BROEDERS
STUDIE 5
1 Joh. 2 : 7-11
7. Broeders! Ik schrijf u geert nieuw gebod, maar een oud gebod dat gij van den beginne gehad hebt. Dit oude gebod is het Woord dat gij van den beginne gehoord hebt.
8. Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem zij ook in u waarachtig. Want de duisternis gaat voorbij en het waarachtige Licht schijnt nu.
9. Die zegt dat hij in het Licht is en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.
10. Die zijn broeder liefheeft, blijft in het Licht en geen ergernis is in hem.
11. Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis en weet niet waar hij henengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
1 Joh. 2 ; 7-11
5.1 Broeders (vs. 7)
Wij zijn niet zomaar een samenraapsel van mensen, maar broeders van hetzelfde huisgezin, zegt de apostel tot de gemeenten. , , Broeders"; dat is heel wat. Het betekent een hechte verbondenheid en onderlinge liefde. Ja, het zegt zelfs dat zij allen onder het gezag en de zorg van één Vader staan. Johannes wijst hiermee op een zwakke plaats in de gemeente. Er zat heel wat scheef. Waarschijnlijk hadden dwaalleraars verdeeldheid gebracht en was het niet meer „één hart en één ziel". Het was zelfs zo erg, lezen we in de volgende verzen, dat sommigen de gemeente al verlaten hadden (vs. 11, 19). Johannes vindt dat erg en roept op tot onderlinge liefde. Dat is het middel om anderen bij de waarheid te houden. We vinden ook bij Jacobus zulke geluiden. Blijkbaar was het in de eerste christengemeenten al niet veel beter dan nu. Onze wereld is van de zonde doortrokken en dat werkt door in de kerk. Wat voor scheuren lopen er niet in ons kerkelijk leven. Maar Johannes zegt: denk er wel om het gebod Gods blijft zijn kracht behouden.
5.2 Oud en toch nieuw (vs. 7. 8)
Johannes zegt het zelf niet. Hij spreekt alleen de Heere Jezus maar na. En in het Oude Testament stond het ook al. Het is het gebod van de liefde. De apostel weet goed dat dit gebod niet zo gemakkelijk wordt overgenomen. De één zegt: Is dat dan zo belangrijk? ", en een ander: , Je hebt toch niets met een ander te maken", of „Je hebt je eigen verantwoordelijkheid". „Nee broeders", wil Johannes zeggen, „stop maar met redeneren, want het is een oud gebod". „Ik heb het niet zelf verzonnen". Hij roept op de gelederen te sluiten en samen tegenover de vijand te staan. Allerlei wind van leer spoelt over de gemeenten heen en dan moet je elkaar niet loslaten (Joh. 13 : 34; 15 : 12; Lev. 19 : 17, 18; Rom. 12 : 10; 13 : 8; H. C. zondag 40 vr. 107.)
5.3 Waarachtige Licht (vs. 8-11)
De Heere Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij is het Licht der wereld. Hij is dus ook het waarachtige Licht. En als we in dat Licht mogen wandelen, als dat Licht in ons waarachtig is, dan haten we onze broeders der gemeente niet. Nee, dan is er liefde voor de waarheid en voor Gods volk, voor de predikanten en kerkeraden. Dan wordt er met de mantel der liefde toegedekt en worden de grote en kleine gebreken niet breed uitgemeten. Wie dat wel doet, speelt gevaarlijk spel. Die zijn broeder haat, is in de duisternis t nog toe, ook al zegt hij misschien in het Licht te zijn (vs. 9). Maar het Licht schijnt nog. Het kan nog. De duisternis daarentegen gaat voorbij, zoals de wereld voorbij gaat (vs. 17).
5.4 Blijven (vs. 10)
Wees dan eensgezind, broeders. Hebt elkaar lief en hebt een liefdeband onder elkaar. Dan hebt u een vruchtbaar leven. Waar liefde woont, gebiedt de Heere Zijn zegen; daar woont Hij Zelf. De Heere Jezus heeft het Zelf gezegd in de gelijkenis van de wijnstok en de ranken: Blijft in deze Mijn liefde" (Joh. 15 : 8) en „Dit gebied Ik u, opdat gij elkander liefhebt" (vs. 17). Het blijven in Christus heeft blijkbaar alles te maken met het liefhebben van elkaar. We zien dat meer in de Bijbel. De gemeente is immers het Lichaam van Christus en wie dat Lichaam schaadt, raakt Gods oogappel aan. Maar wie werkelijk een levend lid is van dat Lichaam, zal ook alles doen om dat Lichaam te behouden. En daar plukt hij dan zelf ook nog vruchten van, want „die zijn broeder liefheeft, blijft in het Licht". De apostel bedoelt dat er een belofte is verbonden aan het liefhebben van de broeders, de belofte van troost en licht.
5.5 Ergernis (vs. 10)
Maar waarom dan? Is het gemeenteleven dan zo belangrijk? Je komt er toch alleen voor te staan? De apostel zegt, dat wie zijn broeder liefheeft, de ander niet ergert. D betekent veel meer dan ons woord „ergeren". Hij bedoelt datje dan geen struikelblok bent. Dan ben je geen „sta in de weg". Het is toch de praktijk van het leven, dat twist, roddel, haat, liefdeloosheid en dergelijke onvruchtbaar is. Het staat Gods Woord in de weg. Het houdt mensen van het evangelie af. Wat is dat erg. Ais je daar aan meedoet ben je medeverantwoordelijk voor zoveel onbekeerlijkheid (Rom. 14 : 13-19). Bovendien struikel je zo ook zelf. Dan ben je een struikelblok voor jezelf.
5.6 Verblind (vs. 11)
Maar nog meer. Wie zijn broeder haat en de gemeente benadeelt, waar hij zelf deel van uitmaakt, gaat gemakkelijk aan het dwalen. Je loopt dan immers in het duister en je ziet niet meer waar je loopt. Ja, dan hebben de dwalingen gemakkelijk vat op je. Dan laatje je niet meer de weg wijzen ot door andere leden der gemeente en dan word je super-kritisch. Dan ga je op iedere slak zout leggen en blaas je elk aksentsverschil op tot een grove fout. Wat word je dan een individualist, die zelf z'n eigen weg zoekt. Helaas, ga je dan gemakkelijk denken dat jij het bij het rechte eind hebt en dan zoek je gewoon zelf je eigen leraars op, leraars naar je eigen begeerlijkheden. Dan loop je het gevaar de gezonde leer niet meer te verdragen en „kittelachtig" van gehoor te worden (2 Tim. 4 : 3).
5.7 Vragen
1. In het eerste hoofdstuk heeft Johan de onderlinge band in de gemeente al benadrukt. In welke verzen?
2. Als je zo de nadruk legt op de gemeente waar je lid van bent, word dan niet kerkistisch?
3. Welke belofte gaf de apostel eerde het tweede hoofdstuk aan hen die d geboden bewaren? Waarom geldt d alleen voor Gods kinderen?
4. Moet je je van de algemeen heersende opvatting in de gemeente wat aantrekken als je het er helemaal nie mee eens bent? Of heeft dat niets m de liefde te maken? (vgl. Rom. 14
5. Waarom zou het Woord zo'n nadru leggen op het gemeenteleven? Ben je dan soms verloren als je je aan de gemeente onttrekt? (vergl. Hebr. 13 : 7-9)
6. De reformatie heeft altijd benadruk dat alleen de Schrift gezag heeft ( scriptura), en dat de kerk ondergeschikt is. Wat is het gevaar daarvan weer? Heeft de kerk, de gemeente, geen betekenis voor de leer? Moet j het dan alleen met je Bijbel doen? (vergl. Hand. 2 : 42 en N.G.B. art.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's