BOEKBESPREKING
Neem de wachfc des Heeren waar
„ƒ« dit boek wordt de fakkel overgedragen die ds. A. Vergunst enige tijd heeft mogen dragen. Neem dan die fakkel over in gehoorzaamheid aan 's Heeren mond en in afhankelijkheid van 's Heeren kracht."
Aldus ds. A. Elshout aan 't slot van zijn inleiding bij dit boek, waarin belangrijke artikelen en toespraken van ds. A. Vergunst gebundeld zijn. Het boek is in samenwerking met onze Jeugdbond door uitgeverij Den Hertog uitgegeven. De opbrengst van de door de verenigingen verkochte boeken is voor de aktie „Voor alle volken te verstaan".
Het is een goede gedachte geweest op deze wijze het meest waardevolle uit de geestelijke nalatenschap van ds. Vergunstte bewaren. 'tMeeste is al wel eerder gepubliceerd. Nieuw is het belangrijke artikel over het aanbod van genade. Uit bijgaand overzicht van de inhoud blijkt duidelijk hoe breed de blik en de belangstelling van ds. Vergunst geweest is. Hij had (uiteraard) belangstelling voor theologie en kerkhistorie, maar als een echte nazaat van Reformatie en Nadere Reformatie (heel vaak kwamen wij in dit boek citaten tegen van Calvijn en Comrie) had hij ook belangstelling voor het maatschappelijke leven.
Dit boek is één blijk van zijn diepe verbondenheid met de gereformeerde leer en zijn liefde voor onze gemeenten. Daardoor zag hij, aldus ds. K. de Gier, de Gereformeerde Gemeenten niet als de enige wettige openbaring van het lichaam van Christus, wel als een wettige openbaringervan. Ds. Vergunst wist dan ook over de kerkmuren heen te kijken. Dat bleek heel duidelijk uit zijn bijdrage „Quis non fleret" — Wie zou niet wenen— in het boek „Tien keer gereformeerd", terecht opgenomen in deze bundel.
Geboeid hebben wij dit belangrijke boek gelezen. Hieronder volgen enkele impressies.
Zijn leven
Ds. E. F. Vergunst vertelt sober en kort iets over het leven van zijn broer. Hij wijst op de grote betekenis van het opgroeien in een gezin dat gestempeld werd door de vreze des Heeren. Hun jeugd was niet gemakkelijk. „Armoede en werkloosheid beheersten het leven, en dat had ook zijn invloed op ons gezinsleven. Maar juist in die nood van het dagelijkse leven, in de dreiging van de tweede wereldoorlog en ook tijdens die oorlog, was de vreze Gods de kracht, waaruit onze ouders leefden en waarin zij gesterkt en bemoedigd werden om hun taak te volbrengen".
Toen Arie Vergunst ongeveer 18 jaar was, kwam hij „in een geestelijk konflikt, waarin hij geslingerd werd tussen een optimistische verbondsbeschouwing, die een verstandelijk aanvaarden van de beloften Gods genoegzaam acht tot zaligheid, én de innerlijke overtuiging van de noodzaak om persoonlijk door het geloof de genade Gods deelachtig te worden". Beslissend was een preek van ds. L. Rijksen over Jeremia 31 : 20. Ook gebruikte de Heere het boek van Josef Alleine „Betrouwbare gids naar de hemel".
Had hij eerder officier willen worden, nu werd het zijn begeerte om te mogen dienen in de „nnlitia Christi". Reeds op 20-jarige leeftijd werd hij toegelaten tot de Theologische School, waar de lessen van ds. Kersten een blijvend stempel op zijn denken zetten.
Zijn werk
Ds. A. Moerkerken noemt in zijn inleiding drie kenmerken van het werk van ds. Vergunst „Inde eerste plaats treftde sterke binding aan de Heilige Schrift... Hier is geen speculerend theoloog aan het werk, geen man die stokpaardjes berijdt zonder zich de kritische vraag naar de schriftuurlijke basis van zijn beschouwingen te stellen."
„In de tweede plaats treft ons.... de sterke belangstelling voor de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme."
En in de derde plaats wordt „de sterke liefde voor de gemeenten, waarin hij geboren en getogen was" genoemd. Bij hem leefde „wat Paulus ergens schrijft dagelijks overvalt mij de zorg van al de gemeenten. Was er bloei, dan kon hij er soms bijna kinderlijk blij mee zijn; waren er moeilijkheden, dan leed hij er zichtbaar onder. Kerkistisch was hij niet; hij behield een brede blik binnen het geheel van de Gereformeerde Gezindte. Evenwel: hij kon hartstochtelijk opkomen voor de eigen identiteit onzer gemeenten, voor hun historisch bestaansrecht binnen de Gereformeerde Gezindheid".
Ik denk dat dit een heel juiste typering is. Hoe blijkt dat laatste niet uit de bijdrage over het theologisch eigene van onze gemeenten. En ook uit zijn verdediging van de schriftuurlijk-bevindelijke prediking in onze kringen, door prof. Van Ruler „Ultra-gereformeerd" genoemd.
Zelf schreef hij, dat hij het als een roeping zag te midden van de Gereformeerde Gezindte in de breedste zin des woords te strijden voor het gereformeerde erfgoed (blz. 84). Dat heeft hij dan ook gedaan. Zelfs nog in de posthuum uitgegeven bijdrage over de ernstige aanbieding van Christus en de verbondsweldaden in het Evangelie. Bezinning hierop is gewenst schrijft ds. Vergunst met name gezien diverse publikaties van de laatste jaren, waarin geen eerlijk beeld getekend is , , van de opvattingen, die daarover in de kring van onze gemeenten bestaan en vanouds bestaan hebben". Zijn uitgangspunt kiest hij daarom in de Ieeruitspraken van 1931.
Eerst wijst hij de beschuldiging (ter „linkerzijde") van de hand, dat deze leeruitspraken een aantasting zouden zijn van de alom aanvaarde Drie Formulieren. „Integendeel", schrijft hij, „met deze uitspraken hebben onze Gereformeerde Gemeenten zich voorde handhaving van dit oude gereformeerde belijden met grote emst ingezet" Sterk beklemtoont hij de nauwe band tussen onze gemeenten en de schotse theologie van de Erskines, Thomas Boston en James Fisher. Onze verbondsvisie is dezelfde als die van hen en „van deze predikers is de evangelische warmte, die hun prediking doorgloeide, onomstredea" Het verwijt dat door de leeruitspraken van 1931 er „slechts een Evangelieprediking voor de uitverkorenen" zou overblijven, wijst hij dan ook uitdrukkelijk van de hand.
En daarom kan hij „naar rechts" — dus tegen hen die niet willen weten van een algemeen aanbod van genade — zeggen, dat zij „in duidelijke tegenspraak (zijn) met het door onze Synode reeds in 1931 beledene." Het is zijn
overtuiging dat niemand die het Woord van het Evangelie hoort, in de prediking van Gods genade wordt buitengesloten (blz. 100). Ook het in deze kringen „nogal eens gemaakte verwijt, dat het algemene aanbod zo ongeveer hetzelfde zou zijn als de algemene verzoening", acht hij „ten enenmale ongegrond" (blz. 104).
Het is verleidelijk nog meer te citeren. We zullen volstaan met een aangehaald citaat uit Comrie: „Het ware te wensen, dat men in elke leerrede dit aanbod hoorde; mogelijk zouden de predikatiën van meer kracht zijn voor arme overtuigde zielen. Hoezeer is het te beklagen, dat het slechts nu en dan gedaan wordt; dat het voorwaardelijk geschiedt, en met plichten en vereisten zozeer bezwachteld is, zodat in plaats dat de arme zondaars op de roepende stem zouden komen, zoals zij zijn, zij zolang moeten staan, totdat zij deze en gene vereiste dingen vinden. O, hoe troebel zijn dikwijls de wateren van het heiligdom!"
Een aanbeveling van dit boek lijkt me overbodig. Tolle lege, neem en lees.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1983
Daniel | 32 Pagina's