RECHTVAARDIGE MENSEN
1 JOH. 3 : 7-24
STUDIE 9
Lees eerst aandachtig 1 Joh. 3 : 7-24 voor je de bijbelstudie gaat bestuderen.
9.1 Rechtvaardig of zondig? (7, 10, 12) Vreemd eigenlijk. Johannes heeft het over rechtvaardig zijn. Niemand is er toch rechtvaardig volgens de apostel Paulus (Rom. 3 : 10)? Ik begrijp je moeilijkheid, maar je moet weten dat het woord „rechtvaardigheid" of „gerechtigheid" heel verschillend wordt gebruikt in de Bijbel.
1. In de eerste plaats wordt het woord voor de Heere Zelf gebruikt. Hij is de Rechtvaardige. Maar ook dat heeft twee betekenissen.
a. Er kan mee bedoeld worden Gods straffende gerechtigheid. b. Het kan echter ook Gods reddende en genadige gerechtigheid zijn (zie 1 Joh. 1 : 9 en studie 3).
2. Vervolgens kan het woord op mensen betrekking hebben.
a. Niemand is er rechtvaardig en niemand is er die God zoekt (Rom. 3).
b. Gods kinderen zijn echter rechtvaardig in Christus, Die voor hen de straffende gerechtigheid Gods onderging (2 Kor. 5 : 25).
c. Tenslotte wordt het woord gebruikt om de levensheiliging aan te geven die Gods kinderen beoefenen. Door genade gaan zij goede werken doen.
„Die de rechtvaardigheid doet" (2c), die is dus rechtvaardig (2b) want een onbekeerd mens kan helemaal niets goed doen. Gods volk gaat gerechtigheid doen als gevolg van Gods genade en uit die vruchten ken je de boom (Matth. 7 : 16-21). Eerder waren zij onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, maar nu is er een beginsel van rechtvaardigheid in hun hart. Zij zijn naar Gods Beeld herschapen. De nieuwe mens is in hen geboren. De wedergeboorte brengt dus echt iets teweeg in de mens (vergl. H.C. zondag 3 vraag 8 en zondag 44 vragen 114 en 115).
9.2 Uit God geboren (9)
Gods kinderen zijn van God uit geboren. Hij is de bewerker van hun wedergeboorte. Wedergeboorte is een moeilijk begrip. Zelfs in de belijdenisgeschriften wordt het verschillend gebruikt. Het kan slaan op het begin van Gods werk in de mens, de levendmaking (D.L. III/IV art. 12) of op de vernieuwing van het leven, die voortduurt (N.G.B. art. 24). Maar Johannes is nu eenmaal niet met dogmatiek bezig. Hij bedoelt het eigenlijk allebei tegelijk, net eender als in het evangelie (Joh. 3). Maar het aksent ligt wel op de laatste betekenis. Omdat ze uit God geboren zijn, zijn ze vernieuwd en doen de rechtvaardigheid. Trouwens, ken je de uitdrukking niet: „Minder zonden doen en groter zondaar worden"? Dat is nu de praktijk bij hen die de Heere vrezen, zowel het eerste als het laatste!
9.3 Liefhebben of haten (10, 11, 13-18, 23)
Bovenstaande woorden vallen nogal eens in dit gedeelte. Daar gaat het de apostel der liefde dan ook om. Hij wil liefde zien. Helaas ziet hij maar al te veel liefdeloosheid en dan nog wel bij mensen, die zich voor Gods volk uitgeven. En dan is Johannes niet erg mild, want hij verwijst hen naar Kaïn, de moordenaar van zijn broer. Maar is het dan zo erg met hen? Ja, zegt hij, als je de ander voorbijloopt en veracht, dan ben je ook een doodslager. Als je daar eens over nadenkt, worden er wat moorden gepleegd. Hier wordt een lid der gemeente zwart gemaakt, daar wordt de vuile was van een ander buiten gehangen. Het zijn allemaal moorden (vers 15). Ook in de tijd van Johannes had je dat blijkbaar al. Er waren mensen, die in overvloed leefden, maar anderen gerust gebrek lieten lijden (17). Ze sloten eenvoudig hun hart voor hen. Wat moet de apostel anders konkluderen, dan dat deze mensen „dood" zijn (14)? Als iemand iets van Gods gunst voor een verloren zondaar
heeft leren kennen, kan hij of zij dat toch niet meer doen? Of wordt er niet gebeden: „Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren"? Ja, met de mond liefhebben gaat wel, maar nu metterdaad (18). _
9.4 Oordeel (20, 21)
Voel je je schuldig, nadat je het vorige gelezen hebt? Zijn er'in jouw „leven ook mensen links blijven liggen, voor wie je de neus optrok, die je geen liefde gaf? Dat zit je dan niet lekker. Je hart oordeeltje. Maar wat denk je, als je hartje al veroordeelt, wat moet God er dan wel niet van denken? Hij ziet nog veel beter wat je tegen zijn gebod deed. Hij is meerder dan ons hart en Hij kent alle dingen (20). Of is het anders? Heb je door Gods genade mild leren oordelen over een ander en des te zwaarder over jezelf? Heb je gezien dat jij de grootste van de zondaren bent en datje daarom op niemand neer hoeft te kijken? Kun je het verstaan als de Heere jou zou verachten? Heb je ook iets mogen zien van Gods vrije gunst door de werking van de Heilige Geest? Lees dan maar verder: Geliefden, indien ons hart ons niet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God." Daar heb je het woord vrijmoedigheid weer uit hoofdstuk 2 : 28. De vrijmoedigheid, die is gegrond op het Borgwerk van Christus en wordt verlevendigd door een goede consciëntie (zie D.L. V, 10). Dat is het „loon" op een „rechtvaardig" leven.
9.5 Wat wij bidden ontvangen wij (22)
Hoe kan de apostel dat nu zeggen? Worden alle gebeden verhoord? Laten we alvast even kijken naar hoofdstuk 5:14. Daar zien we dat het wel een gebed moet zijn naar Zijn wil. Dus God verhoort alles, wat naar Zijn wil gebeden is. Je zult zeggen: Dat is nogal logisch". Maar wacht eens, weet je wel dat dat nu juist het troostvolle is. Bidden is niet eisen, maar vragen of de Heere wil doen wat Hem behaagt. Een ware bidder zoekt dan ook niet zichzelf, maar de Heere. Wat maakt dat tevreden mensen. Zij behoeven niet meer te doen dan de noden aan de Heere voor te leggen en Hij zal doen wat goed is in Zijn ogen. Dan gaat het altijd goed. Maar zo is het helaas niet altijd bij Gods kinderen. Hiervoor is een nabij leven nodig met de Heere. Niet voor niets volgt dit stukje op het gedeelte over de geloofsvrijmoedigheid en een rechtvaardig leven. Dat kan alleen daarmee samengaan.
9.6 Zijn gebod dat wij geloven (23)
God vraagt jou iets. Hij eist van jou geloof. Het is zelfs zijn gebod. Of dacht je soms dat de Heere het wel goed vond, dat velen in ongeloof voortleven? „Dus ik moet geloven", vraagje? Ja, wat dacht je dan? „Dus gewoon maar aannemen dat de Heere mijn zonden wil vergeven? " Nee, dat staat er niet! Er wordt niet bedoeld dat je het maar even aan moet nemen, want dat is helemaal geen geloof. De Heere eist het ware zaligmakende geloof en geen ander zelfgemaakt surrogaat. De Heere vraagt niet dat je jezelf iets wijs maakt, maar dat geloof met een hartelijke belijdenis van zonden. Hij vraagt hoogachting voor Hem en minachting voor jezelf. De Heere zag zo graag een verslagen hart, dat het toch niet kan laten de Heere om genade te smeken. Vat dus dat gebod om te geloven niet te licht op!
„Ja maar", denk je misschien, „dat kan ik nooit, daar krijg ik mezelf niet". Toch is het Gods gebod. Ik hoop dat je daar veel last van zult hebben, van dat liefdesbevel, datje niet kunt opbrengen. Hopelijk wordt het op Gods tijd dan een wonder voor je, dat het geloof een gave Gods is. Echt, als de Heere het geeft, gaat het als vanzelf. Dat is nog eens een ander geloof, dan dat watje zelf moet maken. Maar, denk erom, het blijft een gebod te geloven en elkaar lief te hebben (23).
9.7 Vragen
1. Wat bedoelt de apostel Paulus met „Etis niemand rechtvaardig"? 2. Wat betekent het dat je uit God geboren moet worden? 3. Wat kunnen we verstaan onder wedergeboorte? 4. Probeer de vragen 114 en 115 van de H.C. samen te vatten. 5. Kun je de zondagsafdeling vinden, die over doodslag gaat? Wat staat daar en wat heeft dat met het bijbelgedeelte te maken? 6. Kan een onbekeerd iemand bidden: vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren? En de rest van het gebed dan? 7. Waarom moeten Gods kinderen goede werken doen? (vergl. zondag 32). 8. Wat betekent het woordje „amen" aan het einde van een gebed (H.C.)? 9. Welk misverstand is er bij vers 23 mogelijk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 16 oktober 1983
Daniel | 32 Pagina's