JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

BONDSDAG 1983

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BONDSDAG 1983

10 minuten leestijd

De jaarlijkse bondsdag ligt weer achter ons.

Hoe mogen wij er op terugzien? Met verwondering omdat we mogen weten of hopen een christen te zijn? Met jaloezie op dat volk waarbij wij ons niet durven rekenen? Met verdriet omdat we ons christen zijn niet tonen, omdat het als het ware onder het stof verborgen ligt, omdat ons hart zo uitgaat naar de wereld en zich daar weer zo thuis voelt?

Lees dan voor uzelf de eerste regels van het zesde vers van Psalm 147 nog eens na, wat we voorde middagpauze hebben gezongen. Of moeten we bekennen dat we geen christen zijn, hoewel we er ons voor uitgeven?

Behoren we wellicht tot hen die weten dat zij zelfs geen behoefte hebben aan het heil dat nooit vergaat, waarvan we tijdens de opening hebben gezongen; dat we geen vriend en metgezel zijn van hen die Gods Naam ootmoedig vrezen; dat we God niet tot een Leidsman willen hebben en van Hem leren hoe we wandelen moeten; we de Heere niet zien als het Allerhoogste goed? Overdenk dan nog eens het referaat van ds. Kattenberg en gebruik uw verstand, wetend dat u zo niet voor Gods aangezicht kunt verschijnen. Neem de middelen waar en zoek Hem terwijl Hij te vinden is! Zoek omgang met Gods volk; gij mocht er Jezus nog eens vinden.

Eendrachtig bijeen

Ieder jaar weer mogen we konstateren dat er een goede en gezellige sfeer is. Zelfs op ons uiterlijk „christen zijn" wil de Heere Zijn zegen geven. Al is het dan een tijdelijke zegen, dan is het een niet genoeg te waarderen voorrecht. Het als één grote familie bijeen zijn doet zo goed.

Hoe was onze houding op die dag? Er was toch geen strijd om de beste plaatsen? Kon de „wereld" jaloers zijn op ons toen zij ons gadesloeg in de trein, op het station, in de middagpauze? Kon de naaste door onze wandel worden gewonnen? Wat ging er van ons uit?

Het zijn zo maar enkele vragen die we ons, een ieder van ons persoonlijk, moeten afvragen nadat het onderwerp „Christen zijn" van alle zijden is belicht. Hebt u ook zo genoten van het samen zingen? De wijze waarop het mooie Doelenorgel door Marien Hofman werd bespeeld, droeg daar niet weinig aan bij. Graag gaan we nog wat in op enkele hoogtepunten van de dag.

Openingsmeditatie van ds. H. Hofman

De voorzitter ging in zijn openingswoord uit van Matth. 28 : 18b: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde".

Als de Koning van de Kerk staat Christus boven alle duistere machten. Alleen Hij heeft bevoegdheid en zeggenschap; wij hebben niets meer te zeggen. Een staat waarin we onszelf gebracht hebben, zonder enig recht om daaruit verlost te worden.

Ds. Hofman wees ons op het grote wonder dat de Heer Zichzelf een volk geformeerd heeft om Zijn lof te vertellen. Hij alleen zal ons het goede doen zien. De Heere Jezus gebruikt Zijn macht ook: Hij vergadert Zijn Kerk en gaat daartoe in het huis van de sterk gewapende. En niemand zal hen uit Zijn hand rukken.

Luisteren wij naar de leugen van de gevluchte soldaten of willen we horen naar Hem aan Wie alle macht gegeven is in hemel en op aarde?

O HEER', Gij doet aan alle schepselen wel, och, wierd ik in Uw wetten onderwezen!

„Christen zijn in deze tijd”

De referent, ds. R. Kattenberg, sprak eerst over het woord „christen", dat alles te maken heeft met de naam Christus. Het is niet belangrijk of we ons christen noemen, we moeten het zijn. Ds. Kattenberg noemde ons onder andere de volgende kenmerken van een waar christen: zij zijn discipelen van de Heere Jezus omdat zij Zijn leer aannemen; een volk dat Christus tot zijn Koning heeft; in wiens leven Christus centraal staat; waarin liefde en eensgezindheid zichtbaar is.

Bent u een christen? Wilt u zo genoemd worden? vroeg ons de referent. Een vraag die beantwoord moet worden, omdat wij het veldteken aan ons voorhoofd dragen. Wij die leven onder de bediening van het evangelie der verzoening hebben het recht niet om geen christen te zijn. En als wij het niet zijn, dan kunnen we het vandaag nog worden. Van een mens echter komt niets in aanmerking. Verloren liggend voor God, kunnen we niets anders dan kwaad voortbrengen. Maar het middelpunt van de prediking is de gekruisigde en opgestane Christus en ook vandaag worden we genodigd om christen te worden.

We kunnen alleen uit Hem leven als we afgesneden zijn uit Adam en in Hem zijn ingelijfd, wedergeboren en verenigd met Hem.

Vervolgens richtte ds. Kattenberg zich op de tijd. Is er van deze tijd nog wat goeds te zeggen? Het is immers een tijd van emancipatie, van werkloosheid en van afval van God? Het is echter allereerst Gods tijd; de welaangename tijd.

De tijd van God de Vader: zo Ik lust heb in de dood der g dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Het is de tijd van God de Zoon: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde en Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Het is ook de tijd van God de Heilige Geest: heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden.

Het is ook tijd in Gods hand: Hij heeft Zich omgord, ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.

De gevolgen van de zonde zijn de tijd niet voorbijgegaan. Satan en de gevallen mens hebben het breekijzer in de tijd gezet. Zij willen deformeren wat God geformeerd heeft. Hoe groter de chaos, hoe meer verblijd de satan is. En de mens als diens vazal werkt er aan mee om het normerende woord van God uit te bannen. Is er dan geen reden tot doemdenken? Neen! Het is Gods tijd: die in de hemel woont zal lachen; Hij draagt zorg voor Zijn heerlijk Koninkrijk.

Christen zijn in deze tijd, Zijn naam belijden betekent wel lijden. Er was voor Christus geen plaats en er wordt .ook aan Zijn volgelingen geen plaats gegund. Maar door het lijden sterven zij aan de wereld; en zij kunnen dit slechts volhouden door gedurig te zien op de lijdende Christus.

Maar er staat niet alleen „in de wereld zult gij verdrukking hebben" maar ook „hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen". Bovendien is het lijden van deze tegenwoordige tijd niet te waarderen tegen de heerlijkheid die aan Gods volk zal geopenbaard worden.

Ook deze ontkerstenende tijd is Gods tijd. Doordat het Woord vlees geworden is, kan ons vlees (dat niet anders kan dan zondigen) zalig worden. Christus wandelt ons na en klopt op de deur van ons hart, ook in deze tijd, ondanks dat we aan alle kanten schuldig zijn.

Wat doen we met Zijn Woord? De naamchristen en de tijdgelovige gaan ten onder. Maar het geslacht van de christen zal niet uitsterven. Verdiensten zijn er van onze zijde niet. Het is om het welbehagen van de Vader, door de verdiensten van de Zoon en de toepassing van de Heilige Geest dat dit volk eens aan de verdrukking mag ontkomen en voor de troon Gods Hem dienen dag en nacht. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

De vrome zal voortaan, 't licht des vertroosters opgaan; blijdschap komt na veel smarten, alle oprechte harten.

Afscheid van mej. A. N. de Feijter

Afscheid nemen heeft altijd iets weemoedigs. En vooral wanneer het een bestuurslid betreft dat 31 jaar meedacht in het wel en wee van de bond, is dat een duidelijk meesprekend gegeven. Voor dag en dauw moest zij op pad om de bestuursvergaderingen te kunnen bijwonen en na zo'n vermoeiende dag nog uren reizen voor zij thuis was. Dat was voor mej. De Feijter heel gewoon; en dat 31 jaar achtereen is geen keinigheid. Dit en nog veel meer werd in de toespraken naar voren gebracht. Ook werden er wat kado's overhandigd namens bestuur en leden. We hebben haar staande toegezongen: „DeHeere zal u steeds gadeslaan, opdat Hij in gevaar uw ziel voor ramp bewaar".

Mej. De Feijter dankte met enkele welgemeende woorden de leden voor het vertrouwen en het gebed, de bestuursleden voor de medewerking en de zusterlijke verbondenheid. Zij memoreerde hoe zij in het bestuur was gekozen als vertegenwoordigster van de meisjesverenigingen en tevens namens de Zeeuwen. Zij wees er op dat zij het werk alleen in Gods kracht had mogen doen. Hem alleen de eer!

De Heere betoont Zijn welbehagen aan hen die needrig naar Hem vragen.

Juliana van Stolberg

(verzorgd door mevr. Z. Crum-Nieuwland)

Mevr. J. H. Hanskamp-Evers en mevr. M. H. Karels-Meeuse hebben een samenspraak gehouden over Juliana van Stolberg, waarnaar (zoals de voorzitter het terecht uitdrukte) met diepe ontroering en aandacht geluisterd

werd. Met het orgelspel en de samenzang was het eveneens een der hoogtepunten van de bondsdag.

Meditatie ds. Th. van Stuyvenberg

„Christelijke barmhartigheid" is de titel van de slotmeditatie over Dorcas, een discipelin, een volgelinge van de Zaligmaker. De Heere had Zijn liefde uitgestort in deze vrouw en dat is in haar leven openbaar gekomen.

De wortel van haar leven is veranderd en door de bediening van de Heilige Geest is Dorcas vol goede werken. Christen zijn laat wat na. Zie dat in Dorcas: zij is niet alleen een belijdende maar ook een dienende christin. Er was ook een opwas in de kennis en de genade in haar leven. De om niet verkregen liefde straalde in haar leven door. De vruchten zijn openbaar gekomen en heeft beslag gelegd op de gemeente van Joppe. Is ons beginsel uit God? Waaruit komt ons doen en laten voort?

Als we zeggen God lief te hebben dan moet het ook uitkomen in de liefde tot de naaste. Liefdebetoon komt uit de liefde Gods die in het hart is uitgestort en het dienen des Heeren heeft het dienen van de naaste tot gevolg.

Dat elk, ais kind, aan U gelijk' en in zijn doen Uw beelt'nis blijk!

Dankwoord mevr, Crum

„Vergeet nooit een van Zijn weldadigheden, vergeet ze niet, 't is God Die ze u bewees." Met deze woorden begon de presidente haar dankwoorden. Zij wilde daarmee wijze op de Gever van al het goede dat we ook op deze bondsdag mochten ontvangen.

Zij sprak enkele welgemeende dankwoorden tot hen die medewerking hebben verleend op welke wijze dan ook en tot mej. De Feijter voor de fijne samenwerking.

Het sterven van mej. Den Hertog memoreerde mevr. Crum door een gedeelte voor te lezen uit een van haar toespraken. Haar christen zijn openbaarde zich in haar woorden. Zelf door de Heere bewerkt tot zaligheid wilde zij altijd reizigers meenemen er op wijzende dat er bij de Heere genade genoeg is.

De gedachtenis ook van deze rechtvaardige zal tot zegen zijn. De presidente besloot haar toespraak met een opwekking om de Heere te loven voor al Zijn weldaden (ook deze dag) aan ons bewezen, waarbij zij zichzelfinslootmetde woorden: En gij, mijn ziel, loof gij Hem bovenal.

De bondsdag 1983 ligt weer achter ons. Mocht u sterkte putten uit de Levensbron? De Heere wil ook het gesprokene daartoe gebruiken. Doe dan geweld op het Koninkrijk der hemelen, zoals Jakob toen hij worstelde bij Pniël: „Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent", of zoals de Emmaüsgangers die de Heere dwongen bij hen te blijven.

Na deze opwekking tot aanhouden in het gebed besloot ds. Hofman met een woord van besturing: Zijt met ootmoed bekleed. Was het ook voor u goed om er geweest te zijn, zoals ds. Van Stuyvenberg dat in zijn dankgebed naar voren bracht? Ja, dan is 't door de Heere alleen om Zijn welbehagen!

Kollekten

Hartelijk dank voor uw gaven! Voor de bestrijding van de onkosten is er ƒ 17.303, — bijeengebracht en ten behoeve van de vakantieweken voor gehandicapten ƒ 14.050, —.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1983

Daniel | 32 Pagina's

BONDSDAG 1983

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1983

Daniel | 32 Pagina's