De kerk en de vrije groepen
Niet de kerk, wel de groep?
De kerk heeft de wind niet mee in de tachtiger jaren. De bovenstaande citaten even hiervan iets weer. De belangstelling voor de kerk als instituut neemt drastisch af. Reeds eerder is daarop in ons blad aan de hand van een recent onderzoek gewezen.
Misschien vraagje je af hoe dat komt. Straalt de kerk dan zo weinig uit? Ontbreekt er iets? Er worden toch veel aktiviteiten ontplooid met name ook voor ongeren?
Er is bij jongeren toch echt nog wel sprake van belangstelling voor alles wat met de Bijbel te maken heeft. Jongerenbijeenkomsten die door kerken of evangelische bewegingen belegd worden, trekken duizenden belangstellenden. Het enthousiasme en de belangstelling om mee te werken aan allerlei akties en aktiviteiten is groot. Veel
jongeren willen graag iets doen voor de Heer(e). Vooral nu de werkgelegenheid taant, groeit de belangstelling voor vrijwilligerswerk, zoals bijvoorbeeld een diakonaal jaar bij een evangelische hulpverleningsorganisatie.
De tachtiger jaren
De tachtiger jaren worden o.a. gekenmerkt door het individualisme.
Als we ons aangetast voelen in onze rechten, dan gaan we de straat op. Allerlei aktiegroepen ontstaan. Het eigenbelang staat hoog in het vaandel. De mens staat in het centrum en richt zich alleen op zichzelf.
De krisis waarin de kerk als instituut verkeert, is ook een afspiegeling van de gezagskrisis in het gezin. Het gezag wordt erkend zolang het nuttig is voor je eigen leven, als dat niet meer het geval is, wordt het afgedankt. Jongeren willen vrij zijn. Je bent toch jong? Dan mag je toch genieten? Vroeger is vroeger! Wij leven nu in 1983. Met de antwoorden van toen doe je nu weinig meer. Je moet onbevangen het leven tegemoet treden en niet steeds weer terugkoppelen naar de traditie, ook niet naar de geloofstraditie zoals die verwoord is in de belijdenis(geschriften) en de leer van de kerk: de dogmatiek.
Je moet de Bijbel onbevangen gaan lezen en een plaats geven in je leven.
Deze houding vind je op jeugd-en jongerendagen van verschillende organisaties en in de koffiebar. Men schaamt zich daar niet om in een gebedskring zomaar hardop te bidden en vrijmoedig een mening te geven over allerlei theologische vragen. En dan vergeet men wel eens dat daarbij gebruik gemaakt wordt van wat men van huisuit gezien en geleerd heeft en wat men in de kerk, op de catechisatie en de school opgestoken geeft.
Ik weet dat er ook onder onze jongeren zijn
die incidenteel of regelmatig deze bijeenkomsten bezoeken.
En als je dan thuis komt en op zondag weer naar de kerk gaat en je daarna wilt praten, lukt het gesprek niet. De meegebrachte folders worden misprijzend opzij gelegd en voorzien van: „Ja, ja, de mens kan er zelf ook nog wat aan doen, de remonstrant is nog springlevend, lees liever
een preek van of een kerkblad (Op „Daniël" behoeft niet gewezen te worden, die lees je natuurlijk al zodra hij door de post bezorgd wordt )
Wat is er toch aan de hand? Is er in de kerk werkelijk te weinig warmte, hooguit zwakstroom en slaan in de groepen de vlammen er uit door kortsluiting?
Is kritiek op de kerk terecht?
De algemene kritiek op de kerk is dat er zo weinig van het geloof te zien is. Er is zoveel twijfel en zo weinig getuigenis van het zaligmakend geloof dat de Heere door wedergeboorte geschonken heeft in het leven van een zondaar.
De hoop waarvan Gods Woord spreekt, en die een gegronde verwachting geeft voor de toekomst, lijkt in de kerk vervangen te zijn door grote onzekerheid en angst. Hoe onderscheidt de kerk zich dan nog van de wereld, waarin de (kollektieve) angst steeds grotere vormen aanneemt, o.a. door de geweldige dreigingen van de bewapening, de vervuiling, de islam e.d.?
En waar wordt de liefde gevonden? Er is zo weinig warmte, gemeenschap, persoonlijk kontakt. Er is zoveel eenzaamheid. Wat komt er van het pastoraat terecht? De prediking zou niet appellerend genoeg zijn. het is meer in wensende zin, dan een ernstige oproep tot bekering.
Veel van deze kritiek herken je waarschijnlijk wel. Misschien ben je het er ook wel mee eens. Je hebt het thuis of op de catechisatie misschien wel eens geprobeerd te zeggen, maar de antenne brak. De schuld zoek je dan niet bij jezelf, maar bij de ouderling of predikant die zijn antwoord al gereed had, voor jij de vraag stelde. Inderdaad roept kritiek op de kerk irritatie op en ervaren veel ambtsdragers het als een bedreiging.
Het behoeft echter helemaal niet zo te zijn dat de liefde ontbreekt, maar men mist soms de gelegenheid, de vaardigheid of de kennis om je een bevredigend antwoord te geven. Het kan ook zo zijn datje houding zo afwijzend of uitdagend is dat een gesprek niet mogelijk is. Een hoogmoedige houding en gebrek aan liefde zorgt voor veel verwijdering in onze gezinnen, in de kerk en op school. Dat mag onder ons alzo niet zijn, want we hebben elkaar nodig.
Ja maar in de groepen..........
We geven toe dat er in de opwekkingsgroepen een duidelijk appèl uitgaat om tot een keuze te komèn. Men neemt je zelfs kwalijk als je twijfelt, omdat je van huisuit weet dat de Heere je gewillig moet maken en je hart moet openen voor het grote goed dat om niet te verkrijgen is.
Er zijn er die onder drang van hun omgeving en de spreker de hand opsteken, naar voren lopen en zich overgeven. Maar als ze weer thuis zijn, moeten ze zich afvragen wat er van overblijft in hun leven.
De prediking in de groepen is niet moeilijk. Duidelijk wordt een aantal teksten geciteerd en uitgelegd, zodat je alles kunt volgen en moet beamen: God-isliefde, Jezus is een vriend van je Dat is nog eens iets anders dan die dogmatiek en die schroom bij de avondmaalsviering. Je moet er voor uit durven komen. Dat is de Heere toch waard !?
Wat moet onze houding zijn?
Veel van wat in de groepen gezegd wordt, is niet nieuw. Men doet wel eens of er nooit een kerk geweest is. In de loop van de tweeduizend jaar christendom heeft
God gesproken door mensen, die, geleid en verlicht door de Heilige Geest, de openbaring van God hebben verklaard, beleden en beleefd. De belijdenissen, de samenvatting van de hoofdzaken van de leer, zoals die in de Bijbel tot ons komt (de dogmatiek), kunnen we niet ongestraft achter ons laten. De Heere waarschuwt en troost daardoor. De Heere laat daarin zien dat de boodschap van het evangelie altijd een aanstoot en een ergernis is geweest en dat de duivel in allerlei gedaanten alle eeuwen door als de nabootser geopereerd heeft op het kerkelijk erf (en met sukses).
Maar de Heere leert ons ook dat de kerk zal blijven bestaan tot de dag van de wederkomst, al lijkt het soms als in de dagen van Elia (Ned. Gel.Bel. art. 27). De warmte die de groepen uitstralen, de gemeenschap die ze vormen, wat ze voor elkaar doen, mis je misschien in je eigen gemeente. Als gemeente zouden we veel meer voor elkaar kunnen doen. We zouden veel meer aandacht kunnen geven aan de mensen die er maar wat bijhangen en die je zo vaak mist. Aan de andere kant moeten we ook niet generaliseren alsof er helemaal niets gedaan zou worden.
Béste jonge vrienden, wacht niet af, maar sla de hand aan de ploeg. Doe je ogen open, nadat je ze eerst gesloten hebt, want de Heere wil er om gebeden worden. Laat uitje Jiouding blijken dat het je hartelijke begeerte is, te leven naar de eis van Gods Woord. De liefde zoekt zichzelf niet. Ben je wel eens beschaamd geworden toen je je nood aan de Heere hebt voorgelegd? Vertel dat dan eens thuis of bij het huisbezoek. Dan zul je tot je verrassing merken dat er begrip voor je is, dat er gemeenschap ontstaat.
Warmte moet er zijn, maar die moet een haard hebben, want anders is het zo weg. Dan is het drijven op gevoelens (tegenwoordig spreken ze over ervaringen) en dat is levensgevaarlijk.
Het fundament van je leven moet de Heere zijn. Hij kan en wil je het ware geloof schenken als instrument waardoor je deel krijgt aan de weldaden die Hij Zelf verworven heeft. Dat gaat niet buiten je gevoel om, ook niet zonder tranen en gemeenschap met elkaar. Dat is geestelijk leven waar de God van je leven van af weet. Dat vraagt oefening in afbraak en opbouw door het werk van de Heilige Geest.
Toch een ernstige waarschuwing
Het is waar dat de hartelijke vreugde in Christus zo weinig openbaar komt. Het is waar dat de verdeeldheid in en van de kerk zo funest is, vooral omdat de nood van die
verdeeldheid zo weinig beleefd wordt. Het is waar dat het verlangen naar die grote dag waarop de Kerk ten volle zal gaan genieten van de beloften Gods in Jezus Christus onze Heere (Ned. Gel.Bel. art. 37), haast niet meer voelbaar aanwezig is.
Het is waar dat we zo bezig zijn met het aardse dat we geen raad weten met allerlei bezuinigingen, ondanks dat we gelezen hebben: Zoek eerst het Koninkrijk der hemelen en Zijn gerechtigheid, en alle dingen zullen u toegeworpen worden. Het is allemaal waar maar het zou voor ons allemaal ook persoonlijk tot schuld moeten zijn.
Maar ten aanzien van de vrije groepen wil ik jullie voor het volgende waarschuwen: a. „Tegenover het duidelijke appellerende karakter plaatsen wij het arminianisme (remonstrantisme) van de verschillende groepen. Er zijn vertegenwoordigers die de gereformeerde belijdenis van de mens in zijn zonde en van God in Zijn genade ontkennen. Wat wij belijden over de onmacht van de mens en de overmacht van de genade wordt bij diverse groepen ontkend" (Van 't Spijker). De noodzaak van het eenzijdige Godswerk in de wedergeboorte die God zonder ons in ons werkt, roept verzet op.
b. Bij het horen van het woord verkiezing wordt de afkeer zichtbaar. Nauw daarmee verbonden hoort het spreken over het verbond en de kinderdoop. Dan
wordt duidelijk waar de verschillen liggen tussen de kerk en de groepen. We moeten duidelijk zijn, want het gaat bij deze zaken om het hart van het evangelie en daar mogen we niet om heen, want dan bedroeven we de Heilige Geest en blussen we de Geest uit.
c. Hoe vreemd het ook mag klinken: bij de groepen staat vaak de mens met zijn ervaringen centraal. Het individualisme en de daaruit voortvloeiende splitsingen vieren in de groepen hoogtij. Zie daarvoor maar het boek „Pinksteren in beweging", 75 jaar pinksterbeweging en Nederland en Vlaanderen, uitg. Kok, Kampen.
d. Zoals men in de prediking niet straffeloos voorbij kan gaan aan Gods verkiezende genade in Christus, zo kan men ook niet om de kerk heenlopen, als een groot geschenk van God, als Lichaam van Christus (1 Kor. 12 : 12-27). De kerk en de ambten worden genegeerd, allerlei gemeenschappen met mensen van diverse afkomst worden gevormd op grond van dezelfde gevoelens. IJzer en leem gaan samen. „Het groepsdenken is een aanpassing aan de mode van onze dagen, en daardoor een
vorm van verwereldlijking" (Van 't Spijker). Dit is een ernstige aanklacht, maar we mogen het toch niet anders zeggen.
De kerk een pilaar en fundament
De zuigkracht van de groepen kan alleen maar minder worden als de kennis van het geloof samen gaat met de beleving ervan; als de kerk als instrument in Gods hand een pilaar en fundament van de waarheid is; als de kerk aan haar belijdenis en haar belijden vasthoudt. Dan wordt de kerk een gemeenschap waarin met elkaar beleden wordt „dat onze woning in de hemel is", waarvan God de Opperste Leidsman en voleinder van het geloof is.
De kerk kan menselijk gesproken de groepen de wind uit de zeilen nemen door met twee woorden te spreken (ontleend aan Van 't Spijker): - prediking en pastoraat - Woord en Geest - geloof en bevinding - rechtvaardiging en heiliging - de kerk in de wereld en de overdenking van het toekomstige leven - de kerk. de moeder der gelovigen en de gemeenschap der heiligen
Zo alleen worden we bewaard voor doperse trekken, voor geestdrijverij en letterknechterij, voor het rusten in gevoelens en het lijdelijk afwachten.
Dan kan de kerk echt moeder zijn, omdat God de Vader door de bediening van de Heilige Geest zondaren inwint en doet ervaren dat het een wonder van eeuwige verkiezende genade en liefde is, dat de God des Verbonds het op mij gemunt heeft. Dan is er in de kerk ook de hartelijke begeerte om jongeren die de goede strijd des geloofs leren strijden, toe te roepen: „Welkom in de strijd".
Laten we ons toch in de worsteling van de tijd niet mee slepen met allerlei wind van leer. We zijn geboren op de erve des verbonds, de tekenen van het genadeverbond zijn bezegeld aan ons voorhoofd. We kunnen niet straffeloos de kerk verlaten. Bid om bekering, om de wederbarende genade door de toepassende bediening van de Heilige Geest. Dan ontvang je ook gepaste vrijmoedigheid om getuigenis te geven van de hoop die in je is. Een hoop die wel vaak bestreden zal worden, maar die niet beschaamd omdat de liefde Gods in het hart is uitgestort door de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 30 oktober 1983
Daniel | 32 Pagina's