Werken een straf en bezit diefstal?
Ook jongeren worden in onze dynamische tijd gekonfronteerd met aller-Jei nieuwe uitgangspunten, meningen en ideeën. Bleef in de, vorige eeuwen veel bij het oude, thans moeten wij niet alleen bij scholingskursussen volgen om in ons beroep „bij" 'te blij ven, maar ook in geestelijk opzicht worden veel principes die vaak al jaren zonder meer vaststonden van de ene dag op de andere onderuitgehaald. En wij bang om voor' konservatief versleten te worden zijn o zo gauw geneigd ons met deze gewijzigde principes en meningen te laten meevoeren. Natuurlijk hoeft niet al het nieuwe fout te zijn.
Denk slechts aan de afschaffing van, de slavernij in, de vorige eeuw. Dat was een goede — nieuwe — ontwikkeling. Toch worden de bakens veelal in een tegenoverliggende richting verplaatst Ook in „christelijke wereld" worden de geboden 1 des Heeren nogal eens wat moderner geïnterpreteerd, omdat er in het zedelijk bewustzijn 'van de mensen verandering (achteruitgang? ) optreedt De anarchistische theorieën omtrent het gezag hebben ook invloed op ons. Dat blijkt o.a. uit de kritiek die wij hebben op gezagdragers in kerk en maatschappij. Termen als abortus en euthanasie klinken ons al milder' in de oren dan moord.
Hieruit blijkt' dat, ook al zijn er eeuwige en onveranderlijke beginselen van recht en zedelijkheid' van wat goed en kwaad is, e, r toch verandering 'is in de invulling daarvan door de mens. Gods geboden zijn echter vaste normen, en het komt er voor ons op aan ze ook zo te verstaan.
Ons leven
Ook de visie op wat onze opdracht is en daarmee samenhangend hoe we het bezit moeten beoordelen is bij velen gewijzigd, waardoor onzekerheid ontstaan is. Heeft het wel zin om je uit te sloven voor je ('huis)werk? Is eigendom wel echt goed in de zin van zedelijk goed?
Uit het voorgaande is duidelijk, dat wij, wanneer wij ons wat meer met deze laatste vragen bezighouden, terug moeten naar vaste normen en dan komen we natuurlijk bij Gods Woord terecht. 'Want zegt dr. G. Brillenburg Wurth: „Wie de zin, van het zijn zoekt in de gesloten cirkel van de tijd' moet er wel mee eindigen het „zijn"' te zien alleen als „last, als „geworpenheid", » Hij voelt zich aan blinde noodlotsmachten uitgeleverd".
Voor hen die voor, alles een menselijke verklaring zoeken is dit moeilijk te aanvaarden. Dit blijkt ook. Velen, , wijsgeren en existentialisten, twijfelden. En hoeveel jongelui twijfelen ook nu aan de zin van het leven?
Toch zullen wij er'van moeten uitgaan, dat deze wereld een zinvolle wereld is. En deze grondslag is alleen maar te 'handhaven wanneer wij belijden dat, God, éénmaal de wereld schiep tot een bepaald doel: om Zijn Schepper te dienen (zie ook art. XII N.G.B.). In dit licht gezien, heeft alles op deze wereld zin. Niét dat wij als nietige mensen dit altijd zien en, begrijpen. Voor Ons blijft veel verborgen. Waarom, wordt er zoveel geleden op deze aarde? Waarom worden juist de christenen zo vaak vervolgd? Toch geloven wij, dat wanneer we alles zouden kunnen overzien,
wij duidelijk Gods plan in deze wereld en ook met ons persoonlijk leven zouden opmerken.
Ons werk
De mens is een schepping van God en wordt geroepen met zijn eigen aard een bijdrage aan dit leven te geven. Wij moeten Hem dienen met heel ons wezen en onder alle omstandigheden (1 Kor. 10 : 31). Daarvoor is ook nodig te streven naar de ontwikkeling van al onze gaven en krachten. Dit geldt ook voor ons lichaam en daaruit volgt de plicht onze gezondheid zoveel mogelijk te bevorderen en dus ook de plicht tot reinheid en tot matigheid in ons eten en drinken. Maar ook zal iedereen zich moeten inspannen de kennis te verwerven die nodig is om zijn beroep, zijn goddelijk beroep, te vervullen. Wanneer wij ons dagelijks werk doen, dan staat dit het dienen van God niet in de weg, zoals wel eens gedacht wordt. Zelfs in het Paradijs moesten Adam en Eva reeds , , de hof bouwen en bewaren' 1 '. Ze waren dus niet vrijgesteld van het werk, maar het verhoogde juist hun geluk.
Voor het dualisme, waarbij het stoffelijke tweederangs wordt, geeft de Bijbel ons geen enkele grond. Integendeel. De Bijbel vraagt ons ons werk zo getrouw mogelijk te verrichten. En van ons werk — of wij werken, hoe wij werken en welk resultaat wij beogen — moeten we eenmaal rekenschap afleggen.
Dat wij ons ambt en plicht, o Heer, Getrouw verrichten, tot Uw eer; Dat Uwe gunst ons werk bekroon, Uw Geest ons leid, en in ons woon.
(Morgenzang)
Ons bezit
Een gevolg van ons werk is, het verwerven van bezittingen. De vraag kan dan rijzen: is dit verwerven van bezittingen wel rechtmatig? Of had de franse anarchist Proudhon gelijk met zijn berucht geworden uitspraak: „La propriété c'est le vol" (Eigendom is diefstal)? Op deze vragen een afdoend antwoord te geven is niet eenvoudig.
Immers ook gereformeerde theologen (o.a. Prof. Rivet, die hierin bestreden werd door Voetius) achtten het privébezit een gevolg van de zonde want, 1 zo beweerden zij, in het paradijs leefden Adam en Eva in gemeenschap van goederen.
Toch menen wij te mogen stellen dat het recht op eigendom niet een menselijke uitvinding is, omdat het besef van het „mijn en dijn" ingeschapen is. Bij alle volkeren leeft dit besef. Hoewel in de Bijbel niet rechtstreeks over het eigendomsrecht wordt gesproken, lezen we toch ook niet dat het bezit afgekeurd wordt. Sterker. Het achtste gebod beschermt het juist.
Verder lezen we over tijden van vrede en voorspoed nogal eens: , ....en een ieder zal zitten onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom" (1 Kor. 4 : 25, Micha 4 : 4, Zach, 3 : 10). Zelfs van de discipelen Johannes en Jakobus lezen we dat ze een boot bezaten (Mark. 1 : 20). Uit de gelijkenissen van het verloren schaap en de verloren penning kan afgeleid worden, dat de Heere de gehechtheid van een mens aa.n zijn bezittingen niet afkeurt. Op grond van de Schrift kan men dus zeker het gemeenschappelijk eigendom, waar het kommunisme en socialisme min of meer naar streven, niet verdedigen.
Hoe bezitten ?
Hoewel wij ons tegenover onze medemens eigenaar mogen noemen van bepaalde bezittingen, dienen we te beseffen dat God de werkelijke eigenaar is (Ps. 24 : 1) en wij slechts rentmeester zijn. Vandaar dat wij niet de vrije beschikking hebben over onze goederen. In het beheer en gebruiken er van zijn wij aan Zijn wil gebonden. Voor hen die het niet zien als een middel om te leven, maar er hun betrouwen op zetten en het als de grond van hun leven beschouwen, is het waardeloos. Zo iemand werd een rijke dwaas genoemd. In 1 Tim. 6:10 wordt de geldgierigheid de wortel van alle kwaad genoemd. Voor de zondige mens kan rijkdom gemakkelijk een kwaad worden. Daarom bidt Agur: Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983
Daniel | 32 Pagina's