In het spoor van Daniël
interview met de partijvoorzitter van de S.G.P.
Ds. H. G. Abma werd op 23 januari 1917 geboren te Wouterswoude in de provincie Friesland. Zijn middelbare schooljaren bracht hij door op het christelijk lyceum te Arnhem. Aan de Rijksuniversiteit te Utrecht volgde hij de theologische studie, waarna hij op 31 augustus 1941 (een markante datum!) als Ned. Herv. predikant te Driesum werd bevestigd. Hierdoor keerde hij weer terug tot zijn geboortegrond. Overigens niet voor lang, want in 1944 volgde reeds de gemeente van IJsselstein. Rotterdam-Delfshaven kreeg in 1948 ds. Abma als predikant; in 1955 volgde hij de roeping van de gemeente Monster, waarna hij in 1959 zich tenslotte mocht vestigen in de gemeente Putten. Daarverkreeg hij de rechten van emeritus-predikant, doordat hij in 1963 voor de Staatkundig Gereformeerde Partij tot lid van de Tweede Kamer werd gekozen. Daarmee kwam een grote wending in zijn leven, hoewel hij zondags de gemeenten bleef dienen door de prediking. Vanaf 1963 tot 1981 was hij lid van de Tweede Kamer, waarvan de laatste 10 jaren als fractievoorzitter. Vanaf 1981 tot heden is hij lid van de Eerste Kamer. Ook is hij reeds jaren voorzitter van de S.G.P. Ds. Abma heeft een wel zeer vruchtbare pen. Verschillende publikaties van zijn hand zijn bijvoorbeeld „Esther", „Na dit leven" en „Tien woorden ethiek". Ds. Abma is vanaf 1971 hoofdredakteur van ,,De Banier". Het politiek profiel van ds. Abma wordt naast de hoofdredaktionele bijdragen in dat blad vooral geschetst door „Een kabinetsperiode", waarin een aantal lezingen en beschouwingen uit de jaren 1973-1977 zijn gebundeld, en „Een dominee in de politiek" (1982), ter gelegenheid van zijn afscheid van de Tweede Kamer. Hierin zijn een aantal „portretten" van hem opgenomen. Het gesprek met ds. Abma werd gevoerd op een zaterdagmiddag te Zeist in gebouw „Calvijn", nadat hij de lessen ethiek ten behoeve van de akte godsdienstonderwijs voor die dag had beëindigd. Het feit dat hij naast al zijn andere werk ook deze lessen nog geeft, doet me wel verwonderd afvragen waar ds. Abma voor dit alles de tijd vandaan haalt. Om dan ook nog als een ontspannen en vriendelijk causeur een lastig interviewertje te woord te staan, dwingt op zijn minst respekt af. Overigens hebben we het inleidende gesprek maar erg kort gehouden; het ging tenslotte niet over koetjes en kalfjes, maar over het thema dat ds. Abma als het ware dagelijks aan den lijve ervaart: „kerk/prediking" en ,,politiek".
Dominee, kunt u zich voorstellen dat velen in de Gereformeerde Gemeenten destijds helemaal niet zo blij waren met het feit dat ds. Kersten naast predikant ook politicus werd?
Ja, dat kan ik inderdaad. Ik heb natuurlijk Golverdingens boek over ds. Kersten gelezen en die schrijft daar ook over. Voor zover ik de Gereformeerde Gemeenten ken, vermoed ik dat die bezwaren vooral bij de ledeboerianen geleefd hebben. Zij waren immers wel heel geïsoleerd in hun gemeenten opgegroeid. Het zicht op de maatschappij ontbrak dan ook wel eens. Maar ds. Kersten heeft voor zichzelf ook een taak geweten in de Tweede Kamer. Ook die was hem van 's Heeren wege opgelegd. De kritici van ds. Kersten hebben we overigens wel serieus te nemen. Zij waren o zo bang dat door zich te bemoeien met de wereld, men aan de eigen ziel niet meer zou toekomen. Daar hebben we inderdaad voor te waken. Aan de andere zijde moeten we oppassen voor een absolute scheiding tussen kerk en staat. Geestelijke arbeid en tijdelijk werk staan niet in absolute zin tegenover elkaar, maar mogen elkaar veronderstellen.
Hebt u zelf ook dergelijke ervaringen als ds. Kersten gehad?
Jazeker, ik heb ook wel brieven gehad waarin men mij schreef mijn stap in 1963 niet goed te keuren. Overigens had ds. Zandt dezelfde ervaringen. Het probleem is eigenlijk net zo oud als de S.G.P. zelf. Op dit punt denkt de kring misschien soms wat meer luthers dan calvinistisch.
Hoe bedoelt u dat?
Wel, Luther heeft een nogal scherp onderscheid gemaakt tussen het wereldlijke en het geestelijke regiment. En vooral bij zijn volgelingen is zich dat later zeker gaan wreken. Dan krijg je de absolute scheiding tussen kerk en staat. Van een christelijke natie behoeft dat geen sprake meer te zijn.
Luther zou dus ons bekende artikel 36 uit de Ned. Geloofs Belijdenis niet zo gewaardeerd hebben?
Nou, vermoedelijk niet. Artikel 36 stamt uit de typisch calvijnse traditie, om het zo maar eens te zeggen. De opsteller van de Ned. Geloofsbelijdenis, Guido de Bres, is ook een leerling van Calvijn en Beza geweest. Calvijn heeft uitermate evenwichtig gedacht, gesproken en geschreven. Hij legt sterke nadruk op de overdenking van het toekomende leven. Hij ziet de christen als een pelgrim, als een vreemdeling hier beneden op reis naar de stad met fundamenten. Maar hij is ook de man die . in Genève alles op alles zette om iets van een gereformeerde staat op te bouwen. Hij stond dus ook met twee voeten op de grond. Hij had oog voor de vele misstanden om zich heen. Hij ijverde daartegen vanaf de kansel, maar ook wendde hij zijn invloed aan bij de stadsregering.
U schetst hier eigenlijk een theokratisch ideaal. Is het wel zinvol om dat te blijven benadrukken?
Ik begrijp de vraag. We beleven inderdaad de spanning van het theokratisch ideaal en de gebroken zondige werkelijkheid. Toch blijft de eis van Gods wet te allen tijde, in wat voor moderne, God-loze maatschappij we ook leven. Het onderhouden van Gods geboden betaamt alle mensen. Dat geldt ook voor hen die van het Woord Gods vervreemd zijn. Dat hebben we te gebruiken. Staatkundig Gereformeerde politiek is getuigenis - politiek! We mogen die overigens niet van de praktische politiek losmaken.
Heeft het er, wat de praktische politiek betreft, wel eens beter voorgestaan?
Ja, er zijn zeker perioden in de geschiedenis te noemen, waarin het Woord van God een sterk beslag op de overheid legde. In het 17e eeuwse Amsterdam liep de Mozes-en Aäronstraat tussen het stadhuis en de Nieuwe Kerk. De predikanten hebben die straat heel wat keren overgestoken om de vroedschap te vragen maatregelen te nemen ter bescherming van het gereformeerde karakter van de stad. We moeten wel oppassen dat we geen enkele periode gaan idealiseren, want het omgekeerde kwam ook voor: de heren burgemeesters hadden vaak ook aanmerkingen op de prediking. Ze hielden sommige beroepen tegen, enz. Maar ook al zitten we nu in een diep dal, al is de wereld nog zo gesekulariseerd, het gehele volk blijft altijd onderworpen aan de eis Gods.
Ziet u helemaal geen lichtpuntjes?
Nee, eigenlijk niet. De laatste restjes van zogenaamd „christelijk Nederland" wordenzelfs nog uitgewist. Ik behoef alleen maar te herinneren aan de bede die niet meer aan het einde van de Troonrede mag worden uitgesproken. Ik denk ook aan het gelijkstellen van krematie en begraven, aan de abortuswetgeving. Er zijn voorstellen om het randschrift op de nederlandse munt niet langer in te slaan. Er zijn eveneens plannen om de aanhef van elke nederlandse wet „Wij Koningin bij gratie Gods", te wijzigen. Men erkent immers Gods heerschappij niet meer.
Even een andere vraag, dominee. Mogen we mensen met harde hand de Wet Gods opleggen?
U denkt misschien aan Calvijn, die in Genève niet voor krasse maatregelen terugschrok? Ik zou er in de eerste plaats dit van willen zeggen: we mogen nooit vanuit het heden gaan terugprojekteren naar het verleden. Wat nu wellicht overdreven streng lijkt, werd toen vaak heel anders ervaren. Natuurlijk mag het geloof niet met het wapen worden opgelegd. Dat is de bedoeling van artikel 36 niet. Er zullen dan ook best wel eens fouten gemaakt zijn.
Als de overheid echter niets van haar roeping verstond, dan zouden we innerlijk verblijd zijn. Ik heb het als jong predikant nog wel meegemaakt, dat de militairen 's zondags verplicht een keer naar de kerk moesten en onder mijn gehoor zaten. Ze hebben er misschien geërgerd bijgezeten, maar toch ze waren er. Ook voor hen is het zaad gestrooid.
U had het zoëven over de laatste restjes van christelijk Nederland, Hoe wilt u ons als natie dan nu noemen?
Wel, we zijn eigenlijk een neutrale staat. Dat wil zeggen, dat we als natie voor geen enkele levensbeschouwing of ideologie kiezen. Maar dat wil de S.G.P. nu juist niet aksepteren! Zij blijft de regering aanspreken op haar verantwoordelijkheid tegenover Gods getuigenis.
Ik heb wel eens gehoord dat zelfs Groen Prinsterer de neutrale staat aanvaard heeft.
Ja, dat is waar. Toen het Groen bleek dat de christelijke staatsschool geen werkelijkheid kon worden, heeft hij het roer radikaal omgegooid en gezegd dat de staat absoluut neutraal moet zijn. Maar ook dat hebben we vanuit zijn tijd te verstaan. Zijn vroegere vriend Van Brugghen wilde de christelijke school aan de ouders. Daarnaast zou er een openbare school moeten zijn, waarin de kinderen werden opgevoed in alle christelijke en humane deugden. Welne, tegen die „christelijke" deugden heeft Groen geageerd. Wat heeft de staat te spreken over „christelijke" deugden als de Bijbel op de staatsschool niet aanwezig mag zijn? Toen heeft Groen inderdaad gezegd, dat de staat neutraal moest zijn: er hoefde geen verbasterd „christendom" zonder Bijbel bij! Maar we vergeten vaak dat Groen aan het eind van zijn leven het oude theokratische ideaal van een voluit christelijke natie weer aanhing. Welnu, op de jonge èn de oude Groen van Prinsterer willen we ons als S.G.P. graag beroepen!
Dominee, heeft de kerk in onze tijd een politieke boodschap?
Als u het schriftuurlijk uitgangspunt aanhangt dat de godzaligheid beloften heeft voor dit en het toekomende leven, dan zult u zelf deze vraag met, ja" moeten beantwoorden. Ik leg even het aksent op: voor dit leven. De kerk heeft zeker een van boodschap. In de prediking mag een . „politiek" aksent gelegd worden. Dat deden de onder ons bekende oude schrijvers ook. Denk alleen maar aan Smytegelt: wat kon die man de regenten en de leden van de middelburgse vroedschap terechtwijzen. De rechtzinnige predikanten durfden het bijvoorbeeld voor Oranje en tegen de frans-gezinde politiek van Jan de Witt op te nemen.
De reformatorische kerken kennen nu de zogenaamde deputaatschappen bij de hoge overheid. Daar zie je weer iets van de theokratie oplichten. Laten de kerken daar toch meer gebruik van maken. Dat betekent niet dat ze bij elk konkreet punt en bij ieder detail haar stem moet verheffen. Maar wel heeft ze zich wat de hoofdlijnen betreft uit te spreken.
Maar onze vaderen waren soms toch wel degelijk konkreet?
Zeker, en daar zat ook wel eens onheilig vuur bij. Maar om bij het heden te blijven, in het konkrete spreken van de kerk zit vaak een heel groot brok horizontalistisch denken. De kerk heeft zich bijvoorbeeld niet uit te spreken over het voor of tegen van de Navo, ze heeft geen leus aan te heffen als: kernwapens de wereld uit, te beginnen rnet Nederland. Het is een bewijs van geestelijke armoede, een ontbreken van de Heilige Geest, als de kerk zich wel druk maakt om allerlei politieke obstakels te bekritiseren, maar geen woord van waarachtige vermaning en troost heeft te spreken vanuit Wet en Evangelie. Daarom zou ik weigeren als ik ergens vanaf een kansel zou moeten bekendmaken dat de klassis waartoe die gemeente behoort, het regeringsbesluit om die en die scheepswerf geen steun meer te verlenen, ernstig betreurt. Dit behoort een kerk niet te zeggen.
Nog een paar konkrete vragen dominee. Hoe staat u tegenover de afkoopsom van de staa aan de kerken, waardoor de zogenaamde „zilveren koorde" verbroken wordt?
Ja, die zilveren koorde De maatregel stamt uit de franse tijd, toen allerlei kerkelijke goederen aan de staat zijn gekomen, dus eigenlijk zijn genationaliseerd. Die zijn na de franse tijd nooit meer teruggegeven. Daarom was het billijk dat de staat als vergoeding een deel van de predikantstraktementen voor haar rekening nam. Principieel gezien is ons standpunt duidelijk: vanuit de theokratische visie zijn we het er mee eens dat de staat de kerk onderhoudt. Maar het verwarrende aantal kerken maakt het vraagstuk ook ingewikkeld. In een tijd dat de Hervormde Kerk min of meer de „staatskerk" was, lag dit eenvoudiger dan na de Afscheiding en de Doleantie.
Hoe denkt u over een tijdrede? Is dat een middel om prediking en politiek dichter bij elkaar te brengen?
Er zijn in de S.G.P. altijd al vragen over geweest. We hebben geen bezwaar tegen een tijdrede, mits het werkelijke een tijdrede is. Het mag niet puur een preek worden. De prediking van het Woord van God is geen politiek instrument in de eigenlijke zin van het woord. Een politieke kiesvereniging moet natuurlijk aan politieke meningsvorming doen. Daartoe kan een rede waarbij vanuit Gods Woord de tijd dóórgelicht wordt, een uitstekend middel zijn;
Heeft de S.G.P. aantrekkingskracht op jongeren van onze kring?
Stellig, maar wel met medewerking van de jongeren zélf. Op sommige reformatorische scholen zijn in de tijd van enkele verkiezingen wel eens schaduw-verkiezingen gehouden, waarbij de S.G.P. er vrij hoog oe uitsprong. Toch hebben we wel onze t zorgen. De aantrekkingskracht van de R.P.F. is er zeker. De zaken worden daar, zo redeneert men vaak, weer eens fris aangepakt. Daarom ben ik wel eens bang dat de brug naar de S.G.P. veel te vroeg wordt opgehaald. We zouden overigens heel graag het jeugdwerk van de Gereformeerde Gemeenten nauwer betrokken zien bij het Landelijk Verband van Studieverenigingen der S.G.P. Misschien zou de Jeugdbond kollektief in het Landelijk Verband kunnen worden opgenomen. Dan zou op de jeugdverenigingen bijvoorbeeld eens in de zes weken een politiek onderwerp aan de orde kunnen komen. Heel veel „aktuele onderwerpen" zijn immers ook politieke onderwerpen! Ik kan me goed voorstellen dat jongeren op sommige punten wat anders denken dan de oudere generatie, maar evenals in elke politieke partij, hebben de generaties elkaar ook bij ons nodig. De weg voor de jeugd j naar de S.G.P. is wat mij betreft niet geblokkeerd.
Dominee, ik wil u heel hartelijk bedanken voor dit eerlijke interview. Ik hoop dat onze jongeren uw laatste woorden ter harte nemen. Hebt u nog een slotopmerking?
Ja. Dit interview komt in het blad „Daniël". Daniël was duidelijk een figuur die in het politieke leven een plaats had. Hij was volop in de politiek werkzaam, maar tevens hield hij vast aan het voorvaderlijk geloof. Mijn wens is, dat de jeugd die „Daniël" leest, in het spoor van Daniël mag gaan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 1983
Daniel | 32 Pagina's