ROUWBEGELEIDING
Samenvatting van het referaat, door ds. H. Hofman gehouden op de regi vergaderingen te Oud-Beijerland, september '82 en te Kampen, maart 1983
In deze moderne tijd is de verwereldlijking van het rouwproces zich geruisloos, haast vanzelfsprekend, aan het voltrekken, Wij gaan daar ongemerkt allemaal in mee. Hoe moeten rouwenden begeleid worden?
De titel van ons onderwerp had kunnen luiden: „De zuivere en onbevlekte godsdienst", met als ondertitel: „rouwbegeleiding".
Dit naar aanleiding van Gods Woord, waarin Jakobus 1 : 27 staat „De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: ezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking".
Hoe het moet
Nu weten we gelijk hoe echte rouwbegeleiding zijn moet n - 1het in praktijk brengen van de zuivere en onbevlekte godsdienst
„Voor God en de Vader" betekent God eist van ons dat we weduwen en wezen bezoeken in hun verdrukking.
„Bezoekenl".... de kanttekeningen zeggen hiervan: „opzicht hebben over wezen en weduwen". Dat is iets anders dan onpersoonlijk kontakt of ongeïnteresseerd luisteren. Het werkelijk deelnemen aan het leven van de ander ontbreekt Zulk bezoek staat gelijk met... géén bezoek!
Matthew Henry verklaart bij deze tekst „Het is de heerlijkheid van de godsdienst zuiver en onbevlekt te zijn. Valse godsdiensten herkent men aan hun liefdeloosheid. Een heilig leven en een liefhebbend hart zijn het bewijs van een ware godsdienst. Die leert ons alles als in Gods tegenwoordigheid te doen, Zijn gunst te zoeken, en te trachten in alle handelingen Hem welbehaaglijk te zijn". Matthew Henry heeft de ware en zuivere godsdienst samengevat in: „Het uit liefde helpen van de bedroefden".
Hierdoor moet rouwbegeleiding beheerst worden, anders maken we ons er met het uiterlijke van af. Dan gaat het om onszelf en zijn we net als de rijke jongeling.
Hoe het is
Hoe funktioneert die zuivere godsdienst in de praktijk? Tussen „hoe het moet" en „hoe het is" ligt een grote kloof. Folders, getiteld „Doodgewoon" worden huis aan huis verspreid. Ongevraagd vinden we die in onze brievenbus. Puntsgewijs worden ons via zo'n folder twaalf tips gegeven over zaken die men zelf moet regelen vóór zijn dood. In evenveel punten wordt de nabestaanden geadviseerd wat ze moeten doen en tot slot worden nog enkele telefoonnummers gegeven waar ieder duidelijkheid kan krijgen over de eigen situatie, zodat voor niemand vraagtekens behoeven te blijven bestaan. Dit is typerend voor deze moderne tijd, maar 't is zo kil en zo kaal als de dood zelf.
„Wat doen wij?
Rouwbegeleiding begint al vóór het sterven. Onze rouwbegeleiding wordt zeer beslist bepaald door onze verhouding tot de dood. Hoe staan wij tegenover onze dood? Dat moeten we onszelf heel serieus afvragen en..., er een antwoord op geven En als we eerlijk zijn? .... Wie is er klaar om te sterven? David rekende daar wel mee, hij bad: „O, Heere, ontdek mijn levenseind aan mij".
Wij stellen het uur van onze dood verre van ons. Dit mag niet en dit kan niet, want of we nu jong, oud, gezond of ziek zijn.... we zijn er nooit verder af dan één stap. We kunnen wél vele dagen achteruit tellen, maar vóóruit? Niet één!
Wanneer wij op allerlei manieren proberen de dood uit onze gedachten weg te bannen, dan ontbreekt het aanknopingspunt voor echte rouwbegeleiding. In onze huizen is dikwijls geen plaats meer voor de opgebaarde dode, er is geen gelegenheid voor condoleance. Alles wordt keurig verzorgd door „deskundigen". En wij allen gaan daarin mee.
Lang niet iedereen die rouwt heeft deskundige hulp nodig. Waar ieder wel behoefte aart heeft is medeleven, een luisterend oor!
Op ons rast de taak: het toekennen van het recht om te rouwen, de omstandigheden zo te regelen dat men kan rouwen.
Drie fasen worden in het rouwproces beleefd:
a. ontkenning: men wil er niet aan, men kan het niet geloven.
b. wanhoop: woede, men komt in opstand tegen de dokter, tegen God.
c. aanvaarding: men kan weer verder en zwijgt Gode stil.
Dit proces kan niet voltooid zijn als het verdriet kunstmatig geweerd wordt, maar wat moet je, als niemand naast je staat? De mens zou zo verdrietig kunnen zijn dat hij zou vergeten dat hij zelf ook eens het tijdelijke met het eeuwige zal moeten verwisselen. Laat een rouwende dan niet eenzaam en alleen, zodat de rouw zou ontsporen in zelfbeklag. Voor ieder persoonlijk geldt bereidt uw huis, want gij zult sterven.
Wellicht wacht er een verdrietig mens op u. Zien we ze niet? Willen we ze niet zien? Hebben we ons aangepast aan het taboe van de rouw? Laten we het op een ander aankomen? Rouw is geen ziekte die bestreden moet worden, rouw moet uitwerken. Hoe moet het? Hoe is het? We kijken nog even om naar het begin: „De onbevlekte, zuivere godsdienst voor God en de Vader is deze: weduwen en wezen bezoeken in hun verdrukking". Z q zijn er, de rouwenden, en zij wachten.... opu.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1983
Daniel | 32 Pagina's