De Dag van de Zoon des mensen
Glorierijk is de wederkomst van Christus. Dan verschijnt Hij om te oordelen de levenden en de doden. Het is de Dag van de Zoon des mensen.
In Daniël 7 vinden wij het visioen van de vier wereldrijken. Zij treden op in de gedaante van vier dieren. Daarop volgt een gezicht op de troonzaal in de hemel, waar God, de Oude van dagen, de wereldheersers voor Zijn rechterstoel daagt. In het dan uitbrekende gericht vergaan de vier wereldrijken, waarna God de heerschappij geeft aan een, „die kwam met de wolken des hemels, als eens mensen Zoon". Het is deze titel, die Jezus Zichzelf toeeigent. Dikwijls noemt Hij Zich de Zoon des mensen. De weg van de Zoon des mensen en Zijn heerlijkheid zal geopenbaard worden. Als Hij komt op de wolken, op Zijn Dag, die de dag des gerichts zal zijn, zal Zijn heerlijkheid gezien worden.
„Maranatha-gemeente"
De gemeente van Christus leeft tussen de tijd van pinksteren en de wederkomst. Sinds pinksteren is de eindfase van de wereldgeschiedenis ingeluid. Een beproefd geloof en een vaste hoop spreken in blijvende liefde van de troost van Zijn wederkomst. „Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen om ten volle te genieten de belofte Gods, in Jezus Christus onze Heere" (art. 37 NGB). De gemeente van Christus heet dan ook terecht: , , Maranatha-gem eente''. De toekomst vormt voor velen een bedreiging. Velen weten in deze tijd niet waar het uiteindelijk op uit zal lopen en houden het hart vast in angstige onzekerheid. De autonome mens heeft heus niet alles in zijn hand.
De gemeente van Christus mag echter, door de genade van de Heilige Geest, weten waar het heengaat. Als velen vandaag zeggen dat het met de wereld op een eind loopt, mag Gods gemeente getuigen, dat het op een nieuw begin aangaat, op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. Door de gerichten heen mag zij haar Koning verwachten, Die alle dingen nieuw maakt. Zij gaat ter bruiloft, naar de bruiloft van het Lam. Haar hart is vervuld van een diep en groot geheim: de verwachting van haar Heere. Haar schoonheid is niet een schoonheid van deze wereld, maar van de toekomst van haar Bruidegom. Naarmate die toekomst dichterbij komt, wordt zij niet ouder, maar juist jonger.
Met brandende harten hebben de reformatoren de toekomst des Heeren verwacht. Met opgeheven hoofd keken zij te midden van vervolging en druk met groot verlangen uit naar Christus' komst. Zelfs als zij hun kleine kinderen doopten, baden zij: „opdat zij dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood) om Uwentwil getroost, verlaten, en ten laatste dage voor de rechterstoel van Christus, Uw Zoon, zonder verschrikken mogen verschijnen".
Verschillende toekomstverwachting
Als we ons afvragen hoe de toekomstverwachting er vandaag uitziet, dan zien we aan de ene kant een stroming, die sterke nadruk legt op de wederkomst van Christus, vaak in chiliastische zin. Anderzijds is er de beweging die' alle nadruk legt op het feit, dat de nieuwe wereld slechts komt in de weg van ons handelen. Velen kiezen vandaag voor een politieke theologie. Van persoonlijke bekering en van persoonlijke wedergeboorte wordt niet gesproken. Het plaatsbekledend Middelaars werk van Christus komt niet of nauwelijks aan de orde. Het meest radikaal is de theologie der revolutie.
De wereld zal steeds minder leefbaar worden
Als er één ding in de Schrift boven alle duidelijkheid verheven is, dan is het wel dit, dat de nieuwe wereld niet komt in de
weg van evolutie en van revolutie. Het Rijk van Christus komt in de weg van krisis en gericht. Zoals het met Christus gegaan is, zó zal het met de gemeente gaan: door de dóód heen zal de voleinding komen. Het zal niet steeds leefbaarder gaan worden in de wereld, maar steeds minder leefbaar. Het zal zelfs zo weinig leefbaar worden, dat Christus de dagen zal verkorten om der wille van de uitverkorenen. Er zal dus wel van een ontwikkeling sprake zijn, maar dan van een ontwikkeling ten kwade! Temidden van alle verschrikking en ontzetting dienen dan de tekenen der tijden tot vertroosting en bemoediging. Het zijn de barensweeën van het nieuwe Rijk dat komt!
De dag van de Zoon des mensen
De dag van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde is de Dag van de Zoon des mensen. Naar het duidelijk getuigenis der Schrift zullen wij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. In de dag van de wederkomst zullen Gods kinderen geen vreemde ontmoeten, maar Hém, „Die Zich tevoren om hunnentwil voor Gods gericht gesteld heeft en al de vloek van hen weggenomen heeft". De dag van de wederkomst zal dan ook „recht schrikkelijk" zijn voor de bozen en goddelozen, die Christus slechts als Rechter zullen ontmoeten en niet als Redder.
Gods Woord leert duidelijk geen uiteindelijk behoud voor allen, zoals vandaag door velen geleerd wordt. De prediking van Christus en de prediking van de apostelen is geladen met ernst, juist met het oog op de ernst van de rechterstoel van Christus! „Wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot geloof', zegt de apostel Paulus. En Christus zegt: „Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient!"
Hoe schrikkelijk en vervaarlijk de dag van de rechterstoel ook moge zijn voor de bozen en goddelozen, die dag is zeer wenselijk en troostrijk voor de vromen en uitverkorenen! (vgl. art. 37 NGB). Temidden van alle verschrikkingen die gepaard gaan met de komst van Christus, roept Christus de Zijnen toe: „Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is".
De grote dag van Jezus Christus, de Dag van de Zoon des mensen, is ook de dag van de grote afrekening. Daarop wijst de Heere ons in de gelijkenis van de talenten.
We horen van het ernstige vermaan, dat de onnutte dienstknecht wordt uitgeworpen in de buitenste duisternis, waar wening zal zijn en knersing der tanden. Tot de goede en getrouwe dienstknechten wordt bij herhaling gezegd: „Wel gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten, ga in in de vreugde uws Heeren".
Onze roeping in het heden
De verwachting van de wederkomst des Heeren, doet niets af van onze roeping in het heden, maar onderstreept juist die roeping. Juist met het oog op de doorluchte dag van de Zoon des mensen, heeft het zin om bezig te zijn in het midden van de gemeente en in het midden van deze wereld. Bekend is in dit verband het woord van Luther: als ik zou weten dat morgen Christus zou wederkomen, plantte ik nog vandaag een boom. Sinds pasen is onze arbeid niet ijdel in de Heere. Leven naar de grote dag van Christus toe, betekent dat ik al de vragen in de verwarrende problematiek van deze apokalyptische tijd mag zien in het licht van Christus komst. Deze tijd heeft niet het laatste gewicht of woord. Het laatste woord zal aan Christus zijn, onze komende Koning, Wiens komst wij met de kerk der eeuwen met groot verlangen tegemoet zien! Het is onbeschrijfelijk, wat dan gezien mag worden. De apostel Johannes kan het slechts aanduiden als hij ervan zegt: „En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer".
En jij?
Jonge vrienden, gelukkig als je die Dag van de Zoon des mensen zonder verschrikking tegemoet mag gaan. „Vrees God, en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad". De Heere Zelf zegt het: zoek Mij en leef. En Hij wil Zich nog laten vinden. Zijn Naam is de Eerste en de Laatste. De Geest des Heeren moge onder ons werken en wonen, tot grootmaking van de deugden Gods. Het allerrijkste genade-wonder is te verkondigen de deugden Desgene, Die uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Ik zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. Ik zal Gods Naam
prijzen met gezang en Hem met dankzegging grootmaken. Eeuwig juichen!
Zij dienen Hem nacht en dag voor Zijn troon. En aldaar zal geen nacht zijn! Ach konden we Hem eens ten volle verheerlijken. Mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot. Het zijn maar gebroken klanken. Welk een loflied zal dat zijn als wij Hem zullen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer komt die dag? De Dag van de Zoon des mensen. Welk een loflied zal dat zijn! Eeuwig wandelen in Zijn licht, het licht van Zijn aangezicht. Eeuwig zingen van Zijn roem. Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de vrouw des Lams, en zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was de allerkostelijkste steen gelijk, blinkend gelijk kristal.
Och of nu al wat in mij is, Hem prees! Blijft het hier stamelen, de zangtijd genaakt. Eeuwig aanbidden in het Vaderhuis met zijn vele woningen. O, mocht er bij het volk des Heeren een tere wandel zijn voor Zijn aangezicht Mogen alle godzalige tongen vaardig zijn, om Zijn lof te vertellen, en hun oren verlangen om Zijn
lof gaarne te horen! Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid nu en in de dag der eeuwigheid. Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's