Sergei’s eerste jeugdsamenkomst (slot)
Peinzend kijkt Sergei even voor zich uit. Dan vervolgt hij:
„Maakt u zich maar niet ongerust over ons. Ik zal moeder heel goed helpen. Nét zo lang tot u weer bij ons bent. Pjotr wou u gaan opzoeken. Hij wilde niet slapen zonder uw nachtzoen. En hij zei, dat u eerst een lied met hem moest zingen. En bidden. Ik heb voor hem uw lied uit het bos gezongen. Met de gitaar. En ook heeft Pjotr gebeden voor u. Ik ga elke dag met Pjotr voor u bidden.
Mamma vindt het heel fijn. Veel liefs en een kus van Sergei.
O ja, ik heb Pjotr maar een nachtzoen van u gegeven. Hij is nog zó klein”.
Moeder is achter Sergei's stoei komen staan. Met haar hand op zijn schouder leest ze met Sergei de brief aan vader door.
Sergei is veel minder verdrietig nu hij voor vader, Pjotr en mij kan zorgen, ontdekt moeder opeens.
Als ze leest: „Ik zal moeder heel goed helpen. Nét zo lang tot u weer bij ons bent", golft er een onuitsprekelijk gevoel van dankbaarheid door moeder heen. De erge pijn om het gemis van vader verdwijnt er zo maar even door.
Moeder moet ineens weer aan vaders woorden denken: „Hoofd omhoog, vrouwtje. We hebben een Vader in de hemel. Hij laat ons nooit in de steek".
„Dank u Heere”, bidt ze stil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1983
Daniel | 33 Pagina's