Een jaar „studiekring Amersfoort”
ten behoeve van E.H.-studentem van de Gereformeerde Gemeenten
Verantwoording
Het Deputaatschap voor Studerenden der Gereformeerde Gemeenten heeft mij, als mentor, verzocht een overzicht te geven van het eerste jaar van de studiekring Amersfoort. Aan dit verzoek tracht ik onderstaand te voldoen.
Voor een beter begrip van deze katern lijkt het mij nuttig kennis te nemen van het betreffende „vraaggesprek over de E.H." in de Daniël van 18 februari 1983. In de inleiding hiervan staat ook het bestaan van deze kring vermeld. Middels een vraaggesprek delen de heren drs. J. A. van Delden (direkteur) en dr. Chr. Fahner (hoofd opleiding M.O.-geschiedenis) mee, wat de Evangelische Hogeschool wel en niet wil zijn. Tenslotte wordt het artikel besloten met enige kanttekeningen.
Waar gewenst zal ik dit artikel aanhalen, of ook enige kanttekeningen plaatsen, ofschoon het mij in r dit overzicht in de eerste plaats gaat om het begeleiden van studenten, namens het Deputaatschap voor Studerenden der Gereformeerde Gemeenten, en niet om het funktioneren van de Evangelische Hogeschool.
Ontstaan en oprichting
Door ervaringen vanuit het dekanaat, maar ook anderszins, was het mij bekend dat studeren (zeker ook in deze tijd) de nodige spanningen oproept. Om hierop vanuit het middelbaar onderwijs meer voorbereiding te geven, hadden wij als dekanen van drie grote reformatorische scholengemeenschappen onze gedachten hierover geformuleerd en onze direkties toegezonden. Hiertoe hadden wij ook kennis genomen van het funktioneren van de E.H. Mede door deze kontakten met de E.H. was het mij bekend dat in het kursusjaar 1982/1983 een relatief groot aantal studenten uit onze Gereformeerde Gemeenten de E.H. zou gaan bezoeken. Ook was mij bekend dat het studeren aan de E.H. voor onze studenten zijn eigen specifieke vragen en problemen oproept. Redenen om het Deputaatschap hierop attent te maken, niet vermoedend dat hun wedervraag zou zijn dan één en ander te willen koördineren en organiseren. Na ampele overweging heb ik dit op mij genomen. Een beslissing waarop ik nu met genoegen terugzie. De heer G. J. van Aalst stond mij hierbij, als deputaat, met raad en daad terzijde.
Ons eerste probleem was de „specifieke vragen en problemen" van het studeren aan de E.H. nader te formuleren. Deze hebben te maken met de grondslag van de Stichting Evangelische Hogeschool, of liever wat niet in de formulering van deze grondslag is opgenomen.
De formulering van de grondslag, die anderszins zo wezenlijk is voor de E.H., luidt als volgt:
„De" grondslag van de Stichting Evangelische Hogeschool is de Bijbel, het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God. In deze Heilige Schrift openbaart God Zijn scheppend en verlossend handelen in Jezus Christus vanaf het begin der wereld tot aan de voleinding. De Bijbel spreekt met absoluut gezag, zowel waar hij handelt over het heil, als waar hij spreekt over de geschiedenis, de kosmos en de natuur".
In deze formulering missen we zo node de vermelding en verwijzing naar de belijdenisgeschriften, met name de Drie Formulieren van Enigheid.
Ter toelichting laten we eerst de heer Van Delden aan het woord, door te citeren uit zijn openingsrede van het tweedejaar van de Hogeschool, getiteld: „De betekenis van de grondslag".
„Het is velen opgevallen (en sommigen hebben zich er aan gestoten) dat in de grondslag niet wordt verwezen naar het belijden der Kerk en in het bijzonder, dat de Drie Formulieren van Enigheid — de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels — niet worden genoemd. Echter, de Evangelische Hogeschool draagt haar naam terecht, ze is geen reformatorische hogeschool. Dit houdt niet in, dat ze antireformatorisch zou zijn. Velen binnen de school hebben de belijdenisgeschriften lief en voelen zich daaraan gebonden, omdat zij ze kennen als gegrond op en geput uit de Bijbel. Toch is de grondslag „evangelisch". Nog beter is het te zeggen dat de grondslag bijbelgetrouw is. Het is goed om te erkennen dat ook deze grondslag in de toekomst ontkracht zou kunnen worden, zoals dat ook te zien is in sommige verenigingen, die de reformatorische belijdenisgeschriften in hun grondslag hebben staan. Als in de toekomst de E.H. ten prooi zou vallen aan de schriftkritiek, aan evolutionisme of marxisme, dan zullen onze geestverwanten hopelijk de moed en de eerlijkheid hebben mee te werken aan een nieuw begin. Maar de zekerheid voor de Evangelische Hogeschool ligt niet in haar waterdichte grondslag.
De oprichters overwogen dat in de strijd der geesten, die vandaag gevoerd moet worden op het gebied der wetenschap, wij ons niet meer de luxe kunnen permitteren als bijbelgetrouwe christenen verdeeld op te trekken bij de oprichting van een instelling als de Evangelische Hogeschool.
Wij herkennen en erkennen geloofsverbondenheid tussen christenen, overal waar mensen radikaal willen buigen voor het gezag van het Woord van God. Dit is geen principiële relativering van de verschillen die er zijn tussen de medewerkers aan de Evangelische Hogeschool. Integendeel, door de samenwerking komen de verschillen juist aan het licht. Er is echter tevens een verheugende geloofsverbondenheid, die wij ontvangen als een geschenk van God en waardoor wij naar elkaar worden gedreven."
Ook citeren we uit het bewuste vraaggesprek in Daniël, als daar gevraagd wordt waarom de belijdenisgeschriften niet in de grondslag van de E.H. zijn opgenomen: „Daar is bewust voor gekozen. Wij staan samenwerking voor met alle christenen die zich willen buigen voor het onvoorwaardelijk gezag van de Bijbel. Wij richten ons in de eerste plaats op bijbelgetrouwe wetenschapsbeoefening. We zijn geen kerkgenootschap. Binnen onze doelstelling achten wij verschillen van mening over bijvoorbeeld de vraag naar de normen voor het kerldidmaatschap (art. 27-29 van de N.G.B.), de vragen rondom de taak van de overheid (art. 36 van de N.G.B.), de vragen rondom de kerkelijke ambten, de doop, het duizendjarige rijk, de visie op Israël enz. akseptabel.
Trouwens, mannen als Spurgeon en Bunyan zouden de drie formulieren ook niet hebben kunnen ondertekenen. Noodzakelijk is wel eenzelfde Schriftbeschouwing. Dat is dan ook de basis voor onze samenwerking".
Ondanks de positieve waardering voor het doel van de Evangelische Hogeschool, is juist de grondslag van de E.H. de oorzaak van de specifieke vragen en problemen voor onze studenten. Niet de grondslag op zich natuurlijk, maar juist de formulering
en de uitwerking daarvan. Het missen van de Drie Formulieren van Enigheid da geeft de mogelijkheid van een toevlo van een te grote diversiteit niet alleen maar ook van het gevaar dat men elk op zeer wezenlijke zaken niet of nauw lijks meer kan aanspreken. Als de heer Van Delden in het bewuste Daniël-artikel bepaalde artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis ondergeschikt wil maken aan andere, dan is dat mijns inziens niet juist. Wel zal ten aanzien van bepaalde zaken genuanceerd gedacht kunnen worden, maar de essentie van de zaak zal toch niet ter diskussie moeten staan. Dit geldt met name ook ten aanzien van de daar genoemde zaken, waarin juist de Drie Formulieren van Enigheid zulke bijbels gefundeerde antwoorden geven.
Juist door dit „vrijblijvende" karakter is het gezelschap van studenten ook van zeer uiteenlopende samenstelling. Daardoor ontstaat een gemeenschap, waarin de onderlinge gesprekken betrekking hebben op de meest wezenlijke zaken betreffende het geestelijk en kerkelijk leven, vanuit zeer verschillende achtergronden.
Eén van de hiermee samenhangende gevaren voor onze jonge mensen die aan de E.H. gaan studeren lijkt ons hierin te liggen, dat zij veelal in aanraking komen met een godsdienstige sfeer waarin het gelovig-en bekeerd-zijn zonder meer worden verondersteld. Hoewel we toegeven dat Bunyan bezwaren zou hebben gehad tegen het ondertekenen van sommige passages uit onze belijdenisgeschriften, zijn wij toch van oordeel dat zijn „godsdienstige beleving", zoals die onder andere uit zijn „Christenreis" en „Heilige Oorlog" blijkt, een geheel andere is als die doorgaans aantreffen in evangelische kringen.
Om in deze situatie begeleiding te bieden, maakten wij in onze oprichtingsbrief melding van het beleggen van kontaktavonden rond het thema van „Het schriftuurlijk eigene van onze gemeenten". Als eerste onderwerpen hadden wij daarvoor gekozen „De bekering", „Het verbond" en „De heilige doop".
De reakties vanuit de studenten waren zeer positief, zowel ten aanzien van de begeleiding, het kontakt zelf, alsook ten aanzien van de gekozen onderwerpen.'Velen hadden problemen tussen het zelf positief ervaren van het onderwijs op de E.H. en de afwijzende houding vanuit onze gemeenten ten aanzien van de geformuleerde grondslag. Anderzijds werd sterk de behoefte gevoeld aan begeleiding en kontakt, arin mede vanwege de onderlinge gesprekken eiing tussen de studenten, met name ten aanzien , van de genoemde onderwerpen.
Funktionering
De vergaderingen werden steeds gehouden in het verenigingsgebouw „De Overstap" van de Gereformeerde Gemeente te Amersfoort. Hier hadden wij een zeer goed en gastvrij onderkomen.
De kring mocht het gehele jaar een goede belangstelling ervaren. Enkele studenten waren niet of slechts sporadisch te bereiken, maar anderszins werden, in overleg, verwante vrienden meegebracht.
Op de eerste vergadering kwam de vraag naar voren een inleiding over „de uitverkiezing" te houden. De behoefte hiertoe werd gevoeld vanwege onderlinge gesprekken onder de studenten op de E.H. Deze avond zou dan toegankelijk zijn voor alle belangstellenden van de E.H. Ds. A. Moerkerken heeft deze taak op zich genomen, wat resulteerde in een „openavond rond dit onderwerp.
Het duidelijk en eerlijk standpuntbepalen bleek voor velen een harde les te zijn, maar we mochten ervaren dat voor de meesten de band hecht genoeg was om deze niet te verbreken. Helaas bleven enkelen hierna weg vanwege onze opstelling en mede van hen verwacht gedragspatroon ten aanzien van levensstijl in kleding. Anderzijds vroegen anderen juist de kring te mogen bezoeken en ervaarden het gesprokene zo positief dat de kring regelmatig bezocht werd. Zodoende hebben we daarna nog twee leerzame en gezellige avonden gehad, waarop van gedachten gewisseld werd over belangrijke zaken en een vriendschapsband onder elkaar gevoeld werd.
Reakties van studenten
Bij de oprichting hadden wij gevraagd om reakties en suggesties. Van verschillenden hebben wij deze ontvangen, wij geven er onderstaand enkele weer.
- Hartelijk dank voor de uitnodiging was erg blij te merken, dat u ook nog mensen gedacht heeft, die weliswaar tot het kerkverband van de Ger. Gem ten behoren, maar toch de meeste zake hier op de E.H. op dezelfde manier ervaren als zij, die daar wel toe behor
Eerlijk gezegd mis ik hier de sfeer va mijn vorige school, al zie ik aan de andere kant ook wel voordelen van de school.
Het is namelijk zaak, dat je je mening duidelijk kunt formuleren, en dan oo gelijk het waarom van die mening. D soms niet gemakkelijk, maar zeker we nuttig. Dat loopt over zaken als bijbel vertaling en het uiterlijk van een chri tot bekering en Heilige Doop.
Daarom ben ik blij, dat er avonden georganiseerd worden, waatin de ger meerde visie op zulke belangrijke zak naar voren komt.
- Ik vind het jammer dat de eerste reaktie bij het horen van deze schoolk meestal achterdochtig en waarschuwe is. Hoewel ik het niet met alles eens op school, zie ik er toch veel positieve kanten van in. Het valt mij op dat ik de tijd dat ik op een „christelijke HA zat die in wezen weinig christelijk me was, bijna nooit gewaarschuwd ben. E bovendien, al zit je op een school die helemaal met de persoonlijke mening overeenkomt, dan kun je nog niet uit kracht staande blijven.
- Ik ben degenen die deze kontaktavonden georganiseerd hebben zeer dankbaar. Het zijn precies de onderw pen, die op onze school erg moeilijk liggen. Onlangs nog hadden wij een interessante diskussie in groepsverban maar ook persoonlijk, over de bekerin
Uiteraard kwamen hier zaken als uit kiezing naar voren. Op zulke moment ervaar je hoe moeilijk het is over die zaken duidelijk te kunnen spreken, te ook omdat de meesten vanuit heel an uitgangspunten redeneren dan in onz kringen gangbaar zijn. Dus nogmaals mijn welgemeende dank.
„Blij met eigen studiekring!" was de ti van een ingezonden reaktie aan het eind van het eerste jaar, namens de kring opgesteld door Geurt van Ginkel en Wim Hasselman.
„Afgelopen jaar heeft het Deputaatsc voor studerenden van de Gereformee Gemeenten voor het eerst een viertal kontaktavonden georganiseerd in he enigingsgebouw van de Ger. Gem. te Amersfoort. Het Deputaatschap beslo hiertoe, omdat er voor het eerst sprak was van een relatief hoog percentage Gem.-studenten op de Evangelische H school
Studenten op de E.H. wordt met nam kritische houding bijgebracht. Een h ding, die noodzakelijk is om tegenwi bieden aan veelal geaksepteerde theo , in in de hedendaagse wetenschap. Naas deze VO" typerende funktie van de E.H. h er zij nog een ander karakteristiek eleme namelijk n haar veelheid van kerkelijke groeperingen. Deze verscheidenheid l vaak tot diskussies, waarin bepaalde eigen onderwerpen de boventoon voerden.
Hierop inhakend zorgde het deputaat schap voor vier inleiders, die de door al veel bediskussieerde onderwerpen er-eens helder uiteenzetten vanuit onze gereformeerde dogmatiek. De eerste der, ds. C. Harinck, sprak met ons o d, het onderwerp „De Bekering". De vol g. ende bijeenkomst had een meer open ver-karakter, omdat naast de eigen kring en andere E.H.-studenten uitgenodigd w Ds. A. Moerkerken sprak met ons ove meer thema „De uitverkiezing". Gezien de dere van het onderwerp en de verscheidenh e van het gezelschap zal het niet verwon derlijk zijn dat deze avond een heftig diskussie met zich meebracht. Het vo de onderwerp, hetgeen veel raakvlakk tel vertoont met het al eerder genoemde thema de uitverkiezing, werd eveneen door ds. A. Moerkerken ingeleid en d handelde over „Het Genadeverbond". de laatste avond werd het onderwerp hap Heilige Doop" door student G. J. va rde Aalst behandeld, wegens ziekte van d van Haaren.
t In verdeze avonden, die onder leiding stonden van de heer W. van de Kamp ot dekaan aan de Van Lodensteinschole e gemeenschap, hm er in de pauze gelegenheid Ger. tot het indienen van schrifteli oge-vragen.
Terugziend kunnen we konkluderen d deze e een leerzame avonden enerzijds veel ouverhelderden, maar anderzijds ook w cht nieuwe te vragen opriepen. Deze vragen riëen zorgden ervoor dat de diskussies over de
verschillende onderwerpen zich niet alleen beperkten tot de thema-avonden, maar zij vormden tevens aanleiding tot verdere gesprekken tussen de studenten onderling op de E.H. zelf. Als laatste willen we nog opmerken voor komende E.H.-studenten, dat ook volgend jaar de kontaktavonden van onze eigen kring weer de moeite waard zullen zijn en we willen ze daarom van harte aanbevelen".
Evaluatie
Het geheel overziende meen ik te kunnen zeggen dat ook deze kring in een behoefte voorziet. Behoudens enkele teleurstellingen werd het kontakt positief ervaren.
In een gesprek met de kontaktpersonen (Petra Schot en Wim Hasselman) werd door hen gevraagd de kring voort te zetten. Tevens werd verzocht dan eenmaal per maand te vergaderen, om regelmatiger kontakt te hebben. De wens kwam naar voren als onderwerp één van de belijdenisgeschriften, met name de Dordtse Leerregel, te nemen. Ook werd de behoefte gevoeld om enkele malen een predikant uit te nodigen om een inleiding te houden, speciaal ten aanzien van gerezen vragen op de kring.
In overleg met het Deputaatschap is besloten, zo de Heere wil en wij leven, de kring volgend jaar op deze wijze voort te zetten. Ook studerenden (niet E.H.-ers) uit de omgeving Amersfoort zijn natuurlijk van harte welkom.
Vorenstaand overzicht is gemaakt om een indruk te geven hoe er het achterliggende jaar gewerkt is. De spontane medewerking van predikanten en anderen was zeer bemoedigend, waarvoor onze hartelijke dank. Ook van E.H.-zijde was een spontane medewerking (beschikbaarstelling van adressen, enz.), waarvan wij een dankbaar gebruik gemaakt hebben.
Het is mijn hartelijke wens dat het werk van het deputaatschap zijn voortgang mag hebben onder inwachting van de zegen des Heeren. Mocht daartoe veel gebed zijn.
W. van de Kamp Mielweg 30 6741 ZX Lunteren tel. 08388 - 3498
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 2 oktober 1983
Daniel | 32 Pagina's