MATODZI
Tshinakako zucht Hè, wat vervelend. Ze zal moeder vragen of zij Matodzi alvast mag leren koken. Dan heeft ze iets te doen. Misschien vergeet ze die kinderen wel en bovendien is er dan toch geen tijd meer om te gaan kijken.
„Matodzi, luister 's, ik heb een plannetje bedacht Zal ik je leren koken? Over een poosje ga ik trouwen en dan kan ik niet meer thuis zijn om moeder te helpen. Dan moet jij dat doen. Kom mee, we zoeken vast wat wortels voor vanavond."
Voor de tweede keer die morgen kruipt Matodzi de hut uit Ze kijkt vlug om zich heen. Gelukkig, de kinderen zijn verdwenen. Blij geeft ze haar zusje een hand en samen lopen ze het bos in.
Op een dag kwam de man van Tshinakako in het dorp. Hij bracht de bruidsprijs mee voor vader. Tien koeien moest hij betalen en dan mocht hij Tshinakako meenemen. Matodzi vindt het helemaal niet leuk dat haar zus weg is. Nu zal ze haar misschien nooit mee zien. Het leek wel of Tshinakako het zelf ook niet zo geweldig vond. Ze keek zo verdrietig. Maar ja, je kunt er niets aan veranderen. Heel lang geleden, toen Tshinakako en die man nog klein waren, hebben de vaders elkaar beloofd dat die twee met elkaar zouden trouwen. Die belofte mag niet verbroken worden. En vader is maar wat blij met tien nieuwe koeien!
Nu helpt Matodzi haar moeder met het werk. Ze kan al goed water, hout en andere dingen op het hoofd dragen. Ze heeft geleerd vuur te maken en soms mag ze de pap koken. Dat is wel erg moeilijk hoor. Samen met moeder gaat ze naar het veld om groenten te zoeken en vruchten aan bomen en struiken of planten. Sommige planten zijn giftig, andere kun je eten. Ook de bladeren van de bomen zijn soms erg lekker als je ze kookt.
Zo leert Matodzi al de bomen en planten kennen.
Als ze weer eens in het bos is om hout te sprokkelen, komt er een meisje naar haar toe. „Ha, die Matodzi".
Matodzi kijkt op. Ze schrikten wil vlug de benen nemen.
„Doe niet zo raar", zegt het meisje. „We zijn altijd vriendinnen geweest en nu loop je weg als je me ziet"
Aarzelend blijftMatodzi staan. Ze is bang voor Mashudu (zeg: Ma soedoe). Zij hoort immers ook bij die kinderen die wel zingen maar niet dansen!
„Toe Matodzi, luister eens naar me? ben je boos? "
Matodzi schudt haar hoofd. „Wat is er dan? "
„Ik mag niet met je praten van vader en moeder en mijn zus heeft gezegd dat ik hard weg moet lopen als je wat tegen me zegt Jullie maken de voorouders boos." Matodzi's hart bonst O, straks worden de voorouders ook boos op haar omdat ze toch met Mashudu praat.
„Ik ben niet bang voor de voorouders", zegt Mashudu. „Die kunnen niet eens meer boos worden. Ze zijn gestorven en als je gestorven bent kun je niets meer horen en zeggen. Dat heeft de witte man zelf verteld."
Matodzi kijkt haar vriendin met grote, bange ogen aan. „Stil toch! Zeg toch niet van die gevaarlijke dingen."
Mashudu ziet wel hoe bang haar vriendinnetje is. Net zo bang als zij zelf was, toen ze nog niet van de Heere Jezus gehoord had. Zal ze eens vragen of Matodzi morgen mee gaat naar de witte man?
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1983
Daniel | 32 Pagina's