JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

GEORGE, je vader heeft je lief

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEORGE, je vader heeft je lief

Vervolgverhaal deel III

6 minuten leestijd

als de verloren zoon in de Bijbel". Maar ik durf niet. De verloren zoon was niet zo slecht als ik, ik heb gestolen, hij niet. Ik heb met mijn vader gevochten, hij niet!" „Zorg, datje met de kerst thuis bent", zegt de jonge boer. „Kerstfeest is Christusfeest. Welke vader zou zijn zoon op dat feest de deur wijzen? Toe George, sta op en ga”.

„Als ik eerst maar vijfhonderd dollar heb, dan durf ik wel". „De verloren zoon had niets meer George. Hij had alleen maar schuld. Toch stond hij op en ging naar zijn vader. Met een lege portemonnee, met lege handen, maar met een hart dat oprecht schuld beleed, dat erkende: Ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u". „Als ik maar wist dat hij me liefhad", zegt George zacht. „O, als ik dat wist dan....”

George Smith, keer terug! Je vader heeft je lief

Een dag of tien voor Kerst rijdt George naar de stad om inkopen te doen voor zijn vrienden. Hij blijft de nacht over in een herberg en om de tijd wat te doden, neemt hij de krant die in de gelagkamer ligt mee naar zijn kamer. Zijn ogen gaan vluchtig over de koppen op de voorpagina. Plotseling houdt hij de adem in. Daar staat zijn naam! „George Smith", leest hij, „keer terug, je vader heeft je lief”.

Nog twee

„’k Heb er nog twee over". In „Maryhoeve" zitten Joe en tante Manda tegenover elkaar aan de tafel, de lamp tussen hen in. „Ik spijkerde de eerste op een boom, daar waar de grote weg het bos inbuigt. Ik timmerde een strookje op een houtvlot dat de rivier afzakte. Ik bevestigde er één aan de brugleuning en één aan de deur van de oude herberg aan de weg naar de stad. Ik vroeg aan een boer, die aan de rand van het gebergte woont om een pot witte verf. Ik schilderde met levensgrote letters m'n boodschap op de steile, grauwe rotswand. Ik was er bijna een dag mee bezig. Ik zette een advertentie in de stadskrant. Ik zei dat ze hem er elke dag in moesten plaatsen tot de kerst. Ze keken me aan of ik niet goed bij m'n verstand was, maar toen ik drie maanden vooruit betaalde, bogen ze als knipmessen. Nu heb ik er van de honderd nog twee over. Eén spijker ik aan het hek en één op de deur”.

De verloren zoon

„Het ga je goed, George". Met deze welgemeende wens van zijn vrienden nog in de oren, stuift George op zijn paard over de wijde vlakte. Vijf dagen rijden, dan is hij thuis. Als hij geen tegenslag heeft, kan hij op zijn vier en twintigste verjaardag bij zijn vader zijn. Hij spoort, z'n paard tot nog groter spoed aan en vergt bijna te veel van het dier. De vierde dag rijdt George zo snel niet meer. De twijfel komt opzetten. „George Smith", wie zegt dat hij dat is?

Er wonen misschien wel honderden mannen in Amerika die Smith heten en misschien wel tientallen die George heten, net als hij. Tegen de middag bereikt hij het gebergte. Gelukkig, hier voelt hij de snerpende kou wat minder. De zon blikkert op de grauwe rotswanden waar witte vlekken hel oplichten. Vogels? Maar ze zitten zo stil. George zet zijn paard wat aan. Oh, daar.... daar staat in grote witte letters dezelfde boodschap als in de krant.

„George, je vader heeft je lief'.

Die avond bereikt hij de oude herberg en als hij afstijgt bij de deur, ziet hij dat er een strookje perkament op is gespijkerd. „George, je vader heeft je lief’.

Hij peutert het los met zijn mes. De herbergier komt naar buiten stuiven. „Laat dat zitten", roept hij, „dat moet er op blijven!" „Wie heeft dat gezegd? " vraagt George in grote spanning. „Joe Smith van de Maryhoeve. Het is een boodschap voor zijn zoon". „Dan kan het er wel af', antwoordt George schor. „Ik ben die zoon, de verloren zoon”.

Thuis

George rijdt spoorslags op huis aan. Het heeft een beetje gesneeuwd vannacht. Als er niets in de weg komt, zal hij vanavond thuis zijn. Kerstdag en tevens zijn verjaardag. Even komt de twijfel de kop weer opsteken, maar als hij tegen de middag weer een reepje perkament vindt, dat aan een boom bij de ingang van het bos is gespijkerd, glimlacht hij blij. Nu heeft hij er twee. Wat een moeite heeft zijn vader gedaan om hem terug te krijgen. Zijn schuld weegt dubbel zo zwaar nu. Eindelijk bereikt hij de grond van zijn vader. In het heldere maanlicht is alles zo duidelijk als overdag. Er schiet een brok in zijn keel als hij onder de populier de grafheuvel van zijn moeder ziet. Hij komt bij het hek. „George, je vader heeft je lief'. Hij trekt het los en steekt het in zijn zak. Nu heeft hij er drie. Hij komt bij het raam en kijkt naar binnen.

Tegenover elkaar, de lamp in het midden, zitten zijn vader en tante Manda. Snel loopt hij naar de deur, het paard met zich meetrekkend. Daar vindt hij het vierde briefje. Nu heeft hij er voor elk jaar één. Hij rukt de deur open. „Vader, hier ben ik. Hebt u me toch nog lief? !”

Tante Manda kan geen woord uitbrengen van blijdschap. En de oude Joe Smith lopen de tranen over de wangen als hij zijn zoon tegen zich aandrukt. „Vader ik heb gezondigd, ik ben niet waard uw....”

„Stil George, ik ben verkeerd geweest". „Nee vader, ik heb gestolen en u uitgescholden en geslagen". Tante Manda loopt naar de keuken. Ze komt terug met brood en boter en een hele gebraden gans. 't Is alsof ze wist dat hij vandaag terug zou komen.

„George, wat ben ik blij, wat ben ik blij", stamelt Joe.

„Het geld vader”.

„Daar praten we niet meer over, ik heb ook fouten gemaakt. Alles is mijn schuld”.

„Nee vader!”

„Ja George”.

„Nee, 't is mijn schuld”.

„We zijn het nog steeds niet eens", lacht

Joe. „Ga zitten jongen en eet". „Eerst het paard vader”.

Maar dat heeft zelf de weg al gevonden naar de stal. Het krijgt een extra bak haver. Dat wordt een goede kerstavond op Maryhoeve. De mooiste die er ooit werd gevierd. Vóór ze naar bed gaan, legt tante Manda de Bijbel op tafel, ze zoekt een hoofdstuk uit en schuift het Boek naar Joe. Deze leest met een bewogen stem. „Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe". In de stal hinnikt luid en vrolijk het paard.

Vrij naverteld naar „ Verhalen voor de Kersttijd" door Anne de Vries.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1983

Daniel | 32 Pagina's

GEORGE, je vader heeft je lief

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1983

Daniel | 32 Pagina's