Rosalinde wil knikkeren (1)
„Nou doeg! Ik ga hoor. Waar is Ton? " Rosalinde doet de keukendeur alvast open. Moeder kijkt op de keukenklok.
„Nee Rosalinde. Het is nu kwart over acht; om kwart voor negen gaat de school pas aan. Wacht nog maar even, anders moet Ton zo lang op dat koude plein lopen." „Nou, maar ik wil nu!" Rosalinde stampt met haar voet op de grond. „Nu is het knikkertijd! Het is helemaal niet koud op het plein en mijn vriendinnen zijn er ook al." Moeder kijkt Rosalinde verdrietig aan. „Je weet wat ik gezegd heb", zegt ze alleen maar. Dan gaat ze de trap op naar boven, want de baby huilt en wacht op de voeding.
Rosalinde is boos. Bah! Ze heeft expres vlug afgewassen en de hele aanrecht netjes opgeruimd. Onzin is het! Grote onzin! Waarom moet zij persé Ton meenemen achterop de fiets. Nou ja, Jan en Henk hebben geen bagagedrager, zij kunnen hun broertje niet meenemen. Zij mogen wel vroeg naar school, omdat ze vlug klaar zijn met afdrogen. En waarom mag Ton niet wat langer op het plein van de kleuterschool lopen. Er zijn toch zeker nog meer kinderen. Rosalinde zucht. Ze haalt haar schouders op. Eindelijk is het half negen op de keukenklok. Ton heeft z'n jas al aan en z'n das om. Hij heeft ook 'n tas bij zich. Daar zit een beker in. „Schiet nou op!" roept Rosalinde.
„Dag mam!" roept Ton onderaan de trap. „Dag Ton, dag Rosalinde." „Daag!" mompelt Rosalinde onverstaanbaar.
Dan gaan ze allebei de deur uit. Ton klimt achterop en Rosalinde fietst zo hard ze kan naar school.
Ze kijkt op haar horloge. Vijf over half negen. Twintig voor negen op school. Nog vijf minuten knikkeren. Da's kort. Maar ze weet wat! Voor ze tussen de middag thuis gaat eten, gaat ze eerst nog knikkeren met een paar kinderen. Dan wacht Ton maar wat langer.
Het is twaalf uur.
Ton loopt over het schoolplein. Z'n vriendjes zijn al naar huis om te eten. De andere kinderen van de klas zitten binnen boterhammen te eten, 'n eindje verder zit Rosalinde. Ze zit gehurkt op het plein bij een knikkerpotje. 'n Vriendin van haar, die ook tussen de middag naar huis gaat, knikkert mee.
Ton loopt naar hen toe. „Kom nou! Rosalin”
„Nee, wacht even. Nog één potje. Ga nog meer even spelen op het klimrek.”
„Je zegt iedere keer nog één potje", moppert Ton. Hé watakelig. Iedere middag moet hij zo lang wachten op Rosalinde. Hij vraagt steeds of ze meegaat, maar ze doet het toch niet. Hij heeft zin in brood. Hij kijkt in z'n tasje. Er zit alleen maar 'n lege beker in.... Hij loopt nog een paar keer heen en weer op het plein. Moeder, vader, Jan en Henk zitten vast al aan tafel.
Opeens weet Ton wat! Hij gaat gewoon lopen naar huis, alléén. Hij weet best de weg. Hij is al vijfjaar. Dan kun je toch zeker de weg naar je eigen huis wel vinden.
Ton loopt hetplein af, de weg op. Natuurlijk gaat hij niet midden op de weg lopen. Zo dom is hij niet. Hij moet aan de kant lopen, en als er een stoep is, op de stoep. Dat heeft de juf op school verteld.
Zie je wel, het gaat goed. Daar is het huis van zijn vriendje Peter al. En daar bij de hoek moet hij oversteken. Eerst goed kijken naar de éne kant, en dan naar de andere kant. Er komt een auto aan.
„Hé. Dat is auto van de buurvrouw." Ton zwaait. „Dag buurvrouw Toos!" De buurvrouw kijkt heel verbaasd. „Is dat Ton van de buren? Wat doet die alleen op straat? " Ze kijkt op haar horloge. Vijf voor half één. „Die moet allang thuis zijn." De auto stopt aan de kant. Buurvrouw Toos roept: „Hé Ton, wat doe jij hier? ”
„Ik ga naar huis", zegt Ton, „Rosalinde blijft op school, knikkeren." „Ja, maar jij moet niet alleen op straat lopen, dat is veel te gevaarlijk. Kom gauw! Rijd maar met mij mee. Dan ben je veel vlugger thuis.”
wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 december 1983
Daniel | 32 Pagina's