JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

’k Zal bij de kelk des heils Zijn naam vermelden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

’k Zal bij de kelk des heils Zijn naam vermelden.

17 minuten leestijd

- Dominee, kunt u ons zeggen waarom de Heere het Heilig Avondmaal heeft ingesteld en wat de betekenis ervan is?

Wat de instelling betreft: Gods liefde voorzag in een behoefte, met name in de behoefte aan zekerheid. Dat is dan ook de betekenis: God wil Zijn kinderen verzekeren dat ze genade gevonden hebben in Zijn ogen. De H.C. vraagt niet voor niets: „Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de enige offerande van Christus aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt? "

De Heere weet hoe zwak van moed, hoe klein van krachten Zijn kinderen zijn. Hij weet dat de Zijnen zo geneigd zijn het anker der hoop op een verkeerde plaats uit te werpen.

- Is er in het H.A. ook niet het aspekt van de lofprijzing? Eeuwenlang werd imme als meest gebruikelijke benaming voor he H.A. het woord „eucharistie" (= dankzegging, lofprijzing) gebruikt.

Ja, dat is er onlosmakelijk aan verbonden. In het avondmaal zegt men ook dank voor wat God in Christus heeft gegeven. Ik denk aan Psalm 116: , , 'k Zal bij de kelk des heils Zijn naam vermelden en roepen Hem met blij erkent'nis aan". Want het is alles uit Hem, door Hem en tot Hem.

- De sakramenten worden wel, , een zichtbaar evangelie" genoemd. Welke waarde hebben de sakramenten — en het H.A. in 't bijzonder — in vergelijking met de prediking ?

In de prediking wordt de offerande van Christus hoorbaar centraal gesteld — als een een blijde boodschap — in de sakramenten zichtbaar en tastbaar. Vanwege de zwakheid van ons geloof heeft de Heere dat zo gedaan. In beide gaat het dus om Christus' offer. Er is ook verschil. De Heere gebruikt de prediking vooral om het geloof te werken en de sakramenten om het te versterken.

- Wordt het avondmaal wat dit betreft va niet hoger aangeslagen als de doop en is dat juist ?

Het is niet juist wanneer het avondmaal als teken en zegel van het behoren tot het genadeverbond hoger aangeslagen wordt dan de doop. Dat gebeurt meestal niet wanneer de doop aan een volwassene bediend wordt. De onderschatting van de kinderdoop komt voort uit onkunde. Overschatting van de doop vloeit daar ook uit voort.

- Kunt u kort aangeven wat de relatie is tussen doop, belijdenis-doen en avondmaal ?

Ze liggen in eikaars verlengde. Het een behoort op het andere te volgen, maar niet als een automatisme. Er staat immers heel duidelijk in Gods Woord: een ieder beproeve zichzelf.

- Geen automatisme zegt u. Voor de avondmaalspraktijk onder ons geldt dat zeker. Is dat voor het belijdenis-doen ook zo? Wij keuren het in anderen af dat zij de plicht om ten avondmaal te gaan zó benadrukken, dat de eis van geloof in he gedrang komt. Zij verwijten ons juist een losmaken van de band geloofsbelijdenis en avondmaal. Hoe ziet u dat ?

Wij stellen niet, zoals De Labadie dat alleen

zij belijdenis doen die zich „uitgeven" voor bekeerde mensen. In art. 28 van de NGB wordt duidelijk gezegd dat ieder „van wat staat of kwaliteit hij zij" zich persoonlijk bij de kerk hoort te voegen. Die eis moet gehandhaafd blijven. Aan Gods eis om met mond en hart belijdenis van zonden, geloof en keus te doen mag niets worden afgedaan. Je kunt naar twee kanten fout gaan. Wij mogen de spanning die God in Zijn gebod gelegd heeft er niet uit halen. Bij het avondmaal moet ook de plicht om ten avondmaal te gaan benadrukt worden. Het kerkelijk recht houdt ook een kerkelijke plicht in, een plicht om zó te gaan als de Heere dat vraagt. Als dat niet kan, dan is dat schuld! In de nabetrachting vermaan ik dan ook de afblijvers.

heeft hij op de laatste huishoudelijke vergadering van de Jeugdbond zijn funktie neergelegd.

Ds. Elshout heeft het niet altijd gemakkelijk gehad. Ook het leven van een predikant gaat niet altijd over rozen.

Wellicht heeft hij juist daardoor zo'n ope oog — en wat meer is: een open hart — voor hen die het moeilijk hebben. Als dienaar van God is hij na het predikerzijn in de eerste plaats pastor. Hem typeert de, , helpende hand". Hij heeft een ontwapenende glimlach en kan góed luisteren. Eén onzer meende daarom metvrijmoedigheid te mogen vragen de asbak te gebruiken om aan een bekende verslavende gewoonte te kunnen toegeven.

Dat mocht inderdaad, maar was niet bedoeld als , , helpende hand". De asbak op de studeerkamer was meer bedoeld als , , noodzakelijk kwaad". Als zodanig werd hij dan ook gebruikt.

Bekend is ds. Elshout door de boeken die hij geschreven heeft, Eén van: eze pastorale werkjes — „Doet dat tot Mijn gedachtenis" — gaat over het avondmaal. Juist: oor hen die het moeilijk hebben met de vraag of ze aan 't avondmaal mogen gaan, schreef ds< Elshout dit boek Of zoals hij zelf in 't voorwoord schreef, , om de , , bekommerde vanwege zijn zonde'' (Ps. 38 : 19) een helpende hand te bieden". Moge dit vraaggesprek daartoe ook dienstbaar zijn.

vraaggesprek met ds. A, Elshout over het Heilig Avondmaal

- U wilt dus niet spreken van een uithollen van het doen van geloofsbelijdenis tot e , , belijden van de waarheid", zoals ons soms verweten wordt?

Als dat gebeuren zou, is dat verwijt terecht. Ik zei echter al dat elke vorm van automatisme onjuist is. Dat geldt ook voor het belijdenis-doen.

- Toch liggen belijdenis-doen en avondmaal vieren bij ons verder uit elkaar dan in de tijd van de Reformatie. Toen werd belijdenis-doen wel genoemd „toegang vragen tot het Heilig Avondmaal" en gi men na het afleggen van de geloofsbelijdenis aan de , , dis des verbonds". En liggen ook op onze zendingsvelden deze zaken niet dichter bij elkaar?

Ja, dat is zo. In de tijd van de Reformatie werden belijdende leden die niet aan het avondmaal deelnamen soms wel gecensureerd. Toen was die band inderdaad nauwer. Onze avondmaalspraktijk gaat meer terug op de Nadere Reformatie. Door de vervlakking in de gemeente werd een praktijk zoals bij Calvijn onmogelijk. Van Lodenstein kreeg er zelfs zo'n moeite mee, dat hij het Heilig Avondmaal helemaal niet meer bediende.

- Zou het niet konsekwenter zijn de eis van geloof ook bij het belijdenis-doen zó te benadrukken als nu bij het H.A. gedaan wordt? (Was dat niet het geval aan 't ein van de periode van de Nadere Reformatie bij iemand als Schortinghuis, van wie vermeld wordt dal in de 16 jaar dat hij in Midwolda stond slechts 23 mensen geloofsbelijdenis aflegden? )

Gebruik maken van het Heilig Avondmaal is slechts toegestaan wanneer men een levend en lidmaat van Christus is. Belijdend lidmaat van Christus' kerk worden, is de plicht van allen die met het Woord en met de Kerk des Heeren in kontakt kwamen.

- Hoe komt het dat de frekwentie van de viering van het H.A. onder ons niet in overeenstemming is met wat de Dordtse Kerkorde voorschrijft? Daar staat immers dat elke twee maanden het avondmaal bediend hoort te worden, en met name met Pasen, Pinksteren en Kerst.

Het is historisch zo gegroeid denk ik. Van Calvijn is bekend dat hij het minstens één keer per maand wilde, maar dat er niet door kreeg bij de overheid van Genève. Ds. Kersten kreeg voor onze gemeenten het zes keer per jaar er ook niet door. Wel deed hij het zelf op Pasen, Pinksteren en Kerst.

Persoonlijk ben ik beslist een voorstander van het regelmatig gebruik van het avondmaal. Het is uiteindelijk een van de middelen die de Heere Zelf gegeven heeft én een uitdrukkelijk bevel. Dat het in sommige gemeenten slechts een enkele keer gevierd wordt, keur ik daarom af. Calvijn zegt heel kras: „Ongetwijfeld, de gewoonte die gebiedt eenmaal per jaar te kommuniceren, is zeer zeker een uitvinding van de duivel". Vakante gemeenten zitten natuurlijk wel wat moeilijker, maar ik bediende daar ook wel eens het H.A. door de week.

- Wat betekent het dat het avondmaal wel een liefdebevel wordt genoemd ?

Dat komt, omdat God het ingesteld heeft uit liefde. Hij beoogt met dit bevel het welzijn van de gelovigen. De Heere wil er de Zijnen echt niet mee in de moeilijkheden brengen, al gebeurt het wel in de praktijk, dat men met dat liefdebevel het voor zichzelf moeilijk heeft.

- Vóór de viering van het H.A. is er een week van voorbereiding. Wie behoren zich dan voor te bereiden en hoe ?

Ik geloof dat al degenen die een kerkelijk recht hebben ontvangen — dus die belijdenis hebben gedaan — zich voor moeten bereiden op de viering van het H.A. Vooral moet de vraag gesteld worden wat de betekenis van het avondmaal is en voor wie het is ingesteld. Ieder beproeve zichzelf.

- Wat zegt u tegen de jongens en meisjes die geen kerkelijk recht hebben? Of hebt u voor hen geen boodschap ?

In de voorbereiding richt ik me tot hen die een kerkelijk recht hebben. In de nabetrachting spreek ik heel de gemeente aan, ook kinderen en jongeren. Hen probeer ik jaloers te maken op het grote geluk van Gods kinderen.

- Kunnen jongens en meisjes die geen kerkelijk recht hebben, maar wel de Heere oprecht vrezen toegelaten worden tot het. H.A.?

Ja, in bijzondere gevallen gebeurt dat wel eens. Het is dan gebruikelijk dat ze niet lang daarna belijdenis des geloofs afleggen.

- Wie bepaalt of men waardig is om aan het avondmaal deel te nemen en wat houdt die waardigheid in ?

Wat het kerkelijk recht betreft, beoordeelt de kerkeraad dat. Denk maar aan het afleggen van geloofsbelijdenis voor de kerkeraad en ook aan eventuele censuur.

In dat laatste geval is men uitgesloten van het avondmaal. En wat het Goddelijk recht betreft: dat beoordeelt God.

De waardigheid houdt in dat men welkom is. Welkom niet vanwege een waardigheid in onszelf, maar een waardigheid die voortkomt uit de nodiging. God nodigt diegene uit die midden in de dood ligt en het leven in Christus zoekt Denk maar aan de gelijkenis van de koninklijke bruiloft. De gasten kwamen uit de heggen en de steggen en bezaten zelf geen bruiloftskleed, maar ze kregen er een. Calvijn merkt heel fijn op dat onze onwaardigheid onze enige waardigheid is.

- De eerste deelname aan het avondmaal is een ingrijpende zaak. Wat is uw ervaring: gaan de meesten „weloverwogen" aan of meer „spontaan" door de prediking en de nodiging tijdens de dienst waarin het avondmaal wordt bediend ?

Mijn praktijk is, dat men meer spontaan aangaat. Men is er natuurlijk wel mee bezig geweest, heeft ermee geworsteld, maar men twijfelt nog steeds en laat het afhangen van de dienst zelf. Het is ook mijn ervaring dat de Heere dan vaak iets „extra's" geeft om ze over de drempel heen te helpen. Maar je mag dit nooit als eis of als regel stellen.

- Kunt u iets vertellen over de geestelijke ervaringen tijdens de viering van het avondmaal ?

Soms gebeurt het dat Gods Geest krachtig met onze geest — door middel van het Woord — getuigt dat we kinderen Gods zijn, doordat Zijn liefde in ons hart wordt uitgestort Het gebeurt ook wel dat men — door middel van de uiterlijke tekenen van brood en wijn — niemand ziet dan Jezus alleen. Men ziet als in een spiegel Christus' offer gebracht voor zo'n onwaardige. Men moet echter niet denken dat dergelijke ervaringen regel zijn. De Heere heeft immers gezegd: Doet dat tot Mijn gedachtenis. Het gedenken staat dus centraal, niet het ontvangen. De Heere heeft niet gezegd: Doet dat tot uw stichting. Hoe meer men gesticht wil worden, hoe minder dat gebeurt, hoe meer men het tot Zijn gedachtenis doet, hoe meer men gesticht wordt.

- W. a Brakel legt een duidelijke relatie tussen een goede voorbereiding en het ontvangen van een zegen tijdens de viering van het H.A. Hij schrijft: „Ook zal men doorgaans bevinden, dat men zegen ontvangt, nadat men zich voorbereid heeft". Is dat ook uw ervaring ?

Als regel ben ik het met Brakel eens, hoewel hij ook stelt dat het soms precies omgekeerd is. 't Ligt uiteindelijk niet aan ons. De beste voorbereiding is om altijd voorbereid te zijn. Een goede voorbereiding bestaat hierin dat men bewust tijd afgezonderd heeft voor Schriftonderzoek en zielsonderzoek. Lees ook eens een goed boek. Bijvoorbeeld enkele hoofdstukken uit het mooie boek van Petrus Immens of Comrie's A.B.C. des geloofs (Wij voegen daar nog aan toe: of het boekje „Doet dat tot Mijn gedachtenis" van ds. Elshout zelf).

- Sommigen menen dat men pas ten avondmaal mag gaan als men tot volle zekerheid is gekomen wat betreft eigen bekering. Wordt zo niet veronachtzaamd dat dit sakrament tot versterking, juist ook van het zwakke geloof dient ?

Calvijn zegt ergens dat het een verderfelijke manier van onderricht is om een volkomen vertrouwen van het hart en een volkomen boetvaardigheid te verlangen en van het avondmaal uit te sluiten die dat niet hebben.

Het gaat erom dat er geloof is, hoe klein dan ook. Men komt niet tot het avondmaal om het geloof in de waarachtigheid van zijn of haar bekering te belijden, maar het geloof in de waarachtigheid van Gods beloften.

- Is een van de redenen voor de , , avondmaalsschroom" niet gelegen in de angst zichzelf een oordeel te eten en te drinken, iets waarvoor in het formulier — overeenkomstig 1 Kor. 11 — ook gewaarschuwd wordt. Wat houdt dit oordeel in? Kan men niet meer bekeerd worden als men dit gedaan heeft?

In de gemeente van Korinthe hield dat in dat er veel ziekten en sterfgevallen waren als teken van Gods ongenoegen over het nwaardig vieren van het avondmaal daar.

Onwaardig vieren kan dus ook gebeuren door ware gelovigen. En wat de laatste vraag betreft: in geen geval. Er staat niet hét oordeel, maar een oordeel.

- Zijn er nog andere redenen voor „ avondmaalsschroom "?

De angst zichzelf te bedriegen speelt vaak een grote rol. Ook bepaalde tradities in verband met de avondmaalsviering kunnen vreesverwekkend zijn. Men legt maatstaven aan in verband met wat bepaalde personen gezegd en gedaan hebben. Men wil bijvoorbeeld eerst een gevoelige verzekering of een bepaalde stand van het geloof wat betreft de kennis van de drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid.

- Kunt u daar een voorbeeld van geven ?

In de ene streek van het land gaat men „sneller" ten avondmaal als in de andere streek. In dezelfde streek gaan de leden van de ene gemeente sneller en in groter getal aan dan in een andere nabij gelegen gemeente. Het komt voor dat de uitleg die iemand aan de hand van eigen ervaringen aan het avondmaalsformulier geeft, hoger wordt aangeslagen dan de uitleg van dat formulier aan de hand van de Heilige Schrift in zijn geheel door de predikant. Dat zijn verdrietige, hardnekkige wantoestanden, die een ongezonde avondmaalsschroom in de hand werken tot grote schande van de ontwikkeling van het geestelijke leven in Gods kind en in de gemeente des Heeren.

- De laatste tijd heeft er in de kerkelijke pers, o.a. in de Waarheidsvriend, nogal het een en ander gestaan over het niet aangaan van ambtsdragers aan de „dis

des verbonds". Komt dit onder ons ook regelmatig voor en hoe denkt u daarover

Het komt inderdaad onder ons ook regelmatig voor. Met kerkvisitatie vermaan ik zulke gevallen. Het zou zo niet moeten zijn. We kunnen en mogen echter niets forceren, maar er moet wel vermaand worden.

Een van de vragen uit het reglement voor de kerkvisitatie noemt speciaal of er diakenen zijn die geen gebruik maken van het H.A. Voor ouderlingen en predikanten geldt dus zondermeer dat ze aangaan. Ook voor diakenen is het echter niet legitiem om af te blijven. In de tijd van de Reformatie deelden de diakenen brood en wijn uit tijdens de viering van het avondmaal. Bovendien: als het voor een lid al niet hoort dat men afblijft, hoeveel te meer voor een ambtsdrager.

- Een kind van God die niet aan het avondmaal deelneemt, verloochent die daarmee de Heere Jezus? In de catechismus van Genève wordt in de 363e vraag gevraagd hoe over iemand geoordeeld moet worden die niet aan het avondmaal wil deelnemen. Het antwoord zegt dan: „Men zou hem niet voor een christen mogen houden. Want door zo te doen, weigert hij te belijden en verloochen hij als het ware zwijgend Jezus Christus".

Ja, dat is zo. Er zijn gevallen waar dit duidelijk zo is. Zeker als men weet, dat men behoort aan te gaan, maar het om de een of andere reden nalaat. Je kunt het echter niet van alle gevallen zeggen. De bestrijding kan zo hevig zijn, dat men niet aan durft gaan. Enerzijds kan men zich een oordeel eten en drinken, maar anderzijds kan men ook blijven zitten tot een oordeel.

- Juist kleingelovigen kennen vaak veel bestrijding voor en na het avondmaal. Hoe behandelt u dat pastoraal? Vindt u pastoraat rond het H.A. noodzakelijk ?

Pastoraat is zeker nodig. Hoe je dat doet, is heel verschillend. In 't algemeen laat ik de Schrift spreken om verkeerde schroom tegen te gaan. Vaak kom je het tegen dat men zich onwaardig acht om aan te gaan.

Men meent onvoldoende zondekennis te hebben. Ik probeer er dan op te wijzen dat het er niet om gaat hoeveel zondebesef men heeft, maar dat het echt is.

We hebben immers nooit voldoende zondebesef. Wie zichzelf een voldoende geeft voor de kennis der ellende krijgt van de Heere geen voldoende. Wanneer deze dingen maar in enige mate, al is het nog zo weinig, aanwezig zijn, dan zijn dat vruchten des Geestes en wil de Heere ons voor waardige disgenoten houden. Als onze ellendekennis maar zodanig is dat ze ons uitdrijft om onze zaligheid in Jezus Christus te zoeken, dan is ze in Gods oordeel voldoende om barmhartigheid aan ons te bewijzen om Christus' wil.

Er blijkt ook rond het avondmaal veel onkunde te zijn. Steeds probeer ik dan een helpende hand te bieden. Wel is het zaak voorzichtig te zijn. Ik kan me vergissen. Daarom laat ik de Schrift spreken. Wij zijn dienaars van het Woord en geen heersers over de consciëntie. Ik heb wel eens gezegd: Sloot de voorbereidingspreek je in? Dan sluit ik je niet uit

- Merkt u dat ook bij jongeren? Aan de ene kant de begeerte om aan het avondmaal deel te nemen en aan de andere kant de schroom om dat te doen ?

Ja, gelukkig wel. Ik zal je een gedicht meegeven. Ik kreeg het toegestuurd van een meisje van.... ik dacht 21 jaar. Ik kende haar niet, maar ze had een positieve beslissing mogen nemen na het lezen van het boekje „Doet dat tot Mijn gedachtenis". Heel fijn merk je in dat gedicht wat een strijd er in iemands hart kan leven.

Voorbereiding

Steeds maar zoeken, tasten naar een antwoord Steeds maar lezen in Gods Woord Steeds maar vragen om vergeving Steeds maar smeken om beleving Steeds maar zuchten voor Gods troon Steeds maar roepen tot Zijn Zoon Steeds maar bidden tot de Heer' Steeds maar, steeds maar, telkens weer.

En toch....

Steeds onvoldoende droefheid over de zonde Steeds onvoldoende strijd tegen de zonde Steeds onvoldoende geloof in God Steeds onvoldoende, liefde tot God Steeds onvoldoende leven volgens Zijn wil Steeds onvoldoende vragen naar Zijn wil Steeds onvoldoende leven tot Gods eer Steeds onvoldoende, steeds maar, telkens weer.

En toch....

Stil ga ik aan En ik leer het verstaan: d' Eenvoudigen wil God steeds gadeslaan!

- Wat raadt u jongeren — en ook ouderen — aan die voor het eerst begeren aan het avondmaal deel te nemen ?

In de eerste plaats dat ze zich ernstig voor Gods aangezicht onderzoeken over de vraag waarom ze ten avondmaal willen gaan. Is het ons om Christus en Zijn heil te doen? Gaat het echt om de liefde tot Christus? Is er een echt mishagen aan onszelf en begeren we met Christus verenigd te zijn? De Heilige Schrift biedt ons in de kenmerken daarvan een betrouwbare gids.

In 't algemeen vind ik het ook verstandig om een goed boek erover te lezen en met iemand met wie men voldoende vertrouwelijk is erover praat. Blijven deze dingen door ons een duistere zaak, dan raad ik hen aan te wachten tot God daarover licht geeft.

- Dominee, heeft u nog een slotopmerking ?

Van harte gun ik alle lezers te ervaren: De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn" (Hooglied 1:4).

G. P. P. Hogendoorn

A. Karels

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1983

Daniel | 40 Pagina's

’k Zal bij de kelk des heils Zijn naam vermelden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juli 1983

Daniel | 40 Pagina's