JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Tien Woorden en wij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Tien Woorden en wij

8 minuten leestijd

In Deut. 4 : 13 en 10 : 4 vinden we de uitdrukking „De Tien Woorden" als aanduiding voor de wet Gods, die, door Gods vinger geschreven, aan Israël werd gegeven. Tien woorden waar al miljoenen woorden over geschreven zijn. Deze tien woorden behoren te worden gehanteerd als hèt door God gegeven richtsnoer ter beoordeling van ons levenspatroon. Bij de behandeling van de Heidelbergse Catechismus komen de Tien Woorden in de prediking systematisch en volledig aan de orde. De regelmatige behandeling er van is geen luxe maar bittere noodzaak.

In ons land, waarin de nagelaten sporen van de reformatie meer en meer worden uitgewist, komt het steeds meer voor dat men zich afvraagt of de Tien Woorden nög als richtsnoer moeten dienen. Wij leven immers in een geheel andere wereld dan die van de tijd waarin God Zijn wet gegeven heeft.

De wet wordt meer gezien als voorbeeld dan gebod. Een opvatting die men ook hoort verkondigen in kringen die gereformeerd heten. Vooral onze jongeren komen met dit probleem in aanraking. Veertig jaar geleden hadden jongeren veel steun aan vrienden en vriendinnen die, hoewel van een andere kerkelijke richting, toch dezelfde gedragsregels hadden. Dat is thans geheel anders. Onze jongens en meisjes staan veel alleen als Gods Woord en Wet hun leidraad zijn.

Ingeschapen godskennis

Door de eeuwen heen is duidelijk gebleken, dat een mens niet zonder normen kan leven. Niemand kan straffeloos de natuurwetten veronachtzamen. Wij moeten op tijd eten en drinken. Ons lichaam heeft behoefte aan rust. Wij zijn onderworpen aan de wet van de zwaartekracht.

Er bestaan ook zedelijke wetten en die zijn eveneens onmisbaar. Hoe de heidenen deze wetten beleven, kun je lezen in Romeinen 1. Kultuurvolken die de Bijbel niet (meer) erkennen, regelen hun gedrag vaak naar filosofische stelsels. In deze beschouwingen gaan ze uit van het „feitder-zedelijkheid". Wij geloven dat dit „feitder zedelijkheid" een restant is van de ingeschapen godskennis waardoor men bepaalde waarden erkent zonder welke een samenleving niet mogelijk zou zijn. In het na-christelijke tijdperk doet zich het benauwende verschijnsel voor, dat het bestaan van het beeld-Gods-in-ruimere-zin wordt ontkend.

Zo worden gewetens drempels weggevaagd als nutteloze ballast, als produkten van een opvoedingssysteem waarvan men zich radikaal wil bevrijden. En toch.... de ingeschapen godskennis en de overblijfselen van de Wet Gods in ons, zijn de pijlers van elke samenleving, ongeacht of men God al dan niet kent of erkent.

Probeer maar eens na te gaan of een samenleving mogelijk zou zijn zonder dat „mijn en dijn" onderscheiden worden, of zonder aanvaarding van enig gezag, of zonder respekt voor het leven van een ander.

Dat wij onder normale omstandigheden onze naaste niet doodslaan is toch niet te verklaren uit het feit dat we geen bloed kunnen zien? Is natuurlijk schaamtegevoel geen natuurlijke barrière die ons beschermt tegen onszelf en anderen? Is het spreken van de waarheid niet een hoogstaand principe dat de ontwrichtende uitwerking van liegen en bedriegen voorkomt?

Zij die God niet (er)kennen, maken en ontwerpen eigen goden. Ieder mens „aanbidt" iets, waaraan hij alles ondergeschikt maakt. Zo kunnen we het kommunisme, de

vrijheid, de kunst tot god verheffen en ons voor dat „beeld" buigen.

Er is reeds op gewezen, dat dankzij de ingeschapen godskennis de wereld 6000 jaar lang leefbaar geweest is na de zondeval. Soms meer, soms minder. Het wordt er niet beter op. Ook in deze zal in vervulling gaan wat Gods Woord zegt en de mens zal meer en meer zichzelf gaan verheffen. Maar wat is de mens als de Heere hem loslaat en overgeeft aan zichzelf?

In de gebrokenheid van de wereld — een gevolg van de verschrikkelijke bondsbreuk — tekenen zich steeds meer barsten, scheuren, deuken en breuklijnen af. Toch houdt de Heere alles nog vast omdat Hij een bedoeling heeft met de wereld. Alles is ondergeschikt aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk: er moet een „bruid" bereid worden, een gemeente geformeerd naar Gods eeuwige verkiezing.

Loslaten van de wet betekent verschuiven van normen

Onder de steeds meer zichtbaar wordende breuklijnen, tekent er zich ook een af die dwars door de kerk loopt. Men zegt de Bijbel te erkennen maar tegelijkertijd probeert men de Wet van God te voegen naar en in te passen in een gedachtenpatroon dat is ontworpen naar hedendaags inzicht. „Een mens moet zichzelf (kunnen) zijn", zegt men en dit wordt dan vaak bedoeld in een zin alsof men zonder gebod zou kunnen leven. Maar het gebod is een scheppingsgegeven. Ook in het paradijs was de mens aan wetten gebonden. Zoals een vis niet kan „bevrijd" worden van zijn element, het water, kan de mens niet losgemaakt worden van wetten: hij is er aan gebonden.

Ont-binding is ont-aarding waardoor tenslotte het leven onmogelijk zal worden. Nogmaals wil ik waarschuwen voor een aan de moderne wetenschap ontleende visie op de mens, getooid in bijbelse woorden. Als de visie aangepast is, wordt het, , feit-van-de-zedelijkheid" rekbaar en het ethisch gevoel plooibaar. In Hitiers dagen werd de euthanasie-gedachte als beestachtig verworpen. Nu veertig jaar later, dreigt de praktijk ervan gemeengoed te worden. De zo hoog gewaardeerde maatschappelijke diskussie blijkt niets anders ten doel te hebben dan ombuiging, uitholling en vervaging van het moreel besef. Juist in „bijbelse kringen" worden de meest vergaande koncessies gedaan aan de geest van de tijd.

De woorden Gods zijn ons toebetrouwd

Gods wet dient onze enige richtingbepalende norm te zijn. Zij is een waardevaste norm, die niet gebonden is aan tijd. Wij zullen er naar geoordeeld worden als wij geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, waar een ieder zal wegdragen hetgeen door het lichaam geschied is, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

Wat zijn wij bevoorrecht dat God ons Zijn Wet gegeven heeft. Door het teken en zegel van het verbond aan ons voorhoofd, zijn ons de woorden Gods toevertrouwd.

Laten we er toch voor oppassen, dat we die heilige Wet niet zien als een sta-in-deweg bij ons denken en handelen of als een beperking en begrenzing, die ons alle genoegens beneemt. God heeft de Wet zo duidelijk laten beschrijven om ons te beschermen tegen onze naaste, en onze naaste tegen ons, en onszelf tegen onszelf.

Als we Gods Woord en Wet loslaten naar de inhoud zoals die in het Oude Testament is geformuleerd en in het Nieuwe Testament in een hoofdsom is begrepen, dan staan we aan het begin van een hellend vlak waarop geen terugkeer meer mogelijk is.

Gods Wet in deze tijd

Spreekt Gods Wet dan ook vandaag, in de moderne problemen? Zijn er geen terreinen waarop de Tien Woorden falen?

Op het eerste gezicht schijnt het dat de Bijbel geen antwoord geeft op veel problemen die momenteel ter diskussie staan.

Denk eens aan de kernbewapening en aan de medische macht Inderdaad liggen de antwoorden niet voor het grijpen. Maar ga dan niet draaien en verdraaien, zoals men dat bijvoorbeeld doet inzake homofilie. Om die aanvaardbaar te maken, moeten allerlei exegetische kronkels gemaakt worden. Zo mag men niet „spreken naar" en „omgaan met" Gods Woord. Wat ook niet mag, is het uit hun verband rukken van teksten om de Bijbel om te buigen naar onze opvattingen. Dit is misbruik van Gods Woord.

Mede omdat ons verstand is verduisterd, staan wij vaak voor vragen waarop wij geen antwoord weten. David, die onder een veel minder gekompliceerd en eenvoudiger bestel leefde dan wij — bovendien had hij een verlicht verstand — bidt zesmaal letterlijk: „Leer mij Uw inzettingen". En in veel soortgelijke bewoordingen vraagt hij God om onderwijs van Hem.

Lees de verklaring die de Heidelbergse Catechismus geeft van de Tien Woorden. Daarin wordt ons een mijn ontsloten vol bijbels goud. Maar wat worden wij daarin ook ontdekt aan ons verkeerd gericht denken, spreken en doen.

In het kader v^n dit artikel kan ik niet verder gaan op de Wet als kenbron der ellende en als tuchtmeester tot Christus. De nadruk ligt nu op de betekenis van de Wet Gods voor het maatschappelijk leven en verkeer.

En al is dit niet hét belangrijkst bedenk toch dat God via het maatschappelijk bestel de wereld leefbaar houdt ten behoeve van Zijn Kerk.

Daaraan is alles ondergeschikt Was alles in ons leven daar ook maar ondergeschikt aan. Wij benaderen de dingen zo verkeerd. Omdat wij Gods eer niet bedoelen en vijanden zijn van God en Zijn Wet, kennen wij de juiste verhoudingen niet.

Als de Heere de vernieuwing van het leven werkt, dan ontstaat er ook een innerlijke begeerte om in alle goed werk naar de wil (dat is de Wet) van God te leven. Dat is geen wetticisme. Weet je wat wetticisme in de praktijk is? Bepaalde geboden overbelichten en andere geboden met voeten treden. Gods Kerk begeert juist niet naar „sommige" maar naar „alle" geboden van God te leven.

Gods Wet is zo rijk, want door de Wet zien we in Gods Aangezicht. Uit de Wet straalt ons Zijn Majesteit tegen. Met overtreding van één gebod zijn daarom ook de andere geboden gemoeid. Niet één gebod staat op zichzelf.

Er is een hechte samenhang tussen de geboden onderling en tevens tussen de twee tafels van de wet Gods kind krijgt de gehele wet lief, hoewel die wet hem veroordeelt. Zie je wel dat de „wet" nooit kan worden uitgespeeld tegen de „liefde".

Al is het dat de Kerk des Heeren weet dagelijks tekort te schieten in liefde tot en onderhouding van de wet toch stemt zij in met de woorden van David: „Hoe lief heb ik Uw Wet, zij is mijn betrachting de ganse dag".

Juist omdat zij daarvan niets wil afdoen, bidt de Kerk:

Och, of wij Uw gehoon volbrachten. Gena, o hoogste Majesteit; Gun door 't geloof in Christus krachten Om die te doen uit dankbaarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983

Daniel | 32 Pagina's

De Tien Woorden en wij

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983

Daniel | 32 Pagina's