De Ruiter op het witte paard...
En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: oning der koningen en Heere der heren. (Openbaring 19 : 16)
Johannes ziet de hemel geopend. Dat had hij al eerder gezien, maar toch was het toen anders. Toen had hij een deur in de hemel geopend gezien, maar nu ziet hij de hemel over zijn volle lengte en breedte geopend. Het is, alsof alle hemelpoorten tegelijk opengaan! En daar komt uit die geopende hemel een indrukwekkende ruiterstoet. Voorop rijdt een Man op een wit paard. Hij wordt gevolgd door onafzienbare heirlegers van ruiters op witte paarden. Zij zijn allen gekleed op dezelfde wijze: met wit en rein fijn lijnwaad.
Wie is die Ruiter? Wie zijn zij, die Hem volgen? En wat gaan zij doen? Die eerste Ruiter is Christus Zelf. Daar is geen twijfel over mogelijk. Hoor maar hoe Hij héét Getrouw en Waarachtig; het Woord Gods; Koning der koningen en Heere der heren! Bovendien draagtHij eenNaam, die niemand wist, dan Hijzelf. Deze Christus wordt ons hier getekend als de grote Overwinnaar van al Zijn vijanden. Hij heeft een zware strijd moeten strijden (zie maan Zijn witte kleed is geverfd met het bloed van Zijn vijanden!), maar Hij heeft dood en hel en duivel overwonnen door Zijn sterven en opstanding. Na Zijn overwinning op Golgotha en in de hof van Jozef is Hij ten hemel gevaren. Lange tijd heeft het er hier op aarde naar uitgezien, dat dood en hel tóch overwonnen hadden. Gods Kerk werd minder, satans onderdanen en triomfen meer. Maar nu mag Johannes zien, dat er een dag zal aanbreken, waarop de hemelpoorten open zullen gaan, en Christus naar buiten zal komen, door Zijn duizendmaal duizenden ruiters gevolgd, om Zijn laatste en uiteindelijke triomf te behalen over het beest uit de afgrond, over de valse profeet en over al Zijn vijanden.
Hij zal op die grote dag der dagen niet alléén komen. Heirlegers op witte paarden volgen Hem. Wie zijn dat? Het zijn Zijn heilige engelen, maar ook Zijn uitverkoren en reeds verloste kinderen. Zij dragen witte klederen: de engelen omdat zij nooit gezondigd hebben, en Gods kinderen omdat zij hun vuile klederen hebben mogen wit wassen in het bloed van die eerste Ruiter. Zij zullen op die dag mogen delen in Zijn triomf en in Hem meer dan overwinnaars zijn. Let erop, dat alleen de klederen van Christus met bloed geverfd zijn; niet die van de engelen en verlosten. Hij alleen zal die laatste strijd op die dag strijden; Hij is Verwinnaar in de strijd, en geeft Zijn volk de zegen.
Waar zal onze plaats zijn, als straks de hemelpoorten opengaan, en deze geduchte Ruiter komen zal? Zullen wij dan mogen behoren bij die heirlegers, bekleed met wit en rein fijn lijnwaad? Dat zal alleen kunnen, als wij hier in ons leven hebben leren walgen van onze vuile klederen, als wij ons hele leven hebben leren verstaan als zonde en ongerechtigheid voor God. Wit zullen onze klederen op die dag alleen kunnen zijn als wij hier iets hebben leren verstaan van de noodzakelijkheid om gewassen te worden in het allesreinigende bloed van de Zone Gods. Laat het voortdurend onze bede zijn, of Hij ons ontdekken wil aan onze naaktheid en schande, opdat wij van Hem die witte klederen zouden ontvangen, die Hij Zijn keurlingen uitreikt om niet Bedenk, hoe vreselijk het zal zijn, op die grote dag ais een vijand van God, van Christus en van vrije genade die geduchte Ruiter te moeten ontmoeten, van Wie wij lezen, dat Zijn ogen dan zijn zullen als een vlam vuurs!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's