Is het isolement onze kracht?
De redaktie vroeg me een artikel te schrijven over de vraag: „Is het isolement onze kracht? "
Dat is geen gemakkelijke zaak en eigenlijk ligt het meer op de weg van een ethicus of een politicus om hierover te schrijven. Zij komen immers in de praktijk van hun werk in aanraking met het probleem dat deze vraag onder woorden brengt, meer dan dat het geval is bij een historicus. Maar goed, de redaktie van Daniël laat zich niet zo gemakkelijk afschepen en ik wil dan ook proberen enkele opmerkingen te maken.
Groen van Prinsterer
De uitdrukking „In het isolement ligt onze kracht" is afkomstig van Groen van Prinsterer. Bij hem was het een stelling, bij ons is het een vraag.
Wat betekent deze stelling?
Het is het bewuste streven van christenen om zoveel mogelijk hun kracht te zoeken in eigen organisaties en het kontakt met andersdenkenden te mijden. In Nederland is dat voor de Tweede Wereldoorlog heel sterk tot uitdrukking gekomen in de verzuilde samenleving. Elke bevolkingsgroep had zijn eigen politieke partij, zijn eigen krant, vereniging, school, omroep e.d. Achter deze drang tot isolering van andersdenkenden school de behoefte de eigen identiteit zo zuiver mogelijk te houden. De leden van een zuil hadden weinig kontakt met de leden uit een andere zuil. De leiders aan de top kenden echter wel een uitwisseling van informatie en denkbeelden.
Afbrokkeling van de verzuiling
Tot 1945 was de nederlandse bevolking als geen ander volk in West-Europa opgedeeld in segmenten. Na 1945 brokkelde die verzuiling af en in onze tijd verdwijnt het stelsel in snel tempo. Ook onder christenen vindt men weinig aanhangers meer van dit „achterhaalde" denkbeeld. Liever zoekt men de weg van samenwerking. Men wil zich open stellen voor invloeden van anderen in de samenleving en gezamenlijk de schouders zetten onder de opbouw van een harmonieuze maatschappij. Christenen behoren midden in de maatschappij te staan en daar te „leven, lijden en getuigen". Van hieruit is het nog maar één stap naar het moderne taalgebruik: gerechtigheid, bevrijding, solidariteit, dialoog, oecumene, waarmee veelal ook het tegendeel van een isolement is aangeduid.
Zegt de Bijbel iets over het isolement ?
Kunnen we met betrekking tot dit probleem ook een antwoord krijgen uit de Bijbel? Ik dacht van wel. Het is de Bijbellezer al spoedig duidelijk dat het volk Israël opgeroepen wordt tot een afgezonderd leven. Juist in het afgezonderd leven van alle andere volken diende het volk zich te onderscheiden. Abraham werd opgeroepen uit het Ur der Chaldeeën. In Egypte moesten de Joden wonen in Gosen. Juist toen het nageslacht van Adam zich vrouwen koos uit de wereld ging het fout (Genesis 6:1). Ook het boek Richteren laat ons keer op keer het verval zien als het onderscheid tussen Israël en de omringende volken is weggevallen.
Uitdrukkelijk is het bevel: Dat volk zal alleen wonen en het zal onder de heidenen niet gerekend worden" (Numeri 23 : 9). Mozes zegt van Jakob dat de Heere hem alleen heeft geleid en er geen vreemde god met hem was (Deut. 32 : 12). De Heere alleen is God en Hem alleen hebben wij te dienen. Dat geldt niet alleen voor het volk Israël in bijbelse tijden, het geldt ook voor ons. Als de kleine kinderen gedoopt worden, dan worden zij daarmee „van alle
andere volken en vreemde religiën afgezonderd, om geheellijk Hem toegeëigend te zijn, Zijn merk-en veldteken dragende" (art. 34 N.G.B.). De kracht van een leven in „isolement" zien we in het joodse volk dat na de verwoesting van de tempel in 70 na Chr., gedurende negentien eeuwen van ballingschap zijn eigen identiteit niet verloor en in 1948 weer werd herboren als natie! Hoeveel volken zijn in de loop der eeuwen niet opgegaan in andere volken en daarmee in feite van de aardbodem verdwenen? Wie weet nog van Hethieten, Filistijnen, Bataven, Caninefaten en Gothen?
Geen doperse wereldmijding
We beantwoorden de vraag boven dit artikel dus bevestigend. Inderdaad: In het isolement ligt onze kracht. Daarmee zijn alle problemen natuurlijk niet opgelost. Ons isolement mag niet verworden tot een doperse wereldmijding. Dan verliezen we de samenleving uit het oog en kreëren we een geestelijke broeikas, waarin allerlei verkeerde opvattingen welig kunnen tieren: hovaardij, geestelijke arrogantie, bekrompenheid, fanatisme. Al zijn we niet van de wereld, we leven er wel in. Onze houding dient te zijn als die van de pelgrim, die op aarde een vreemdeling is, maar toch die aarde moet bebouwen en bewaren. Die pelgrim onderscheidt zich in zijn levensstijl door zijn „gelaat, gepraat en gewaad".
Maar het is moeilijk om nu precies de grenzen aan te geven naar de ene en naar de andere kant. Zeker is ook dat het in onze samenleving steeds moeilijker wordt om een juist isolement te handhaven. Wie in zijn opleiding of met zijn werk gekonfronteerd wordt met het moderne denken kan dat aan den lijve ervaren. Daarom kan een al te knusse en intieme opvoeding gevaarlijk zijn. De kloof tussen kerk en gezin aan de ene zijde, en de maatschappelijke werkelijkheid aan de andere zijde is dan te groot geworden. Een zeker kompromis is dus in deze gebroken wereld niet altijd te vermijden. Maar we mogen ons niet met de stroom van de tijd mee laten drijven, want dan zullen we slechts nederlagen lijden. Als de grenzen uitgewist worden, absorberen we het moderne denken, in plaats dat wij een stempel op de samenleving drukken.
We schetsen hierboven al de reaktie op de verzuiling in Nederland na 1945. De resultaten daarvan zien we in verschillende kerken, die al voor een aanzienlijk deel verwereldlijkt zijn.
Laat deze ontwikkeling voor ons maar een waarschuwing zijn. We horen ook onder ons nog wel eens de mening verkondigen dat we niet aan de kant moeten blijven staan, maar mee moeten doen en onze invloed uit moeten oefenen. In de praktijk blijkt echter dat er dan helaas nog al eens grensvervaging optreedt en dat wij het zijn die beïnvloed worden.
Wordt het isolement ons opgedrongen ?
We kunnen de vraag van de titel ook nog van een andere zijde benaderen: wordt een isolement ons niet steeds meer opgedrongen? Deze samenleving verschilt radikaal van de samenleving zoals een vorige generatie die kende. Kon men voorheen tenminste nog refereren aan een waardenpatroon dat door een ieder erkend werd en waarin een christen zich kon herkennen, de hedendaagse opmars van het atheïsme en nihilisme maakt het voor een christen alleen maar moeilijker zich te
bewegen in deze samenleving. Hij loopt de kans met onbegrip, soms al rakend aan onverdraagzaamheid, bejegend te worden.
Laten we ons maar niet vergissen in de haat die er kan zijn tegen die christenen die begripselvast zijn.
Tenslotte nog dit: Ook al kiezen we noodgedwongen voor het isolement, dit mag nooit gepaard gaan met de gedachte dat in de eigen kring een zuiver beginsel gevonden wordt. Dan zouden we dezelfde fout maken als de middeleeuwse kloosterlingen die zich uit een zondige wereld poogden terug te trekken. De zonde leeft op de bodem van ons aller hart, en daarom zullen we de zaken die we in de „wereld" aantreffen ook terug vinden in de eigen kerk en de eigen organisaties. Het gaat er om dat wij met een zuiver geweten de wijze en de manier weten te vinden van onze omgang met de ander en de gemeenschap.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1983
Daniel | 32 Pagina's