JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Dit is de weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dit is de weg

8 minuten leestijd

Na een wat moeilijke inwerkperiode, waarin ze een veelheid van indrukken te verwerken kreeg, heeft Hillie het nu goed naar haar zin in het grote stadswarenhuis. Dat komt voornamelijk door Annie, haar kollegaatje.

Tijdens de eerste lunchpauze kwam Anneke naast haar zitten en het klikte meteen.

„'k Zag aan je dat je tot onze „richting" behoort", had Anneke haar later toevertrouwd. Wat geschrokken had Hillie gereageerd: „Zie 'k er zó degelijk uit? "

Anneke had voluit gelachen: „Nee, beslist niet, maar tóch is het te merken aan je."

En toen, half plagend, half ernstig: „Je gewaad, je praat, enzovoort".

Bij verder doorpraten bleek dat ze beiden tot eenzelfde kerkgenootschap behoorden.

Anneke bleek een fijne kollega. Toch had Hillie dit kontakt niet gezocht. Toen ze in de stad ging werken, had ze zich voorgenomen een nieuw leven te beginnen. Wat vrijer, wat losser. Blijkbaar was het echter, ook door andere kollega's, te merken wat voor achtergrond ze had. En vreemd, hóé ze ook naar dat andere leven verlangde soms, toch was er altijd iets dat haar tegenhield. Bovendien werkte Anneke, onbewust, als rem. Na die ene keer was „de kerk" echter nooit meer ter sprake gekomen. De gesprekken tijdens de pauzes gingen over allerlei onbelangrijke dingen. En hoe goed de verstandhouding met Anneke ook was, toch ging Hillie op de uitnodiging eens een avond te komen, niet in. Ze hield en houdt de boot wat af. Maar dikwijls voelt ze zich „tussen de wal en het schip".

Een stormachtige, gure najaarsdag. Op Annekes vraag: „Hil, zin om even mee te gaan? Brief wegbrengen voor de cheffin", kómt Hillie bepaald niet enthousiaste: „Om jou een plezier te doen, okay."

In de garderobe trekken ze hun jack aan. Kollega's, waaronder Henk Meydam, passeren hen.

„Samen uit? " informeert deze.

„Zoals je ziet", antwoordt Hillie.

Hillie mag Henk wel. Ze weet dat hij al meerdere keren geprobeerd heeft om Annekes toestemming voor een avondje uit te krijgen. Echter zonder resultaat. Hillie kan het niet nalaten om hem even te plagen: „Jammer dat jij niet in mijn plaats meemag." Ze schrikt van z'n plotselinge, felle reaktie, van z'n ogen die donker worden van boosheid. „Nee, Hendrik maakt geen kans, want twee geloven op één kussen...." Meteen draait hij zich om en loopt weg.

Hillie durft Anneke niet aan te kijken, omdat ze zich schuldig voelt. Zij heeft immers deze reaktie uitgelokt! 't Enige wat Anneke zegt is: „Zullen we gaan? "

Als de brede deur achter hen dichtgezoefd is, worden ze meteen opgenomen in het drukke, bedrijvige stadsgewoel. Zwijgend lopen ze door de straten. Als de brief op de plaats van bestemming gedeponeerd is, kijkt Anneke op haar horloge. „Fijn vroeg nog. De koffieshop is vlakbij. Ik trakteer." Hillie kijkt verrast op.

Leuk van Anneke. „Ben je niet kwaad op me? " vraagt ze. Met even een kort hoofdschudden antwoordt Anneke: „Welnee."

't Wordt zoeken naar een plaatsje, tot Hillie achterin de zaak twee dames op ziet staan. Ze geeft Anneke een duwtje. „Vlug, rechts achterin." Even later kijkt Hillie genietend om zich heen. 't Is hier gezellig. Zo zou Henk hen eens moeten zien. Hij zou beslist jaloers worden! Henk, toch een leuke, vlotte vent. Wel wat driftig en kort aangebonden, dat bleek een kwartiertje geleden ook weer. Wat Anneke eigenlijk op hem tegen heeft? Mét dat ze 't denkt, heeft ze de vraag ook gesteld. Annekes antwoord komt na een korte stilte. „Ik zou graag een vriend willen hebben, maar dan moet het wel goed zijn, écht goed. De basis moet goed zijn." Ze kijkt Hillie aan: „Je begrijpt wel hóé ik het bedoel". Hillie knikt, voelt zich wel wat overrompeld door deze woorden. Bekent dan eerlijk: „Ik mag Henk wel. Als hij mij gevraagd zou hebben, zou ik ja gezegd hebben." Annekes wedervraag volgt meteen: „Ja? En de toekomst? "

En dan zitten ze middenin een serieus gesprek. Zomaar, tussen een roezende drukte van pratende en lachende mensen, van voorbijdenderend verkeer. Hillie merkt er niets van, ze luistert wat verwonderd naar haar kollegaatje, maar krijgt tevens bewondering voor haar. Zelf wordt ze dan ook openhartig. Dingen die ze lang voor zichzelf gehouden heeft, spreekt ze uit: „Zo rechtlijnig als jij ben ik niet. Vaak wil ik alles, m'n opvoeding, van me afschudden. Dan voel ik me zo benauwd in dat enge kringetje. Ik wil heus wel naar de kerk blijven gaan, want, nou ja, 'k zou me onrustig voelen als ik het niét deed. Uit Henks reaktie begreep ik dat hij ook kerkelijk is. En ik begrijp niet dat jij daar zo'n punt van maakt. Is het dan zonde om naar een andere kerk te gaan? Ons kerkgenootschap is toch niet het enig zaligmakende? "

Wat uitdagend kijkt ze Anneke aan, vervolgt dan: „Binnenkort beginnen de belijdeniscatechisaties weer. M'n ouders dwingen me niet, maar ze zouden wel graag zien dat ik er ook heenga. Bewust ontwijk ik een gesprek erover. Ik wil ze geen verdriet doen. Ik kan toch niet zeggen dat ik het niet wil? Of, anders gezegd, dat ik het niet kan. Ik ben „koud noch warm". Ik heb zoveel vragen, hoe kan ik dan belijdenis doen? "

Anneke heeft geluisterd zonder Hillie te onderbreken. Dan gaatze in op Hillies laatste vragen: „Vragen, die hebben we allemaal wel denk ik. Maar als we eerlijk zijn, moeten we toch bekennen op veel van die vragen het antwoord te weten". En, als ze Hillie wat onwillig haar hoofd ziet schudden, herhaalt ze: „Ja wél Hillie. Jij net zo goed als ik. Jij bent er toch ook in opgevoed? Vragen zullen er altijd wel blijven, maar vaak zijn het uitvluchten waarachter we ons willen verbergen. Hoe kan ik weten wat de ware kerk is? En, ik ben niet bekeerd, dus hoe kan ik dan belijdenis doen? Maar in de Bijbel staat: - Wie zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen. - 'k Weet dat belijdenis doen van de waarheid niet genoeg is. Het gaat erom dat we een lévend lidmaat zijn. Och, en dat dat moet je in 't gebed brengen. Een levend lidmaat ben ik niet, toch weet ik dat ik bij de kerk hoor. Bij een kerk die beantwoordt aan de kenmerken, die Christus voor Zijn gemeente op aarde gesteld heeft. Dit is een „zwaar geladen" zin, maar het is de waarheid. 't Is vaak moeilijk, zéker tegenover de „buitenwacht", die kritiek levert, die de kerk, je belijdenis soms belachelijk maakt. En 't is waar, die kritiek is dikwijls gerechtvaardigd. Maar toch, wat het doen van belijdenis betreft in onze gemeente, daarvan wéét ik: - Dit is de weg, wandelt in dezelve - ."

Anneke zwijgt en Hillie laat de woorden op zich inwerken, tot ze met een plotselinge schrikbeweging, omdat Anneke haar arm vastpakt en roept: , joh, 's is hóóg tijd", bijna haar koffiekopje van tafel veegt.

Meteen ziet en hoort ze de drukte en het lawaai om haar heen. Opschieten nu, ze zullen moeten zorgen op tijd terug te zijn. Anneke rekent af en Hillie pakt de jacks. Zodra ze buiten zijn, zetten ze het op een rennen. Door diverse mensen verstoord óf geamuseerd nagekeken.

Pas als ze hijgend, met een hoogrode kleur, het warenhuis binnengerend zijn, kijkt Anneke op haar horloge: „Nog één minuut. Keurig he! Bijna onze tijd verpraat".

Dan ziet Hillie Henk staan in de garderobe. Wachtte hij hen op? Of kwam hij juist langs? „Gezellig geroddeld? " wil hij weten. Nu zijn het Hillies ogen die hem boos aankijken. „Ja, 't was fijn en 't zou nuttig zijn als je ons gesprek gehoord had."

„O la la, ook al met Annekes serieuze sop overgoten? " En meteen beseft Hillie: Fout, zo had ik niet mogen reageren.

Ze wil haar verontschuldigingen aanbieden, maar Henk heeft blijkbaar geen antwoord verwacht en is doorgelopen. Later dan maar, besluit Hillie. Anneke en zij zijn de hekkensluiters. Op de afdelingen wacht het werk weer. Wat verwonderd vraagt Hillie zich af: Hoe komt het dat ik het nu opneem voor Anneke? Veel tijd om daar over na te denken heeft ze niet, wél hoort ze weer de woorden - Dit is de weg - „Dit is de weg, óók voor mij?

Hoe kan ik Wijs Gij mij de weg Heere!" Ze kent de opdracht - Dit is de weg, wandelt in dezelve maar weet het ook in eigen kracht niet te kunnen.

Voor ze weer beginnen, vraagt een kollega: „Hil, zin om vanavond te gaan chinezen? " waarop Hillie zonder aarzelen zegt: „Nee, ik kan niet". Deze avond wil ze praten met haar ouders. Ze is ervan overtuigd een luisterend oor te zullen vinden. Is ook bereid naar hén te luisteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

Daniel | 32 Pagina's

Dit is de weg

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

Daniel | 32 Pagina's