Het „rose front” bekent kleur
Op zaterdag 26 juni 1982 vond in Amersfoort de landelijke slotdag plaats van de rose week georganiseerd door het „Rose front". Deze slotdag bestond uit 3 demonstratieve optochten, een openluchtmanifestatie en een feestavond in een plaatselijk kultureel centrum.
De bedoeling van het „Rose front" was om als homobeweging als geheel naar buiten te treden en het publiek te kon fronteren met haar bestaan en haar strijdbaarheid.
Opdringerige aktie wekt agressieve reaktie op
In eerste instantie was het verzoek toestemming te verlenen tot het houden van demonstratieve akties door het college van B & W van Amersfoort afgewezen. Het college vermocht niet in te zien hoe de demonstratie een ordelijk verloop zou kunnen hebben. Nadat zij tijdens een kort geding in het ongelijk werd gesteld, moest het college wel toestemming geven. Ze nam de voorzorgsmaatregel een beleids-en krisiscentrum in te richten. Een van de beleidspunten voor de politie was het maken van duidelijke afspraken met woordvoerders van het „rose front" over de tolerantiegrenzen die niet overschreden mochten worden.
Uit het verslag van de waarnemend commissaris van politie blijkt, dat de moeilijkheden op de bewuste zaterdag pas begonnen, nadat de circa 3000 aktievoerders luid zingend bijeenkwamen op het manifestatieterrein. Sommige deelnemers namelijk klommen toen in buitengewoon opzichtige kleding gestoken, op een podium, waarop ze zich zeer uitdagend begonnen te gedragen: zoenen, scanderen van ophitsende leuzen, aftasten van eikaars lichamen, vieze gebaren enz. Ondanks woedende protesten van het merendeels jonge publiek gingen de vertoningen op en bij het podium gewoon door. Waarop een groep van ongeveeer 200 mensen zeer agressief begon te joelen en met eieren te gooien. Wederzijds werden rake klappen uitgedeeld. Ondertussen waren 130 agenten begonnen met de wapenstok charges uit te voeren ten einde beide partijen van elkaar te scheiden.
Ook bij het kultureel centrum was het zeer onrustig. Buurtbewoners ondernamen verschillende akties gericht tegen de feestgangers in het centrum. Tot in het holst van de nacht moesten de homo's onder politiebescherming staan.
Evaluatie van de slotdag in Amersfoort
Het recht van demonstratie heeft ook in Amersfoort haar tol geëist. Bij de politie werden in totaal circa 1300 overuren gemaakt, waarvan de kosten zo'n/ 50.000, — bedroegen. Zeker in een tijd van ekonomische neergang en algemene bezuiniging is dit toch geen kleinigheid te noemen.
Daarnaast mag worden gesteld, dat het „rose front" door haar buitengewoon opdringerige aktie een deel van de amersfoortse bevolking heeft verleid tot een zeer agressieve tegenaktie. De vraag hierbij is of de homo's een konfrontatie zijn aangegaan met relbewuste jongeren of dat hier sprake is van relbewuste jongeren die op hun wijze uiting gaven aan onlustgevoelens die in brede lagen van de bevolking leven.
Opvallend is, dat de fraktievoorzitters van de politieke partijen in Amersfoort tijdens een nabespreking merendeels vonden, dat ondanks het feit dat de aktie in hun ogen minder geslaagd was, de homo's toch wel het recht hadden zich op een provocerende wijze te manifesteren ten einde respekt en aandacht voor hun afwijkende gerichtheid te verkrijgen. Ziedaar de angst van politieke leiders voor de mening van de agressieve minderheid. Hoezeer wordt hier de vrije demokratie met voeten getreden. Erger nog, hoezeer blijkt ut het verloop van deze slotdag dat de zonde meer en meer hoogtij gaat vieren ook in het openbare leven. Met Gods Woord wordt geen rekening meer gehouden. De vorst der duisternis krijgt alom meer vat op de bevolking en ook op haar leidslieden. En waar zal dat eindigen?
Het is een vaststaand feit, dat revolutionaire elementen steeds meer kans zien de rechtsorde en daarmee de maatschappij te ontwrichten. Zoals gezegd: het abnormale krijgt volle aandacht, terwijl het normale van de hand wordt gewezen, ook in de media. Emancipatie, ook van de homosexuelen is de leus van deze tijd. Inderdaad, de openbare zonde en ongerechtigheid gaat haar toppunt bereiken. Maar als de maatvol is, dan zal de zonde in het openbaar aan de kaak worden gesteld. Dan zal de Zoon des mensen terugkomen in heerlijkheid en majesteit om te oordelen. Hoe slecht zal het de mens vergaan, die zelfs tegen beter weten in, zich wentelde in de zonde. Maar ook, hoe wel de mens die het mocht ervaren, dat God Zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid verenigde in Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus.
Onze houding
Afgezien van de vraag in hoeverre homosexualiteit veroorzaakt wordt door een aangeboren gerichtheid of door beïnvloeding vanuit het milieu, blijft het een feit dat homosexuelen hun anders-zijn veelal niet ervaren als een gelijkwaardige variant op de heterosexualiteit (sexuele gerichtheid op het andere geslacht). (Over de vraag of homofilie te genezen is, verschijnt in het volgende nummer van „Daniël" een artikel; red.) De ontdekking van het anders-zijn grijpt daarom diep in op het leven van zo iemand en is vaak de bron van spanning, konflikt en teleurstelling. Dat is niet verwonderlijk, immers het hele toekomstbeeld van een mens die op een zeker moment ontdekt homosexuele gevoelens te hebben verandert op slag. Het is ook geen kleinigheid geen uitzicht meer te kunnen hebben op een normaal huwelijk of gezin. •
God schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis en zei hen te vermenigvuldigen (Gen. 1 : 27 en 28). Duidelijk blijkt dat de homosexualiteit ingaat tegen Gods bedoeling als Hij sprak: Hetis niet goed dat de mens alleen zij...." (Gen. 2:18) en „Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn" (Gen. 2:24). Hoe sterk de band van het huwelijk behoort tezijnwordt beschreven inMatth. 19 : 3-9, terwijl de Catechismus in zondag 41 de kuisheid in het huwelijk en daarbuiten sterk benadrukt.
Op vele plaatsen in de Bijbel wordt de verschrikkelijkheid van het bedrijven van homosexuele handelingen beschreven. Zo staat in Lev. 18 : 22 en 20 : 13 dat het liggen bij een man met vrouwelijke bijligging de Heere een gruwel is. De zondigheid van de homosexuele daad komt heel nadrukkelijk tot uiting in de geschiedenissen beschreven in Gen. 19 en Richt. 19. Ook Paulus getuigt in de brieven gericht aan de gemeenten te Rome en Korinthe van de onmogelijkheid dat homosexualiteit Gods eer zou kunnen verhogen. Evenwel is het ook zo, dat de mens met al zijn zonden terecht kan bij God. Bij Hem is immers door de verdiensten van de Heere Jezus vergeving te verkrijgen voor alle zonden. De mens die in waarheid z'n zonden belijdt en z'n nood klaagt zal ervaren dat God barmhartig, genadig en groot van goedertierenheid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1983
Daniel | 32 Pagina's