Even vrij
Een eindje buiten een klein russisch dorpje is een open plek in een groot stuk dicht bos. De open plek ligt in een dal dat aan alle kanten omringd wordt door heuvels. Op de heuvels groeien veel bomen en de open plaats is dan ook niet zo maar te vinden.
Maar Walter weet de plaats precies. Hoe vaak is hij er dit jaar al niet geweest? Ook vandaag is Walter op weg er naar toe. Hij is vanmorgen alleen vertrokken. Moeder vond het niet zo goed; maar Walter wilde vandaag graag alleen gaan.
Terwijl hij in een rustig tempo fietst, denkt hij na over wat er ongeveer een jaar geleden gebeurd is.
Het was ook op een paaszondag. Een zondag, die een feestdag voor de christenen in Rusland betekent. De mensen komen dan in verschillende bijeenkomsten bij elkaar om het opstandingsfeest van hun Koning te vieren.
Wat was Walter blij geweest. Hij mocht op die feestdag voor het eerst met vader en moeder mee naar een bijeenkomst in het bos. Maar toen was het vreselijke gebeurd. De bijeenkomst werd verstoord door de geheime politie. Walters vader was getrapt en geslagen en werd toen meegenomen. Vader werd een gevangene.
Vandaag is het weer paasfeest. Weer komen de christenen bij elkaar op de stille plaats in het bos. Vader zit nu al bijna een jaar gevangen; dit jaar valt het paasfeest nogal vroeg in het jaar, weet Walter. Over enkele weken zit vader een jaar in een kamp. Vader een jaar zonder zijn gezin!
Walter voelt een boosheid in zijn hart opkomen.
Waarom laat men de christenen in zijn land niet met rust?
In de verte hoort Walter iets. Hij hoort gezang. Zou de bijeenkomst al zijn begonnen?
Hij zal nu wat sneller fietsen. Hij wil graag de hele dienst meemaken. Er zullen jongens en veel meisjes zijn. Ook al worden de jonge christenen vervolgd, ze gaan door en schamen zich niet voor het opstandinsevangelie van de Heere Jezus. Walter laat zijn fiets ergens boven bij een heuvel staan en daalt snel naar beneden.
Zijn gitaar draagt hij bij zich.
„Sommige liederen speel je al goed, hoor", zei moeder een paar dagen geleden tegen hem.
Walter voelde zich toen al groot.
Op deze dag worden verschillende bijeenkomsten gehouden. Walters moeder gaat ook. Ze voelt zich alleen; maar er zijn meer vrouwen zoals zij, vrouwen zonder hun mannen, en kinderen zonder hun vaders. De moeders kennen eikaars verdriet.
Ze helpen en troosten elkaar. Er wordt gebeden voor alle gevangenen, ver wegen dichtbij. De diensten en ook het gezamenlijke eten worden op deze dag niet gestoord,
's Avonds komt moeder met Walter weer thuis. Samen praten ze na over het vele goede dat ze beiden ontvingen op deze dag. Maar vader vergeten ze niet, wanneer ze samen hun knieën buigen aan het eind van deze feestdag.
Vele dagen gaan voorbij. Walter gaat dagelijks naar school. Het werken op school vindt Walter best leuk, maar de vrije uren vindt hij vreselijk. Dan wordt hij het meest geplaagd en wanneer hij meedoet aan een spel vaak oneerlijk behandeld door zijn klasgenoten.
Als Walter op een middag uit school thuis komt, staat moeder al voor het raam. Walter ziet aan moeders gezicht dat er iets bijzonders is. In haar hand heeft ze iets. Is het een brief? Een brief met goed nieuws van vader misschien?
„Dag Walter", roept moeder al van een afstand. „Kom snel binnen. Luister, joh, ik heb bericht gekregen uit het kamp, waar vader werkt en gevangen zit. We mogen een bezoek brengen aan vader, over enkele weken al. Ik kan 't bijna niet geloven, maar het staat in deze brief, dat lijkt me betrouwbaar."
De komende dagen worden druk. Moeder moet allerlei papieren invullen in verband met het komende bezoek aan vader.
Fijn is het dat vaders broer, oom Eduard, helpen kan.
Veel zaken begrijpt moeder niet goed, en Walter vindt de vragen die beantwoordt moeten worden ook erg moeilijk.
En een grote nauwkeurigheid is toch erg belangrijk. Want wanneer er iets niet klopt zal het bezoek aan vader zeker niet doorgaan. Oom Eduard besluit met moeder en Walter mee te gaan. De reis is duur, maar een vrouw en kind alleen op reis, vindt hij maar niets! Familie en vrienden brengen het geld bij elkaar en de dag van vertrek nadert.
Op een morgen, hoewel het nog erg vroeg is, staat een man te kijken voor het raam van een houten gebouw.
Het is Heinrich Peters, de vader van Walter. Zijn werk is voorbij voor deze nacht. Vader Peters zit sinds enkele dagen in een nachtploeg, waar het de hele nacht hard werken geblazen is. Hij kan nu een poosje gaan slapen, maar dat lukt vandaag niet.
In zijn hart is heimwee, heimwee naar zijn vrouw en Walter, zijn zoon. Heinrich Peters heeft een korte mededeling gekregen: „Je mag bezoek ontvangen voor één dag".
En nu staat vader al op de uitkijk. Zouden ze beiden komen, Walter en Ireen? Heinrich Peters blijft enkele uren wachten, uren waarin hij bidt, uren waarin hij peinst over alles wat hem overkomen moet.
Maar dan, heel in de verte, naderen mensen. Heinrich herkent er direkt één. Hij ziet aan de houding van de naderende figuur, dat het Ireen moet zijn, Ireen, zijn vrouw.
Hij neemt een grote witte zakdoek en begint uitbundig te zwaaien.
Niet lang daarna kan Heinrich méér zien; bij moeder is Walter, Walter zijn zoon! Ook ziet hij dan zijn broer Eduard.
Nu al wordt vader ontzettend blij. Echt, ze zijn het, zijn eigen familie, in deze wereld vol van onrust en vijandigheid.
In verband met dit paasverhaal kunnen we in dit nummer geen aflevering van het vervolverhaal „Een kijkje in de Middeleeuwen” plaatsen.
Nog een poosje, dan zullen ze bij elkaar zijn. Voor enkele uren werkelijk bij elkaar. Dan ziet vader de drie niet meer. Hij weet dat er ook nu weer lang gewacht moet worden. Opnieuw moeten er papieren worden ingevuld en daar maakt men geen haast mee op het hoofdkantoor. Vader wacht en luistert gespannen of hij iets door de grote luidspreker in zijn barak hoort.
Wachten duurt lang, maar na een tijd hoort vader: „Heinrich Peters, melden!" Het is voor vader een klank van muziek, dit keer! Vader aarzelt geen moment, hij vliegt de deur uit. In de bezoekkamer ziet hij Ireen, Walter en Eduard.
Wat een weerzien. Alle drie vliegen tegelijk op vader af.
De vreemden die erbij staan, worden even vergeten. De grimmige vijand is er even niet voor hen, ook al kijkt deze zonder ontroering toe. Na een tijdje komen de gesprekken los. Wat moet er veel verteld worden. De bezoektijd snelt voorbij.
Het lijkt of de wijzers van de klok extra snel gaan. Het eten, dat moeder meegebracht heeft, wordt samen gedeeld. Met elkaar eten, wat is dat iets bijzonders geworden.
Daarna komt het afscheid. Naast de vreugde van deze dag, komt al snel weer het verdriet. Vader probeert sterk en dapper te zijn. Voor hem is het moeilijk, maar ook voor moeder en Walter.
De luidspreker schalt: „De bezoektijd is voorbij".
Eduard, moeder en Walter vertrekken. Vader blijft achter en gaat weer terug naar zijn vertrek in de barak.
Hij denkt na over wat hij van moeder hoorde van de bijeenkomsten op het paasfeest. Paasfeest, het feest van de overwinning op de dood. Bevrijding van zonde en schuld, een bevrijding die zelfs boven het bevrijd worden uit een gevangenis, uitgaat.
„Heere", bidt vader, „geef mij opnieuw weer iets van die bevrijding te mogen beleven. Anders houd ik het in dit werkkamp niet uit."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983
Daniel | 32 Pagina's