BOEKBESPREKING
De omgang met God
„Als wij wat meer aan de dood dachten, dan zouden wij meer omgang hebben met God. Ons dagelijks sterven is een goede reden, om Hem dagelijks te aanbidden." Ernstige woorden van Matthew Henry in het tweede hoofdstuk van zijn boekje over de dagelijkse omgang met God.
Dit boekje bevat drie hoofdstukken. Het eerste is getiteld: „Hoe wij elke dag moeten beginnen met God." Het tweede gaat over het doorbrengen van de dag met de Heere. En boven het laatste hoofdstuk staat: „Hoe wij de dag moeten eindigen met God". Het zijn in feite drie door Henry gehouden preken, die hij heeft uitgewerkt en uitgebreid.
Matthew Henry is onder ons niet helemaal een onbekende. Deze engelse presbyteriaanse predikant (1662-1714) is vooral bekend om zijn Bijbelverklaring.
In het boekje dat we nu bespreken geeft hij bijbelse en praktische aanwijzingen voor de omgang met de Heere.
De dag beginnen met God
Zo benadrukt de schrijver in het eerste hoofdstuk hoe noodzakelijk het is om iedere dag te beginnen met God. Dit doet hij naar aanleiding van Psalm 5 : 3: Des morgens, Heere, zult Gij mijn stem horen, des morgens zal ik mijn gebed tot U richten, en tot U opzien" (naar de engelse vertaling). Het thema is: Het is wijs en onze plicht om elke dag te beginnen met God".
Eerst wordt aangegeven hoe wij de dag moeten beginnen met God, namelijk met gebed. „De toegang tot de troon der genade is altijd open en ootmoedige smekelingen zijn altijd welkom". En dan moeten we bidden „in de volle zekerheid van het geloof, dat, waar God ook maar een biddend hart vindt, Hij een gebedverhorend God bevonden zal worden". Henry geeft aan hoeveel redenen er zijn om aanhoudend tot de Heere te bidden. De grote afstand tussen God en ons mag geen belemmering zijn. „Op alle plaatsen kunnen wij een open weg vinden naar de hemel".
Bespreking van dé paperback „Aanwijzingen voor de dagelijkse amgmg met God" door Matthew Henry (vertaald door ds, W. de Graaj), 128 bhz f 6, 75> . Uitgave van De Banier B. F., Üireü'hl,
Ook wordt ons verteld hóe we moeten bidden. „Bedenk bij elk gebed, dat ge tot God spreekt en laat blijken, dat ge in uw hart eerbied voor Hem hebt." En dan kunnen we alleen tot God naderen door de Heere Jezus. „Wat wij van de Vader vragen, dat moeten wij vragen in Zijn Naam."
Waarom moeten we daar 's morgens al mee beginnen? Allereerst omdat God het zo waard is! „Door ons morgen-en avondgebed geven wij de eer aan Hem, die de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste is."
De ochtend van de dag is ook zo'n goede gelegenheid. „Des morgens zijn wij fris en levendig en in de beste konditie. ( ) Wij hebben dan gewoonlijk de beste gelegenheid voor eenzaamheid en afzondering." De schrijver toont aan, dat „stille tijd" 's morgens heel belangrijk is, juist ook als je overdag heel druk bent. En hebben wij de Heere ook niet voor veel te danken als de nieuwe dag aanbreekt? „Hij doet ons voortdurend goed en overlaadt ons met Zijn weldaden."
In een soort toepassing worden we ernstig vermaand. „Laat dit woord ons herinneren aan onze nalatigheid, want nalatigheid is zonde, en zonde moet veroordeeld worden." Kun je niet bidden? „Laat niemand beweren, dat hij niet kan bidden. Als ge op het punt stond om van honger
om te komen, dan zoudt ge wel kunnen bidden en smeken om voedsel. En als ge uzelf verloren ziet gaan vanwege de zonde, kunt ge dan niet bidden en smeken om barmhartigheid en genade? "
's Morgens geen tijd? , , Ik durf te zeggen dat ge wel tijd kunt vinden voor dingen, die minder nodig zijn. Ge zoudt er beter aan doen om tijd van uw slaap af te nemen dan te weinig tijd te nemen voor gebed." De verleiding is groot om veel te citeren. Maar dat is onmogelijk, 'k Ga er dan ook maar met grote stappen door. Van de andere twee hoofdstukken nog maar een enkel woord.
De dag doorbrengen met God
Het thema van het tweede hoofdstuk is: Het is niet voldoende voor ons, dat wij elke dag met God beginnen, maar wij moeten Hem ook elke dag verwachten, en gedurende de ganse dag." De tekst is Psalm 25 : 3: U verwacht ik de ganse dag".
Iemand die de Heere verwacht kan alleen rust en vrede vinden in God. „Het is een leven leiden van afhankelijkheid van God, zoals een kind wacht op zijn vader, in wie het vertrouwen stelt, en op wie hij al zijn bekommernis werpt."
Ook als we jong zijn? „God verwachten is een gedenken aan onze Schepper, en de dagen van onze jeugd zijn daarvoor de geschikte tijd."
Henry laat ons zien, dat we in wezen niet echt kunnen leven zonder de omgang met God. Dat blijkt vooral ook in dagen van beproeving, als alles niet voor de wind gaat. Ergens in dit hoofdstuk geeft hij tussen neus en lippen door een heel praktisch advies: „Hoop op het beste, en bereid u voor op het slechtste, en aanvaard dan wat God zendt." (N.B. om over na te denken!).
We kunnen toch niet de hele dag bidden? „Bid dikwijls en ernstig vrome schietgebeden. Wanneer wij God verwachten, dan moeten wij dikwijls tot Hem spreken.
Wij moeten elke gelegenheid aangrijpen om dat te doen. En wanneer wij geen goede gelegenheid hebben voor een ernstig gebed tot Hem, dan zal Hij een haastig gebed toch aannemen."
De dag eindigen met God
„Zoals wij de dag met God moeten beginnen, en Hem de ganse dag moeten verwachten, zo moeten wij ook trachten om die met Hem te eindigen", zo luidt het thema van het derde hoofdstuk. Het uitgangspunt is Psalm 4:9: Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen, want Gij, o Heere, alleen zult mij doen zeker wonen".
Ook in dit hoofdstuk gaat de schrijver praktisch te werk. Slechts een enkele greep eruit. Zo geeft hij wijze adviezen ten aanzien van het slapen gaan. Dit kan ten diepste toch alleen als we in vrede kunnen neerliggen? „Heeft God een geschil met u? Gun uw ogen geen slaap, noch uw oogleden sluimering, voordat ge het geschil uit de weg hebt geruimd."
Laten we ook niet bezorgd zijn voor de volgende dag. „Bezorgd zijn voor de dag van morgen is de grote hindernis voor onze vrede in de nacht."
Hoe slapen jij en ik? „Welk een verschil is er tussen de slaap van een zondaar, die zich er niet van bewust is, dat er minder dan een schrede is tussen hem en de hel èn de slaap van een heilige die door de genade van God gegronde verwachtingen heeft, dat
er maar een schrede is tussen hem en de hemel. Dat is de slaap, die God Zijn beminden geeft." Ernstig waarschuwt Henry zijn lezers. „Wij hebben thans weer een dag minder te leven dan vanmorgen. De draad van de tijd wordt snel afgewonden, zijn zandlopers lopen leeg. En terwijl de tijd voorbij gaat, komt de eeuwigheid naderbij ( ) Hoever zijn wij gevorderd om rekenschap te geven? " Zorgen voor de nacht? „Het is de voorzienigheid van God, die ons nacht na nacht beschermt, Zijn zorg en Zijn goedheid. ( ) Het is door de kracht van Gods genade, als wij kunnen geloven, dat wij veilig zijn, en op die genade moeten wij voortdurend vertrouwen."
Hoe is het in ons leven?
Hoewel Matthew Henry de onbekeerden van hart herhaaldelijk ernstig waarschuwt en lieflijk aanspreekt, blijkt steeds weer dat hij zich in eerste instantie richt tot de kern van de gemeente, degenen die iets kennen van de omgang met de Heere. Juist in deze tijd, waarin we altijd haast (schijnen te) hebben en bijna nergens tijd voor hebben, is het goed om ons over de zo noodzakelijke omgang met de Heere te bezinnen. Iemand die al eeuwenlang juicht voor Gods troon wil ons, als sprekende nadat hij gestorven is, daarbij helpen. „Wij moeten een leven leiden van gemeenschap met God, ook wanneer wij omgaan met de wereld."
Of kun je het nog uithouden zonder de dagelijkse omgang met de Heere? Ook dan heeft dit boekje je iets, nee heel veel, te zeggen. Hoor wat Henry zegt van mensen die zonder God in de wereld (kunnen) leven. „Zij beroven zichzelf van de kostelijkste weldaden, die hier beneden genoten kunnen worden. Welk een vrede kunnen zij hebben, die geen vrede hebben met God? " En dan slaakt hij als het ware een zucht. „Ach, dat zij eindelijk eens wijs mochten worden voor zichzelf en aan hun Schepper en Weldoener gedenken."
Het is onmogelijk om de rijke inhoud in een kort artikel tot uitdrukking te brengen.
Ik kan je maar één raad geven: NEEM EN LEES!!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's