EUTHANASIE
Laat ons dan ons benaarstigen om in die rust in te gaan; opdat niet iemand in datzelfde voorbeeld der ongelovigheid valle (Hebreen 4 ; 11).
„Geen straf voor huisarts na aktieve euthanasie". Dit konden we lezen in de krant van 30 mei j.1. En: „Het is voor de eerste maal in de nederlandse rechtsgeschiedenis dat een aktieve euthanasie wel bewezen, maarniet strafbaar wordt geacht. De rechtbank overweegt in haar vonnis dat het zelfbeschikkingsrecht over het beëindigen van het eigen leven bij een uitzichtloos en ondraaglijk lijden in steeds bredere kring wordt aanvaard. Het betrof een 95jarige patiënte, die hulpbehoevend was geworden en zei dat ze levensmoe was." Onder aktieve euthanasie verstaat men nu die handeling, die ten doel heeft het leven opzettelijk te verkorten. In het bovenstaande bericht valt o.a. op dat de vrouw niet stervende was en zelf om euthanasie vroeg.
Het woord euthanasie schijnt het eerst gebruikt te zijn door keizer Augustus, die mensen om zich heen plotseling, zonder pijn en lijden zag sterven. Het was voor hem euthanasie: een goede dood. Zo'n dood begeerde hij ook.
De eed van Hippocrates
Ongeveer 400 jaar voor Christus leefde er in Griekenland een arts Hippocrates. Hij stelde een eed op, die artsen aflegden wanneer zij hun beroep aanvaardden. Daarin stond o.a.: „Ik zal aan niemand, ook niet op zijn verzoek, enig dodelijk middel toedienen, noch mij lenen tot enig advies van dien aard". Deze eed heeft ongeveer 24 eeuwen lang het handelen van artsen bepaald. Verzoeken om euthanasie zijn er misschien altijd wel geweest, maar artsen gingen daar niet op in. In het algemeen stierf men vroeger sneller aan ziekten dantegenwoordig. Wel was pijnbestrijding veel moeilijker. Ook vroeger zal het lijden van zieken en stervenden zwaar geweest zijn.
Beangstigende ontwikkelingen
Maar er zijn nu twee beangstigende feiten bijgekomen.
Eerst noemen we de moderne medicijnen en technische hulpmiddelen. Deze hebben enerzijds bijgedragen tot veel betere kansen op genezing en ook op verlenging van het leven en daarmee verlenging van de genadetijd. Maar deze medisch-technische macht heeft anderzijds zo'n hoge vlucht genomen, dat het bij velen ook angst oproept, angst vooral voor onnodig lang lijden.
In de tweede plaats is er bij een groot en steeds groeiend deel van ons volk geen geloof meer, ook geen geloofsvertrouwen. In de Middeleeuwen geloofde iedereen in een leven na de dood; ook dacht men te weten hoe men in de hemel kon komen en er waren er weinig die dachten daar niet te komen. We laten hier in het midden of daar goede gronden voor waren. Maar in ieder geval: er was uitzicht op een beter leven en het was hier slechts een verdrukking van tien dagen. Eeuwenlang hebben de meeste mensen hierop vertrouwd. Maar juist in ónze eeuw zet de ontkerstening zo snel door, dat velen hiervan niets meer willen weten en ook geen eerbied meer hebben voor Gods gebod: „Gij zult niet doden". Vanuit deze opvatting kan gemakkelijk de vraag komen, als het lijden uitzichtloos of het leven zinloos lijkt: „Kan dit beëindigd worden? "
In een medisch tijdschrift lees ik het volgende: „Een 72-jarige vrouw, lid van het bestuur van een vrouwenvereniging (welke wordt niet vermeld), wordt ziek. In drie maanden tijd verandert zij van een geziene, keurige, aktieve vrouw in een hoopje ellende; ze voelt zich een wrak en barst op ongelegen momenten in lachen of huilen uit. In een gesprek met haar huisarts klaagt ze dat het zo niet langer kan. Wil hij haar helpen haar waardeloze leven te beëindigen? In de volgende gesprekken wordt de vraag steeds dringender. Ook haar man en kinderen staan er achter. Tenslotte voldoet de huisarts met spuitjes aan haar wens."
Hoe is onze houding?
We moeten niet te gemakkelijk zeggen: n onze kringen zal dit niet gebeuren. Het is vreselijk om ziek te worden; een langdurige, ernstige ziekte is een zwaar kruis. Bij bijna iedereen gaat er lange tijd overheen voordat men er rustig onder wordt. Meestal komen er eerst perioden van ontkenning, van opstandigheid en van neerslachtigheid, voor het tenslotte tot aanvaarden van de ernst van de toestand komt. Ik denk dat ook Gods kinderen zich niet gemakkelijk in tijden van zware beproeving aan Gods wil overgeven. Maar de Geest Zelf bidt voor hen met onuitsprekelijke zuchtingen. (Rom. 8:26b). Het is voor familieleden, verpleegsters en artsen een moeilijk werk met kennis, wijsheid, geduld en liefde een ernstig zieke te verzorgen. Het gebeurt gelukkig nog vaak genoeg, daar moeten we zeer dankbaar voor zijn. Maar juist daar waar de verzorging moeilijk is en de zieke zich erg eenzaam gaat voelen, kan de vraag naar euthanasie opkomen. Het is dan eigenlijk een roep om aandacht. Door gesprekken, goede verzorging en voldoende pijnbestrijding is het mogelijk de zieke goed te helpen, zonder euthanasie.
Helaas wordt aktieve euthanasie de laatste jaren soms wel uitgevoerd, zoals uit de twee vermelde voorbeelden blijkt. Het is een zeer droevige ontwikkeling tegen Gods gebod in. Laten we daarom elkaar waarschuwen in onze gezonde dagen met de woorden van Paulus aan de Hebreen, waarmee dit stukje begonnen werd.
M. J. v. d. Heuvel-Vrijer (arts)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1983
Daniel | 32 Pagina's