Kerst in lzi
„Pam Pam." Niemand antwoordt.
In het huis van zendeling Visser slaapt iedereen nog. Maar dat duurt niet lang meer. Opnieuw en nu harder roept iemand: „Pam Pam.”
De kleine Sjoerd is de eerste die reageert op het aandacht trekkende geroep van buiten. Hij gaat staan in z'n ledikantje en geeft een ruk aan het touw van het rolgordijn. Met een klap schiet dat omhoog. Zie zo, nu kan hij tenminste zien wie daar buiten staat. Na dit luidruchtige opentrekken van de gordijnen is spoedig geheel huize Visser ontwaakt. Het is zes uur in de morgen.
Rondom de waterput staat een druk pratende groep vrouwen en kinderen te wachten op de emmer met het touw. Als je vergeet om die 's avonds buiten te zetten, dan word je daar 's morgens vroeg dor „pam pam"-geroep wel aan herinnerd.
„Wie vertaaltje vanmorgen? ”
„Augustin, de chauffeur." Hierop volgt de gebruikelijke kibbelpartij over wie wel en wie niet mee mag. Maar vandaag is dat probleem gauw opgelost: „Tjerk en Ralf mogen vanmorgen mee en vanmiddag gaan we met z'n allen.”
Natuurlijk moet Hester hier huilend tegen protesteren. Om half negen zitten Tjerk en Ralf al voorop de tank van de motor te wachten als Augustin aan komt wandelen. Even later wapperen hun blonde haren in de wind als ze op weg zijn naar Ndibokote. Vrolijk zwaaien ze naar alle voorbijgangers, die even vrolijk de groet beantwoorden.
Bij de kerk aangekomen, zijn de vrouwen al druk bezig met vuren aan te leggen. Grote pannen worden gevuld met water en rijst en aan de kook gebracht. Enkele mannen komen met een forse geit aan. Nog lang zal er over deze dag nagesproken worden. Immers, een maaltijd met een goed stuk vlees is een zeldzaamheid.
Als de meest noodzakelijke voorbereidingen getroffen zijn, begint de dienst. Er wordt gezongen: O du mu biribiri le Jizösu Kereshi. Be bu mu be oocho. (Ik ben verbaasd dat Jezus Christus naar mij zoekt.)
Dat is ook het thema van die ochtend: Hij zoekt het verlorene en maakt verlorenen zoekend, vindend en predikend" (Lukas 2 : 17). Na de dienst is er gelegenheid tot vragen stellen. Niemand heeft deze keer iets te vragen maar er is wel iemand met een voorstel: Moeten wij niet doen zoals de herders deden? Moeten ook wij niet uitgaan en bekend gaan maken wat we gehoord hebben? ”
Aldus wordt besloten. Het werk wordt verdeeld. Sommigen gaan verder met de 'voorbereidingen voor de maaltijd, terwijl de anderen al zingend het dorp intrekken onder leiding van de derdejaars bijbelschoolstudent, Michael Opoke.
Na hen beloofd te hebben 's middags terug te komen met vrouw en kinderen, gaan wij weer richting Onuenyim.
's Middags maken we een toer langs de meeste kerken. Met z'n zevenen op de motor, het kan nog net nu de kinderen nog niet zo groot zijn. Het wordt een fijne middag. De mensen
waarderen het erg dat we belangstelling tonen en dat we met het hele gezin komen. Iemand zegt: „De Heere heeft u rijk gezegend", als hij onze vijf blonde kopjes telt. Zo voelen we ons ook.
Overal moeten we een hapje mee eten. Rijkelijk wil men ons laten delen in het vlees, hoe weinig ze er zelf ook van
hebben. Het blijkt, dat men in bijna alle gemeenten op evangelisatietocht is geweest. De vrucht des Heeren. Lukas 2 : 18: n al die het hoorden verwonderden zich over wat de herders hen vertelden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1983
Daniel | 32 Pagina's