SAWENA VERTELT TOCH...
Met een diepe rimpel boven haar neus gaat Sawena door het dorp. Ze loopt heel langzaam en met gebogen hoofd, alsof ze heel goed na moet denken. En dat is eigenlijk ook zo. Sawena heeft zorgen. Ze gaat zitten onder een oude, dikke boom, vouwt haar zwarte handen om haar knieën en denkt diep na.
't Is allemaal begonnen op de dag dat Sawena erge pijn in haar been kreeg. Het werd helemaal dik en rood. De medicijnman was gekomen, maar 't had niet geholpen. Ze werd steeds zieker en ze kreeg hoge koorts. Niets hielp!
En toen — o, hoe durfde hij — was Sawena's vader naar de hoofdman gegaan. Want er was nog één middel: misschien kon de witte dokter aan de andere kant van de rivier haar beter maken. Maar 't mocht niet van de hoofdman en van de medicijnman helemaal niet. Geen sprake van! Sawena werd zó ziek, dat iedereen dacht dat ze nu sterven ging.
Toen kwam de hoofdman zelf ook eens kijken. En toen hij haar daar zag liggen — zo ziek, zo mager— zei hij: „Vooruit dan maar, breng haar maar weg!" Want hij was altijd zo streng, de hoofdman, maar hij was tóch ook wel aardig.
Sawena schopt met haar blote voet tegen een steentje. Het rolt weg en blijft een eindje verder liggen op het pad. Ze zucht O, dat was het allemaal niet. 't Was allemaal goed afgelopen. Na tien dagen was ze al weer thuis — helemaal beter. Maar dat andere.... Wat de witte man gezegd had en wat zij beloofd had — daar ging het om!
Wonderlijke dingen had Sawena gehoord in het ziekenhuis. „Er zijn geen boze geesten!" had de zendeling gezegd. „Er is alleen een God in de hemel. En die is véél machtiger dan jullie grote god Ohé. En die God in de hemel heeft jouw been beter gemaakt, Sawena!"
Sawena kon het allemaal niet geloven. Het waren zulke andere dingen, dan zij geleerd had. Hoe durfde de witte man dat alles te zeggen. De geesten zullen hem straffen. En toch.... haar been was beter! Nog meer vertelde de zendeling. Over God en over de Heere Jezus.
De Heere Jezus wil alle bange en slechte dingen in je hart wegnemen, ais je maar naar Hém wilt luisteren.... En over een poosje Sawena", zei hij, „dan kom ik in jullie dorp om ook daar dit te verteilen. Maar jij kunt óók alvast gaan vertellen, alles watje weet".
Sawena had 't beloofd. Hij was zo'n aardige man, die witte dokter. En ze kon nu immers haar been weer gewoon gebruiken.
En zie je, dat was nu het erge. Sawena had willen vertellen. Maar niemand wilde luisteren. Ook tegen de hoofdman zélf had ze 't gezegd.
„Wat? " snauwde hij toen. „Komt die witte man hier? Maar ik wil hem niet ontvangen!" En de medicijnman had hem even wat toegefluisterd. De hoofdman knikte, tóch even aarzelend. „Als de dag aanbreekt dat hij komt, zullen we hem wél ontvangen", zei hij toen. „Maar met speren en met pijl en boog!" En die dag.... dat is morgen!
De dag verstrijkt
„Sawena! Sawena!"
Verbaasd kijkt Sawena op. O, wat heeft ze zitten suffen. Op het bospad staan Makwe en Balwine, twee kinderen van de hoofdman.
„Sawena, ga je mee het bos in? We gaan honing zoeken!"
Sawena aarzelt. Mmmm.... honing! Maar nee, ze zou moeder immers nog helpen? „Nee", antwoordt ze spijtig. „Ik moet moeder helpen!"
„O. Nou ja.... dan gaan wij maar, hé; " zegt Makwe tegen zijn zusje. Ze draaien zich om, lopen het pad af en verdwijnen in de duisternis van het bos.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983
Daniel | 32 Pagina's