat zal Hij zeggen tot allen die maar een beetje meeliepen en meenden Hem niet nodig te hebben en voor eigen rekening hun levensweg gingen. Weet: Gods hand is nog tot je uitgestrekt!

Wie geleerd heeft voor God te beven, zal ervaren dat hij bij de HEERE ook schuilen kan. Want Hij heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden om voor verlorenen tot een Schuilplaats te zijn.

En nóg mag in de voortschrijdende wereldontwikkeling naar het einde, het kruis van Christus worden opgeheven in de prediking van het Woord, en mag de nodiging gehoord worden: Wend u naar Mij toe, en word behouden!

Er zijn geen zondaren teveel, er zijn geen zonden te groot, er zijn geen mensen te slecht, om niet tot God bekeerd te kunnen worden. Er is genade bij God. Roep Hem dan aan in de dag der benauwdheid.

Welgelukzalig, die in een wereld vol onrust geborgen mag zijn in God. Dat is veiligheid temidden van de gevaren. Dat is vastheid temidden van zoveel dat wisselt en verandert, temidden ook van eigen zwakheid en wankelmoedigheid.

De HEERE is goed, Hij is ter sterkte in de dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen!!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1984

Daniel | 32 Pagina's

Tot sterkte in de dag der benauwdheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1984

Daniel | 32 Pagina's