Wat leer je op de C.G.O.?
Hendrik Arie Hofman werd op 28 februari 1948 in Beekbergen geboren, N lagere schoot volgde hij de Mulo en daarna de , , Jan van Nassaukweekschoo Utrecht, Het slotjaar van zijn opleiding deed hij aan , , De Driestar" in Gou Vanaf 1971 is Hofman leraar geschiedenis aan „ De Driestar". Hij deed in doctoraal examen geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Tot voor was hij ook in het jeugdwerk aktief o.a. als voorzitter van de kommissie Kav (Kadervorming). Vrijdag 25 februari j. I. promoveerde hij op een proefschrif Constantijn Huijgens. Hartelijk was de ontvangst door mevrouw en meneer Hofman in de Prins Bernhardstrüat 47 te Waarder op donderdag 3 maart.
Meneer Hofman, uit welk initiatief C.G.O. eigenlijk ontstaan?
In het algemeen komen de Gereformeerde Gemeenten met scholing achter. Daarnaast waren er in het begin van de jaren '70 nogal wat jonge mensen die na hun studie de kerk verlieten. Zo verdween langzamerhand het intellekt uit onze gemeenten. Anderzijds waren er ook mensen die zich keerden tegen verstandelijke kennis.
Deze problemen kwamen aan de orde op de Generale Synode van 1974. Vanuit de Synode werd toen het initiatief geboren om meer aan kadervorming te gaan doen, het vormen van leden en doopleden van onze gemeenten tegen afval en verval. Daarnaast richtte vanuit een andere hoek de heer P. Kuijt, oud-direkteur van „De Driestar", een schrijven aan de Synode van 1974, waarin hij de noodzaak aan de orde stelde om leden en doopleden te vormen tegenover de aanvallen op de kerk. Vanwege de achteruitgang van de verstandelijke kennis van de Schrift en de belijdenisgeschriften achtte hij dat hard nodig. Vanuit deze twee initiatieven heeft de Generale Synode van 1974 besloten om te starten met een Cursus Godsdienst-Onderwijs. De heer P. Kuijt werd belast met de organisatie.
Wat beoogt de C.G.O.?
We leven in een verwarde tijd. Zekerheden ontvallen. De verwereldlijking neemt ontzettend toe. Velen vragen naar de zin van het leven. Bovendien verandert er veel in onze tijd. Deze veranderingen voltrekken zich in steeds sneller tempo. Ouders en ambtsdragers komen met steeds meer vragen en problemen in aanraking.
Vragen ten aanzien van het leven in deze moderne tijd, maar ook vragen naar bijvoorbeeld het eigene van de Gereformeerde Gemeenten. Hierbij wil de C.G.O. op basis van Schrift en belijdenis een eenvoudige handreiking geven, door de eerste beginselen van een aantal vakken bij te brengen, en door het stimuleren van zelfstudie, zodat de kursisten zich verder kunnen ontplooien.
Er wordt nogal eens gesproken over de „Kuijt"-kursus
Inderdaad Ik vertelde al iets over het initiatief dat de heer Kuijt ontplooid heeft. Mijnheer Kuijt heeft bij de opzet van de kursus een eigen, persoonlijke inbreng gehad. Hij identificeerde zich met het werk dat hij aanpakte, zodat de C.G.O. ook wel „Kuijt"-kursus genoemd werd. Hieruit blijkt de waardering voor het werk van de heer Kuijt. Nog steeds is hij als docent verbonden aan de kursus, waar ik erg blij mee ben.
Bent u vanaf het begin van de C. G. O betrokken geweest bij de kursus?
Ja. Levendig herinner ik me nog de eerste docentenvergadering.... Er waren drie predikanten en drie „leken"! De predikanten J. van Haaren, P. Honkoop en A. Moerkerken, en de heren Kuijt, Kole en ikzelf. Allen zijn nog als docent verbonden aan de kursus. Het totale docentenkorps is inmiddels wel uitgegroeid tot 30.
Hoe kwam de opbouw van de kursus stand?
In eerste instantie was het de opzet van de kursus kadervorming te geven aan leden en
interview met de rektor van de CGO
doopleden van onze gemeenten. We rekenden in 1974 op een aanmelding van ongeveer 50 deelnemers die zouden starten in Woerden. Een overweldigende belangstelling stelde ons direkt al voor problemen. Het eerste kursusjaar waren er al 450 belangstellenden! Natuurlijk moest er gesplitst worden.
Zo ontstond er een A-richting, een zogenaamde voorbereidende kursus; en een B-kursus, de voortgezette kursus. Beide kursussen omvatten twee kursusjaren. De kursusplaatsen waren Amersfoort en Ridderkerk. Er waren echter ook kursisten die niet op zaterdag de lessen konden bijwonen. Daarom werd er gestart op donderdagavond in Woerden. Dat is nu Gouda geworden. In Zeeland bleek er ook grote behoefte te zijn, zodat na enkele jaren er een vierde kursusplaats bijkwam: Goes.
Bleek er, na een eerste opbouwfase, behoefte aan een uitbouwfase?
Zeker! De kursus is sinds de start behoorlijk uitgebouwd, en voor de toekomst hebben we nog meer plannen.... De oorzaak van de uitbouw was gelegen in vragen van kursisten die de gehele kursus doorlopen hadden, maar nog graag meer wilden! Zo kwam er een C-kursus bij. Dit is een praktijkjaar voor hen die het B-getuigschrift hadden behaald, en zich wensten te oefenen in de praktijk van het lesgeven. Verheugend was het dat de Minister van Onderwijs en Wetenschappen het C-getuigschrift erkende als een bevoegdheid tot bet geven van godsdienstonderwijs op scholen van voortgezet onderwijs (derde graads).
Zo kwam er op verzoek van kursisten ook een D-kursus. Deze kursus duurt vier jaar. Elk jaar wordt op een aantal avonden een aktueel onderwerp besproken door verschillende docenten. Tenslotte zijn we vorig jaar gestart met een E-kursus die vijf jaar zal duren, en waarvan we hopen dat het getuigschrift óók een bevoegdheid geeft voor het geven van lessen in het voortgezet onderwijs (tweede graads).
Welke vakken worden er gegeven op de kursus, en hoe is de betrokkenheid van kursisten tot de verschillende vakken? I dit nog afhankelijk van vak of docent?
Behandeld worden bijbelkunde, dogmatiek, kerkrecht en symboliek, ethiek en maatschappijleer, kerk-en zendingsgeschiedenis, bijbelse oudheidkunde en aardrijkskunde, sekten en stromingen en wereldgodsdiensten, en praktische vakken, zoals psychologie, pedagogiek, didaktiek, metho-ook diek, het vertellen en catechetiek. In het algemeen is de betrokkenheid van de kursisten tot alle vakken groot. Bij het begin van de kursus in '74 bleek er een grote belangstelling te zijn voor een vak als dogmatiek, en minder voor ethiek en praktische vakken. Waarschijnlijk omdat men zich de inhoud van laatst genoemde vakken niet voor kon stellen.
De betrokkenheid tot een vak is vanzelf ook afhankelijk van hetgeen een docent van zijn vak maakt. De persoon die een vak geeft speelt natuurlijk een rol in het geheel.
Wie studeren er aan de C. G. O. ? Kunt iets zeggen over de vooropleiding van de kursisten? Hun leeftijd? Kerkelijke afkomst?
Dat is erg gevarieerd wat betreft de vooropleiding, beroep en leeftijd. De kursus wordt bezocht door huismoeders en ouderlingen, bakkers en onderwijzers, mensen die als vooropleiding alleen lagere school hebben, maar ook direkteuren van een bedrijf, eigenaren van een zaak en een lektor!
De leeftijd loopt uiteen van 18 jaar tot 65 jaar. Wel is het zo dat ongeveer 50% van de kursisten jonger is dan 30 jaar.
De gevarieerdheid in kerkelijke afkomst is kleiner. Ongeveer 80% van de kursisten behoort tot de Gereformeerde Gemeenten; de overigen komen uit andere kerkgenootschappen.
Het verschil in vooropleiding geeft to zeker wel de nodige problemen?
Dat is zo. De kursus is sinds de eigenlijke opzet nu in twee sporen terecht gekomen. De oorspronkelijke opzet was om aan kadervorming te werken. Door de enorme toeloop èn de verschillende vooropleidingen van de kursisten is er enige struktuur aangebracht door de kursus te splitsen. Eigenlijk zijn er twee soorten kursisten. De ene groep volgt de kursus om de algemene vorming te verbreden, en de andere groep volgt de kursus om een onderwijzersbevoegdheid te halen. Het aanbrengen van nog meer onderscheid stuit af op praktische bezwaren. We moeten oppassen om organisatorisch niet topzwaar te worden.
Wat beweegt de mensen aan de kurs deel te nemen? Het kost nogal wat ti geld?
Als kursisten zich opgeven, vragen we ook altijd naar een motivatie.... (mevrouw Hofman duikt in het archief om wat aanmeldingsformulieren tevoorschijn te halen...) Zelf geven de kursisten op: „Voor mijn persoonlijke vorming", „Erg belangrijk in deze tijd", „Voor de opvoeding van mijn kinderen, dus...."
Dat het volgen van de kursus tijd vraagt, wil ik niet ontkennen. Een getuigschrift krijg je niet kado. Het is echter nuttig en karaktervormend om je tijd in dit soort zaken te steken!
Het kursusgeld voor de A-en B-opleiding bedraagt ƒ 350-per jaar. Vanzelf komt hier nog het boekengeld en de reiskosten bij. Toch durf ik te zeggen dat onze kursus verhoudingsgewijs met andere kursussen vrij goedkoop is.
De kursus kent geen verschijningsplic Is hel karakter niet te vrijblijvend?
We gaan er vanuit dat de kursisten zo trouw mogelijk komen. En we raden ze met klem aan om de tentamens te maken. Wie geen tentamens maakt, verzuimt gemakkelijk, en verdwijnt tenslotte. Om een getuigschrift te halen, moeten de tentamens met voldoende resultaat gemaakt zijn. Anderzijds hebben we geen tentamenverplichting. Er zijn ook kursisten die alleen de kursus voor hun plezier volgen. Zij zouden de kursus niet kunnen volgen als het maken van tentamens verplicht gesteld werd. Zodoende zit er wel een vrijblijvend element in.
Kunt u iets zeggen over de resultaten de afgelopen jaren behaald zijn? Ho het met de „afvallers"? Zijn daar us oorzaken voor aan te wijzen?
Het eerste kursusjaar hadden we 450 kursisten. Dit aantal bleef groeien, tot een jaar of vier terug. Toen stabiliseerde het aantal kursisten zich rond de 400. Tegen aller verwachting in is het aantal kursisten daarna weer toegenomen, en we hebben nu ongeveer 530 kursisten.
Wel is het aantal afvallers vanaf het eerste jaar groot geweest. Zo'n 10 tot 20% per jaar haakt af. Als je naar de oorzaken gaat kijken, dan is het goed om eerst eens de kursus zelf onder de loupe te nemen. Het dwingt je om je af te vragen: „Wat kunnen we verbeteren? " „Zijn er klachten,
voorstellen, enz.? " Anderzijds leven we in een jachtige tijd. Iedereen is druk bezet. Niet iedereen kan de discipline opbrengen om iets af te maken waar aan begonnen wordt. Sommigen haken af omdat de eerste resultaten van tentamens tegenvallen.
Toch mogen we ook terugzien op mooie resultaten. Een duizendtal heeft het A-of B-getuigschrift gehaald. Ook tientallen C-getuigschriften zijn uitgereikt. De D-en E-kursussen kennen nog geen afgestudeerden. Ja, en dan denk ik ook aan twee sprekende voorbeelden. Wat denk je van die kursist, die conciërge was op een technische school. Nadat hij met grote ijver de A-, B-en C-kursus gevolgd had heeft hij een betrekking als godsdienstleraar gekregen aan dezelfde technische school! En wat te denken van een kursiste met alleen lagere school als vooropleiding! Zij heeft als huisvrouw de A-, B-en C-opleiding met goed gevolg doorlopen. Tot diep in de nacht is zij ijverig bezig met haar studie. Nee, ze is niet gestopt, maar volgt nu de D-en E-kursus. Een staaltje van doorzettingsvermogen....
U bent rektor van de kursus. Is deze funktie - wat betreft de tijd die eraa gegeven moet worden - gemakkelijk t kombineren met het leraar-zijn aan , , D Driestar"?
Heel erg moeilijk. Mijn hoofdbaan heb ik aan „De Driestar". Dat vergt de hoofdmoot. De kursus kost extra tijd. Maar het werk aan de kursus geeft me enorm veel voldoening. Daarbij heb ik veel hulp van mijn vrouw en schoonzus. Zij verzorgen de administratie, een komplete boekhouding! Zo wordt er ook veel werk uit handen genomen.
Hoe is de sfeer op de kursus? Is er een persoonlijke begeleiding van de kursisten?
Gelukkig is de sfeer op de kursus erg goed. Zelf ben ik blij als de kursisten het naar hun zin hebben. Ongetwijfeld kleven er ook veel fouten aan ons werk. Onze docenten zijn overbezet en komen soms vermoeid op de kursus om hun lessen te geven. Met name voor de predikanten onder onze docenten valt het niet mee. Zij geven hun medewerking aan de kursus, niet omdat zij tijd over hebben, maar omdat zij het belang van dit werk inzien! We voelen ons wel eens tekort schieten in de persoonlijke begeleiding. Daarom wordt met ingang van het nieuwe kursusjaar per kursusplaats één docent gevraagd zich beschikbaar te stellen voor studiebegeleider. We hopen zo de persoonlijke begeleiding meer gestalte te kunnen geven.
Hoe is de betrokkenheid van de kursiste tot de Gereformeerde Gemeenten? Beve tigend of kritisch?
'k Dacht te kunnen konstateren dat de betrokkenheid tot onze eigen gemeenten door de kursus toeneemt. De kursus geeft een versteviging van de onderlinge band én de band met eigen gemeenten. Dat wil niet zeggen dat er nooit kritische vragen gesteld worden.... Kritisch, maar wel positief. En dat mag, want ook daar is de kursus voor!
Dit jaar is gestart met de E-opleiding. Hoe zijn de ervaringen hiermee?
Er is nog weinig ervaring opgedaan. Aan het eind van het kursusjaar hopen we te evalueren. We hopen dat deze E-opleiding in de toekomst recht op een onderwijsbevoegdheid geeft. Wat betreft het nivo maken we een goede kans. Anderzijds hebben we ook te maken met ambtelijke willekeur. De aanvraag zullen we waarschijnlijk laten uitgaan in het tweede kursusjaar.
n Wordt er nog gedacht aan een verdere uitbouw van de kursus?
Ja, er zijn wel plannen om tot een verdere uitbouw te komen van de kursus (opnieuw op verzoek van gemeenteleden en kursisten). Maar omdat een en ander nog volop in bespreking is, kan ik daar nu niet meer over zeggen. Het is in ieder geval we! duidelijk dat er in onze gemeenten grote behoefte is aan verantwoord opgezette scholingsmogelijkheden.
We weten nu heel wat van de kursus kunnen ons echter voorstellen dat er mensen zijn die toch ook wel bedenki hebben tegen het vermeerderen van verstandelijke kennis? !
Helaas. Ja. Maar laten we niet vergeten hoe begaafd en geleerd de onder ons zo bekende oudvaders waren. Denk maar aan Voetius, Comrie, Van der Groe, om enkele namen te noemen. Hoe stonden zij erop dat de grondtalen beheerst werden, hoe maakten zij een studie van de filosofie, de exegese en noem maar op!
Denk maar eens aan Calvijn. Hoe heeft hij zich beijverd om de studiezin te bevorderen! En sinds de Reformatie heeft telkens op de synoden centraal gestaan dat onderwijs uit de Schrift en de belijdenisgeschriften aan de gemeenten moest worden voorgehouden.
Zeker, de verstandelijke kennis mogen we niet overschatten, maar beslist ook niet onderschatten! We moeten trachten ook hierin het juiste evenwicht te bewaren!
Tenslotte, heeft u misschien nog een slotopmerking voor de Daniëllezers?
Onze jeugd groeit op in een moeilijker tijd dan waarin ik ben opgegroeid. Velen hebben geringe toekomstmogelijkheden, terwijl verval en verwording hand over hand toenemen. Zoiets gaat aan onze gemeenten en onze kring niet voorbij. We moeten dan helaas van verdeeldheid, krachteloosheid en verwarring spreken. Toch zal de Heere Zijn Kerk in stand houden, en dat ondanks ons menselijk falen. Wij weten ook nooit wat de toekomst zal brengen. Wij hebben slechts . te We werken zolang het dag is. Daarom wek ik jullie graag op om aan de kursus te gaan ngen studeren. Mocht je over voldoende vrije tijd beschikken, dan is een studie aan onze kursus een heel goede vulling van je tijd. Nu kan het nog, en wie weet heb je er ook in je verdere leven nog wat aan. Je kunt in ieder geval vrijblijvend eens inlichtingen inwinnen.
Meneer Hofman, hartelijk dank vo informatie en de stand van zaken di ons verstrekt hebt over de C.G.O.
Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's