Onze jongeren en hun gedrag
De heer D. Vogelaar werd op 21 december 1948 in Amsterdam geboren. Na de Mulo bezocht hij de kweekschool, , De Driestar" in Gouda. Daarna werd hij leraar geschiedenis aan een Mavo in Utrecht. Vanaf1972 is h ij verbonden aan, , Guido de Bres'' in R o tterdam, wa ar h ij intussen plaatsvei-vangend rector is. In zijn laatste kweekschooljaar bezocht hij met enkele vrienden Amsterdam om het druggebruik te onderzoeken. Dit resulteerde in de scriptie, , De subkuituur". Voor zijn akte M. O. - B-geschiedenis schreef hij een scriptie over, Jeugd-en jongerenverzet in de zeventiger jaren"'.
Mijnheer Vogelaar, kunt u een korte typering geven van jongens en meisjes van 12-17 jaar?
In het algemeen zou ik willen zeggen dat werkende jongeren eerder zelfstandiger zijn dan schoolgaande jongelui. Ze zijn vroeger rijp. Ook is er een duidelijk verschil tussen bijvoorbeeld een lbo-, een mavo-en een vwo-leerling. Hoe langer iemand op school zit, hoe langer de volwassenheid uitblijft. Verder vinden er ingrijpende verschuivingen plaats tussen het twaalfde en zeventiende levensjaar, de periode van de puberteit. De puberteit treedt tegenwoordig eerder in dan vroeger. Zo aan het eind van de brugklas heb je de aankomende puber. In de tweede klas krijgen de leerlingen de negatieve fase; de jongeren trappen overal tegenaan. Ze bevinden zich midden in een krisissituatie. De meegekregen zekerheden van thuis gaan soms wankelen. De daarop volgende jaren verinnerlijkt het één en ander. Tegen het eind van de schoolperiode komt er meer evenwicht.
Is er een verschil tussen het gedrag van jongens en meisjes?
'k Dacht van wel. Je hebt in de eerste plaats een verschil in het tijdstip van intreden en verlaten van de puberteit. De meisjes zijn ongeveer één jaar vroeger. Verder is er een verschil in de beleving en verwerking van de puberteit.
Bij meisjes merkje vaak een eindeloos geklets. Ze vinden alles „stom". Bij jongens gaat alles veel ingrijpender in z'n werk. Zekerheden die ze van thuis hebben meegekregen, wankelen. Negatieve woorden gaan soms over in negatieve daden. Wat betreft de belangstellingssfeer zie je dat meisjes meer gericht zijn op het persoonlijke, het intieme, het gezellige, kortom de gezinssfeer. Jongens hebben over het algemeen meer belangstelling voor wereldproblemen, die buiten de horizon van de meisjes liggen. De vader-en moederrollen blijken, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, al vroeg te herkennen.
Naarmate de jongeren ouder worden, nemen de verschillen toe.
Vindt u de jeugd van nu anders dan zo'n 20 jaar geleden? Welke veranderingen merkt u op?
'k Zou zeggen, anders, ja en nee. Ik herken nog een heleboel dingen waarvan ik zeg: „Dat had ik ook!"
Toch zijn er ook verschillen. De omstandigheden zijn gewijzigd. Jongeren van nu uiten zich anders. Ze zijn wat vrijer en opener. Ze missen volgens mij ook wel eens een bepaald idealisme en zijn soms bevangen door lauwheid en onverschilligheid.
Onze jongeren van vandaag hebben het moeilijker. Ze staan bloot aan meer verleidingen, meer prikkels. Ze worden meegesleurd door zoveel dingen, dat er weinig ruimte is voor rustige en diepgaande bezinning. Het gevolg hiervan is dat het type jongere van onze tijd wat oppervlakkiger leeft dan zo'n twintig jaar terug. Ze zijn niet slechter, maar vaak wel stuurlozer, omdat de zekerheden om ons heen gaan wankelen, en omdat ouderen in onze verwarrende tijd weinig leiding meer weten te geven.
In hoeverre beïnvloedt de kuituur onze jongens en meisjes en welke invloeden heeft de huidige tijdgeest?
vraaggesprek met de heer D. Vogelaar, conrector van „Guïdö de Bres"
Onze jongens en meisjes zijn kind van hun tijd. Ik ook. Ik zal een paar aspekten van onze kuituur op een rijtje zetten en aangeven in hoeverre dit doorspeelt bij onze jongeren.
a. Godsdienst en kerk
De meeste jongeren op reformatorische scholen kijken gelukkig nog behoorlijk positief aan tegen godsdienst en kerk. Onze gezinnen dragen nog steeds bepaalde waarden over op zodanige wijze dat onze kuituur, die godloos is, onze jongeren niet geheel aftrekt van de dienst van God.
b. Visie op maatschappelijke problemen
Onze jongeren komen in aanraking met maatschappelijke problemen. Denk maar eens aan de jeugdwerkeloosheid. Ook denk ik aan buitenlandse werknemers. Helaas hebben onze jongeren de mond vol van „turk" en „ turkse" moppen. Veelal neemt de jeugd de visie over van de ouders. Daarom ben ik bang dat ook de visie van onze ouders op buitenlandse werknemers niet veel anders is
c. Techniek
Je ziet momenteel bij jongeren een rage van komputerspelletjes. Het houdt hen volop bezig. Ook op onze school worden de komputers erg veel gebruikt.
In bepaalde opzichten zijn de jongeren beter ingesteld op de techniek dan ik!
d. Massagedrag
Soms tonen jongeren een negatief gedrag. Ook onze jongeren. Ik denk hier vooral aan het wegschuilen in de massa.
e. Visie op huwelijk en gezin
Hoewel echtscheidingen onder onze gezinnen verhoudinsgewijs nog zeldzaam voorkomen, begint dit toch helaas al iets te veranderen. Ook de visie op de sexualiteit is behoorlijk aan het wijzigen. Als ik de mening van oudere leerlingen hoor over het verschijnsel „samenhokken", dan schrik ik toch wel.
Daar heb ik m'n zorgen over.
f. Visie op het gezag
Je hoort wel eens de uitspraak dat jongeren niet meer aanspreekbaar zijn op gezag. Daar geloof ik niet in. 'k Geloof wel dat jongeren in aanraking zijn gekomen met een andere gezagsuitoefening dan wij. Je zult daar ook op een andere wijze op in moeten spelen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen.
Helaas. Maar normaal is het toch nog zo dat een leerling die de klas uitgestuurd is en bij mij komt, heus niet met een grote mond binnenkomt. Dan zijn ze nog klein. In dat opzicht zijn onze jongeren nog gewend om gezag te aanvaarden.
g. Sport
's Maandagsmorgens moet je de kranten eens bekijken die te voorschijn gehaald worden. Verslagen van de zondagssport worden véél en door véle leerlingen gelezen. Met name in de hogere klassen, maar het begint ook in de tweede klas al. Helaas.
h. Jeugdkultuur
'k Denk aan muziek, kleding, posters etc. Met name hier zien we dat de invloed van onze tijd op onze jongeren erg groot is.
Is er een duidelijke invloed merkbaar van de massamedia op onze jongeren? Wat kunnen we hier op „onze" scholen tegen doen?
Ik geloof dat de beïnvloeding van met name
moderne muziek erg groot is. Het genre van Hilversum 3, de popmuziek, wordt schrikbarend veel beluisterd. Minstens een derde van onze leerlingen luistert regelmatig naar dit soort muziek, en waardeert het positief..... Daarnaast stuitje wel eens op bepaalde dingen, waar je erg van schrikt. Onlangs onderschepte ik een nummer van „muziekexpress". De inhoud is afschuwelijk! Hierover heb je met zo'n leerling een gesprek. Verder is het van groot belang dat vooral met de lessen godsdienst en maatschappijleer hier aandacht aan wordt besteed. Ook geloof ik dat iedere leraar, als het ter sprake komt, serieuze aandacht moet besteden aan deze problemen.
Hoe is het met het gebruik van alkoho drugs op reformatorische scholen? O komen deze problemen op „onze" sch niet voor?
Druggebruik komt heel incidenteel voor. Als het op school merkbaar is, wordt er streng tegen opgetreden. Een enkele keer hebben wij een geval meegemaakt. Zo'n leerling wordt door de ouders én school begeleidt, zodat het geen uitstralingseffekt heeft naar andere leerlingen, 'k Geloof dat je iemand die in dergelijke problemen terecht gekomen is, niet zomaar weg mag schoppen. Zou een druggebruiker gevaar opleveren voor anderen, dan ontkomen we er niet aan om andere maatregelen te treffen.
Alkoholgebruik, of liever gezegd misbruik, vormt een groter probleem. Ook onder onze jongeren. Niet op school, maar je merkt wel dat het thuis en in de vrije tijd gebruikt wordt. Ook hoor je wel eens leerlingen die naar huis gaan en ergens onderweg in een bar blijven hangen. Met name onder leerlingen uit de hogere klassen neemt het alkoholgebruik toe. 'k Heb zo het idee dat verschillende feestjes rijkelijk besproeid worden met alkohol. Hoe staat het met het vandalisme op middelbare school?
Onder vandalisme versta ik een extreme vorm van slecht beheer van je omgeving. Als ik zie hoeveel troep jongeren op onze school durven maken, zoals het wegsmijten van proppen, bekers en blikjes, dan vind ik dat geen voorbeeld van goed beheer van je omgeving. Maar rechtstreeks vernielen is gelukkig een zeldzaamheid. Dat komt niet dagelijks voor.
Hoe denkt u over het bestrijden van
vandalisme en om in het algemeen ee positief gedrag te stimuleren?
'k Geloof datje, wil je vandalisme effektief aanpakken, twee wegen moet bewandelen. Laat ik zeggen dat je zowel positief als negatief maatregelen moet treffen. Je moet enerzijds zorgen voor een goede kontrole en door gesprekken met jongeren wijzen op het verkeerde van vandalistisch gedrag. We hebben een tijdje een milieuwacht gehad, bestaande uit jonge leerlingen, maar op de duur was hiervoor te weinig animo. De oudere leerlingen luisterden toch niet.... Ook zijn we begonnen met het opzetten van een projekt onder de brugklassers over het thema „vandalisme". Anderzijds moet je ervoor zorgen dat achter vandalisme zodanige straf staat, dat men afschrikt. Het l blijkt en dat jongeren op bepaalde momenten f vragen om straf. Krijgen ze dat niet, dan olen gaat het fout.
Wil je in het algemeen slecht gedrag aanpakken, dan moet je beginnen bij de ouderen; die geven het voorbeeld. Als ouderen hun gedrag herzien, straalt dit uit naar jongeren.
Hoe ziet u de „ideale" leerling?
De ideale leerling bestaat niet! 'k Denk dat het beter is om de leerlingen te aanvaarden zoals ze zijn. Maar als ik eerlijk ben, moet ik zeggen dat ik vanzelf wel m'n voorkeur heb. 'k Zou het fijn vinden als m'n leerlingen soms wat meer betrokken zijn bij de problemen om hen heen en wat minder bij hun eigen zaakjes. Ze leven vaak nog in zo'n klein wereldje.
Aan de andere kant moet ik zeggen dat er bijvoorbeeld meisjes zijn, waar ik heel moeilijk geschiedenis aan kwijt kan, maar waarvan ik zeker weet dat het gave „moeders" zullen worden!
'k Geloof dat iedere leraar in „de" ideale leerling de jongere ziet die erg leergierig is. Dat is erg prettig, maar het heeft ook vaak andere kanten. Zulke leerlingen missen ook de wel eens wat. Ze kunnen egoïstisch zijn, erg individualistisch, alleen maar werken voor hoge cijfers! Zo zie je maar, dat de ideale leerling beslist nog niet de ideale mens is!
Kunt u aangeven waarin reformatoris jongeren zich onderscheiden van niet reformatorische jongeren?
Reformatorische jongeren zijn soms negatief te onderscheiden van andere jongeren. Dat klinkt wat vreemd, maar ik denk dan met name op het punt van de „hokjes-
geest". Overigens is dat een euvel van onze „kring".
Je merkt nogal eens dat men elkaar onderling afkat. Men heeft soms een houding van onverdraagzaamheid. Zodra iets valt buiten het normale, dan deugt het niet.
Soms tref ik ook wel eens een erg materialistische en pragmatische geest aan.
Daarmee bedoel ik dat onze jongeren veelal bezig zijn met vragen als „wat heb ik eraan? ", „wat doe ik ermee? ", „vakken die wel leuk zijn, maar waar je voor je maatschappelijke toekomst niets aan hebt".
Toch moet ik zeggen dat reformatorische jongeren zich vooral positief onderscheiden. Hèt grote verschil met andere jongeren is dat wij een gemeenschappelijke achtergrond hebben, waarin je elkaar kunt aanspreken. Reformatorische jongeren zijn beslist niet beter, maar wel meer aanspreekbaar. Je kunt tegen ze zeggen: „Jij weet dat best!"
Wat denkt u, leeft onze jeugd op reformatorische scholen niet te geïsoleerd tegenover het totale wereldgebeuren?
Op onze school heeft een bezinning plaats gevonden over deze problematiek. We hebben met elkaar nagedacht over de vraag in hoeverre je jongeren moet konfronteren met de harde werkelijkheid van de maatschappij. Moeten ze beschermd worden, of moeten er juist vensters geopend worden naar de maatschappij toe? Ik geloof dat het beide moet. Jongeren moeten beschermd worden, maar het leven zal ook ontsloten moeten worden.
Jonge kinderen zullen behoorlijk beschermd moeten worden. In de opvoeding, thuis, maar ook op school. Er moet een basis van veiligheid gelegd worden. Een positief waardenpatroon moet in alle rust aangebracht worden, anders zijn jongeren later volslagen weerloos in de maatschappij.
Anderzijds moeten er ook vensters geopend worden. Als je jongeren op latere leeftijd nog te veel in een beschermde omgeving houdt, wordt de overstap naar de maatschappij veel te groot. Onze jongeren moeten tot besef komen dat ze in een wereld staan die aan alle kanten trekt. Ze moeten weten wat er in de wereld afspeelt. Er kunnen echter ook situaties zijn dat we bewust vensters moeten dichtklappen, omdat er téveel openstaan !
Wat ziet u op school als belangrijk in de toerusting van onze jongens en meisjes voor hun leven?
Het gaat bij toerusting vooral om jongeren een bepaalde levenshouding mee te geven.
Ze moeten leren om kritisch te staan tegenover de tijd waarin ze leven. We moeten ze een positieve levensinstelling meegeven. Overigens is dit erg moeilijk,
omdat ons onderwijs téveel is gericht op het behalen van een diploma. Jongeren worden boordevol kennis gestopt, en zo toegerust voor een maatschappij, waarvan je je afvraagt of die er is. Te weinig wordt aandacht gegeven aan vrijetijdsbesteding. Daarom geloof ik dat we jongeren ook moeten leren hoe ze met hun vrije tijd moeten woekeren.
Toerusting moet bestaan uit het duidelijk maken aan jongeren hoe de bijbelse normen, en waarden ook voor hen gelden. Ook als het leven niet over rozen gaat. Ook als ze straks misschien met een diploma in hun zak werkeloos aan de kant moeten staan.
De zuigkracht van de wereld is erg groot. Ook op onze jongeren. Liggen hier nog taken?
Je zult jongeren moeten voorhouden wat de bijbelse normen en waarden zijn. Juist ook voor het gewone leven. Hier liggen grote taken voor het gezin, de kerk, het jeugdwerk en de school. De taak van de school is om dit vooral naar het maatschappelijk leven duidelijk te maken.
Juist in onze tijd wordt vaak een bewuste keus gevraagd van jongeren. Je ziet jongelui die duidelijk „neen" zeggen tegen de normen en waarden van Gods Woord en helaas een eigen — heilloze — weg gaan.
Ook heb je jongeren die nog steeds in een beschermd klimaat leven, en daardoor redelijk in het spoor blijven lopen, echter zonder overtuigingskracht. Een derde groep jongeren wil veel zaken bewust beleven. Ze zitten boordevol vragen, en stellen die vragen naar de Bijbel en hun eigen opvoeding toe. Zolang zij met hun vragen naar de kerk, jeugdvereniging, ouders en school blijven komen, vind ik dat erg positief. Maar ze hebben er wel recht op dat er serieus op hun vragen wordt ingegaan, anders zullen ze vervreemden.
Heel belangrijk vind ik dat jongeren een positieve groepsvorming proberen te ondergaan, bijvoorbeeld door het bezoeken van de kerkelijke jeugdvereniging. Verder vind ik de zuivere verhouding tussen jongens en meisjes uitermate belangrijk.
Als je daar in je jeugd op een negatieve wijze mee bezig bent, verwoest je je leven. In een zuivere verhouding (verkering) wordt de basis gelegd voor een goed huwelijksleven later.
Heeft u nog slotopmerkingen voor de „Daniël"-lezers?
Probeer in je leven een positieve taakopvatting te ontwikkelen. Of je werk hebt of niet. Begin daarmee op school, om plichtsgetrouw je werk te doen, mede met het oog op later.
Ook jongeren moeten de geesten beproeven of ze uit God zijn. Daarom moet je kritisch staan tegenover je omgeving. Dat is een leerproces. Dat kun je niet in eigen kracht. Daar heb je de Heere in nodig. Je jeugd is de beste tijd van je leven. Dat is de tijd waarin allerlei verwachtingen zijn. Jongeren hebben vaak het idee dat het beste later komt, bijvoorbeeld als ze straks van school af zijn. Maar het beste heb je nu! De Heere zegt dat we Hem vroeg moeten zoeken en jong moeten dienen in ons leven: „Laat mij van 't spoor in Uw geboon vervat. Niet dwalen, Heer'. Laat mij niet hulp'loos varen."
Mijnheer Vogelaar, namens alle Daniëllezers zeggen wij u hartelijk dank!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 2 oktober 1983
Daniel | 32 Pagina's