JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Voor het evangelie hoef je je niet te schamen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor het evangelie hoef je je niet te schamen

16 minuten leestijd

- Kunt u in 't kort iets vertellen over de (nog jonge) geschiedenis van de Evangelische Hogeschool?

In 1974 begon de stichting Bijbelgetrouwe Wetenschap studiedagen te organiseren en startte zij al gauw met de uitgave Bijbel en Wetenschap. De initiatiefnemers hadden de overtuiging dat de Bijbel ook betekenis heeft niét voor de wetenschap. Vooral rwijs. twee motieven hebben toen een dat rol er gespeeld. In de eerste plaats het feit dat de evolutietheorie z'n van duizenden de versloeg. Veel stu-. denten Wat uit christelijke gezinnen g van kwamen door hun studie los te gheid staan van hun christelijke op-d van voeding en vervreemdden vol-en? huiledig van de kerk. Enkelen van nze de initiatiefnemers hadden dat mst in hun naaste omgeving meege-n maakt. 7

Anderen braken niet met de op-was voeding er en de opvattingen van or de rige huis uit, maar — en hier komt plei-het tweede motief — kwamen tot een scheiding van geloof en oor wetenschap. Het eerste was dan . voor een de zondag, het tweede voor amp,

door de week. De Al gauw kwam de vraag: kunnen nden. we niet meer doen dan studie-Op 't omdagen en een eigen blad. Een over onderzoek in Vrijgemaakte „De kring had uitgewezen dat een eigen universiteit praktisch niet elijke haalbaar was i.v.m. kosten, er-. kenning e.d. Wel mogelijk leek ld een om éénjarige opleiding als over-de brugging tussen het middelbaar en het hoger onderwijs. Aan-rek staande te studenten zouden dan elden gewapend kunnen worden tegen ofd van bereid de ontkerstenende invloed van g van evolutieleer en moderne Schriftkritiek. Het eerste doel was dan

ook toerusting. Naast de genoemde gevaren wijzen we onze studenten op de vooronderstellingen die bij tal van wetenschappen gehanteerd worden, 't Gaat erom dat ook op de universiteit het christelijk getuigenis wordt gedragen. En daarvoor is wapening en toerusting nodig. Naast deze principiële, geestelijke toerusting is er ook sprake van een praktische voorbereiding. Te denken valt hierbij aan lees-, spreek-en schrijfvaardigheid, engels, typen enz.

vraaggesprek met drs. J. A. van Delden en dr. Chr. Fahner over de Evangelische Hogeschool.

Zo startte de Evangelische Hogeschool in 1977 met 30 studenten. Dit jaar zijn het er ruim honderd voor het eerste jaar. In 1979 zijn we een opleiding journalistiek begonnen en ditjaar is daar nog een lerarenopleiding bijgekomen voor geschiedenis en economie gecombineerd met maatschappijleer.

- Wat houdt het woord , , evangelisch" in de naam van de school in?

In de stichting Bijbel getrouwe Wetenschap zaten ook mensen uit de zgn. vrije groepen. Bij het doel dat ons voor ogen stond, moesten ook zij volledig kunnen meedoen. De begrippen gereformeerd en reformatorisch trokken ons daarom niet aan. Wél wilden we het bijbelgetrouwe karakter van onze schooi tot uitdrukking laten komen. En zo hebben we voor de benaming „evangelisch" gekozen. We wilden orthodox-protestants zijn. Zo'n drie-kwart van onze studenten komt uit de Gereformeerde Gezindte en één-kwart uit de vrije groepen. Het woord „evangelisch" is dus het best te „vertalen" met bijbelgetrouw. Dat willen we zijn.

- Wellicht wordt het woord „evangelisch" meer in verband gebracht met andere organisaties die zich met deze naam tooien?

Dat kan, maar dat is niet terecht. Wij zijn een geheel eigen organisatie, los van anderen. We voelen ons weliswaar het meest verwant met de Evangelische Omroep, maar daar — en dat geldt ook voor de Evangelische Alliantie — is voor deze aanduiding gekozen, omdat zij evangeliserend bezig wil zijn. Onze keus was heel anders gemotiveerd. En dan bestaat er ook nog een Evangelische Volkspartij. Daar voelen we ons beslist niet mee verwant. Sommigen zien deze aanduiding als een synoniem voor „vrije groepen". Ook dat klopt niet.

- Er zijn ook vaak vragen over de grondslag van de E.H. Die is — aldus art. 2 van de statuten, , de Bijbel, het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God" en ook wordt verwezen naar het, , absoluut gezag" van de Schrift. Geen verwijzing is er echter naar de vroegchristelijke of reformatorische belijdenisgeschriften. Waarom niet?

Daar is welbewust voor gekozen. Wij staan samenwerking voor met alle christenen die zich willen buigen voor het onvoorw aardel ijk gezag van de Bijbel. Wij richten ons in de eerste plaats op bijbelgetrouwe wetenschapsbeoefening. We zijn geen kerkgenootschap. Binnen onze doelstelling achten wij verschillen van mening over bijvoorbeeld de vraag naar de en de normen voor het kerklidmaatschap (art. 27-29 van de N.G.B.), de vragen rondom de taak van de overheid (art. 36 van de N.G.B.), de vragen rondom de kerkelijke ambten, de doop, het duizendjarige rijk, de visie op Israël enz. acceptabel.

Trouwens, mannen als Spurgeon en Bunyan zouden die drie formulieren ook niet hebben kunnen ondertekenen. Noodzakelijk is wel eenzelfde Schriftbeschouwing. Dat is dan ook de basis voor onze samenwerking.

- Is juist niet de kracht van de belijdenis, dat allerlei dwalingen daarmee bestreden kunnen kunnen worden en heeft de geschiedenis de noodzakelijkheid ervan niet aangetoond? Tenslotte beroept iedere ketter zich op de Schrift.

Om de hiervoor genoemde verschillen is het ons niet mogelijk die belijdenisgeschriften zondermeer in de grondslag op te nemen. Het is ook goed te erkennen dat onze grondslag in de toekomst ontkracht zou kunnen worden, maar dat zien we ook in sommige verenigingen die deze belijdenisgeschriften wél in hun grondslag hebben opgenomen.

Wat ik wel wil benadrukken is, dat binnen de Evangelische Hogeschool het hart van de Reformatie klopt:

- Sola Scriptura: alleen de Schrift, en dat

voluit - Sola Gratia: alleen door genade, door het

bloed van Christus - Sola Fide: alleen door het geloof, niet door onze prestaties worden we verlost - Soli Deo Gloria: alleen God zij de eer; daar hoort het hele leven op gericht te zijn.

- Hoe breed kan volgens u de samenwerking op bestuurlijk niveau zijn? Zou bijv. een remonstrant of een roomskatholiekt in uw bestuur kunnen zitten?

Absoluut niet. Dat zou in strijd zijn met de zojuist genoemde Sola's.

- Kunt u wat cijfers geven over het docentenkorps en de studenten wat betreft hun kerkelijke afkomst?

Van de docenten heb ik ze niet, van de studenten wel. Ik geef u twee overzichten: een totaaloverzicht van de eerste vier jaar en een overzicht van de aanmelding van dit kursusjaar.

kerkrichting 1-4 jr 5e jr kerkrichting 1—4 jr 5e jr Ned. Hervormd 22 19 Baptist 11 6 Ned. Herv. (G.B.) 20 14 Verg. v. Gelov. 14 5 Geref. Syn. 25 10 Leger des Heils 4 1 Ned. Geraf. 27 9 Vrije Evang. 2 1 Geref. Vrijgem. 25 13 Pinkstergem. 8 8 Chr. Geref. 12 13 Huisgemeente 4 Geref. Gem. 7 17 Diversen 6 8 Geref. Gem. in Ned. 1 Nergens bij aangesloten 3 Oud Geref. Gem. 2 2

Nog een opmerking hierbij: we hanteren een stringent toelatingsbeleid. Alleen die studenten worden toegelaten, die van harte willen uitgaan van de Bijbel als norm voor denken en voor levensstijl.

- Zitten er ook mensen uit onze gemeenten in uw bestuur?

Tot voor kort zat dr. G. v. d. Hoek in het bestuur. Hij heeft bedankt. We zoeken nu naar iemand anders uit de Geref. Gemeenten. En in de Raad van Toezicht en Advies zit dr. J. Poortman. We vinden het jammer dat dr. Van der Hoek bedankt heeft. Hij had er onoverkomelijke bezwaren tegen dat eventueel iemand uit kringen van de Pinkstergemeenten in het bestuur erbij zou komen.

- Ik neem aan dat er ook aan bijbelstudie gedaan wordt op de E.H. Hoe gaat dat bij een zo gevarieerd publiek, waar toch over tal van zaken w.b. geloof en geloofsleer heel verschillend wordt gedacht? (ik denk bijv. aan zaken als wedergeboorte en verbond)

Het vak Bijbelwetenschap wordt gegeven door drs. M. J. Paul (Geref. Bond). In dit vak gaat het om vragen rondom het ontstaan en de overlevering van het Oude en Nieuwe Testament, de betrouwbaarheid van de bijbeltekst, de vorming van de canon, de inspiratie enz. Dit college is vooral bedoeld om de studenten die met bijbelkritiek gekonfronteerd zullen worden, te waarschuwen voor bepaalde voetangels en klemmen die er liggen als niet wordt uitgegaan van het absolute gezag en de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift.

Ook is er het vak Bijbelkennis en ethiek. Dit wordt gegeven doordr. J. Broekhuis (Ger. Bond). Hier komen de verschillen in opvatting en achtergrond het meest naar voren. Dat kan erg leerzaam zijn. Velen weten wel hoe ze over allerlei zaken denken, maar niet precies waarom, 'k Zat eens bij een diskussie over de kinderdoop. Iemand van gereformeerde afkomst zei tegen een baptist: 'k Snap jullie niet; er staat toch duidelijk in de Bijbel dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is. Beiden gingen aan het zoeken, maar vonden het natuurlijk niet, want dat staat in het Doopformulier.

Het is bij dit vak natuurlijk erg belangrijk dat allerlei standpunten eerlijk benaderd worden en de argumenten voor en tegen objektief ter sprake komen. In mindere mate kom je dit natuurlijk ook tegen op grote reformatorische scholengemeenschappen. Dat moet ook kunnen.

- Welke vakken worden op de E.H. gegeven, naast de bovengenoemde?

Dat zijn filosofie, wetenschapstheorie, kommunikatie, mondelinge taalvaardigheid, studievaardigheid, taalbeheersing, engels, machineschrijven en konditietraining. Daarnaast is er een uur waarin onder leiding van een mentor de colleges doorgesproken worden en studieproblemen behandeld. Bovendien wordt één keer per week een gastspreker uitgenodigd om een of meer colleges te geven over een onderdeel van zijn vakgebied. En verder zijn er nog een aantal keuzevakken, zoals biologie, esthetica, geneeskunde, grieks, hebreeuws, natuurwetenschappen, politicologie enz.(23 in totaal).

- Kunt u — wellicht aan de hand van een voorbeeld — duidelijk maken hoe christelijke wetenschap zich onderscheidt van niet christelijke wetenschap?

Christelijke wetenschap heeft als bijzonder dat ze uitgaat vna Gods Woord. Dit betreft bijvoorbeeld de motivatie van de wetenschapper: 't gaat om de eer van God en het heil van de naaste, 't Heeft ook gevolgen voor de normering van zijn werk: is het niet in strijd met Gods Woord. Denk hierbij aan de medische wetenschap.

Een christen-wetenschapper zal vasthouden aan wat de Bijbel zegt over Schepping, zondeval en toekomst. Elke vorm van evolutionisme zal hij afwijzen. Voor hem gelden zowel de bijbelse-als de wetenschappelijke feiten. Je zou kunnen zeggen dat hij met twee ogen naar de werkelijkheid kijkt. Daardoor ziet hij ook perspektiefl

Heel sterk zie je dan verschillen als het gaat om de verklarende achtergrond van allerlei verschijnselen. In de geseculariseerde wetenschap wordt alles vanuit de materie verklaard. Zelfs de religie wordt zo gezien als een bepaalde behoefte van de mens. Zowel in de natuurwetenschappen als in de menswetenschappen leidt dit tot een volkomen andere benadering van de feiten.

- In de Middeleeuwen werd het gezag van de wetenschap gedekt door het gezag van de Kerk. Toen tal van wetenschappelijke inzichten later niet houdbaar bleken — denk aan Copernicus en Galilei — liep ook het gezag van de Kerk een enorme deuk op. Loop je met het Creationisme of met archeologie a la Werner Keiler nie ook dergelijke gevaren?

Als je met het Creationisme of met opgravingen zou willen bewijzen dat de Bijbel toch gelijk heeft, dan is dat gevaar er zeker. Werner Keller is door ons daarom ook altijd afgewezen. Je ziet hier het grote gevaar van het rationalisme: omdat de wetenschap bewezen heeft dat de Bijbel toch wel gelijk heeft (of kan hebben), daarom is ze geloofwaardig.

Zo'n redenering is foutief. De Bijbel kan niet bewezen worden, ze is geloofwaardig in zichzelf, omdat ze het Getuigenis van God is. Ook bij het Creationisme is dit gevaar er. Een theorie blijft een theorie, ook al is die door een christen naar voren gebracht en gaat hij uit van bijbelse gegevens als schepping en zondvloed. We moeten altijd behoedzaam blijven. Dat houden we onze studenten ook steeds voor. 't Is allemaal niet zo simpel, 't Is wel onze plicht de evolutieleer wetenschappelijk te bestrijden en te wijzen op andere mogelijkheden. Daarbij moet de Bijbel steeds het uitgangspunt zijn.

- Kunt u iets vertellen over de studieresultaten van uw oud-leerlingen op de universiteit? Er is nog niemand afgestudeerd, maar uit voorlopige resultaten blijkt dat het uitvalpercentage minder dan 10% is. Dat steekt gunstig af tegen de 40%, die volgens het landelijk gemiddelde uitvalt.

- De aktiviteiten van de E.H. breiden zich steeds meer uit. Er is een opleiding voor de journalistiek gestart en ook een begin gemaakt met M. O.-opleidingen. Wat is de reden daarvan?

In beide gevallen kwam dat door vragen daarom vanuit onze achterban. De invloed van de massamedia in onze maatschappij is erg groot. En ieder weet dat deze media in hoofdzaak bemand worden door links-progressieve mensen. Hoewel strikt genomen een beroepsopleiding niet tot de doelstellingen van de E.H. behoort, hebben we, gezien de noodzaak ervan, positief gereageerd. Per 1 augustus 1982 is de opleiding door de Minister erkend, hoewel niet gesubsidieerd. De M.O.-opleidingen geschiedenis en ekonomie zijn gestart, omdat er bij ons van verschillende kanten met klem op aangedrongen werd initiatieven te nemen voor het opleiden van docenten maatschappijleer in het middelbaar onderwijs. Het bleek alleen mogelijk bevoegde docenten voor dit vak af te leveren in kombinatie met de vakken geschiedenis en ekonomie. We gebruiken hiervoor materiaal van het L.O.I., aangevuld met eigen collegestof.

- Zijn er nog meer uitbreidingsplannen? We hoorden iets over een Internationale Christelijke Universiteit?

In 1984 zal de Open Universiteit van start gaan met een programma van schriftelijk universitair onderwijs. Daarin zitten ookperspektieven voor ons. We denken aan een opzet die als volgt in beeld gebracht kan worden:

Het gearceerde gedeelte kan voorlopig ontleend worden aan de Open Universiteit. Zij levert het schriftelijk studiemateriaal, zodat na vijfjaar studie een erkend diploma kan worden verkregen. Naast deze lessen volgt de student het algemeen propaedeutisch jaar van de E.H., zoals we dat nu al hebben. Van het 2e tot het 5e jaar begeleiden wij dan de studie en geven een aanvulling door middel van bijvakken. Later hopen we steeds meer leerpakketten te kunnen ontwikkelen of over te nemen vanuit het buitenland, bijvoorbeeld uit Amerika. Natuurlijk lenen niet alle studierichtingen zich voor deze opzet. Denk bijv. aan geneeskunde, biologie en de technische wetenschappen. We hopen dat we in 1984 kunnen beginnen met de studierichtingen geschiedenis en ekonomie. Op langere termijn denken we aan: psychologie, pedagogiek, sociologie, een faculteit der letteren enz.

instellingen, nl. met de GSA en met de PA's Felua en De Driestar. De Open Universiteit

Om tot deze I.C.U. te komen, willen we graag samenwerken met een aantal bestaande HBOinstellingen, nl. met de GSA en met de PA's Felua en De Driestar. De Open Universiteit werkt nl. met een aantal studiecentra. Daar kunnen de kursisten tentamens afleggen, studiebegeleiding ontvangen, gebruikmaken van bepaalde faciliteiten enz. In samenwerking met genoemde onderwijsinstellingen willen we zo'n studiecentrum bij de Open Universiteit aanvragen. Dat is mogelijk. De docenten in dat studiecentrum worden door de Open Universiteit „geleend" van de bestaande HBO-instellingen. Zo'n docent kan bijvoorbeeld twee dagen op het studiecentrum werkzaam zijn en drie dagen aan z'n eigen school. Dat studiecentrum zou dan in Amersfoort moeten komen. Dat komt ons goed uit, maar de Open Universiteit wil dat ook. Rond is de zaak nog niet, maar de eerste besprekingen zijn al ruimschoots achter de rug.

- Hoe kunt u dit alles financieel rond krijgen? Subsidie krijgt u toch niet?

Inderdaad, we ontvangen geen subsidie. Alles komt uit giften. We hebben zelfs geen grote geldschieters. Dit jaar is er 1, 3 miljoen gulden nodig. Met Gods hulp zal dat er ook komen. Men kan met recht ons een school van „kleine luyden" noemen.

- Welk toekomstbeeld staat u met de E.H. voor ogen?

Ik hoop dat de E.H. een plaats mag zijn waar bezinning plaats vindt op de betekenis van Gods Woord voorde wetenschap en de maatschappij. En dat er aan de E.H. een kader gevormd mag worden dat het christelijk getuigenis uitdraagt naar buiten. We hoeven ons tenslotte voor het Evangelie niet te schamen. En dat alles: tot eer van God - Soli Deo Gloria

Een kanttekening

Ieder die dit vraaggesprek gelezen heeft, zal beamen dat de E.H. „een niet meer weg te denken verschijnsel" is, zoals in de inleiding werd opgemerkt. De start van de E.H. kan gerust „komeetachtig" genoemd worden. Nog niet te beoordelen is of de plotselinge toename van studenten uit onze gemeenten een definitieve doorbraak betekent. Wel wil ik graag enkele opmerkingen daarbij maken.

Persoonlijk vind ik het doel van de E.H. positief. De praktijk heeft uitgewezen dat velen door hun universitaire studie vervreemden van hun christelijke opvoeding. Dat geldt ook Voor studenten uit onze gemeenten. Aandacht voor-en begeleiding van deze studerenden is zeker geen luxe. Een apart jaar als voorbereiding kan in dit verband erg zinvol zijn. In het voortgezet onderwijs komt men, door de exameneisen, onvoldoende toe aan deze toerusting.

Alleen zullen wij moeite blijven houden met de gekozen grondslag van de E.H. Die geeft te weinig „houvast". Positief is wel de duidelijke uitspraak over de verbondenheid met de drie sola's van de Reformatie. In de reeds opgestelde grondslag voor de I.C.U. is deze verbondenheid zwart op wit vastgelegd. Daar heeft men gekozen voor een breder omschreven grondslag, een soort „mini-belijdenis".

Ik sluit me wat dit betreft aan bij de woorden van prof. Kamphuis, met instemming aangehaald door ir. Van der Graaf in de Waarheidsvriend, nl. dat in het „samengaan van gereformeerde en evangelische christenen het juist ook wat het konfessionele betreft wel eens fout kan gaan". Het karakter van de E.H. zal vooral bepaald worden door het docentencorps. Zij beïnvloeden ongetwijfeld hun studenten. Daarnaast speelt ook het „publiek" van de school een rol. De studenten gaan tenslotte hele dagen met elkaar om en diskussiëren heel wat met elkaar af. Ook daar gaat een zekere invloed van uit. Uit kontakten met oud-leerlingen die nu op de E.H. zitten, bleek me dat zij het onderwijs aan de E.H. positief waarderen. Men gaat eerlijk met elkaar om. Je leert veel beter de achtergrond van andere opvattingen, vertelde een van m'n ex-leerlingen. Het meest wezenlijke verschil vond hij de andere kijk van sommigen op zaken als geloof, wedergeboorte en bekering. Daar had hij meer moeite mee. Over deze wezenlijke zaken wordt met name in evangelische kring inderdaad heel anders gedacht. Hier liggen dan ook gevaren. En het is goed als toekomstige studenten en hun ouders zich dit bewust zijn.

Ik heb waardering voor de wijze waarop de E.H. probeert in getrouwheid aan de Schriftjongeren voor te bereiden op de universitaire studie.

Aan de andere kant zie ik ook duidelijk gevaren voor jongeren die niet zo vast in hun schoenen staan en onvoldoende weerwoord hebben tegen de opvattingen in evangelische kring. Voor dit laatste zullen we ook de hand in eigen boezem moeten steken. We zullen daarom „de vinger aan de pols moeten houden". Ook het aanstellen van een mentor en het beleggen van bijeenkomsten door het Deputaatschap voor Studerenden is dan ook een heel goede zaak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1983

Daniel | 32 Pagina's

Voor het evangelie hoef je je niet te schamen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1983

Daniel | 32 Pagina's