DOE UZELF GEEN KWAAD
Hand. I6 : 28m
Paulus en Silas verkeren in de gevangenis. Hun voeten zijn tussen twee blokken, met op elkaar passende halfronde openingen geklemd. Hun ruggen zijn kapot geslagen. Satan schijnt de overwinning behaald te hebben. Het enige kwaad, waarvan ze beschuldigd kunnen worden is, dat ze het Evangelie van Gods genade verkondigd hebben. Dat ze gesproken hebben van Christus de Gekruisigde. Zo drukken ze de voetstappen van de grote Meester. Hij heeft het gezegd: „In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen". En als ze op dat Woord mogen zien, kunnen ze zelfs zingen in de gevangenis.
Plotseling begint de aarde te trillen en te beven. De deuren vliegen open en de banden worden los. De stokbewaarder is radeloos: hij moet immers met zijn leven voor de gevangenen instaan. En in die radeloosheid ziet hij nog maar één uitweg. Maar de God van hemel en aarde heeft iets anders met hem voor. Vanuit de diepte van de gevangenis wordt hem toegeroepen: „Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!"
Dat woord „Doe uzelf geen kwaad" wordt ook ons toegeroepen. En wat doen we onszelf veel kwaad. Hoe brengen wij onze tijd door? Hoe leven wij? Hoe staan wij tegenover Gods dag, de prediking, de catechisatie, de vereniging, het bijbellezen, het bidden? Hoe is onze levenshouding en levensstijl? Is het in ons handelen en wandelen nog te zien, dat we gedoopt, apart gezet zijn?
O, doe jezelf toch geen kwaad! De tijd is kort en de eeuwigheid lang. Er is maar één schrede tussen ons en de dood. De Heere zegt in Zijn Woord: „Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn Gerechtigheid". Wat baat het je alles te hebben, ja, de wereld te winnen en schade aan je ziel te lijden. Als we jong zijn (maar ook de ouderen) menen we grote idealen te kunnen verwezenlijken, maar het komt meestal zo anders uit.
„Doe uzelf geen kwaad!" Dat is de boodschap die de Heere ons wil laten verkondigen. Breek toch met die wereldse vrienden, smijt toch die lektuur uitje tas of je kast; kom toch niet op die plaatsen waar je ziel verwoest wordt, waar je de Heere niet kunt ontmoeten.
Doe jezelf geen kwaad, maar pakje bijbeltje nog eens en buig je knieën en vraag of God je bekeren wil! „Noodzakelijker dan het dagelijks brood of de kleding, noodzakelijker dan alles wat wij behoeven, is ons de Heilige Schrift; want zij is het enige, van God verordende middel tot geloof en tot bekering" (H. F. Kohlbrügge). In dat Woord vinden we wat tot zaligheid nodig is. Dat Woord wijst ons op de diepe val en verlorenheid waarin wij onszelf hebben gebracht. Maar het predikt ons ook: „Gelooft in de Heere Jezus en gij zult zalig worden, gij en uw huis".
Maar kun je zomaar geloven? Velen zeggen: „Geloof het maar dat Christus voor je gestorven is". Maar met dat geloof kom je bedrogen uit.
Hier gaat het om het ware geloof. En dat geloof is een gave Gods. Het bestaat uit kennis, toestemmen en vertrouwen (Cat. zondag 7).
De Heilige Geest werkt dat geloof. Dan gaan we kennis krijgen van God en van onszelf. We gaan zien dat we zonder God en buiten God zijn. Dat we schuldige zondaren zijn. Ja, dan gaan we toestemmen, dat wat God doet rechtvaardig is. Rechtvaardig als hij ons zou verstoten. Zou dat geen nood in ons leven brengen? Beschaamd moeten we belijden schuldig te zijn. Er komt een buigen onder God. Hij kan geen kwaad meer doen in ons leven. Maar de Heilige Geest werkt ook het vertrouwen. „Niet alleen anderen...."
Doe uzelf geen kwaad! zouden we op zo’n grote zaligheid geen acht geven?
ds. B. van der Heiden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1983
Daniel | 24 Pagina's