Troost
Wat mijn God doet, is welgedaan O, zingt dit vrij, mijn harte! Al moet ik langs de kruisweg gaan, De kruisweg is de hemelbaan: De Hemel kent geen s mar te.
Gewis, de roe, die mij kastijdt, Is in de hand mijns Heeren, Die roe heeft ieder kind verblijd, En, schoon zij 't vlees soms openrijt, Het zal de geest niet deren.
Een bastaard waart gij zonder 't juk, Nu zij't ge een van zijne kind'ren, Daarvan is 't teken knus en druk En uit die druk rijst uw geluk, De voorspoed zou dat hind'ren.
O, wendt het naar uw Heiland heen, En knelt het, ga 't Hem klagen; Gij draagt het kruis toch niet alleen: Hij zendt Zijn Engelen om u heen, Hij zelve helpt u dragen.
Hoe meer geloof, hoe minder, last: Veel kruis brengt veel genade; De roede sla, de liefde wast, Zó houdt gij Vaders hand meer vast En neemt Hem meer te rade.
H. F. Kohlbrügge
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1983
Daniel | 32 Pagina's