Kobeno krijgt antwoord
Zelfs de felle nigeriaanse zon kan die donkerte niet verdrijven. „Jezus", zegt Amena zacht. „Jezus kan mij beter maken Kwesi. Het staat in het boekje. Als Kobeno veel geld verdiend heeft, gaan we Hem zoeken. Dan kopen we ook een Bijbel, daar staat alles over Hem in". „Oh, oh", zegt Kwesi blij en steekt zijn armpjes uit. Maar Amena merkt dat niet. Ze houdt haar hoofd een beetje scheef en luistert scherp. De radio is al een poosje stil. „Daar is moeder Kwesi, ik hoor haar aankomen".
Is Hij dan toch gestorven?
't Is warm, drukkend warm. Boven het oerwoud pakken donkere wolken samen. Iedereen zit buiten, 't is in de huisjes dubbel benauwd. De mannen en de grote jongens zijn moe. Ze hebben de hele dag gezwoegd op de plantages en zitten nu voor hun huisjes wat te roken en te praten. De allerkleinste kinderen liggen al op hun slaapmatjes. Kobeno en Amena zitten achter het huis. Het blauwe boekje is hun trouwe metgezel. Amena luistert gespannen. In Kobeno's stem klinkt schrik en verwondering. Vreselijk is het: Jezus wordt gevangen genomen en Zijn vrienden lopen allemaal weg.
Amena heeft tranen in de ogen, maar Kobeno wordt kwaad. Was hij er maar bij geweest dan was het niet gebeurd. Die man met dat zwaard had beter moeten mikken. Met stijgende verbazing leest hij van Pilatus, van de kruisiging, maar ook van de hoofdman die zegt dat Jezus Gods Zoon is. Als het hoofdstuk uit is, klapt hij het boekje dicht. Het blaadje papier dat als bladwijzer dienst doet, valt er uit. Maar dat ziet hij niet. Met sombere ogen staart hij voor zich uit. Hij krijgt de neiging het boekje ver weg te smijten. „Nou hoeven we Hem niet meer te gaan zoeken", zegt hij met een doffe stem. Amena snikt het uit. „Nou word ik nooit, nooit meer beter". Dat haalt Kobeno uit z'n sombere stemming. „Zal ik een stukje verder lezen? Misschien gebeurt er wel een wonder. Dat meisje was ook dood en Jezus maakte het weer beter".
Amena droogt resoluut haar tranen. Haar gezichtje licht op, al blijven de eens zo glanzende ogen dof. „Ja, een wonder, misschien gebeurt er een wonder. Lees gauw verder Kobeno". Maar als deze het boekje weer wil openen, zet de buurman zijn radio ineens op volle sterkte. Ze móéten wel luisteren of ze willen of niet. 't Is geen schetterende muziek, een donkere mannenstem begint te spreken. Langzaam staat Kobeno op en loopt met Amena aan de hand in de richting van de stem. Oh.... vreselijk, dat zal toch niet waar zijn?
Vier dagen maar?
Het is stil geworden in het dorpje waar Kobeno woont. Iedereen is in huis, want het
plenst van de regen. Het heeft ontzettend geonweerd, felle bliksemstralen hebben keer op keer de armoedige huisjes in een blauwe gloed gezet, 't Was kort, maar hevig. Nu stroomt de regen neer. Fel kletteren de druppels op de daken van golfplaten. Amena heeft zich in slaap gehuild.
Kobeno is ook in slaap gevallen met een hart vol boosheid en opstand. Maar de vaders en moeders in het dorpje zijn nog wakker. Niet omdat de regen zo'n herrie maakt op de daken, maar om dat andere.
Hoe moet dat nou? Waar moeten ze zo gauw naar toe? Vier dagen maar? Dat is toch onmogelijk? En weer horen ze die stem, die zo heel gewoon via de radio meedeelde dat alle Ghanezen binnen 4 dagen het land moeten verlaten . Kijk, dat houdt die vaders en moeders uit de slaap, daarom fluisteren ze zachtjes met elkaar in het donker. En het regent maar, het plenst maar. En buiten achter het huisje van Kobeno en Amena ligt een boekje. Het is blauw en het wordt kletsnat. De letters en de tekeningen op de kaft worden onduidelijke zwarte vlekkken. Als het dag was, zou je de grootste nog net kunnen lezen: „St. Mare" en „The Acts of the...." nee, dat laatste woord niet, dat is helemaal doorgelopen. En in de modder, half weggetrapt ligt een stukje papier, 't Is w.it en er staan ook letters op. Maar die zijn helemaal niet meer te lezen.
Niet meer aan denken
Over de grote weg naar Lagos rijdt een oude legertruck. In de open laadbak achter de cabine zitten zeker veertig mensen, mannen, vrouwen en kinderen. Rechts voorin, dicht naast elkaar zitten vader, moeder, Kwesi, Amena en Kobeno. De wagen schokt en schudt, niemand kan zich verstaanbaar maken. De chauffeur is het allang zat om al de kuilen en hobbels in de weg te vermijden. Hij rost maar aan. Kobeno zit in de hoek, hij kan langs de cabine heen op de weg kijken. Hoe dichter ze bij Lagos komen, hoe drukker het wordt. Verkeersregels bestaan zeker niet. Iedereen rijdt op zijn eigen manier. Kobeno heeft geprobeerd zijn zusje te vertellen wat hij ziet, maar hij gaf het al gauw op. Veel te veel herrie. Plotseling wordt hij misselijk van de schrik. Daar, een vijftig meter voor hen uit, steekt iemand de weg over. „Remmen" wil hij schreeuwen, „remmen chauffeur!" Er komt echter geen geluid uit zijn mond. De chauffeur kan hem trouwens toch niet horen. Hij doet niet eens een poging om te remmen of uit te wijken. Kobeno knijpt zijn ogen dicht. O, vreselijk. Niemand op de weg trekt zich iets van het ongeluk aan. Iedereen rijdt gewoon door. Kobeno gaat met de rug naar de cabine zitten. Vader en moeder hebben niets gemerkt. „Niet meer aan denken, niet meer aan denken", houdt hij zich voor. Maar 't duurt lang eer hij dit vreselijke uit z'n gedachten kan bannen.
Maak plaats! Opzij!
Op en bij het grote vliegveld van Lagos is het erg druk. Het ziet er letterlijk zwart van de mensen. Ze staan en zitten overal waar maar een plekje is. Al die mensen moeten naar huis, naar hun eigen land, naar Ghana. Temidden van die mensenmassa is ook Kobeno. Hij heeft zijn zusje geen moment alleen gelaten. Vader past op moeder en Kwesi, hij zorgt voor Amena. Na de afschuwelijke reis in de legerauto zijn ze bij. het vliegveld aangekomen. De tijd dringt, nog twee dagen, dan moeten alle Ghanezen het land uit zijn. Al krioelen hier honderden mensen dooreen, toch kan Kobeno even tot rust komen. Ze hebben deze twee dagen geleefd als in een roes. Veel was er niet in te pakken, maar 't nam toch tijd alles te regelen. Hij voelt weer de schok die hij kreeg toen hij merkte dat het blauwe boekje weg was. Toen hij het vond, had hij gehuild. Het was onleesbaar geworden. Halfin de grond getrapt, zag hij ook het blaadje. Dat was ook niet meer te lezen, behalve de achterkant. Wonderlijk, die letters waren niet doorgelopen en gevlekt. Die waren zo duidelijk alsof ze pas gedrukt waren. Hij had het blaadje nooit gelezen, alleen het opschrift maar. Met een beetje moeite — ze zitten ook zó dicht opeen — wringt hij het uit z'n broekzak. En voor de zoveelste keer leest hij:
Voor verdere informatie of een gratis Bijbel kunt u schrijven naar: Blythswood Tract Society Holland Branch Hazelaarsdreef 77 Vlaard ingen-Ho lland.
Een gratis Bijbel. Het staat er heel duidelijk. Gratis, voor niets! Als ze straks in hun eigen land komen, dan.... Verder komt hij niet met zijn gedachten. Een luid geschreeuw doet hem opkijken. De adem stokt in z'n keel. Nee, nee! Dat.... dat is afschuwelijk!
„Uit de weg! Maak plaats!" wordt er geschreeuwd. Mannen in uniform met lange buffelleren zwepen in de hand zetten hun woorden kracht bij en zwiepen er op los. „Schiet op! Aan de kant!" De zwepen knallen, de mensen gillen van angst en pijn. Vliegensvlug stopt Kobeno het papiertje in
z'n zak en trekt Amena omhoog. Maar waar moeten ze heen? De mensen staan en zitten zó dicht opeen, dat er geen ruimte is om uit te wijken. „Maak plaats! Vooruit!" Beschermend gaat hij voor Amena staan, zijn armen om' haar heen. Vader heeft Kwesi in z'n armen en buigt zich over moeder heen die nog op de grond zit. De wild om zich heen slaande mannen maken ruim baan. Wie niet gauw weg kan komen, wordt weggeslagen. Naast Kobeno krimpt een oude man ineen van de pijn als een zweep hem treft. Kobeno voelt de luchtdruk van de zwiepende slag langs z'n gezicht. Amena weet niet wat er gebeurt. Ze rilt van angst. In een flits ziet Kobeno blanke en zwarte mensen achter de schreeuwende en slaande mannen lopen. Hij snapt het al. Niemand kan immers de vliegtuigen bereiken. Zij zitten en staan in de weg. Maar waarom dat zó moet gebeuren begrijpt hij niet. „Uit de weg! Maak plaats! Opzij!" De zwepen knallen en de mannen vervolgen al schreeuwend hun weg.
Naar het ziekenhuis
Het is druk in het grote Bawku-ziekenhuis. Van heinde en ver zijn er patiënten gekomen om behandeld te worden. Tussen al die lopende zieken zijn ook Kobeno en zijn zusje. Ze wonen weer in hun oude dorpje bij grootvader en grootmoeder. Bij de broers van vader met hun vrouwen en kinderen. Toen ze eenmaal bij Lagos in het vliegtuig zaten, ging alles zo vlug. Voor ze het wisten landden ze in Ghana. Aan dat vreselijke op en om het vliegveld willen ze niet meer denken. In het dorpje is niets veranderd na al die maanden dat ze weggeweest zijn. De oogst was mislukt en hongersnood dreigt. Op een dag had Kobeno gezegd: „Ik ga met Amena naar het grote ziekenhuis in Bawku. Daar zijn knappe dokters die haar misschien beter kunnen maken". „Dat kunnen ze niet", had oom Kodjo gezegd, „ik ben er ook geweest Ze konden mij niet helpen. Wel als ik eerder gekomen was". Maar Kobeno had volgehouden. „Ik ga!" „Je moet dagenlang lopen om er te komen", had moeder tegengestribbeld, „en hoe moet je dan aan eten komen? " Toen had Kobeno triomfantelijk wat uit z'n zak gehaald. „Kijk eens wat ik hier heb? Geld, nog uit Nigeria. Ik heb het bewaard. Het is genoeg voor ons beiden en voor de dokter is er ook nog wat". „Dat is gratis", had oom Kodje gezegd. Ze zijn samen op stap gegaan. Drie dagen hebben ze er over gedaan. Nu staan ze in de rij van patiënten en wachten op hun beurt.
Een Bijbel voor niets
In het postkantoor vlakbij het ziekenhuis staan Kobeno en Amena te wachten tot de man vóór hen klaar is. Amena heeft gehuild, je kunt het nog een beetje aan haar zien. „Nee Amena, ik kan je niet meer helpen", had de vriendelijke dokter gezegd. Hij had heel nauwkeurig haar ogen onderzocht en langdurig met lampjes de doffe en uitgebluste pupillen bekeken.
„Nee Amena, ik kan je niet beter maken". Kobeno had haar zwijgend uit de stoel geholpen. „Dag dokter", hadden ze gezegd, „dank u wel". Toen ze de spreekkamer uit gingen, kwam er al weer een nieuwe patiënt naar binnen. En nu staan ze in het postkantoor. „Een luchtpostbrief als 't u blieft, met een postzegel voor Holland", vraagt Kobeno. De man achter het loket schuift de brief en de postzegels naar hem toe. „Er moeten drie zegels van 20 op". Bij een soort lessenaartje waarop een pen ligt, die met een kettinkjes vastzit, gaan ze zitten. „Nu ga ik om een Bijbel vragen, Amena. Dan kan ik je elke dag voorlezen". Wat onwennig begint Kobeno te schrijven.
Beste mijnheer, Ik ben Kobeno Mens ah en ik vraag u beleefd om een Bijbel om voor te lezen aan mijn blinde zusje Amena. Ik had een blauw boekje gevonden met het evangelie van Marcus en met de Handelingen der apostelen. Maar het boekje is weg. Krijg ik als 't u blieft een Bijbel van u? Mijn adres is: Kobeno Mens ah P.O. Box 15 Bolga tanga Ghana
Kobeno krijgt antwoord
Het is druk in de bovenzaal van de Julianakerk. Vele handen reppen zich om honderden Bijbels, bijbelgedeelten, kursussen en traktaatjes in te pakken en verzendklaar te maken.
- Meneer Weeda hebt u de drukproeven van het Johannesevangelie bij u?
- Bram, wil jij deze kursus even nakijken?
- Meneer Van Trigt kunt u met meneer Verduyn voor deze Bijbels zorgen? Die moeten apart ingepakt worden. Kijk naar dit adres moeten er tien, naar dit vier en naar dit....
- Dries schrijf jij de labels van de postzakken?
- Meneer Verwijs helpt u even, er moeten nog twintig etiketten geschreven worden.
- Meneer Vink is er nog koffie?
Ha, wat zit er weer een vaart in. Dat moet ook, ze wachten daarginds op antwoord. Nog twintig Bijbels, nog 15, 10, 6, 4, 3, 2, nog één Bijbel.
- Juffrouw Van den Berg, die laatste moet u inpakken.
Welk adres staat erop? Lees het eens voor.
Dan wordt het stil in die drukke zaal.
Iedereen luistert, iedereen is benieuwd.
Aan Kobeno Mensah P.O. Box 15 Bolgatanga Ghana
Ja Kobeno, jij krijgt antwoord. Jij krijgt HET ANTWOORD.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1983
Daniel | 32 Pagina's