JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een opdracht voor Geert

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een opdracht voor Geert

9 minuten leestijd

„Als deze jongen z'n einddiploma haalt, komt er een grandioze fuif. Bij dezen zijn jullie allemaal uitgenodigd."

Er volgde een luid gejoel van instemming op de woorden van Walbert Fontijn. Toen het rumoer wat bedaarde, vervolgde Walbert „Ik zeg er bij, als! Knoop dat goed in je oren." Daverend gelach volgde. Op meesterlijke wijze imiteerde Walbert één der leraren. Grappen vlogen over en weer. Deze keer was de klas luidruchtig rumoerig, een volgende keer stonden ze met ernstige gezichten bij elkaar. Oorzaak van deze wisselende stemmingen was het snel naderende examen.

De klas slaagde op één na, Mark van Prooyen. Onverschillig verklaarde deze: „Nou en ? Ik ga straks fijn weer naar school, terwijl de meesten van jullie thuis rond zullen hangen. Schoolloos, baanloos." 't Werd even stil na die woorden. Niemand had de zin en de moed om er op in te gaan Walbert veegde de wat bedrukte stemming radikaal weg door enthousiast met z'n armen zwierend, te vragen: , , 't Geblok is voorbij, nou ja, behalve voor Mark dan, ieder z'n meug, en dat gaan we vieren. Morgenavond om zes uur bij mij thuis. Met lege magen en een goed humeur. Begrepen? "

De bijval die Walbert ontving toonde aan dat het heel goed-begrepen was.

Geert Kooiman en Nicolet van Vuuren fietsten samen naar huis. Nog napratend over de enerverende achter hen liggende tijd. Een periode in hun leven was afgesloten. Morgen de afscheidsavond bij Walbert en tenslotte nog een gezamenlijke klasseavond. En dan? Twee woordjes maar. Geert vergat even dat Nicolet naast hem reed. Beet op zijn tanden. Had Mark gelijk?

Als ze Mark vroegen was hij deed, kon hij antwoorden: „Ik ben scholier". Maar als ze het aan hem, Geert zouden vragen? „Ik ben een werkloze". Eén van de vele duizenden weliswaar, bovendien onvrijwillig, maar was dat een verzachtende omstandigheid? Natuurlijk was hij blij z'n havodiploma op zak te hebben, maar het was geen onverdeelde vreugde. Zo blij als vader en moeder kon hij niet zijn. Wat had hij zich in moeten houden om niet bitter te reageren op moeders woorden: „Onverdiende zegening". En toen vader hem met een glunderend gezicht een papier voorhield met de woorden: „Hier is ons cadeau jong, omdat je geslaagd bent We hopen datje een fijne vakantie zult hebben", had hij moeite gehad om z'n tranen in te houden Kinderachtige vent ben je, schold hij zichzelf uit Tranen, waarom? Met moeite had hij door een waas de woorden kunnen ontcijferen. Een inschrijvingsformulier voor een jeugdreis naar het Beroer Oberland. Z'n vader en moeder? Prachtmensen waren het Maar tevens schrijnde het „Een fijne vakantie", had vader gezegd. Van nu af aan had hij immers steeds vakantie? „Bedankt 't is 't is te erg", had hij gezegd. Hij wist wel dat ze gespaard hadden om hem die reis te kunnen geven. Gedachten besprongen hem. — Je ouders bekostigen een dure reis voor je en jij bent hen straks tot last Jij brengt niets in, behalve misschien een moedeloos gezicht omdat al je pogingen om werk te krijgen, op niets uitlopen. — Maar hij zei niets.

Wéi tegen Nicolet z'n „buurmeisje van drie huizen ver". Je kon tenslotte niet alles opkroppen. Mét dat hij het zei, had hij er spijt van. Hoe zou Nicolet hem begrijpen, hem kunnen begrijpen? Nicolet kon per 1 juli beginnen. Ze had hem zelfde brief laten lezen, met stralende ogen: „Kijk Geert, de eerste de beste sollicitatie. Niet te geloven he!"

Nicolet, die alles mee had. Een goed verstand, êen leuk figuurtje, een vlotte praatster. Nicolet een baan. Niet te geloven? Juist wél te geloven. Logisch dat zij méér kans maakte dan hij. Geert Kooiman was niet zo vlot „Onzin", vond Nicolet en met diverse argumenten trachtte ze hem wat moed in te spreken. Maar Geert bleef somber voor zich uitkijken. Makkelijk praten als je een baan hébt Hij had al een tiental bedankjes binnen, dan dacht je niet meer zo optimistisch.

Nicolets vrolijke stem deed hem opschrikken. „Geert alsjeblieft, kijk een beetje vrolijker. De zon schijnt en je bent geslaagd man! En vanavond hebben we feest!"

Nicolet had gelijk! Een overweldigend verlangen kwam in hem op om te genieten, voluit te genieten. Deze stemming bleef hem bij, ook toen ze de andere dag samen naar Walbert reden.

„Heb jij er ook zo'n zin in? " vroeg Nicolet „En of', antwoordde hij naar waarheid. „Heb jij nog instrukties meegekregen van thuis? " wilde Nicolet weten. Even keek hij haar verwonderd aan. „Hoe bedoel je? " „Nou gewoon, over je netjes gedragen en op tijd thuis zijn en zo", antwoordde Nicolet wat ongeduldig.

Bedachtzaam schudde Geert zijn hoofd: „Nee". Het was ook zo. Maar hij kon toch niet tegen Nicolet zeggen dat vader het wel in zijn gebed had aangehaald? Dat zou zo „vroom" klinken. Nicolet ging er gelukkig niet verder op door.

Aangekomen bij de bungalow van de familie Fontijn, bleek het dat ze de laatste waren, 't Leverde hen enkele plagende opmerkingen op. Maar Walbert eiste al snel hun aandacht op: „Lui, deze mannenbroeders hebben hun vrije tijd opgeofferd om ons naar 't Zwenk te brengen", hierbij wijzend op de twee mannen, die bij twee busjes stonden, waarmee dagelijks de werknemers van de firma Fontijn naar hun werk werden gebracht „'t Was eerst de bedoeling het feest thuis te vieren, maar ma ligt met migraine op bed en pa heeft een zakenbespreking. Instijgen allemaal enne een hoeraatje voor onze bereidwillige chauffeurs".

Het hoeraatje kwam, vervaagde daarmee de wat bitter uitgesproken woorden over Walberts ouders. Of..... leken die woorden alleen maar zo? Tijd om daar over na te denken was er niet Gelach en gepraat vulde de kleine ruimte. Waar was Nicolet gebleven? Geert zocht haar. Waarschijnlijk zat ze in het andere busje.

't Zwenk. Geert kende het van naam. Deinsde onwillekeurig even terug toen de deur geopend werd en een golf van harde muziek naar buiten waaide. Maar hij wilde toch genieten? Wel, hij zóu genieten. Nergens meer aan denken nu, feest vieren en méédoen. Ze aten frites, dronken een pilsje, gilden van plezier in de botsautootjes en stonden later opgewonden,

Nergens meer aan denken nu, feest vieren en méédoen. Ze aten frites, dronken een pilsje, gilden van plezier in de botsautootjes en stonden later opgewonden, gespannen te kijken bij de „gokautomaten". Muziek, geknal en gedreun, gelach Later, buiten, de ontnuchtering. Het zachte ruisen der bomen, de halve maansikkel die soms even vanachter donkere wolken tevoorschijn kwam. Maar Mark, niet helemaal nuchter meer, maakte de boel weer aan het lachen

De stemming zat er weer in. De rit naar huis. Bedankjes en gejoel. „Walbert, een avond om nooit te vergeten."

De rit naar huis, samen met Nicolet Zwijgend reden ze door de stille straten. Tot Nicolet hem wat aarzelend vroeg: „Hoe vond jij het? "

Hij wist zo gauw geen antwoord, zei tenslotte: „Een avond om nooit te vergeten", waarop meteen Nicolets felle: „Hoe bedoel je dat? " „Moetje dat nog vragen? " vroeg hij zacht

Bij de tuinpoort, omrankt door geurende rozen, bleven ze staan.

„Je vroeg me vanavond of ik instrukties had meegekregen van thuis", zei Geert „Ik zei nee, maar ik had „ja" moeten zeggen. Geen instrukties zoals jij bedoelde, maar vader heeft het wel in zijn gebed aangehaald. Dat wij „door de doop vermaand en verplicht worden tot een nieuwe gehoorzaamheid". Dat wij de vermaning en verplichting hebben om de Heere te dienea Dat hoe wij onze tijd ook doorbrengea nooit zullen vergeten dat het uiteindelijk Góds tijd is."

Een zwijgen, waarin Geerts woorden bleven hangen. Tot Nicolet de stilte verbrak. „Geert, ik ben vanavond beng geworden van mezelf. Ik wist dat het niet goed was, maar ik heb toch inténs genoten. Hoe kan dat nu toch!? "

Wat hulpeloos vragend keek ze hem aan. Begreep Geert haar? Ja, volkomen. Wel in de wereld staan, niet van de wereld zijn. Een „verplichting".

Nog even praatten ze er over door. Tot

Nicolet, bij 't horen van de torenklok die z'n bimbam zwaar liet galmen, opeens jachtte: „Geert, ik moet naar binnen! 'k Was al te laat en nu sta 'k hier m'n tijd nog te verpraten".

„Te verpraten? "

Ze lachte wat verlegen. „Deze laatste vijf minuten waren waardevol. De rest van de avond waardeloos. Dag hoor enne bedankt".

Het poorthekje klikte zachtjes. Vader en moeder waren nog op zag ze. Ze zag er tegenop om hen onder ogen te komen en tegelijkertijd verlangde ze ernaar. Hoe fijn was het om ouders te hebben met wie je kon praten, die met je meeleefden. Hoe arm was Walbert, ondanks zijn rijkdom.

Ook vader en moeder Kooiman waren nog op. Luisterden naar wat hun jongen te vertellen had Moeder zweeg, maar haar verdrietige gezicht deed Geert meer pyn dan woorden gedaan zouden hebben. Vader knikte bedachtzaam: „Dus jij wilde genieten jong. Je eens fijn uitleven. Want wat héb je nu eigenlijk aan 't leven? Je hebt dan wel je havodiploma op zak, maar wat voor waarde heeft dat papiertje als je geen baan hebt? Mag je dan eens één keer alles vergeten? "

Geert keek verwonderd. Wist vader zó goed wat er in hem leefde? In het huis van de familie Kooiman bleef het die avond lang licht Die avond? Het werd ver na middernacht

Vaders rustige stem, Geerts felle, soms uitschietende, en moeder die luisterde. Tót ze de Bijbel pakte, even erin bladerde en zei: „Vanmiddag las ik iets over een baan. Hoe graag wij ook een baan zouden willen geven, wij kunnen dat niet Ik weet wel dat er met het woord „baan" hier in de Bijbel iets anders bedoeld wordt dan wat ik ervan maak, maar'k moest toch meteen aan jou denken jongen. En na watje ons verteld hebt nog meer. Luister. — De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart — Waar je ook bent watje ook doet je hebt een „baan", een opdracht Daar heb je steeds hulp bij nodig, anders struikel je, zoals vanavond, of in tijden van moedeloosheid en vul zelf maar aan. Maar welgelukzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van de Heere verwacht"

Toen ook het huis van de familie Kooiman haar luiken sloot pakten donkere wolken samen boven de verstilde stad. Maar de rozen geurden En de klok galmde haar slagen. Beidt uw tijd, beidt uw tijd. Uw tijd? Góds tijd. Die 't heden kent en de toekomst in Zijn hand houdt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 1983

Daniel | 32 Pagina's

Een opdracht voor Geert

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 1983

Daniel | 32 Pagina's