JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN

9 minuten leestijd

Ave Maria

Rondom het altaar waarop een paar stille kaarsvlammen het altijd geheimzinnig halfduister in het kerkje proberen te verdrijven, staat een groepje jongens. Ze luisteren naar de oude dorpspriester, die hen de betekenis en de symboliek van de mis uitlegt Vooraan staat Machiel. Hij weet het allemaal al lang, toch luistert hij geboeid. Met grote eerbied kijkt hij naar de ouwel, die op het woord van de priester in het lichaam van Christus verandert Vader heeft enkele weken geleden een gewijde ouwel in zijn akker begraven.

„We zullen nu stellig een rijke oogst krijgen, Machiel", had hij gezegd.

Met een kaars in de hand gaat pater Aduard de jongens voor op zijn ronde door de kerk. De halfronde ramen om de dikke muren laten maar weinig licht door, maar bij het flakkerend kaarslicht zijn de heiligen in hun donkere nissen goed te zien. Bij elk beeld staat het groepje even stil. De jongens moeten vertellen wie het beeld voorstelt, welke wonderen er door hem of haar zijn verricht en welke ziekten hij of zij kan genezen. Machiel blijft nooit het antwoord schuldig. Bij het beeld van Maria blijft de priester lang staan.

„Zij is de Moeder-Maagd", zegt hij vol heilige ernst, „tot haar moeten jullie bidden. Zij is jullie voorspraak."

Een grote eerbied vervult Machiels hart. En als zij naar het voorbeeld van hun leermeester voor het beeld neerknielen, klinkt zijn heldere jongensstem boven alle andere stemmen uit „Heilige Maria, moeder Gods, bid voor ons, nu en in het uur van onze dood. Amen!"

Naar het klooster

Over de kromme landweg lopen een oude man in een bruine pij en een jongen van een jaar of twaalf. Het is nog vroeg in de morgen, de zon staat amper boven de horizon. Het belooft een warme dag te worden. De jongen moet zijn jeugdige snelheid aanpassen aan de langzame gang van de oude man.

„Niet zo vlug, Machiel, de reis is nog lang en ons einddoel nog ver."

Met moeite houdt Machiel zich in.

„Ik vind het niet ver, pater Aduard. Ik zou het best in één dag kunnen halen."

Pater Aduard lacht fijntjes: , , 't Is nog geen middag mijn jongen."

Zwijgend stappen ze nu een poosje door. Machiel heeft veel om over te denken. Hij was vanmorgen het eerst op. 't Was nog donker, maar een flauwe lichtglans in het oosten kondigde aan dat de zon niet zo heel lang meer op zich zou laten wachten. Voorzichtig om niemand wakker te maken, was hij

naar buiten geslopen, waar Wodan hem kwispelstaartend begroette.

„Ik ga met pater Aduard naar het klooster, Wodan. Ik ga er schrijven en lezen leren. Misschien blijf ik er wel altijd en word ik een hele knappe tekenmeester. Ik krijg dan een eigen schrijfstoel met een inkthoorn eraan, waarin rode of zwarte inkt ziL En kruikjes met goud-en zilververf en schelpen met kleurinkt en een heleboel penselen. Wat zal ik mooie letters maken, zo mooi, dat ik ze met bladgoud mag versieren."

Als Machiel daar aan denkt, maakt hij een sprongetje van plezier.

Ha, hij wordt de beste, de allerbeste tekenaar van het klooster. Wat!? Van het hele land! Misschien mag hij dan wel naar de paus om zijn letters te laten zien of.....

Verder komt Machiel niet met zijn toekomstdromen. Een dikke boomwortel maakt een eind aan zijn fantasieën en de knappe tekenmeester ligt languit op de grond. Pater Aduard schrikt, maar als hij ziet dat Machiel zich niet bezeerd heeft, zegt hij droog: „Zo zal je er wel gauw zijn."

„Ik, ik liep te denken", stottert Machiel als hij overeind gekrabbeld is.

„Waarover? " wil de oude dorpspriester weten.

„O, over later", zegtMachiel vaag, „vertelt u nog eens van Maria en Beatrijs."

Zuster Beatrijs

Pater Aduard laat het Machiel geen twee keer vragen. Het is zijn liefste werk om over Maria te vertellen en over de wonderen die zij heeft verricht En niets is meer geschikt om de levenslustige jongen rustig naast hem te laten lopen dan een verhaal over Maria en de heiligen. En Machiel vergeet alles om zich heen, hij denkt niet meer aan Wodan, aan zijn broertjes en zusjes, aan vader en moeder. Hij vergeet zijn toekomstdromen en luistert naar de vriendelijke stem van zijn oude leermeester. Hij ziet hoe zuster Beatrijs, die kosteres is in een klooster, haar kioosterkleren en sleutel neerlegt aan de voet van het Mariabeeld. Hij hoort haar zeggen: „Heilige Maria, ik kan niet anders, ik volg de man die ik liefheb."

Achter de kloostermuren wacht Beatrijs' geliefde. Hij is rijk en heeft andere kleren voor haar meegebracht want zó kan ze zich niet onder de mensen vertonen. Zevenjaren leven ze blij en gelukkig, dan verlaat hij haar en blijft Beatrijs met haar twee kinderen straatarm achter. Als de oude man zover gekomen is met zijn verhaal, laat hij zijn stem dalen en spreekt fluisterend verder. Machiel weet best waarom. Beatrijs weet op geen andere manier de kost te verdienen voor zichzelf en haar kinderen dan haar lichaam te verkopen en als een slechte vrouw nagewezen te worden. Dat houdt ze zeven jaren vol, dan is ze in de buurt van het klooster gekomen, dat ze veertienjaren geleden verliet Machiel kan het eind van het verhaal wel dromen. Hij wordt helemaal warm van binnen als hij het vader Aduard hoort vertellen. Niemand heeft gemerkt dat Beatrijs weggeweest is. Al die jaren heeft Maria haar plaats ingenomen en haar werk als kosteres gedaan.

„Vertel nog meer, vader Aduard." „Straks, Machiel, nu gaan we in gindse herberg wat eten en uitrusten."

Het perkament

In de ruime bibliotheek van het klooster te Nimweghen zit een jonge monnik in zijn schrijfstoel. Zijn pen glijdt in een rustig tempo over het papier. Hij heeft een vaste en regelmatige hand van schrijven. Het papier dat hij gebruikt is niet nieuw, hij heeft het oude handschrift dat er op geschreven stond eerst zorgvuldig weggekrabd. Af en toe kijkt hij even op, knikt en schrijft weer verder. Als de eerste bel gaat voor het avondeten staat hij op. Hij strooit een handjevol zand over de laatste regels, wacht even en schudt het dan terug in een bakje dat op zijn lessenaar staat „Zo", zegt hij, „dat is klaar. Vanavond zal ik het in mijn cel nog eens overlezen."

Hij veegt zijn gan zepen af en sluit met zorg de inktkoker. Dan rolt hij het perkament op en stopt het tussen zijn pij.

Zijn levensverhaal

Het is stil geworden in het klooster. De broeders zijn in hun cellen, de portier heeft de zware deuren op het nachtslot gedaan en zich teruggetrokken in zijn kamertje op de gang. De jonge monnik, die zo ijverig zijn perkament volschreef, blaast wel èrg Iaat zijn kaars uit Het is al ver na middernacht Als hij zich uitstrekt op de dunne matras, kraakt er iets onder zijn kussen. Hij glimlacht in het donker. Het perkament! Beschreven aan beide zijden! Zijn levensverhaal!

Ja, dat vertel ik aan alle mensen!

Bij een vrolijk knappend haardvuur zitten een stuk of zes mensen. Ze luisteren naar een jonge man, die gekleed in een eenvoudig burgerkóstuum, het woord voert Als hij zich even bukt om een blok hout in het vuur te gooien, verlichten de vlammen niet alleen zijn gezicht maar ook een grote kale plek op zjn achterhoofd. Vreemd, hij is amper 25 jaar en dan al zo kaal!

„En toen, Machiel, en toen? "

De jonge man glimlacht Denkt hij aan tien, elf jaar geleden? Toen werd er net zo gretig naar hem geluisterd als nu.

„Wel Sijmen, toen stierf de oude vader Aduard. „Bid veel tot Maria", waren zijn laatste woorden En dat heb ik gedaan. Zij was mijn hoop, mijn toevlucht Een week nadat pater Aduard begraven was, deed ik mijn intrede in het klooster. Ha, wat studeerde ik! Het duurde niet lang of ik was de knapste van alle kloosterbroeders. Toch was ik niet gelukkig."

Hij kijkt de kring rond. Vader, moeder, Jan, Sijmen, Winand, Grethe en Brechtje kijken hem vol spanning, maar ook met een zeker wantrouwen aan.

„Maria liet mij in de steek", gaat de jonge man verder.„Hoe ik haar ook smeekte de onrust in mijn-hart weg te nemen, zij antwoordde niet"

„Hoe kwam je zo onrustig? " wilde vader weten.

De jonge monnik geeft niet direkt antwoord. Hij port met de lange pook in het vuur. „Ik las niets van haar in de Bijbel, " zegt hij dan zicht. „Ja wèl dat zij de moederdes Heeren was en de gezegende onder de vrouwen. Maar ik kon nergens vinden dat zij wonderen deed en pleitte voor de mensen bij God. Urenlang las ik in de Bijbel, nachtenlang lag ik wakker. Ik had gezondigd en Maria kon mij niet helpen. Mijn schuld tegenover God werd hoe langer hoe groter, maar Maria stak geen hand meer naar mij uit Ik deed boete en sloeg mij met het koord dat ik om mijn pij droeg, ik kroop op mijn blote knieën door mijn cel, ik vastte dagenlang, maar het pak van mijn zonden werd al zwaarder en mijn schuld steeds groter. Ik las niet meer in de Bijbel en bad honderden Onze-Vaders per dag. Op een keer kreeg ik de opdracht een oud perkament waarvan de letters bijna onleesbaar waren over te schrijven Het was een gedeelte van een brief van de heilige Paulus aan Timotheus." Hier stokte de stem van Machiel. er springen tranen in zijn ogen. „Dat gebruikte God om mijn onrust weg te nemen, moeder. Daar stond helder en klaar het antwoord op al mijn bange vragen. Daar ontdekte ik waarom Maria geen antwoord geven kon en mij alleen liet tobben en zuchten. Luister, luister goed!"

In zijn stem klinkt een toon door, die groot en klein bij het bijna uitgedoofde haardvuur de adem doet inhouden.

„Want er is één God; er is ookéén Middelaar Gods èn der mensen, de Mens Christus Jezus!" Machiels stem juicht als hij deze woorden uitspreekt „.... de Mens Christus Jezus!"

Stil blijft het, heel stil. Dan klinkt de stem van Brechtje schuchter: „Heb je dat allemaal op het papier geschreven, datje onder je kussen liet liggen toen je wegging uit het klooster? " Machiel knikt. Brechtje begrijpt datmeer dan dat ze het ziet, zo donker is het bij de haard geworden.

„En ga je dat nu aan alle mensen vertellen? " wil ze verder weten.

„Is Brechtje, dat vertel ik aan alle mensen!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1983

Daniel | 32 Pagina's

EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 april 1983

Daniel | 32 Pagina's