Verwachting
k weet het wel, dat ik niet kan verwachten van mensen om mij heen, al menen zij het goed, dat zij mij zullen geven, hoop en moed en krachten. k weet, dat ik die van een Ander hebben moet.
k weet zo goed dat ik niet op mijzelf kan bouwen. n mij is niets, waarop ik steunen kan; dat van de Heere moet zijn verwachting en vertrouwen, en dat ik daarmee altijd verder kan.
n toch verlaat ik, altijd weer, de eeuw'ge vastigheden en ga dan dwalen in de dingen van de tijd, die ik met mijn gedachten wil ontleden en zo raak ik mijn Godsvertrouwen kwijt.
k val mijzelf dan elke dag weer tegen. O, Heere, stuur mijn verwachting, geef mij moed, de kruik van eigen kracht tot op de boom te legen en laaf mijn dorst dan uit Uw overvloed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1983
Daniel | 33 Pagina's