Een baan: pakken wat je pakken kunt?
„Pakken watje pakken kunt", is dat de juiste instelling bij het zoeken van een werkkring?
Het lijkt me zinvol dat je, voordat je verder leest, eerst deze vraag eens voor jezelf beantwoordt. Enkele antwoorden, waarvan je overtuigd kunt zijn dat ze door jongeren worden gegeven, laat ik hieronder volgen:
- Elke baan die ik krijgen kan, zal ik aanvaarden, want alles is beter dan werkloos zijn.
- Je hebt vandaag de dag nauwelijks nog iets te kiezen. Ik kan dus niet al te kieskeurig zijn, en zal inderdaad elke baan pakken die me wordt aangeboden.
- Ik vind datje elke baan moet aanvaarden, want werken is toch onze opdracht.
- Ik wil best heel ver gaan, maar ik ben niet zo gek dat ik alles maar aanvaard. Voor vies werk ben ik echt niet thuis.
- Ik pak echt niet alles. Dacht je dat ik voor niets een bepaalde opleiding heb gevolgd?
Was jouw antwoord hier ook bij? Hoe verschillend de antwoorden ook zijn, en ondanks het feit dat in de meeste wel iets van waarheid aanwezig is, kan ik me toch in geen enkel antwoord vinden.
God leidt ons leven
Als je bovengenoemde antwoorden nog eens doorleest, zal je misschien opvallen dat „ik" centraal staat. Maar is dat wel terecht?
Als je werk zoekt, is het dan zo dat jij dat zelf voor elkaar moet zien te krijgen? Beslis jij watje wel of niet wenst te aanvaarden? Mag ik eens een tegenvraag stellen: wat geloof jij van Gods leiding in jouw leven? Deze vraag is enerzijds waarschuwend bedoeld: denk niet dat jij je zaakjes wel even regelen kunt en zult; God regeert! Anderzijds ook bemoedigend: weet dat de moeiten en de spanning van het zoeken naar werk ook bij de Heere bekend zijn, en bid of Hij je eens willend wil maken met de weg die Hij met je gaat. Bid of Hij in een werkkring voor jou wil voorzien. Het benadrukken van de belijdenis dat ons aller leven door God bestuurd wordt, betekent zeker niet dat je met je armen over elkaar mag gaan zitten. Als je je verantwoordelijkheid beseft zul je ijverig proberen om aan de slag te komen. Je zult dit doen in het besef dat de uitkomst niet in jouw maar in Gods handen ligt.
Het doel van ons werk
Als we wat verder gaan nadenken over de vraag hoe onze houding moet zijn bij het zoeken van werk, dan zullen we een aantal punten moeten overwegen.
Allereerst moeten we ons afvragen wat de Bijbel zegt over het doel van ons werk. God Zelf roept ons tot de arbeid. In
Genesis 1 : 28 en 2 : 15 geeft God de mens de opdracht om heerschappij te hebben over al het geschapene, om de schepping te bebouwen en te bewaren.
Deze roeping is door de zondeval niet opgeheven. Wel is door de zonde aan alle arbeid zorg en moeite verbonden (vgl. Genesis 3 : 17 en vervolg).
De bijbelse roeping tot arbeid beperkt zich ook niet tot „werken in loondienst". Het gaat om al onze werkzaamheden. De Heere heeft recht op heel ons leven, en op alle tijd die Hij ons geeft. Het is daarom volstrekt onjuist te menen dat alleen de tijd die we in loondienst doorbrengen te maken heeft met de goddelijke opdracht tot arbeid, en de tijd daarbuiten niet. Het is evenzeer onjuist te denken dat iemand die (gedwongen) werkloos is, geen uitvoering zou kunnen geven aan deze opdracht. Noodgedwongen zal dat op een andere manier moeten dan men graag zou willen. Gezien de wijze waarop de Bijbel over arbeid spreekt, mogen we zeggen dat het
eerste doel moet zijn de dienst aan God: werken tot Zijn eer. Daarnaast kan gewezen worden op een verantwoord beheer van Gods schepping, en de strijd tegen de verwoestende en ontbindende krachten in de natuur. Arbeid is verder ook, als het goed is, dienst aan de naaste: ons werk moet dienstbaar zijn aan zijn welzijn. Tenslotte mogen we zeker ook erop wijzen dat we door onze arbeid in ons levensonderhoud kunnen voorzien.
Een baan of een goddelijk beroep
We zullen nu proberen deze algemene noties verder uit te werken naar het thema van dit artikel. Daartoe nemen we nu de eerste twee woorden van de titel wat nader onder de loep: een baan. Daarmee bedoel ik „betaald werk". De gedachte aan salaris klinkt er — althans voor mij — heel duidelijk in door. Je kunt je dan ook afvragen of bij het spreken over „een baan" of „baantje" de gedachte aan „een goddelijk beroep uitoefenen" wel tot zijn recht komt. Speelt bij het zoeken naar een werkkring het salaris en het hebben van werk op-zich dikwijls niet een veel te grote rol? Bij de uitdrukking „goddelijk beroep" denken we aan heel andere dingen. Dan denken we aan wat de Bijbel zegt over het doel van ons werk. Verder denken we in dit verband aan het dienstbaar maken van de ons geschonken gaven en talenten in ons beroep. Ook houdt het in dat je een beroep uitoefent waarin je je door God gesteld weet. Je zult met me eens zijn dat spreken en denken over een baan(tje) enerzijds en een goddelijk beroep anderzijds, meestal betekent dat men op verschillende golflengten is afgestemd.
Gaven en talenten
Als één van de facetten van het uitoefenen van een goddelijk beroep, het dienstbaar maken van je gaven en talenten is, dan is het wel van belang dat je deze eerst door scholing hebt ontwikkeld. Het komt me voor dat dit facet — ontplooien van je gaven en talenten — onder ons wel eens te weinig aandacht krijgt. Veel jongeren hebben zo'n haast om op de arbeidsmarkt te komen, dat ze vergeten dat MAVO, HAVO en VWO algemeen voortgezet onderwijs is, en geen beroepsonderwijs. Is het, ook niet kortzichtig om, na afronding van de middelbare schoolopleiding, de mogelijkheid tot goed beroepsonderwijs te laten liggen? Denk je dan niet teveel aan wat je allemaal zou kunnen doen met je eerste salaris? En wat moet je dan als het bedrijf waar je kon komen, je om de een of andere reden moet laten afvloeien? Ik zou je graag willen wijzen op het volgende advies van mevr. drs. Ginjaar-Maas, thans staatssekretaris voor Onderwijs en Wetenschappen: „Als leerlingen in de maatschappij van vandaag en van de toekomst aan de slag willen komen, moeten ze een beroepsopleiding volgen". Ze wijst in dit verband ook op de grotere kans op een werkkring voor jongeren die zo'n beroepsopleiding hebben afgerond.
Bij gaven en talenten moeten we ook in het oog houden dat God ze ons heeft geschonken. In Zijn ondoorgrondelijke wijsheid gaf Hij jou bepaalde gaven, terwijl Hij je andere onthield. God roept ons op om met datgene wat Hij ons schonk te woekeren. En dat tot Zijn eer. Ook dat is weer heel iets anders dan wat wij vaak ervan maken. Woekeren is bij ons vaak niet meer dan keihard werken.
In het kader van dit artikel wil ik er ook op wijzen dat er onder ons een grote verscheidenheid is aan geschonken gaven en talenten. Als je vraagt: „Hoe kan ik nu weten in welke richting de Heere wil dat ik een werkkring zoek? ", dan kan als antwoord onder andere gezegd worden: „Let op wat de Heere je aan gaven en talenten schonk." Van iemand die veel kapaciteiten heeft ontvangen, vraagt de Heere meer dan van iemand die minder heeft gekregen. Op grond van dit facet moeten we de vraag „Pakken watje pakken kunt? " ontkennend beantwoorden. Ik haast me echter om eraan toe te voegen dat wij in onze zondige hoogmoed vaak veel te hoge gedachten over onszelf hebben, en een baan ambiëren die buiten ons bereik ligt.
Wanneer je om je heen kijkt, zul je zien dat de grootste klappen van de werkloosheid vallen onder de laagst geschoolde jongeren. Zij worden op tal van plaatsen verdrongen door jongeren die meer geleerd hebben.
Onder hen zijn er velen die hunkeren naar betaald werk. Is het, behalve schrijnend, ook niet onrechtvaardig als deze groep jongeren op grond van hun geringere inventiviteit, hun mindere kapaciteiten of hun lagere tempo werkloos op de arbeidsmarkt blijven staan? Het gaat hier echter om een probleem dat je niet individueel kunt oplossen. Hier ligt een taak voor de overheid.
Laten we vervolgens eens kijken naar de woorden „pakken wat je pakken kunt". Ligt daar niet een stuk onverschilligheid in opgesloten? Zo in de trant van: „Je moet het niet al te nauw nemen; je moet niet al te kieskeurig zijn." Het dwingt ons na te gaan op welke manieren men het niet al te nauw zou kunnen nemen als met werk zoekt.
Welk werk past bij jouw niveau?
Hoe kieskeurig moetje zijn ais het gaat om het niveau van het werk. Moet het direkt aansluiten bij de opleiding die je hebt gevolgd, of moetje ook werk van lager niveau aanvaarden. Op zich zou er veel te zeggen zijn over het afstemmen van het opleidingsniveau op de arbeidsvraag.
Duidelijk is dat de grote werkloosheid ertoe geleid heeft dat de meer gekwalifïceerden de minder geschoolden in tal van fiinkties verdringen. De waarde van je diploma is nu veel minder dan een aantal jaren geleden. Zo heeft onderzoek bijvoorbeeld heel duidelijk aangetoond dat bezitters van een diploma van een hogere landbouwschool tegenwoordig gemiddeld lagere funkties aanvaarden dan enkele jaren terug. Dit verschijnsel is zeer algemeen.
De feitelijke situatie op de arbeidsmarkt dwingt je tot een verruiming van het terrein waar je eventueel zou willen werken. Dat is echter nog iets anders dan „pakken wat je pakken kunt". Overigens moetje ook niet denken dat de bedrijven voor iedere funktie proberen de sollicitant met het hoogste opleidingsniveau te pakken. Zeker in bedrijven waar in teamverband gewerkt moet worden, zal men (mogelijk door ervaring) het niveau in de gaten houden.
Een te hoog geschoolde op een te lage post (bijvoorbeeld een HEAO-er voor eenvoudig administratief werk) betekent een ernorm risico (zoals spanning met de chef, die goed funktioneert maar na zijn MULO nooit meer haalde dan praktijkdiploma boekhouden). Ook zal iemand die solliciteert naar een funktie van lager niveau dit doen in de hoop dat hij/zij binnen het bedrijf kan opklimmen tot een hogere post.
Het - is maar zeer de vraag of de werkgever hiertoe mogelijkheden kan bieden. Ook het punt van arbeidsvreugde moet hier genoemd worden. Werk dat duidelijk beneden je niveau ligt, zal je na korte tijd gaan vervelen, met als mogelijk gevolg een afnemende inzet en zelfs een ontslag.
Werk en levensovertuiging
Bij het zoeken van een werkkring kun je het ook op een akkoordje gooien met je levensovertuiging. Je aanvaardt dan, terwille van de baan, dingen waarvan duidelijk is dat ze strijdig zijn met Gods Woord.
Als voorbeeld kun je denken aan A-verpleegkundigen die na het behalen van hun diploma worden ontslagen en elders aan de slag proberen te komen. De verleiding is dan aanwezig om ethische bezwaren tegen bepaalde medische praktijken aan de kant te schuiven terwille van een baan in een bepaald ziekenhuis. Je zult met me eens zijn dat mensen die op deze manier „pakken wat ze pakken kunnen" zich op een heilloze weg begeven. Funkties waarin je, als werknemer, verplicht wordt tot het doen van zonde, kun je nooit aanvaarden. Datzelfde geldt voor werkkringen waarin jouw duidelijke medewerking wordt gevraagd tot het doen van zonde door anderen. Ter verduidelijking van dit laatste een voorbeeld. VWkantoren verlenen tegenwoordig allerlei diensten. Kun je als balie-mede werker/ster je medewerking geven aan de plaatsreservering en de kaartverkoop voor allerlei theatervoorstell ingen?
Ter voorkoming van misverstanden moet hier nog wel iets aan worden toegevoegd. In onze gesekulariseerde maatschappij worden we gedwongen tot een duidelijk positiekeuze. Daarbij moeten we wel een goed zicht hebben op wat wel en wat niet onze verantwoordelijkheid is in onze beroepssituatie. Een voorbeeld ter illustratie. Op grond van de Bijbel zijn we tegen zondagsarbeid. Nu wordt er door een fabriek, waar het fabrikageproces zondags gewoon doorgaat, geadverteerd met een vakature voor een administratieve funktie waaraan geen zondagsarbeid is verbonden. Mag je dan solliciteren en zo'n baan aanvaarden? Mijns inziens wel, want de verantwoordelijkheid voor het werken op zondag ligt bij de direktie, en niet bij jou.
Ter voorkoming van problemen is het uiteraard wel raadzaam dat je bij het aanvaarden van een administratieve baan in dit bedrijf schriftelijk overeenkomt datje op zondag niet behoeft te werken. Als de werkgever bereid zou zijn zo'n verklaring te tekenen zou je zelfs een funktie bij het fabrikageproces kunnen aanvaarden. Of het verstandig is (onder andere met het oog op de verstandhouding met je kollega's) is een ander punt.
Deeltijdbanen en tijdelijk arbeidskontrakt
Van overheidswege wordt, in het kader van de bestrijding van de werkloosheid, het kreëren van deeltijdbanen aangemoedigd, vooral voor jongeren. Het achteloos terzijde schuiven van dergelijke funkties lijkt me een verkeerde zaak. Hetzelfde geldt voor het aangaan van een tijdelijk arbeidskontrakt. Veel instellingen en bedrijven gaan hiertoe over. Om verschillende redenen overigens. Bij gesubsidieerde instellingen worden mensen voor een bepaalde tijd aangenomen, gezien eventuele bezuinigingen van overheidswege op de subsidie. Bedrijven willen nog wel eens twee mensen in deeltijdfunktie aannemen op een tijdelijk arbeidskontrakt om na verloop van tijd de beste eventueel voor vast te benoemen in een volledige funktie en de ander te ontslaan. Het lijkt me niet verkeerd wanneer je, bij een sollicitatie naar een tijdelijke betrekking, op gepaste wijze informeert naar de redenen van de tijdelijkheid.
Ook als het gaat om de hoogte van het (aanvangs)salaris zul je geen hoge eisen kunnen stellen. Als je een werkkring kunt krijgen, waarin je je werk met vreugde kunt doen, dan is dat reden tot grote dankbaarheid. Je zult je vervolgens in de praktijk — maar dan niet in eigen kracht — moeten bewijzen, om op basis daarvan een volledige baan, een vaste benoeming of een hoger salaris te krijgen. Als het om deze punten gaat zal het „pakken watje pakken kunt" inderdaad vrij ver opgaan, als het maar niet is met de verkeerde houding die ik in het begin signaleerde.
Maak werk van je werk
„Pakken watje pakken kunt? " We hebben de vraag van verschillende zijden bekeken. Op sommige punten zul je duidelijk meer moeten aanvaarden dan enkele jaren terug. Op andere punten mag je van de Heere niet van wijken weten.
Als ik je, ter afsluiting, nog een goede raad mag geven: neem zelf initiatieven bij het zoeken van een betrekking. Binnen afzienbare tijd hopen we bij de Jeugdbond een brochure uit te geven voor werkloze jongeren om hen hierin raad te geven. Het hebben van werk is belangrijk. De ruimte laat niet toe in te gaan op de problemen die met werkloosheid gepaard gaan, maar ze zijn er wel degelijk. Onlangs sprak iemand over de „lost generation", de verloren generatie. Daarbij doelde hij op die jongeren die sinds het begin van de ekonomische krisis (zo'n zes jaar geleden) werkloos zijn. Hoe langer je werkloos bent, hoe moeilijker je (weer) aan de slag komt. Bid de Heere of Hij dat wil verhoeden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 december 1983
Daniel | 33 Pagina's