JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE WERELD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WERELD

STUDIE 5

6 minuten leestijd

1 Joh. 2: 12-17

12. Ik schrijf u kinderkees, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil,

13. Ik schrijf u vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van dén beginne is. Ik schrijf u jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen. Ik schrijf u kinderen want gij hebt de Vader gekend.

14. Ik heb u geschreven vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven jongelingen, want gij zijt sterk en het Woord Gods blijft in u en gij

hebt de boze overwonnen, 15. Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is. Zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.

16. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses en de begeerlijkheid: der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.

17. En de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

6.2 Vaders en jongelingen

6.1 U vergeven

De apostel spreekt alle gemeenteleden aan met „kinderkens" (vergl. 2 : 1 enz.). Ja, hij zegt nog meer tegen hen: , de zonden zijn u vergeven". Kan hij dat zomaar zeggen? Johannes weet heel goed dat er ook onbekeerden zijn en bedriegers, maar toch doet hij het zo! Het is of hij alleen Gods kinderen ziet. Zij zijn immers het wezen van de gemeente en de onbekeerden telt hij daarom even niet mee. In gedachten hoor je Johannes zeggen: e mag helemaal niet onbekeerd zijn. Ja, Johannes durft het aan om alleen Gods volk te preken! Maar ook dat is een prediking aan hen die nog onbekeerd zijn. Nooit last van gehad datje eigenlijk niet meetelt?

Anderzijds moeten we toegeven, dat het toen wel een andere tijd was dan nu. Je kunt gerust zeggen dat toen het overgrote deel van de gemeente echt tot de Heere bekeerd was. En wij leven in een tijd dat het overgrote deel der gemeente zelf zegt, dat er niets is gebeurd in hun leven. Dan wordt er uiteraard ook wat anders gepreekt. Dan gaat de prediking meer in de richting van die der profeten. Zij riepen het verbondsvolk op zich tot de Heere te bekeren, omdat Hij geen lust had in hun dood (vergl. Rom. 1:6, 7 met de kanttekeningen!).

Nu gaat de apostel onderscheid maken. Hij noemt eerst de ouderen (vaders) en dan de jongelingen. Juiste volgorde is het niet? Hij maakt dus een onderscheid in leeftijd (vergl. kantteken.). De vaders hebben de Heere Jezus nog gekend. Zij moeten zich nog herinneren Wie Hij was en wat Hij gesproken en gedaan heeft. Of zijn ze die tijd vergeten?

Maar ook onder de jongeren wilde de Heere werken. „Gij hebt de boze — dat is de wereld, de zonde en de duivel — overwonnen." Het is heel wat als ook jonge mensen, die midden in de heidenwereld leven, door de Heere afgezonderd worden. Een voorrecht als er van jou

gezegd zou mogen worden: „gij zijt sterk en het Woord blijft in u" (14). Deze jongeren mogen wandelen in de vreze des Heeren omdat Hij doorgaat met Zijn werk tot de laatste dag. Ook in zware tijden van vervolging, dwalingen, antichrist en het woeden van de duivel, gaat de Heere door. Johannes ziet het met z'n eigen ogen. Hij merkt het in de gemeente. En ik denk dat het toen een nog moeilijker tijd was dan waarin wij leven.

6.3 Wereld

Typisch. Eerst prijst Johannes en nu gaat hij ineens vermanen. Eerst zegt hij dat ze de boze overwonnen hebben en nu zegt hij dat ze de wereld niet lief moeten hebben. Johannes heeft veel zelfkennis. Na ontvangen genade blijft de zonde oprukken. Voor je het weet lig je onder. Gods kinderen blijven dwaalziek van hart, liefhebbers van de wereld en vol eigenliefde. En al staat dat de Heere uiteindelijk niet in de weg, het is wel tot hun eigen schade want het geeft verwijdering van de Heere. Wat erger is, zij onteren de Heere. Hebt de wereld niet lief. Heeft de Heere Jezus ook niet zoiets gezegd? „Wie niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja ook zelfs het eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn" .(Luk. 14 : 26). Heb je het wel eens ervaren dat er maar één ding belangrijk was: Hoe krijg ik een genadig God" en „Hoe komt God aan Zijn eer" en „Nevens u lust mij ook niets op aarde"? Nee? Dan heb je de wereld dus nog hartelijk lief. Dan is de liefde des Vaders niet in je (15). Dan bestaat je leven nog uit „begeren" (16). Dan zoek je ten diepste, misschien wel op een vrome wijze, jezelf en de wereld en dien je met lichaam en ziel de zonde (met je vlees en je ogen v. 16). Dan gaat het om het gelukkige leven van voorspoed op deze aarde (grootsheid des levens).

6.4 Voorbij

Nog even en dan ben je het weer kwijt. Dan is het voorbij en te laat. Dan glipt de wereld tussen je vingers door als water en sta je leeg voor God. En dan? Toch zal dat ook een blijde dag worden, voor allen die de wereld leerden verachten en God liefkregen omdat Hij hen eerst liefhad. Dan breekt de dag aan dat ze met lichaam en ziel de Heere mogen liefhebben, zonder de begeerlijkheid die hen sloopte. Dan zullen ze blijven tot in eeuwigheid (17).

6.5 Vragen

1. De apostel gebruikt erg veel de uitdrukking „kinderen" of „ki derkens". Zoek ze allemaal een op in 1 Joh. Waarom zou hij deze uitdrukking zoveel gebruiken?

2. Als je de wereld en wat in de wereld is niet mag liefhebben (15), mag je dan nog wel strev naar rijkdom? (vergl. Jac. 1:1 18 en Jac. 5 : 1-6). En mag je dan nog liefde hebben voor d natuur, je studie, je beroep, je hobby enz. ?

3. Kunnen we maar niet beter in een klooster gaan leven? Dan houd je de wereld tenminste op een behoorlijke afstand.

4. Weet je nog meer teksten uit de geschriften van Johannes, waa het woord wereld voorkomt? Welke verschillen zie je? Gebr eventueel een konkordantie.

5. In vers 13 wordt gezegd, dat d „kinderen" de Vader hebben gekend. Wat wordt daarmee bedoeld? (Heeft Johannes ni meer gesproken over het kenne van de Vader? )

6. Sommigen, maar niet de beste, uitleggers menen dat het in ve 12-14 over de standen in het geloof gaat. Waarom zouden Calvijn en de kanttekenaren — om er maar twee te noemen — daarin niet meegaan? Welke argumenten zie je (let bijvoorbeeld op de volgorde en de inhoud van dat gedeelte).

7. Sommige mensen vinden dat e te veel voor Gods volk wordt gepreekt en te weinig voor de onbekeerden. Kun jij begrijpen waarom zulke mensen soms zo graag luisteren naar een prediking waarin niemand meer wo gehouden voor onbekeerd? Wa zijn de gevaren in dit probleem zowel enerzijds als anderzijds?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 1983

Daniel | 32 Pagina's

DE WERELD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 1983

Daniel | 32 Pagina's