Hoe denken we over kerkelijk open jeugdwerk?
Op de laatstgehouden open huishoudelijke vergadering van de Jeugdbond heb ik een causerie gehouden over de vraag „Hoe denken we over open jeugdwerk? " Ik heb geprobeerd om énkele bouwstenen aan te reiken voor het zoeken naar een antwoord op deze vraag. Dit artikel is een nadere uitwerking van de gehouden inleiding.
Wanneer we over open jeugdwerk spreken, dan zijn er mensen die bedenkelijk kijken. Begrijpelijk, aangezien het open jeugdwerk in de loop van de jaren op verschillende plaatsen een negatieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Aanvankelijk werd het open jeugdwerk opgezet om jongeren de mogelijkheid te bieden hun vrije tijd zinvol te besteden. Op zich is dit geen verkeerde doelstelling, maar de invulling die er aan werd gegeven was zodanig dat dit bij velen op bezwaren stuitte. Onlangs las ik in een artikel over open jeugdwerk: „Dankzij het open werk ontstonden spontaan dansklubs, sportklubs en kaartklubs. Ook konden via de wekelijkse soos verschillende kursussen worden georganiseerd." Wanneer ik dit lees, rijzen ook bij mij de vragen: „Draagt het open jeugdwerk ertoe bij dat er in onze samenleving allerlei subkuituren ontstaan zoals de punk e.d.? Wordt de afstand tussen jong en oud niet groter door toedoen van het open jeugdwerk? "
Kun je begrijpen dat de naam „open jeugdwerk" niet overal even positief ontvangen wordt? Het is dan ook moeilijk om objektief (zonder vooroordelen) over het open jeugdwerk met elkaar te spreken.
Toch nodig.......
Toch is het nodig dat we met elkaar van gedachten wisselen om een visie te vormen. Waarom? Om de eenvoudige reden dat de vrijetijdsbesteding onder jongeren meer en meer een probleem aan
het worden is. Laten we ons eerst afvragen hoe jongeren hun vrije tijd doorbrengen en dan bedoel ik met name hun vrijdag-of zaterdagavonden. Wanneer we naar de jongeren van onze gemeenten gaan kijken, kunnen we de volgende driedeling maken:
1. Een groep jongeren probeert de vrijetijd op een zinvolle wijze door te brengen en bezoekt op vrijdag-of zaterdagavond de jeugdvereniging. Uit een onderzoek blijkt dat gemiddeld 27% van de +16 jongeren op een JeV zit.
2. Een groep jongeren is op de vrijdag-of zaterdagavond „binnenshuis" bezig om invulling te geven aan hun vrije tijd. „Binnenshuis" kan zijn: binnen het gezin, binnen de vriendenkring of andere plaatsen die verantwoord zijn.
3. De derde groep waar we mee te maken hebben, is de groep van jongeren die de vrije tijd „binnenshuis" probeert te vullen. Op welke wijze zij dit doen varieert. De één gaat met vrienden naar een kafetaria, de ander gaat naar de bar of het café en weer een ander gaat naar de disko. Al met al zijn zij bezig om op een onverantwoorde wijze inhoud te geven aan hun vrije tijd.
De oorzaak van het buitenshuis doorbrengen van de vrije tijd is dat jongeren kontakten zoeken met leeftijdsgenoten en in de gezinnen de door hen gezochte gezelligheid vaak niet aantreffen. De wijze waarop de ouders deze avonden doorbrengen (b.v. op visite gaan) kan hiertoe bijdragen. Het funktieverlies van het gezin gaat ook onze gemeenten niet voorbij. Door de grote mobiliteit (brommer en auto) zijn jongeren ook veel meer dan vroeger in de gelegenheid zich over grote afstanden snel te verplaaatsen.
Bij velen heerst de gedachte dat het aantal jongeren dat een verkeerde invulling geeft aan de zaterdagavond over het algemeen niet zo groot is in onze gemeenten.
Inderdaad verschilt dat ook heel sterk per gemeente en per regio.
Toch weet ik dat er velen zijn die zaterdagavond in de bar zitten of op andere plaatsen waar zij niet thuis horen. Er zijn helaas jongeren die precies weten hoe de plaatselijke disko er van binnen uitziet. Ik zou hier ook het bezoek aan een koffiebar willen aanstippen. Hoe komt het dat velen regelmatig een koffiebar bezoeken? Is het nodig dat kerkelijke jongeren een plaats opzoeken, die opgezet is voor buitenkerkelijke jongeren?
Hoe meer ik over deze gegevens nadenk, hoe meer ik ervan doordrengen raak dat een bezinning op de vraag „Hoe denken we over open jeugdwerk? " noodzakelijk is.
Dat het een vraag is die vele tongen losmaakt, besef ik terdege. Maar laten we, omdat we misschien geen raad weten met deze vraag, dit onderwerp niet mijden, maar met elkaar zoeken naar mogelijke oplossingen.
Wat is open jeugdwerk?
Voordat we komen bij de vraag hoe we denken over open jeugdwerk, moeten we weten wat we onder deze term verstaan. Het is belangrijk om te komen tot een duidelijke omschrijving, aangezien er nogal wat verwarring bestaat. De één denkt dat open jeugdwerk hetzelfde is als het koffiebarwerk. Een ander is van mening dat open jeugdwerk een soort „soos" is. Weer een ander denkt dat het identiek is aan het buurthuiswerk.
Voordat we komen tot een omschrijving, zou ik willen pleiten voor een andere benaming, namelijk kerkelijk open jeugdwerk. Deze naam duidt aan dat het open jeugdwerk waar we over praten kerkelijk gebonden jeugdwerk is.
Kerkelijk open jeugdwerk kunnen we omschrijven als een vorm van jeugdwerk waardoor aan kerkelijke jongeren de mogelijkheid en de plaats wordt geboden om elkaar te ontmoeten, hun vrije tijd op een verantwoorde wijze te besteden, en waar zij gewezen worden op de boodschap van Gods Woord.
De Vraag komt nu op: „Wat is het verschil tussen het kerkelijk open jeugdwerk en het bestaande jeugdwerk? " In de omschrijvingen die men aan het open jeugdwerk in het verleden heeft gegeven, is gepoogd om één of meer aspekten van de statische struktuur van het „gesloten" jeugdwerk open te breken. Het gaat dan om: - de deelnemers (open jeugdwerk is voor iedereen) - de werkuitvoering (open jeugdwerk heeft een open programma)
- de organisatie (open jeugdwerk kent geen vast lidmaatschap) - de doelstelling (open jeugdwerk heeft een wat algemene doelstelling)
Het grote verschil tussen kerkelijk open jeugdwerk en het bestaande jeugdwerk is dat het in het bestaande jeugdwerk in de eerste plaats gaat om het onderzoek van Gods Woord, terwijl in het kerkelijk open jeugdwerk de ontmoeting en de opvang meer aandacht krijgen. Dit betekent echter niet dat het onderzoek van Gods Woord in het kerkelijk open jeugdwerk geen plaats inneemt. Integendeel, ook in het kerkelijk open jeugdwerk moet de boodschap van Gods Woord klinken.
Enkele bouwstenen
Wanneer we het kerkelijk open jeugdwerk eens onder de loep nemen, zijn er enerzijds argumenten te noemen die pleiten voor het opzetten van deze vorm van jeugdwerk.
Anderzijds zijn er ook gevaren aan verbonden. Willen we komen tot een mening dan zullen zowel de nadelen als de voordelen aan de orde moeten komen. De argumenten die pleiten vóór kerkelijk open jeugdwerk zijn:
1. Kerkelijk open jeugdwerk biedt de mogelijkheid om aan jongeren, ook de jongeren die niet zo direkt bij het kerkelijk leven betrokken zijn, en die immers op zoek zijn naar kontakt met leeftijdsgenoten, een verantwoorde plaats voor ontmoeting en een verantwoorde wijze van vrijetijdsbesteding aan te reiken.
2. Kerkelijk open jeugdwerk kan een preventieve funktie hebben. Hiermee wordt dan bedoeld dat deze vorm van jeugdwerk kan voorkomen dat jongeren na verloop van tijd in de disko of bar terecht komen.
3. Tevens kan het een stimulans zijn voor
het bestaande jeugdwerk. Kerkelijk open jeugdwerk vervult dan een brugfunktie naar het bestaande jeugdwerk.
Met laatstgenoemde argument voor kerkelijk open jeugdwerk zijn we ook gekomen bij de gevaren die aan deze vorm van jeugdwerk verbonden zijn, namelijk:
1. Kerkelijk open jeugdwerk kan een bedreiging worden voor het bestaande jeugdwerk. Een gevaar, dat vooral aanwezig is wanneer men los van de jeugdvereniging gaat beginnen met kerkelijk open jeugdwerk. Wanneer er geen kontakt is tussen het bestuur van de jeugdvereniging en de leiding van het open jeugdwerk, is het niet ondenkbaar dat het open jeugdwerk gaat opleven en de jeugdvereniging op non-aktief gaat. Een gevaar dat zeker ook aanwezig is wanneer we het open jeugdwerk gaan opzetten in een kleine gemeente. In zo'n gemeente zullen er naar andere wegen gezocht moeten worden om het probleem van de vrijetijdsbesteding op te lossen.
2. Een tweede gevaar is dat de doelgroep gaat uitmaken wat wel en wat niet in het programma moet worden opgenomen. Om de jongeren te blijven bereiken wordt het programma daartoe zodanig aangepast dat de doelgroep dit „opstelt" in plaats van de leiding. Bovendien is het dan nog de vraag of zo'n programma verantwoord is.
3. Tenslotte moet men bij het opzetten van kerkelijk open jeugdwerk Gods Woord een duidelijke plaats geven in het programma. Er moet voor gewaakt worden dat kerkelijk open jeugdwerk een soort „stuif-in" gaat worden, waarbij geen aandacht meer wordt geschonken aan de boodschap van Gods Woord.
Ik ben me ervan bewust dat het niet eenvoudig is om vast te stellen hoe dit nader ingevuld dient te worden. Maar wanneer ik, zoals in dit artikel, probeer de grote lijnen aan te geven, is het belangrijk dat er gewezen wordt op dit gevaar.
Tenslotte
Nadat ik de bouwstenen aangereikt heb, zou ik willen komen tot een voorzichtige konklusie.
1. Allereerst moet de waarde van het gezin worden beklemtoond. Ouders zullen zich ervoor moeten inspannen dat de kinderen (met hun vrienden en vriendinnen) thuis een belangrijk gedeelte van hun vrije tijd op een goede manier kunnen doorbrengen. Daarbij moet bedacht wordt dat jongeren graag kontakten hebben met leeftijdgenoten. Reeds meermalen is vanuit de kring van het jeugdwerk de oproep gedaan thuis te zorgen voor een sfeer die enerzijds ruimte schept voor gezelligheid en een ontspannen sfeer, maar anderzijds ook een stuk geborgenheid biedt.
Als bezwaar tegen jeugdwerk op de zaterdagavond wordt wel aangevoerd dat jongeren hierdoor uit de gezinnen worden gehaald. Het blijft echter de vraag hoeveel jongeren hun vrije tijd op de zaterdagavond in het gezin doorbrengen.
2. In de tweede plaats is het de taak van de jeugdvereniging om de jongeren die tot op heden niet bereikt zijn, op te vangen. We mogen deze verantwoordelijkheid niet van ons afschuiven. Telkens moeten we onszelf de kritische vraag stellen: Wat doen we als jeugdvereniging om zoveel mogelijk jongeren uit de gemeente te bereiken?
Dat we als jeugdvereniging een taak hierin hebben, betekent ook dat jij als verenigingslid een taak hebt. Sta je open voor nieuwe leden of gaat het lot van de ander jou niet aan? Laten we bedenken dat er jongeren in onze gemeenten zijn die op de rand van de afgrond leven. Laten we proberen ook die jongeren erbij te betrekken en er niet te snel vanuit gaan dat het toch geen zin heeft.
Misschien zeg je wel: Ja, maar ik zit helemaal niet op een vereniging. Wanneer dat zo is, zou ik zeggen: Ga alsnog naar de jeugdvereniging, want ook jouw inbreng hebben we nodig. Laten we met z'n allen proberen om zoveel mogelijk jongeren via het bestaande jeugdwerk te bereiken. Dat vergt de inzet van het bestuur, maar ook jouw inzet!!!
Als in een bepaalde gemeente veel jongeren de zaterdagavond op niet verantwoorde wijze door brengen, dan is het zeker te overwegen de jeugdvereniging naar de zaterdagavond te verplaatsen. Voor een blijvende binding van de jongeren is wel een goed en gevarieerd programma vereist; hetgeen grote inzet van de leiding eist.
3. In sommige gemeenten en dan denk ik met name aan de grote gemeenten, zijn er jongeren die totaal niet te bereiken zijn door middel van het bestaande jeugdwerk. In deze gemeente biedt het kerkelijk open jeugdwerk wellicht een mogelijkheid om naast het bestaande jeugdwerk jongeren op te vangen. Echter wel op voorwaarde dat aan de volgende eisen voldaan wordt: - het kerkelijk open jeugdwerk op de duur een brugfunktie vervult naar het bestaande jeugdwerk; - de doelgroep niet gaat uitmaken wat wel en wat niet op het programma moet komen; - de bezinning op grond van de Bijbel ook een plaats krijgt in het totale programma.
In de plaatsen waar het open jeugdwerk al van start is gegaan, is het goed dat de leiding zich voortdurend afvraagt of zij aan bovengenoemde voorwaarden vol doen.
Wie dit artikel goed gelezen heeft, zal merken dat ik niet enthousiast ben over open jeugdwerk. Mijn zorg is vooral dat het bestaande jeugdwerk er onder zal lijden en men in het open jeugdwerk teveel aandacht aan het ontspannende element gaat schenken, terwijl het samen spreken rond het geopende Woord van God op de achtergrond raakt of verdwijnt. Anderzijds weet ik dat in een aantal gemeenten al een begin gemaakt is met open jeugdwerk.
Daarom is het goed dat het bondsbestuur zich gaat bezinnen wat men met deze ontwikkelingen aanmoet. In opdracht van het bondsbestuur heb ik aan deze bezinning door middel van dit artikel een aanzet gegeven.
Er zal meer aandacht moeten worden gegeven aan de opvang van jongeren op zaterdagavond, maar de beste oplossing zou zijn als dit door middel van de bestaande jeugdverenigingen zou kunnen gebeuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 30 oktober 1983
Daniel | 32 Pagina's