„Ook jongeren moeten een stapje terugdoen”
— de jongste minister over zijn visie op jongeren —
De jongste minister in het kabinet Lubbers staat nogal in de belangstelling. Als verantwoordelijke minister op het departement van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur heeft hij in een tijd van bezuinigingen geen gemakkelijke taak. Voortdurend wordt hij door mensen van de pers en door vertegenwoordigers van gesubsidieerde instellingen kritisch bevraagd over zijn beleid.
Toch wekt minister Brinkman niet de indruk dat hij gebukt gaat onder de kritiek op zijn beleid. De minister laat zich weinig voorzeggen of influisteren. Hij gaat zijn eigen gang.
Uiteraard is het ook voor ons niet zo moeilijk om een aantal kritische opmerkingen te maken bij het beleid van minister Brinkman. Wat ons echter aanspreekt is zijn visie op de funktie van het gezin, de vrije tijdsbesteding van jongeren en zijn nuchtere benadering van de overheidstaak.
In een tijd van ekonomische teruggang kan ook de miniser van WVC er niet omheen dat er orde op zaken gesteld wordt in de wirwar van subsidieregelingen....
Minister Brinkman: „Ik kan niet door het land lopen met een grote zak met geld en op die manier de problemen afkopen. Ik vind het een moeilijke taak om te regeren in een bezuinigingstijd. Toch vind ik het ook erg boeiend, Je wordt gedwongen om alle dingen nog eens op de hand te wegen. Het is geen gemakkelijke boodschap die je te vertellen hebt, maar het moet gebeuren".
Minister Brinkman heeft het één en ander te vertellen! Dat blijkt telkens weer uit zijn uitspraken die je in verschillende interviews tegenkomt. Ik heb een aantal van zijn uitspraken geknipt uit AKTIE (christelijk maandblad voor jongeren, augustus '83) en JEUGD EN SAMENLEVING (juli '83).
Het gezin
Voor minister Brinkman geldt het gezin nog steeds als „de hoeksteen van de samenleving". In AKTIE vertelt hij: „Ik vind niet alles wat uit het verleden stamt verkeerd. We hebben een heleboel goede dingen in het verleden met elkaar opgebouwd. Bovendien heb ik zelf een plezierige jeugd gehad en daar ben ik mijn ouders dan ook zeer erkentelijk voor. We moeten erg voorzichtig zijn met veranderingen in onze wetgeving en in onze samenlevingsverbanden om niet al die goede dingen maar overboord te zetten".
Brinkman houdt een pleidooi voor de kleine verbanden. Je moet jezelf geven in die kleinere verbanden, in je gezin, in je familie, in je leefomgeving. Omgekeerd dient er in deze kleine verbanden meer aandacht te zijn voor het kind, voor de jongere. In JEUGD EN SAMENLE-VING wordt hem de vraag voorgelegd of je met een oproep in de trant van „mensen voed je kinderen beter op" problemen als verwaarlozing, vandalisme en vervreemding kunt voorkomen.
Brinkman: „Ik wil niet de indruk wekken dat ik het allemaal weet, ik zit er vreselijk mee. Het kan toch niet zo zijn dat straks hele generaties verloren gaan? Maar ik geloof wel dat die morele oproep heel belangrijk is. Ik roep niet voor niks steeds de ouders en de onderwijzer erbij. Niet omdat al die professionele hulpverleningsinstellingen niet goed zouden wer-
ken. Integendeel, zij ruimen als het ware weer de rommel op. Wel omdat die eerste opvoedingsverbanden het er hoe langer hoe meer bij laten zitten. En toch moet het daar weer opgelost worden. Vandaar mijn oproep naar die natuurlijke verbanden: dat is gedeeltelijk politiek en gedeeltelijk ethiek. Het is toch te dol dat in veel gezinnen de norm is dat het kind thuiskomt als het hem goeddunkt. Het „de ijskast staat wel open, zet de tv maar aan, vader en moeder komen ook wel een keer thuis" is toch geen gezinsleven? Ik hef een waarschuwende vinger op dat er opgepast moet worden een kind te snel die verantwoordelijkheid te geven. Je moet ervoor zorgen dat ouders inzien dat je kinderen niet te snel aan hun lot kunt overlaten. Heel veel gezinnen bestaan niet meer als zodanig omdat man en vrouw moeten werken of willen werken en die waarde hoger geacht wordt dan de waarde van de opvoeding van het kind".
Zorgelijke ontwikkelingen
Bij de hedendaagse jongeren signaleert de minister een aantal ontwikkelingen die hem zorg baren. In AKTIE vertelt hij moeite te hebben met de „vrijheid-blijheid-levensstijl":
„Het alleen maar doen waar je zin in hebt, vind ik een te gemakkelijke levensopvatting. We dragen ook verantwoording voor elkaar, voor het totaal van de samenleving. Je kunt niet altijd maar doen waar je zin in hebt, je moet ook op anderen letten. Een ander punt is dat men zegt: och, die maatschappij zit zo rot en vervelend in elkaar, is zo kapitalistisch geworden, de mensen hebben geen oog meer voor elkaar, laten we het recht maar in eigen hand nemen. We hebben nou eenmaal honger, we hebben niet genoeg geld om dat te betalen, dus gaan we maar even naar Albert Heijn, ratsen daar snel wat uit de vakken en betalen dan maar niet (.....) Ja, u zult begrijpen dat ik dat niet goed kan en wil praten."
Minister Brinkman hoopt dat de jongeren weer vertrouwen gaan krijgen in de maatschappij. Veel konkrete lichtpunten kan hij echter niet aandragen: , , Ik begrijp best dat, als je van school komt en geen baan hebt, je mistroostig wordt van alle bureaukratie die je voor je ziet. Maar wat ik bedoel is dit: je moet overal zien gaatjes te vinden om aan het werk te komen. Hetzij als vrijwilliger met behoud van uitkering, hetzij als starter in een nieuwe onderneming, maar als het enigszins kan ook in een gewone baan. Als was het alleen maar om te voorkomen dat je wegzakt naar de rand van de maatschappij".
Zorg voor jongeren
Op een vraag in JEUGD EN SAMEN-LEVING over aktiviteiten voor jongeren antwoord de minister:
„Probeer, als je werkloos bent, in ieder geval tot een zinvolle tijdsbesteding te komen; er is meer te doen dan op straat rond te hangen. Vervolgens zijn er de aktiviteiten vanuit de buurt-en clubhuizen. Er zijn heel veel dingen die je met jongeren kan doen, niet om geld te verdienen, maar gewoon voor de buurt, de eigen school, voor opa of oma, voor het
bejaardentehuis. Als wij vroeger bij de boer gingen spelen dan was dat prima, maar dat eerste uur na vieren moest je slootkanten harken of hooien. Ik wil ermee aangeven dat er toen een ondertoon was van , , het is allemaal prachtig en je mag je vrije tijd leuk besteden maar er moet ook een uurtje zijn om nuttige dingen te doen". Tegenwoordig hoor je van ouders en onderwijzers eerder, , om vier uur is de school dicht en daarmee houdt onze verantwoordelijkheid op". Dat is voor mij zo negatief. Laten we nou eens proberen iets van het nuttig bezig zijn gedurende een deel van de vrije tijd te realiseren. Iets voor anderen te doen, laten we dat er toch inpompen. Het is misschien wel een beetje de algemene teneur dat de verantwoordelijkheid van ons allemaal is overgenomen door een ander, door de staat, de instellingen, de landelijke organisatie".
Maar er zijn toch heel specifieke groepen jongeren die je op zo'n manier nooit bereikt?
Brinkman: „Voor specifieke groepen, bijvoorbeeld randgroepjongeren, zijn altijd wel dingen gedaan, vanuit de buurthuizen, door jeugdleiders, of gewoon een vader en een moeder die zich hun lot aantrokken. Die aktiviteiten moeten niet onderschat worden en zoiets laat zich niet landelijk dikteren. Je kan er een aantal faciliteiten voor beschikbaar stellen. Randgroepjongeren hebben de overheidsaandacht het hardst nodig. Maar nogmaals, er zijn altijd mensen die die verantwoordelijkheid wel op willen pikken. Die moet je dan van overheidswege aanvullend steunen. Maar je moet het niet omdraaien en zeggen: „nou, ik zet daar een bak professionele werkers op en die regelen het wel even".
Er moet aangesloten worden op één of andere autoriteit in de buurt, de buurman, een oom of iemand die ze oom noemen."
Een stapje terugdoen....
Minister Brinkman is van mening datje jongeren in deze tijd eerlijk tegemoet moet treden. De ekonomische situatie brengt met
zich mee dat niet langer alles mogelijk is. In JEUGD EN SAMENLEVING noemt de minister enkele knelpunten.
„Je moet ervan uitgaan dat jongeren allemaal in andere situaties zitten waardoor de één wel en de ander niet uit kan komen met een uitkering, de toegewezen huisvesting enzovoort. Vandaar mijn bezwaar tegen een beleid dat zich richt op jongeren van 18 jaar en ouder die recht zouden moeten hebben op een eigen woning. Bovendien wek je met dat soort benaderingen verwachtingen die je budgettair niet waar kunt maken. En ook maatschappelijk gezien is het nog maar de vraag of je daar verstandig aan doet. De doelstellingen van het beleid moeten toegespitst worden, men moet ze niet te breed houden. (.....) Een ander aspekt is dat we in het kabinet diskussies voeren over alle rechten die jongeren in de loop der tijden hebben gekregen. Formeel in allerlei wetten, en materieel omdat de ondertoon is dat je als je 16 of 18 wordt het recht zou hebben op allerlei zelfstandigheid. Het is maar de vraag of Bruin dat allemaal kan trekken. Bovendien is het ook een maatschappelijke vraag of de individualisering wel zover doorgetrokken moet worden. Het is toch zo dat in allerlei verbanden — niet alleen gezinnen — achter een en dezelfde huisdeur verschillende inkomens binnen komen."
Niet alleen bezorgdheid uitstralen
De huidige omstandigheden moeten volgens de minister niet gaan leiden tot doemdenken. Jongeren moeten meer vertrouwen in de toekomst hebben. Jongeren en hun primaire opvoeders moeten met elkaar proberen door de zure appel heen te bijten. Tegen schoolverlaters zegt de minister: „Probeer wat werk te doen. Ga praten bij het Gewestelijk Arbeidsbbureau. Praat erover met een leraar, met je bu urman. Ook met een uitkering mag je tegenwoordig van alles ondernemen. Eer zijn heel wat nuttige taken. Je zult zien dat wanneer je bezig bent, dat je dan niet elk uur van de dag aan je problemen denkt".
Verder pratend over de werkgelegenheid voor jongeren vertelt de minister dat hij hoopt dat er door de arbeidsverkorting geld zal vrijkomen om jongeren aan banen te helpen.
„Het zou mooi zijn als het kabinet neit weer met de eerste stap zou hoeven te komen (Minister Brinkman ziet hier een taak voor werkgevers en werknemersorganisaties), maar als zij er niet uitkomen, zullen wij die eerste stap zeker niet schuwen."
In een slotopmerking in AKTIE maakt minister Brinkman er geen geheim van dat hij in een christelijk gezin is opgevoed en dat hij van mening is dat we voor ons leven hier op aarde een bijbelse opdracht hebben. De minister ziet zichzelf een beetje een zendeling op WVC. „Een klein beetje beschouw ik het wel als een roeping om op deze stoel te zitten. Ik vind het een opdracht om verantwoordelijkheid te dragen op lastige posten in lastige tijden".
Met dank aan AKTIE en JEUGD EN SAMENLEVING.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1983
Daniel | 32 Pagina's