De eindtijd en de zending
Wat zijn de tekenen die vooraf zullen gaan aan Jezus' komst op de wolken? De Heere vertelt het ons in Mattheüs 24. Oorlog, hongersnood, pest, aardbeving, vervolging, ergernis, valse leer, ongerechtigheid, verkoelde liefde en een grote afval. Het is een zwarte lijst! En toch, aan het einde daarvan breekt het licht door. Want „dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden, tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde zijn" (vers 14). Na al die onheilspellende tekenen is er één teken dat ons hoop geeft. Hoop? Of. juist niet?
Geen gulden voor de zending
Ik herinner me nog levendig hoe dezelfde woorden uit Mattheüs 24 door die grote hal klonken, daar in Hilversum op één van de zendingsdagen van onze gemeenten. En het klonk als een bazuinstoot door de luidsprekers: „Dan zal het einde zijn". Toen kwam de kollekte. Ik zat bij m'n ouders en kreeg een gulden. Bestemd voor het zakje. Een hevige tweestrijd ontbrandde van binnen. Wat moest ik doen? Geld geven voor de zending: dat was meewerken aan m'n eigen ondergang! Want hoe harder het ging met het zendingswerk, des te eerder zou Christus wederkomen! En dan? Verloren, voor eeuwig verloren... 1
En zo verdween de gulden in m'n broekzak en het zakje ging voorbij.
Om bang van te worden
Of heeft het jou nooit aangegrepen? Misschien wel toen je bezig was in de aktie van de Jeugdbond. Benauwend : ik help er aan mee dat de laatste gebieden met het Woord van God worden bereikt, en ik ben nog onbekeerd. Wat heb ik er mee gedaan? Belangrijker nog: wat heeft het Woord met mij gedaan?
Want één ding staat vast: het kleine witte vlekje op de wereldkaart waar het Evangelie nog nooit is gepredikt of vertaald, wordt steeds kleiner. En dat gaat door. Zelfs in landen die „gesloten" zijn voor zendingswerkers. Zo wordt in China het Woord bekend gemaakt door zeer krachtige zenders die in het buitenland staan opgesteld. Op dikteersnelheid ontvangen de Chinezen de Bijbel in hun eigen taal. „Tot een getuigenis voor alle volken.... en dan zal het einde zijn".
We leven in de laatste dagen
Er zijn mensen die met veel stelligheid beweren dat we in de laatste dagen leven. En het lijkt alsof ze een diepe waarheid verkondigen, die nog nooit eerder is uitgesproken. Toch gaan ze nog niet ver genoeg. Volgens de Bijbel zijn de laatste dagen immers allang aangebroken. De geschiedenis is zijn laatste fase ingegaan met de komst van Christus en — meer in het bijzonder — met de komst van Zijn Geest met pinksteren. „Het zal zijn in de laatste dagen, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees" (Hand. 2 : 17). In het Oude Testament was het voorzegd en er is eeuwen naar uitgezien: hans horen mensen van alle windstreken de grote werken Gods verkondigen in hun eigen taal. Pinksterfeest is zendingsfeest! De Pinkstergeest is eerstelingsgave van de eindtijd en staat garant voor een grote oogst uit alle tongen en natiën. Het geheimenis is nu publiek geheim: ood en heiden worden verenigd in het lichaam van Christus, de algemene, christelijk kerk. En het Woord van de Koning heeft haast!
Heden indien ge Zijn stem hoort...
Want de tijd is voorts kort. De duivel weet dat Daarom gaat hij rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.
Weet jij het ook? Zegje ook: „O God, ik weet geen raad"?
Dan gaat er nog Eén rond, zoekende wie Hij zal behouden. Zoekende om zalig te maken dat verloren is.
Want we gaan niet verloren, maar we zijn het al. Wat zijn we toch dwaas! We denken: straks komt Jezus weer en dan is het kwijt. Maar als God het ons laat zien, dan is het nü al kwijt.
Wat zijn we dwaas! We zeggen: heidenen kunnen nog zalig worden en op het zendingsveld gebeuren wonderen. Maar de Heere zegt: is dan de poort in Nederland op slot?
„Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil en troostrijk woord, verhard u niet maar laat u leiden".
Genade maakt gunnend
En daarom: stop die gulden toch maar in de kollektezak. Maar bid dan meteen of God je wil geven wat ook wij niet missen kunnen.
Het einde is nabij! Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God. Zouden we de heidenen daarvoor over hebben? Nee toch! Al zouden we zelf voor eeuwig buiten moeten staan: het is rechtvaardig. Maar moeten we dan ook nog die duizenden meetrekken die nog nooit van Jezus' naam hebben gehoord? Ook iets om bang van te worden. Benauwend!
Zijn er dan echt geen jonge mensen meer die zich willen geven voor het zendingswerk? Nee, niet „omdat het je wel ligt", maar omdat God deze opdracht gelegd heeft op de schouders van Zijn gemeente op aarde.
Motieven voor het zendingswerk
Natuurlijk moeten we oppassen de zending niet helemaal te zien in het licht van de eindtijd. Er zijn minstens drie grote motieven voor het zendingswerk te noemen:
1. De barmhartigheid die God eenmaal in Christus betoond heeft aan verlorenen. Het liefste wat Hij bezat heeft God gegeven. Gewillig liet Christus Zich vernederen tot zelfs de vloekdood aan het kruis! Dat mag nu met bewogenheid gezegd worden aan ellendige zondaren.
2. De heerschappij die de verhoogde Christus thans uitoefent over de gehele aarde. Dat moet ons dringen om een ieder op te roepen tot gehoorzaamheid aan Hem. „Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie.... en alle tong zou belijden dat Jezus Christus Heere is, tot verheerlijking van God de Vader" (Fil. 2 : 10, 11).
3. De verwachting dat Christus straks zal wederkomen en Zijn Koninkrijk doet komen in al Zijn volheid. Daarvan mag Gods kerk een getuige zijn, in woord en daad.
Niet overspannen worden
Dat laatste geeft kracht aan ons bezig zijn, maar ook bescheidenheid. Het bewaart voor overspannen verwachtingen.
Twee voorbeelden:
1. In Hand. 1 : 6 vragen de discipelen naar de tijd dat de Heere het Koninkrijk zal oprichten aan Israël. Maar Jezus zegt: iet spekuleren, maar spreken! Niet vragen, maar gaan! Tot aan het uiterste der aarde. Als opdracht, maar bovenal als belofte. „Gij zult mijn getuigen zijn". Het gaat vanzelf..... als de Heilige Geest het maar voorzegt.
2. In de Heidelberger Catechismus, zondag 48, staat iets over de zending. (Tussen haakjes: het is dus niet waar dat onze belijdenisgeschriften daar totaal geen oog voor hadden) Zondag 48 spreekt over de vermeerdering van de kerk. Maar let wel even op het verband: de tweede bede van het Onze Vader! M.a.w.: zending begint met gebed en voorbede. En let ook eens op het perspektief: „totdat de volkomenheid van Uw Rijk kome...."
Het einddoel
Dus niet de kerk is einddoel van Gods wegen, maar het Koninkrijk Gods. Of beter nog: de ere Gods. God Zelf staat er voor in dat er een volk zalig wordt Het is 's Vaders welbehagen hen het Koninkrijk te geven. Het is maar een kleine kudde, en toch is het een schare die niemand tellen kan. Maar God heeft ze geteld. „God zal ze Zelf bevestigen en schragen, en op Zijn rol waar Hij de volken schrijft, hen tellen als in Isrel ingelijfd en doen de naam van Sions kind'ren dragen."
Daar zai er niet één gemist worden. En „dan zal het einde zijn".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's