JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN FELICITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN FELICITATIE

4 minuten leestijd

Op vrijdag 25 februari promoveerde — de ook in „Daniël"-kring niet onbekende — drs. H. A. Hofman tot „doctor in de letteren" op een proefschrift over Constantijn Huygens. Deze geniet vooral bekendheid als dichter, maar was daarnaast ook diplomaat. Op dit laatste gaat drs. Hofman in. Dat was nog braakliggend terrein.

Terecht maakte het RD melding van een „overweldigende belangstelling" bij de promotie. Velen moesten met een staanplaats genoegen nemen. Het lijvige proefschrift telt vier hoofdstukken. In het eerste komen de jeugd en de vorming van Constantijn Huygens aan bod. Het tweede Hoofdstuk bespreekt zijn levens-en wereldbeschouwing en in de laatste twee gaat de promovendus in op Huygens' funktie van sekretaris van Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. Huygens blijkt een trouw dienaar van de Oranjes geweest te zijn.

Ondanks de voor een proefschrift gebruikelijke moeilijke woorden en zinnen in vreemde talen is het geheel toch erg leesbaar gebleven. Van z'n promotor, prof. Boogman, kreeg dr. Hofman hiervoor een pluim. Een historicus behoort immers in de eerste plaats „het verhaal te vertellen".

Een humanistisch calvinist

Huygens blijkt een echte calvinist te zijn die duidelijk aan de kant van de contraremonstranten stond. Het gebed speelde in zijn leven een grote rol. Dichtte hij niet: „Mijn eerste besigheit is bidwerk, vroegh en spade, Altoos met lof en danck en altoos om genade". In deze gebeden beluistert Hofman het reformatorisch belijden met z'n drieslag: ellende, verlossing en dankbaarheid..

Veel belangstelling blijkt Huygens te hebben gehad voor de liturgie, „meer dan we van calvinisten gewend zijn". „Hij ergerde zich aan het oorverscheurend geschreeuw in de kerken, waarbij de gemeente het zonder orgelbegeleiding moest stellen".

Huygens erkende, dat het God is Die alle dingen, zowel voorspoed als tegenspoed, bestuurt. Bij de aanstaande geboorte van zijn derde kind bidt hij: „O Gij, die mij weldra tot vader van een derde kind zult maken, Almachtige God, op welke leeftijd Gij ook beslist hebt die dierbare panden uit mijn armen te roepen (de kindersterfte was toen hoog) — hunner is, zoo jong als zij thans zijn, volgens Uw eigen woord het koninkrijk der hemelen — erbarm U ook over den beroofden vader en maak, gelijk Uw juk voor degenen, die in U hopen, zacht is, zoo ook bovenal deze verpletterende last dragelijk voor mij en leer mij onderwerping in Christelijke ootmoed aan de slagen, die volgens Uw eeuwig raadsbesluit mijn vaderhart zullen treffen — maar alleen als een kastijding van Uw vaderhart, d.w.z. tot heil van mij en de mijnen".

Bij dit alles is Huygens toch ook de klassiek gevormde humanistische geleerde gebleven. Ook bij Melanchton en Calvijn

was dit zo, al zou Calvijn er later het meest radikaal mee breken. Huygens probeerde zijn klassieke vorming en ideeën in te bedden in zijn calvinisme. Daarvoor beriep hij zich op Augustinus die in zijn , ', Doctrina christiana" te kennen gaf, „dat kennis en wetenschap van de klassieke oudheid door het christendom tot een juist gebruik kunnen worden aangewend." Hierdoor was er wel enige afstand tussen Huygens en „contraremonstranten als Voetius, Lodensteyn en Revius". Hun „orthodoxe stempel" ontbreekt hem, is de konklusie van Hofman.

Stellingen

Bij een proefschrift horen een aantal stellingen. Een calvinist betoont dr. Hofman zich in - zijn derde stelling: „De opmerking van dr. G. Parker dat de inquisitie vergeleken kan worden met de kerkeraad van de calvinistische kerk, als zouden zij beide toezicht houden op de samenleving, getuigt niet van een juist begrip voor het funktioneren van deze . beide instellingen."

Een echte „gergemmer" is hij met z'n zesde stelling: „Binnen de voornoemde Gereformeerde Gemeenten, waar het woord van wijlen ds. G. H. Kersten (1882-1948) nog zoveel gezag heeft, wordt onvoldoende rekening gehouden met zijn uitspraak dat kerkdiensten niet langer mogen duren dan anderhalf uur."

En een navolger van Huygens, met z'n vele puntige uitspraken, blijkt hij te zijn in de laatste stelling: „De voorgestelde afschaffing van de meeste akademische titels verdient onze instemming. Als daarvoor in de plaats komt de titel „meester" verdient het aanbeveling dat onderwijsgevenden ter nadere aanduiding achter hun naam mogen plaatsen: fr. (frik)."

Henk, ook vanaf deze plaats hartelijk gefeliciteerd met je promotie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1983

Daniel | 32 Pagina's

EEN FELICITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1983

Daniel | 32 Pagina's