JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN

6 minuten leestijd

De nieuwe kerk

Met het hoofd in de nek staat Machiel te kijken naar de vele metselaars die hoog op de steigers aan een nieuwe kerk bouwen. Wat zal dat een machtig gebouw worden, denkt hij bewonderend. De metselaars staan nu al zo hoog dat hij zijn hoofd ver achterover moet houden om hen te zien. Bij een houten gebouwtje opzij van de kerk zit de opzichter. Voor hem op een tafeltje ligt de tekening van het bouwplan. Dat plan is niet door de opzichter ontworpen, dat deed de bouwmeester, die al jaren geleden gestorven is.

„Ik zal niet meer meemaken dat de kerk voltooid zal zijn", zegt een vriendelijke man tegen Machiel, als deze vraagt wanneer de kerk klaar kan zijn.

„Mijn kinderen trouwens ook niet, misschien mijn kleinkinderen. Deze wordt veel mooier en groter dan de oude kerk." Hij wijst op de tekening. „Kijk, dit is de toren, zie eens hoe rank en hoog hij wordt. Hier komt het koor met zijn prachtige luchtbogen, daar komt het hoogaltaar te staan. Zie je de hoge spitse vensters? Daar komt gebrandschilderd glas in. Ha, ik zie de mooie kleuren al. Wat zal dat schitterend zijn als de zon door de ramen schijnt!"

„Hoeveel mensen kunnen erin? " wil Machiel weten.

„O, wel meer dan zesduizend."

„Meer dan zesduizend? " vraagt Machiel ongelovig, „dat is toch onzin, er wonen nog geen tweeduizend mensen in de stad. Die kerk wordt veel en veel te groot!"

De opzichter wuift Machiels bezwaar met een luchtig handgebaar weg. Hij buigt zich weer over zijn tekening, neemt zijn passer en duimstok en is op hetzelfde ogenblik de nieuwsgierige boerenjongen al vergeten.

De hondenslager

Nog nadenkend over het geweldige aantal mensen dat eenmaal in die grote kerk de mis zal bijwonen, loopt Machiel in de richting van het stadhuis. Daar is weinig te beleven voor een jongen van het platteland. Aan de vele klompen die voor het gebouw staan, kun je zien dat de vroedschap vergadert. Machiel strijkt met de hand langs één van de muren. Die zijn van steen. Dat dacht hij wel, maar hij wilde het zeker weten. Het dak ook, ziet hij. „JaJongen", zegt plots een stem naast hem. „Daar kijkje van op hè? Dat moet wel, want hier worden de stadsprivileges bewaard. Stel

je voor dat er brand komt. Dan zou alle administratie van de stad verloren gaan." De hondenslager, die een hond aan zijn nekvel vasthoudt, kijkt Machiel lachend aan. „Straks komt de vroedschap naar buiten", zegt hij, „dan kunnen we lachen. Een kwajongen heeft alle klompen door elkaar geschopt. Ik kon hem niet te pakken krijgen, anders zou hij het geweten hebben. Hier mormel, 's kijken of jij nog door de beugel kunt."

Hij pakt de tegenstribbelende hond wat steviger beet en duwt hem door een ijzeren ring opzij van het stadhuis.

„Allo, verder."

Na wat duwen en stompen glipt het dier door de beugel de vrijheid weer in.

, , 't Is je gerajen", bromt de man. , , 'k Had er gisteren één die niet door de beugel kon", zegt de praatgrage man tegen Machiel die de hond nakijkt.

, , 'k Moest het stomme beest natuurlijk afmaken."

Machiel knikt maar eens. „Ja, ja natuurlijk", mompelt hij.

De hondenslager werpt een blik op de stadsklok. , , 'k Ga maar eens op huis aan, 't is zo tijd om te eten."

Machiel ziet met schrik dat de wijzers bijna recht naar beneden staan. Gauw maken dat hij bij de herberg komt, vader is een man van de klok.

Dat kan niet door de beugel

Met een zucht van welbehagen strijkt Machiel met de hand over zijn maag. Wat heeft hij lekker gegeten! Op het tinnen bord voor hem liggen nog een paar afgekloven beentjes, keurig ernaast de ijzeren pennen waaraan de waard de karbonades en de worstjes bracht. De kroes waarin het schuimend bier werd opgediend, is tot op de bodem leeggedronken. Vader kijkt zijn zoon eens aan.

„Genoeg gehad? "

Machiel knikt: „Nou en of, vertelt u nou van die beugel aan de muur van het stadhuis? " Vader bestelt nog een kroes bier en legt dan uit waarom de hondenslager de hond die hij gevangen had weer de vrijheid gaf.

„Je hebt wel gemerkt dat er heel wat honden en katten rondlopen in de stad. Dat wordt toegestaan, want om en in de mesthopen langs de straten krioelt het van ratten en muizen. Wel, honden en katten zijn goede ratten-en muizenvangers. Die zorgen ervoor dat er een heleboel ongedierte opgeruimd wordt. Maar als een hond te groot of te dik is, moet hij afgemaakt worden. Daar zorgt de hondenslager voor. Die pakt zo'n loslopende hond bij z'n nekvel en probeert of dat beest nog door de beugel kan. Het dier dat hij vanmorgen gevangen had, kon er nog net doorheen, daarom liet hij het weet lopen."

Nu begrijpt Machiel waarom de hondenslager zei: „Hier mormel, 's kijken of jij .nog door de beugel kan."

„Onze hond zou er niet doorheen kunnen, vader."

Hij denkt aan Wodan, de grote wolfshond, die alle vreemdelingen van het erf houdt. Tjonge wat is hij al lang van huis. Zou Wodan hem nog kennen?

Machiel vertelt

„Nog meer, Machiel, nog meer." Sijmen, Winand, Jan en de kleine Grethe kijken Machiel de woorden uit de mond. En deze vertelt maar, van de boef die werd opgehangen en van de mensen die kwamen kijken.

„Vooraan stonden een heleboel oude vrouwtjes. Die hadden het hardst gelopen toen er bekend werd, dat op het Galgenveld een misdadiger zou worden opgehangen. Tegenstribbelen dat die boef deed, maar de beul kreeg hem toch bovenaan de ladder. Er zat ook een diefin de kerk", gaat hij verder, „die was daar binnengevlucht. En als je in de kerk zit, al heb je nog zoveel kwaads gedaan, dan mag niemand je eruit halen. Hij moet daar natuurlijk wel blijven, want zo gauw hij één stap buiten de kerk zet, wordt hij door de schout gevangen genomen. Die staat eikedag op de loer."

Sijmen vond dat maar raar hoor. „Gaat hij dan niet dood van de honger? In de kerk is toch geen eten? "

Tja, daar heeft Machiel niet aangedacht. „Misschien brengt zijn vrouw hem wel eten of zijn kinderen, " oppert hij.

„Op de markt was een pelgrim", vertelt hij verder, „die was in het Heilige Land geweest. Hij verkocht steentjes, die hij zelf had opgeraapt bij de Zee van Galilea. Hij had ook flesjes Jordaanwater bij zich. Als ik groot ben, ga ik ook naar Jeruzalem of misschien wel naar Spanje. De pastoor heeft gezegd dat daar ook een heleboel heilige plaatsen zijn." Ademloos luisteren de broertjes, maar Grethe begrijpt er nog niet zoveel van. Ze speelt liever met de mooie schelpjes, die Machiel voor haar heeft meegebracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1983

Daniel | 32 Pagina's

EEN KIJKJE IN DE MIDDELEEUWEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1983

Daniel | 32 Pagina's