Hoe spreekt de Bijbel over de zorg voor de naaste ?
Veel boeken zijn geschreven over de zorg voor de naaste en hoe je die „zorg" wel en niet moet toepassen. Je zou zo zeggen dat de „zorg" voor de naaste wel „in" is.
Socialisme en moderne theologie
In het recente verleden heeft Nederland getracht, onder aanvoering van het socialisme, een verzorgingsstaat van de wieg tot het graf op te bouwen voor iedereen
De persoonlijke initiatieven werden de grond ingeboord of tegengewerkt, want men moest terug naar een aards paradijs, dat men meende te verkrijgen door de staat voor alles en voor iedereen te laten zorgen. Het geluk van het heden telde, en wat het morgen zou zijn, merkte men dan wel. Natuurlijk telde de zorg voor de naaste wel, maar dan zo dat men op alles recht had, terwijl die zorg werd overgelaten aan de ander. En kreeg je dat recht niet, dan ging je demonstreren, zodat dat recht dan ook weer werd verkregen.
Men trachtte het ook nog een christelijk tintje te geven vanuit de nieuwe theologie, die beïnvloed werd door het neo-marxisme. In die nieuwe theologie heeft men het over het „hier en nu", over Jezus van Nazareth als het lichtend voorbeeld, als de grote revolutionair die opkomt voor verdrukten en armen. Men zegt dat Hij de eerste grote sociale hervormer was die de oude strukturen van de maatschappij omver wilde werpen.
Men zegt dat de zonde niet in de mens zit, maar in zijn milieu, in zijn omgeving. Die maakt de mens ziek en slecht Als nu de strukturen waarop deze maatschappij is gegrondvest, veranderd worden, bannen we de zonde en het onrecht en de verdrukking vanzelf uit de wereld. Men moet een „sociaal evangelie" prediken, horizontalistisch getint Dan krijgen we een hemel op aarde.
Deze nieuwe theologie infekteert onze hele samenleving. Men wil niet meer horen van wedergeboorte, van persoonlijk geloof, van bekering.
Wat betekent „zorg"?
Als wij na willen gaan hoe de Bijbel spreekt over zorg voor de naaste, zullen wij eerst moeten nagaan wat men onder het woordje „zorg" verstaat.
Het woordenboek van Van Dale geeft te kennen dat wij onder het woordje „zorg" dienen te verstaan: toewijding, behartiging. Je zou het ook kunnen vertalen met „dragen". Zorgen is dus duidelijk iets anders dan alleen helpen.
Reeds de oude Grieken en Romeinen kenden de zorg voor hun behoeftige medeburgers. De eerste christenen deelden alles met elkaar, middeleeuwse kloosters waren de bakermat van de zorg voor de ouden van dagen en de zwervers, zieken en vluchtelingen.
Altijd is er nood geweest. Zegt Gods Woord niet dat het uitnemendste van dit leven moeite en verdriet is. Toch was er niet altijd behoefte aan professionele werkers. Dat kwam pas later op. Ieder behoorde vroeger wel tot een gemeenschap. De hogere stand was verantwoordelijk voor de lagere, maar ook de verschillende standen zorgden weer voor hun leden. Uit de germaanse tijd stamde de hulp voor stamgenoten of dorpsgenoten. De burenhulp heeft nog lange tijd gefunktioneert
In de oostelijke provincies van ons land funktioneert nog steeds de „naoberhulp". Dit gebeurt op een wijze die ons bijzonder aanspreekt. Bij ziekte en sterven weetje datje aankunt op je buren die je trachten met raad en daad terzijde te staan.
Als wij denken over zorg voor de naaste vinden wij in de Bijbel een mooi gedeelte hoe het woord zorg dient te worden gezien: de geschiedenis van de barmhartige Samaritaan. Die Samaritaan werd met „innerlijke ontferming" bewogen. Daar heb je de diepte van het woord „zorg", het met „innerlijke ontferming" bewogen zijn. Dat is liefde.
In de terminologie van het sociale werk wordt de man of vrouw, jongen of meisje een „cliënt" genoemd. Maar in het licht van het bovenstaande is de man of vrouw die bij je komt geen cliënt Je ziet dat ook in het maatschappelijk werk een verzakelijking optreedt Als het werk, de zorg, als een technisch iets wordt met aangeleerde technieken, dan is de kans groot dat de liefde, de echte medemenselijkheid eraan ten gronde gaat Dan is het een aangeleerd lesje waarin de diepte ontbreekt
Dan is de warmte niet aanwezig in de ontmoeting van mens tot medemens. Dan is de „innerlijke ontferming" niet meer te vinden. Waarom zou je je dan druk maken? Je werkt van acht uur tot vijf uur, en daarmee basta Aan het eind van de maand ontvang je je salaris en heel de zorg voor de naaste wordt een financiële aangelegenheid, een horizontalistisch getint iets. De echte zorg, de erbarming, zoals God in Zijn Woord schrijft, die wordt door de Heere Zelf geleerd.
De ongehoorzaamheid van de mens tegen God zijn Schepper, heeft zich voortgeplant in de relatie van mens tot mens. Dat kom je in heel het leven tegen, in allerlei situaties. Daarom is het nodig dat indien wij de juiste „zorg" willen verlenen, dat de verbroken relatie met God weer hersteld wordt. Dat wij leren tegen een goeddoend God gezondigd te hebben. Als dat geleerd mag worden, zullen wij zien dat wij vijand zijn geworden van God, maar ook van het schepsel. Dan gaan wij niet boven iemand staan, dan is de ander medeschepsel, een mens geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Wat zegt de Bijbel?
Wie bijbels gezien een zinnig woord wil zeggen over de „zorg voor de naaste", kan niet buiten Genesis 1, 2 en 3 om. Men kan op allerlei wijze het woord zorg willen invullen en opvullen, maar het belangrijkste staat geschreven in de eerste hoofdstukken van het eerste bijbelboek. Daar staat de grondoorzaak geschreven van alle „zorg". De mens leefde in gemeenschap met God, maar is moed-en vrijwillig van God weggegaan, om nooit meer terug te keren. De mens is doodgevallen, al willen wij van nature daar nooit aan. Hij is vijand geworden. Zelfs na ontvangen genade is hij nog vijand geworden tegen de wegen die God met hem houdt
Alleen door de invloeiing van de Heilige Geest wordt hij anders.
Wij leven tegenwoordig als een massamens. Dit is op zich niet zo vreemd, als je bedenkt dat de mensen in het romeinse rijk ook zo leefden. Dit werd bevorderd door het rijk, evenals nu. Men gaf de mensen brood en spelen. Daar leefde men voor en daar leefde men uit.
Ook in deze tijd verwacht men het van de regering, die, ondanks de ekonomische krisis en de grote nood, veel geld geeft voor „brood en spelen". Ook ons land gaat hieraan stuk evenals het romeinse rijk. Wel moeten wij opmerken dat wij er allemaal op de een of andere wijze aan meedoen. Toch zie je ondanks alle drukte en zorg voor velen dat de „erbarming" de „toewijding" vaak wordt gemist, waardoor een grote leegte ontstaat
In Gods Woord lezen we dat armen, slaven, vreemdelingen, weduwen en wezen deelden in Gods bijzondere zorg. In de Bijbel kunnen we nagaan hoe de zorg Gods is in heel de wetgeving aan Zijn volk Israël. Armoede mocht in beginsel niet voorkomen. Het was zo geregeld dat iedere Israëliet in het jubeljaar zijn deel in Israël kon behouden. Zeker dat werd ook in Israël doorbroken door het zondig egoïsme van de mens.
Duidelijk moet toch worden vermeld dat
Christus Zijn kerk grote en grootse taken heeft opgelegd. Niet alleen de verkondiging van het evangelie, maar ook de dienst aan de naaste, de zorg voor de medemens. Het één is niet los te denken van het ander. Wij behoeven slechts de samenvatting te lezen van de Wet: „God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf'. Dat is de opdracht voor iedereen. In het bijzonder voor degenen die een ambt bekleden.
De diakenen
In het recente verleden leek het of de taak van de diakonieën bijna uitsluitend was het geven van giften aan instellingen en stichtingen. Maar dit is de laatste jaren sterk aan het veranderen. Steeds mag en moet er weer een beroep gedaan worden op de diakonieën. Het zijn instellingen die de Heere Zelf heeft gegeven aan Zijn kerk. Het is groot als de diakenen de nood binnen de gemeente mogen zien en mogen lenigen op de wijze zoals de Heere Zelf heeft aangegeven, en zoals ondermeer vermeld in het bevestigingsformulier voor diakenen, namelijk „dat zij in alle getrouwheid en naarstigheid de aalmoezen en goederen, die aan de armen gegeven worden, verzamelen en bewaren; ja ook vlijtig zijn om te helpen toezien, dat tot hulp der armen vele goede middelen gevonden mogen worden". Tevens wordt in dat formulier vermeld „dat waar het van node is, maar ook blijmoedig en met een bewogen hart en toegenegen gemoed de armen te helpen."
En dat niet alleen met een uiterlijke gift maar ook met troostrijke redenen, uit het Woord van God In het Nieuwe Testament wordt ons duidelijk gezegd dat wij maar rentmeesters zijn over hetgeen de Heere ons heeft geschonken.
Ds. Abr. Hellenbroek schrijft in een preek over Matth. 5 vers 7 het volgende: „De mens moet niet alleen leven voor zichzelf, maar hij moet ook leven voor een ander. De liefde, zegt men gemeenlijk, begint van zichzelf; en 't is ook de waarheid, doch echter zij stuit niet in onszelf; maar van onszelf beginnende, gaat zij ook van ons verder voort tot anderen. Onszelf zijn wij buiten alle twijfel de allereerste liefde schuldig, omdat wij onszelf allernaaste zijn. Doch echter worden wij ook verplicht onze naaste lief te hebben als onszelven.
Hebben wij derhalve bekommering voor onze eigen welstand, zijn wij bewogen met onze eigen ellende, en zoeken wij onszelven in dien ellendestaat te bezorgen en te helpen, 't is goed en wij zijn het aan onszelf verschuldigd. Maar evenwel moeten wij in een gelijk geval onze naasten niet vergeten. Zien wij die onder ongelukken; wij zijn er ook hetzelve aan verschuldigd. Maar welstand moet ons ook aan het hart liggen; hun ongeval moet ons ook deren en wij zijn verplicht hen er zover uit te redden, als wij kunnen".
In de Institutie zegt Calvijn, dat de kerk geen goud hoeft te bewaren maar dit moet laten „munten" om voedsel te kopen voor de armen. Tevens dat de vreemdelingen moeten worden verzorgd.
Ds. De Gier heeft in zijn boekje „De brief aan Filémon" behartenswaardige dingen gezegd wat betreft de zorg voor de naaste. Lees dat boekje eens.
Dan moeten wij alleen maar zeggen dat wij in alles tekort schieten. Maar toch blijft de eis van Gods Woord er liggen. Dit komt
Tenslotte
ook duidelijk naar voren in vraag en antwoord 115 van de Catechismus.
Hoe zorgen?
Hoe kunnen wij de zorg voor onze naaste binnen onze gemeente trachten te behartigen? Op de wijze zoals de Heere aangeeft in Zijn Woord. Niet boven iemand gaan staan. Op een zorgvuldige wijze met iemand omgaaa Beseffen dat men iemand zo snel kan kwetsen met woorden en daden, waardoor iemand volledig dichtslaat. Geduld hebben met de zwakheden van onze medemens. Eerst de balk in eigen oog eens bekijken, voordat men de splinter ziet in het oog van de ander.
De tijd nemen om naar de problemen van de ander te luisteren. Praten schijnt makkelijker te zijn dan luisteren, terwijl luisteren zo uiterst belangrijk is. Opletten wat de ander zegt, maar ook wat hij bedoelt Er kunnen in woorden en gebaren zoveel zaken liggen.
Ook binnen het ambtelijke werk kan het gebeuren dat wij zo weinig tijd hebben dat wij stiekum op het horloge kijken hoe laat het is. Dit blijft vaak niet onopgemerkt zodat het niet tot een gesprek kan komen, want de ander heeft haast Heb je geen tijd, deel dit mee, zodat je een volgende keer langer kunt blijven. Het kan zijn dat wij zo bezig zijn met onze eigen nood dat wij er niet toe komen om naar de nood van de ander te luisteren. Meen dan niet dat ons kruis zwaarder is dan dat van de ander. Nooit mogen wij vergeten dat de ander zijn eigen kruis het zwaarste voelt Tracht je te verplaatsen in de nood van de ander. In verschillende kerkeraden, vooral in grote gemeenten, is het de gewoonte om zogenaamde wijkouderlingen en diakenen te hebben. Dit kan een voordeel zijn maar tevens een groot nadeel. Het kan zijn dat bepaalde ambtsdragers de nood echt aanvoelen, en geduld hebben om met iemand om te gaan. Laten deze ambtsdragers dan naar de mensen gaan die met groot verdriet of met veel zorg te kampen hebben.
Laten wij niet trachten tegelijk een antwoord te geven op vragen, maar laat ons nadenken wat die ander bedoelt Tevens kan het zijn dat de nood zo hoog is, dat men die alleen onder vier ogen wil vertellen. Het kan zijn dat bepaalde zonden zijn gedaan, waardoor men zo wordt gekweld, dat men de koers verliest ja zelfs dat men een zelfmoordpoging doet Achter een probleem dat wordt aangegeven kan een veel groter probleem schuilgaan.
Reageer niet te fel, als je bepaalde zaken worden verweten, maar realiseer je dat de ander zo vaak niet begrepen is geworden. Wees voorzichtig in de omgang met de ander, en vraag maar steeds aan de Heere, , , wijs U mij de weg".
Je komt jongeren tegen die zo opgejaagd worden, en zich zo opgejaagd voelen, die zo dwangmatig bezig zijn met verschillende zaken, ja zelfs met geestelijke zaken dat ze rust noch duur hebben. Ze denken soms dat God hem of haar vergeten is. Ook in onze gemeenten is de nood groot De eenzaamheid, de werkloosheid, wie zal zeggen welk verdriet jongeren hebben. Vaak zijn ze ook zo onbegrepen door de ouderen.
Men kan zo aangevochten worden, ja zelfs op zo'n wijze dat wij zelf niet meer weten wie ons zo aanvecht Het kan goed zijn te weten dat de grote reformator Luther ook zo werd aangevochten. Hij schrijft ondermeer „waarom laat God de mens zo aanvechten? Omdat de mens zichzelf en God zal leren kennen: zichzelf kennen dat hij niets anders kan dan zondigen. God kennen dat Gods genade sterker is dan alle schepselen."
Tenslotte
Ik wil trachten het een en ander samen te vatten.
Dan denk ik aan wat geschreven staat in Johannes 13 vers 34 en 35. „Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt zo gij liefde hebt onder elkander."
De wereld hoort aan ons te zien dat wij elkander liefhebben, en dat wij de naaste helpen, dat wij zorg voor de naaste hebben, ook al kost het ons geld, inspanning en tijd.
Denk nog eens aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Die is tot op vandaag aktueel. Maar denk tevens aan wat ik schreef aan het begin van het artikel dat die liefde alleen echt kan worden gegeven vanuit een hart dat door de Heer is vernieuwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1983
Daniel | 32 Pagina's